Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BL3076

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-12-2009
Datum publicatie
09-02-2010
Zaaknummer
316528 / HA ZA 08-2458
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

aansprakelijkheid voor schade aan pand door sloop- en bouwwerkzaamheden op belendend perceel; mandeligheid van een vermeende scheidsmuur; aansprakelijlkheid van de opdrachtgever van de werkzaamheden; aansprakelijkheid van de uitvoerders van de werkzaamheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010/349
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 316528 / HA ZA 08-2458

Uitspraak: 30 december 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser],

wonende te Rotterdam,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

verweerder in het incident,

advocaat mr. J.A.M. van de Sande,

- tegen -

1. de stichting Stichting Zorg Compas,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J. Kneppelhout,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aannemings- en Transportbedrijf Transverko Rijswijk B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

gedaagde,

eiseres in het vrijwaringsincident,

advocaat mr. P.A.L.C. Lamme,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sprangers Bouwbedrijf B.V.,

gevestigd te Breda,

gedaagde,

advocaat mr. P.C.H. Jansen,

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiser]”, “Zorg Compas”, “Transverko” en “Sprangers”.

1 Het verloop van het geding in de hoofdzaak

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 6 oktober 2008, met producties;

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in

reconventie van Zorg Compas, met producties;

- conclusie van antwoord in conventie van Transverko, met producties;

- conclusie van antwoord van Sprangers, met producties;

- conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie van [eiser];

- conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie van Zorg Compas, met producties;

- conclusie van dupliek in conventie, tevens incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Transverko, met producties;

- conclusie van dupliek in conventie van Sprangers;

- conclusie van dupliek in reconventie van [eiser], met producties;

- conclusie houdende uitlating producties van Zorg Compas.

2 De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

[eiser] is sinds 1997 eigenaar van de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te Rotterdam. Het betreft een pand uit begin 1900 dat bij [eiser] (onder meer) in gebruik is als kantoor. Vanuit dat kantoor exploiteert [eiser] een assurantietussenpersoonbedrijf. Het pand heeft een souterrain, begane grond en twee verdiepingen. In de achtertuin van het pand bevindt zich een aangebouwde laagbouw die van recentere datum is dan de rest van de onroerende zaak van [eiser].

2.2

Het pand naast de onroerende zaak, [adres 2], is halverwege de jaren tachtig gesloopt. Dit was een gelijkwaardig woonhuis. Ter plaatse is na de sloop, eind jaren tachtig, een uitbreiding van het aangrenzende verpleeghuis gebouwd.

2.3

In juli 2005 is Zorg Compas overgegaan tot sloop van het naast het pand van [eiser] gelegen verpleeghuis, teneinde ter plaatse nieuwbouw te realiseren. Zorg Compas heeft Transverko de opdracht tot sloop van het bestaande verpleegtehuis gegeven. Zorg Compas heeft Sprangers ingeschakeld voor het in aansluiting op de sloop realiseren van nieuwbouw. Zorg Compas heeft BOAG (BouwAdviesGroep) ingeschakeld om het sloop- en bouwproces te begeleiden.

2.4

De sloopwerkzaamheden zijn in juli 2005 door Transverko gestart.

2.5

Voorafgaand aan, tijdens en na het verrichte werk zijn verschillende expertiserapportages opgemaakt. Het betreft de volgende rapporten:

- in opdracht van Transverko uitgebracht rapport d.d. 21 juli 2005 van [taxatie] (hierna: [taxatie]) naar aanleiding van een opname van het pand van [eiser] op 4 juli 2005;

- in opdracht van [eiser] opgemaakt rapport d.d. 15 oktober 2005 van [adviesbureau] (hierna: [adviesbureau]), waarin - volgens de betrokken deskundige - de zichtbare gebreken aan het pand van [eiser] zijn weergegeven;

- rapport van 13 januari 2006, opgesteld in opdracht van Zorg Compas door [ingenieursbureau];

- rapport van 11 oktober 2006 van het Zuid-Hollands Expertisebureau B.V. (hierna: ZNEB), tot het uitbrengen waarvan [eiser] opdracht heeft gegeven;

- (voor)opnamerapport van expertisebureau [expertisebureau] (hierna: [expertisebureau]) van 15 november 2006, opgemaakt in opdracht van Sprangers;

- rapportage d.d. 14 februari 2007 van een in opdracht van Transverko verrichte hoogtemeting door Bakker Vibraties, waarbij onderzoek is gedaan naar mogelijke verzakkingen van het pand van [eiser];

- (na)opnamerapport d.d. 22 september 2008 van [expertisebureau], opgemaakt in opdracht van Sprangers.

2.6

Het rapport van [ingenieursbureau] van 13 januari 2006 luidt, voor zover thans relevant, als volgt:

“(…)

3.1 Sloopwerkzaamheden

Op 14 november zijn de sloopwerkzaamheden stilgelegd. Het laatste gedeelte tegen het pand op nummer [nummer] moet nog worden gesloopt. Het stilleggen is mede gebeurd om meer inzicht te krijgen in de stabiliteit van het pand op nummer [nummer] (…).

Bij de sloopwerkzaamheden is geconstateerd dat de te slopen constructies geheel los staan van het pand nummer [nummer]. Het is destijds als het ware uitgevoerd als“ankerloos”. Dat wil zeggen dat de gehele funderingsconstructie bestaande uit een betonnen kelder en de opgaande wanden zijn losgehouden van de constructie van het pand op nummer [nummer] (…).

(…)

4.3 Zijgevel

Ten gevolge van de slechte staat van de zijgevel is de stabiliteit en slankheid van de zijgevel niet optimaal. Dit is mede te wijten aan de vele balkgaten, sleufsparingen en scheuren. Ook is niet duidelijk of de balken van het pand op nummer [nummer] met voldoende balkankers zijn verankerd. Wij adviseren om eerst de benodigde voorzieningen aan te brengen (zie 5.2) voordat er werkzaamheden voor damwanden en heien wordt gestart.

Ten gevolge van de ontgravingen ten behoeve van de fundering voor de keerwand, kunnen er problemen ontstaan aan de fundering van de zijgevel.

(…)

5 Voorzieningen

Het verdient aanbeveling om de volgende constructieve voorzieningen aan de laagbouw en de zijgevel uit te voeren. De bouwkundige voorzieningen kunnen in overleg met de eigenaren van het pand op nr. [nummer] worden uitgevoerd.

(…)

5.2 Zijgevel

5.2.1 Constructief

- controle van het aantal balkankers van de bestaande vloerplanken (…)

- indien onvoldoende balkankers aanwezig, nieuwe balkankers (…) verankeren (…)

- alle metalen delen in nieuw te vormen spouw (…) voorzien van roestwerende coating;

- balkgaten dichtmetselen:

- sleufsparingen dichtmetselen;

- scheuren repareren.

5.2.2 Bouwkundig

- tegelwerk verwijderen

- nieuwe raaplaag aanbrengen

- gevel isoleren

- nieuwe afwerking aanbrengen (…)

- goot repareren

- spouw rondom afdichten tegen vochtindringing

De hiervoor genoemde bouwkundige voorzieningen zijn een verbetering van de kwaliteit van het pand op nummer [nummer] ten aanzien van warmte- en vochthuishouding. Deze voorzieningen zijn niet noodzakelijk voor de stabiliteit van het pand op nr. [nummer], maar kunnen in overleg met de eigenaar worden uitgevoerd.

(…)”.

2.7

Bij brief van 25 januari 2006 heeft BOAG aan [eiser] (onder meer) meegedeeld dat voordat Transverko verder kon gaan met de sloopwerkzaamheden, door [eiser] eerst de voorzieningen zoals omschreven in paragraaf 5.2 van het rapport van [ingenieursbureau] van 13 januari 2006 moeten worden aangebracht.

2.8

In overleg met ZNEB zijn op 11 juli 2006 door Transverko en Sprangers voorzieningen getroffen om schade aan de onroerende zaak van [eiser] te voorkomen. Dat betreffen onder meer de in het rapport van [ingenieursbureau] d.d. 13 januari 2006 onder 5.2.1 genoemde werkzaamheden.

2.9

Op 7 november 2006 heeft [ingenieursbureau] schriftelijk aan BOAG meegedeeld dat de “herstelwerkzaamheden” zoals omschreven in haar rapport van 13 januari 2006 correct zijn uitgevoerd.

2.10

Bij brief van 11 januari 2007 heeft Zorg Compas (onder meer) het volgende aan Transverko geschreven:

“(…)

Met u is overeengekomen:

Stichting Zorg Compas zal Transverko vrijwaren bij het uitvoeren van haar werkzaamheden van alle schade aan op staal gefundeerde gebouwen (waaronder het pand van [eiser] [adres]) welke een gevolg is van de toegepaste werkwijze waarbij geen damwand zal worden aangebracht. Op verzoek van de opdrachtgever zal geen gesloten bouwput (d.m.v. een damwand) worden aangebracht¹.

(..)

¹ Dit op grond van een kosten baten analyse en om eventueel verdere vertraging te voorkomen.”

2.11

Transverko heeft het sloopwerk op 16 februari 2007 aan Zorg Compas opgeleverd. In dat kader is op 1 maart 2007 door Zorg Compas en Transverko een “proces-verbaal van oplevering sloopwerkzaamheden” opgemaakt.

2.12

Op 5 maart 2007 is Sprangers gestart met de door Zorg Compas opgedragen bouwwerkzaamheden.

2.13

Bij brieven van 10 juni 2008 heeft [eiser] Zorg Compas, Transverko en Sprangers aansprakelijk gesteld voor volgens [eiser] ten gevolge van de sloop- en bouwwerkzaamheden geleden schade.

2.14

In september 2008 is een muur van de kelder (hierna ook wel: souterrain) van het pand van [eiser] (gedeeltelijk) ingestort. Sprangers was in deze periode (nog) werkzaam op het naastgelegen terrein van Zorg Compas.

3 De vordering in conventie

3.1

De vordering van [eiser] luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1) voor recht te verklaren dat Zorg Compas, Sprangers en Transverko zowel gezamenlijk als ieder voor zich jegens [eiser] onrechtmatig hebben gehandeld en dat zij ieder voor het geheel hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser] ten gevolge van dat onrechtmatig handelen geleden schade en nog te lijden schade;

2) Zorg Compas, Sprangers en Transverko hoofdelijk te veroordelen aan [eiser] de door hem geleden en nog te lijden schade te vergoeden, daaronder begrepen de na 1 juli 2005 geleden en te lijden omzet- en/of winstderving, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

3) Zorg Compas, Sprangers en Transverko hoofdelijk te veroordelen tot voldoening van een bedrag van € 30.000,- als voorschot op de door [eiser] te maken kosten verband houdend met de benoeming van een deskundige, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan die van voldoening,

alles met hoofdelijke veroordeling voorts van Zorg Compas, Sprangers en Transverko in de proceskosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan de vordering het volgende ten grondslag gelegd.

3.2

Bij de in opdracht van Zorg Compas door Transverko en Sprangers uitgevoerde sloop en nieuwbouw is de onroerende zaak van [eiser] beschadigd geraakt. De schade bestaat (onder meer) uit:

1) verzakking van de aanbouw,

2) een losgekomen houtdeel van het plafond,

3) schade aan het dak, waaronder een gat in het dak,

4) een doorhangend plafond in de aanbouw,

5) vochtdoorslag en verkleuring van de zijgevel, de binnenwanden van de aanbouw en de

kelder en afgebladderd/gescheurd stucwerk in de aanbouw.

Voorts heeft [eiser] omzetschade geleden. Door de werkzaamheden was de onroerende zaak en daarmee de onderneming van [eiser] slecht bereikbaar. Daardoor bleven klanten weg of verlieten het bedrijf van [eiser] voortijdig. Het doen van zaken in de onroerende zaak werd gehinderd door de trillingen en het rumoer afkomstig van de werkzaamheden die op het belendende perceel werden verricht.

3.3

Ten aanzien van Zorg Compas:

3.3.1

Zorg Compas is aansprakelijk voor de onder 3.2 genoemde schade. Zorg Compas heeft bij het doen uitvoeren van de genoemde werkzaamheden onvoldoende zorgvuldig gehandeld jegens [eiser]. Van Zorg Compas hadden verregaande voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen verwacht mogen worden, nu schade aan de onroerende zaak van [eiser] bij het uitblijven van dergelijke maatregelen te voorzien was. Nu Zorg Compas dergelijke maatregelen niet of onvoldoende heeft genomen, is zij aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade.

3.3.2

Zorg Compas heeft in strijd gehandeld met artikel 5:37 BW door met de sloop van het naastgelegen pand steun te ontnemen aan de onroerende zaak van [eiser].

3.3.3

Zorg Compas heeft de mandelige muur tussen de onroerende zaak van [eiser] en het pand van Zorg Compas gedeeltelijk gesloopt c.q. beschadigd door sloop van de aangrenzende bebouwing. Daarmee is nadeel toegebracht aan de mandelige muur, zodat Zorg Compas in strijd heeft gehandeld met artikel 5:67 BW en aansprakelijk is voor de dientengevolge door [eiser] geleden schade. De zijgevel is thans onafgewerkt en daarmee ongeschikt als buitengevel. De kosten van het afwerken van de zijgevel moeten door Zorg Compas gedragen worden.

3.3.4

Voor zover vast mocht komen te staan dat sinds de sloop van het naastgelegen pand in 1989 geen sprake meer was van een mandelige muur, geldt dat op dat moment een recht op schadevergoeding is ontstaan voor de toenmalige eigenaar van het pand van [eiser]. Deze vordering tot schadevergoeding is als kwalitatief recht bij de overdracht van het pand aan [eiser] van rechtswege op [eiser] overgegaan.

3.4

Ten aanzien van Transverko en Sprangers:

Bij de door Transverko verrichte sloopwerkzaamheden en de door Sprangers verrichte bouwwerkzaamheden is schade veroorzaakt aan de onroerende zaak van [eiser]. Transverko en Sprangers zijn op grond van artikel 6:99 BW juncto 6:162 BW aansprakelijk voor deze schade, zodat zij veroordeeld moeten worden tot vergoeding daarvan.

4 Het verweer in conventie

Het verweer van Zorg Compas, Transverko en Sprangers strekt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding en, voor zover het Zorg Compas betreft, deze kosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.1

Zorg Compas heeft het volgende aangevoerd:

4.1.1

Zorg Compas is als opdrachtgeefster niet aansprakelijk voor mogelijk door Transverko en/of Sprangers aan de onroerende zaak van [eiser] veroorzaakte schade. Zorg Compas heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiser]. Zorg Compas heeft als opdrachtgeefster de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen jegens [eiser]. Zo heeft Zorg Compas onderzoek laten verrichten naar de voorzienbaarheid van schade en, omdat [eiser] dat zelf naliet, de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen alvorens de sloopwerkzaamheden voort te doen zetten. De kosten verband houdend met deze maatregelen moeten voor rekening van [eiser] komen. De zijgevel van het pand van [eiser] was voorafgaand aan de werkzaamheden van Transverko reeds instabiel. De sloop heeft er uitsluitend toe geleid dat dit gebrek aan het licht kwam.

4.1.2

Er is geen mandelige muur gesloopt. Het thans gesloopte verpleeghuis is in 1987 vrijstaand opgericht. Daarbij zijn aan de voor- en achterzijde van de panden twee verbindingstukken gemetseld, zodat de lege ruimte tussen de panden niet zichtbaar was. Voor zover er vóór 1987 sprake was van een mandelige muur, is deze mandeligheid van rechtswege geëindigd bij de oprichting van het vrijstaande pand in 1987. [eiser] heeft in 1997 een pand met onafgewerkte zijgevel gekocht. De kosten voor het geschikt maken van de binnenmuur als buitenmuur, en de mogelijke schade vanwege het tot op heden achterwege laten daarvan, dienen door [eiser] als eigenaar van die muur te worden gedragen.

Voor het geval dat vast mocht komen te staan dat Zorg Compas wèl aansprakelijk is voor de kosten van de afwerking van de zijgevel, dan strekt deze aansprakelijkheid niet verder dan tot vergoeding van de helft van die kosten nu Zorg Compas en [eiser] deze kosten als buren voor gelijke delen moeten dragen. Daarbij moet een aftrek plaatsvinden vanwege de verbetering en waardestijging van het pand van [eiser].

4.1.3

Het door Zorg Compas gesloopte pand stond geheel vrij van de onroerende zaak. Ook de funderingsconstructie was geheel losgehouden van de onroerende zaak. Van het onrechtmatig ontnemen van steun als bedoeld in artikel 5:37 BW is dan ook geen sprake.

4.1.4

[eiser] heeft niet aangetoond dat hij voor vergoeding in aanmerking komende schade heeft geleden door de sloop- en/of bouwwerkzaamheden. Het pand vertoonde vóór aanvang van de werkzaamheden in 2005 reeds op een groot aantal plaatsen scheuren en schade aan stucwerk, zo volgt uit het rapport van Hanselman Taxaties van 21 juli 2005. Voor zover er schade is veroorzaakt, is deze reeds door Transverko hersteld. De gebrekkige stabiliteit van de zijgevel en het feit dat de zijgevel niet is afgewerkt is niet het gevolg van de sloop- en/of bouwwerkzaamheden. Het betreft reeds aan de onroerende zaak klevende gebreken die slechts door de in opdracht van Zorg Compas uitgevoerde werkzaamheden aan het licht zijn gekomen. [eiser] is dan ook zelf aansprakelijk voor herstel hiervan. Bovendien heeft [eiser], door onvoldoende medewerking te verlenen, niet voldaan aan zijn verplichting tot schadebeperking.

De omzetderving is door [eiser] niet voldoende onderbouwd.

4.2

Transverko heeft het volgende als verweer gevoerd.

4.2.1

Transverko heeft de in opdracht van Zorg Compas verrichte sloopwerkzaamheden naar behoren en naar tevredenheid van Zorg Compas uitgevoerd. Van aansprakelijkheid van Transverko voor enige schade is dan ook geen sprake. Voor zover door Transverko schade is veroorzaakt, is deze deugdelijk hersteld.

4.2.2

(Een aantal van) de door [eiser] gestelde beschadigingen aan de onroerende zaak zijn ontstaan nadat Transverko de sloopwerkzaamheden in 2007 heeft opgeleverd.

4.2.3

Bij brief van 11 januari 2007 heeft Zorg Compas Transverko gevrijwaard voor alle schade bij het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden. Dat betekent dat [eiser], voor vergoeding van mogelijke schade, hoe dan ook niet Transverko maar Zorg Compas moet aanspreken.

4.3

Sprangers heeft het volgende verweer gevoerd.

4.3.1

Sprangers heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiser] en [eiser] heeft geen in dit kader voor vergoeding in aanmerking komende schade geleden door de bouwwerkzaamheden van Sprangers. Voorafgaand aan de bouw, gestart op 5 maart 2007, heeft Sprangers de onroerende zaak laten inspecteren door [expertisebureau] (rapportage d.d. 15 november 2006). Op 16 september 2008 heeft [expertisebureau] het pand nogmaals geïnspecteerd. Uit het van die laatste inspectie opgemaakte rapport van 22 september 2008 volgt dat, behoudens een schade aan de keldermuur van de onroerende zaak, geen nieuwe, niet reeds eerder aan het pand geconstateerde gebreken zijn ontstaan.

4.3.2

De keldermuur van de onroerende zaak is tijdens het storten van beton door Sprangers in september 2008 ingestort. Sprangers heeft aan [eiser] aangeboden deze muur te herstellen. [eiser] heeft Sprangers evenwel niet in de gelegenheid gesteld de muur te herstellen. Voor zover het achterwege laten van herstel tot extra schade heeft geleid, moet deze dan ook voor risico en rekening van [eiser] blijven.

4.3.3

Er is door Sprangers geen onrechtmatige hinder veroorzaakt. Een zekere hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden moet getolereerd worden. Dat [eiser] als gevolg van hinder omzet is misgelopen is onvoldoende onderbouwd.

5 De vordering in reconventie

5.1

De vordering van Zorg Compas luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiser] te veroordelen tot betaling van respectievelijk € 6.956,92, € 10.500,- en

€ 1.904,-, steeds vermeerderd met de wettelijke rente daarover, met veroordeling voorts van [eiser] in de proceskosten in reconventie.

Aan deze vordering heeft Zorg Compas, naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

5.2

Omdat [eiser] daarmee in gebreke bleef, heeft Zorg Compas, alvorens de sloopwerkzaamheden door Transverko te laten voortzetten, de in het rapport van [ingenieursbureau] van 13 januari 2006 onder 5.2.1 genoemde maatregelen laten uitvoeren door Sprangers, teneinde de stabiliteit van de zijgevel van de onroerende zaak van [eiser] te waarborgen. Er is sprake van zaakwaarneming zodat [eiser] de hiermee gemoeide kosten ad

€ 6.956,92 moet dragen.

5.3

Zorg Compas heeft tijdskosten gemaakt onder meer wegens herhaalde meldingen van [eiser] van vermeende schades aan de onroerende zaak. Het betreft circa 80 uur ten bedrage van

€ 10.500,- besteed aan het voeren van besprekingen met [eiser], het tevergeefs uitzoeken van gevelbekleding en het plegen van telefoongesprekken.

5.4

[eiser] heeft Zorg Compas ten onrechte in rechte betrokken en voorts ten onrechte betaling van de kosten bedoeld onder 5.2 nagelaten. Zorg Compas maakt daarom aanspraak op buitengerechtelijke kosten tot een bedrag van € 1.904,-, conform Rapport Voorwerk II.

6 Het verweer in reconventie

6.1

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Zorg Compas, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding in reconventie.

Naast hetgeen in conventie is betoogd, heeft [eiser] daaraan het volgende ten grondslag gelegd.

6.2

De in opdracht van Zorg Compas uitgevoerde werkzaamheden ter stabilisering van de zijgevel van de onroerende zaak van [eiser] waren uitsluitend noodzakelijk vanwege de door Zorg Compas uitgevoerde sloopplannen. Dat volgt uit het rapport van [ingenieursbureau] van 13 januari 2006. De kosten daarvan komen dan ook voor rekening van Zorg Compas.

[eiser] is hoe dan ook niet in verzuim met betaling nu Zorg Compas in deze procedure voor het eerst betaling van [eiser] van het bedoelde bedrag verlangt.

6.3

De door Zorg Compas gestelde tijdskosten moeten voor rekening van Zorg Compas zelf blijven, nu zij zijn gemaakt wegens onrechtmatig aan de onroerende zaak van [eiser] toegebrachte schade. De tijdskosten zijn overigens niet onderbouwd en zijn in de onderhavige procedure voor het eerst naar voren gebracht. [eiser] is ten aanzien van deze vordering, voor zover al gegrond, niet in verzuim komen te verkeren.

6.4

Door Zorg Compas zijn geen andere kosten gemaakt dan de kosten waarop artikel 241 Rv ziet. Voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten is daarom geen plaats.

7 De beoordeling

In het incident

7.1

7.1.1

Bij gelegenheid van haar conclusie van dupliek in de hoofdzaak, heeft Transverko een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring van Zorg Compas ingesteld. Transverko heeft daaraan ten grondslag gelegd dat Zorg Compas bij brief van 11 januari 2007 Transverko heeft gevrijwaard van alle schade voortvloeiende uit de uitgevoerde werkzaamheden.

7.1.2

[eiser] is niet met zoveel woorden in de gelegenheid gesteld op de incidentele vordering te reageren. Eventuele verweren van [eiser] tegen deze vordering zijn dan ook niet bekend.

7.1.3

Krachtens artikel 210 lid 1 Rv dient een gedaagde partij die meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen, zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie te nemen vóór alle weren op de voor het nemen van de conclusie van antwoord bepaalde roldatum.

Transverko heeft haar incidentele conclusie eerst bij gelegenheid van dupliek genomen. Dat betekent dat de incidentele vordering te laat is ingesteld, zodat deze vordering reeds hierom moet worden afgewezen.

7.1.4

Transverko wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de aan de zijde van [eiser] gevallen kosten van het incident, welke worden gesteld op nihil, nu door [eiser] geen conclusie in het incident is genomen.

In de hoofdzaak in conventie

Ten aanzien van Zorg Compas

7.2

De vordering van [eiser] strekt ertoe voor recht te verklaren dat Zorg Compas onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en tot vergoeding door Zorg Compas van de daardoor door [eiser] geleden schade. Het onrechtmatige handelen van Zorg Compas is volgens [eiser] gelegen in 1) het (deels) slopen van, althans schade toebrengen aan, de mandelige muur die het pand van [eiser] en Zorg Compas scheidde door het slopen van de aangrenzende bebouwing (hierna 7.3), 2) het onrechtmatig ontnemen van steun aan het pand van [eiser] als bedoeld in artikel 5:37 BW (hierna 7.4) en 3) het niet in acht nemen van voldoende zorgvuldigheid bij het doen uitvoeren van de werkzaamheden (hierna 7.5).

7.3

7.3.1

[eiser] heeft ter onderbouwing van de aansprakelijkheid wegens het (deels) slopen c.q. beschadigen van een mandelige muur het volgende gesteld. Zorg Compas heeft bij het (doen) slopen van de aangrenzende bebouwing een aan partijen in gemeenschappelijke eigendom toebehorende tussenmuur beschadigd (en in die zin deels gesloopt), althans hieraan nadeel toegebracht (in de zin van artikel 5:67 BW). Het in 2005 gesloopte pand van Zorg Compas is in 1989 gebouwd en is daarbij tegen het pand van [eiser] aan gebouwd. Het pand dat vóór 1989 op het bedoelde perceel stond was eveneens tegen het pand dat thans aan [eiser] toebehoort aan gebouwd. De huidige nieuwbouw is niet tegen het pand van [eiser] aangebouwd, zodat de zijmuur van het pand van [eiser] de functie van buitenmuur heeft gekregen. Door het slopen van de mandelige muur heeft Zorg Compas schade toegebracht aan de mandelige muur en aan het daarmee verbonden pand van [eiser]. Zorg Compas moet de daardoor door [eiser] geleden schade, onder meer bestaande uit de kosten gemoeid met het geschikt maken van de muur als buitenmuur, voldoen. Relevant daarbij is volgens [eiser] dat de scheidsmuur niet is opgehouden mandelig te zijn nadat nog slechts aan één zijde van de scheidsmuur bebouwing aanwezig was, zoals volgens [eiser] uit de parlementaire geschiedenis van artikel 5:60 BW en uit een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Arnhem van 31 oktober 1984 (NJ 1986,239) volgt (3.24 conclusie van repliek in conventie).

7.3.2

Zorg Compas heeft betwist dat een mandelige muur is gesloopt of beschadigd. Volgens Zorg Compas is (in ieder geval) sedert 1989 geen sprake meer van een mandelige scheidsmuur. Het toen opgerichte gebouw is geheel vrij van het (thans) aan [eiser] in eigendom toebehorende pand gebouwd, zodat sprake was van twee op zichzelf staande zijgevels. Tussen deze twee gevels bevond zich een vrije ruimte van een aantal centimeters. Om deze loze ruimte voor het oog te verbergen zijn volgens Zorg Compas aan de voor- en achtergevels verbindingstukken aangebracht. Voor zover vóór 1989 wèl sprake was van een mandelige scheidsmuur, voert Zorg Compas aan dat deze mandeligheid van rechtswege is geëindigd door de sloop in 1989, omdat op dat moment niet meer werd voldaan aan de in artikel 5:62 lid 2 BW genoemde voorwaarden voor mandeligheid. De door [eiser] aangehaalde passage uit de parlementaire geschiedenis gaat volgens Zorg Compas niet op omdat zij ziet op contractuele mandeligheid waarvan hier geen sprake is. Buiten dit alles geldt volgens Zorg Compas dat na de sloop van een aan een mandelige scheidsmuur grenzend pand, de kosten van herstel van de overblijvende muur voor rekening zijn van degene wiens pand is blijven staan.

7.3.3

Naar het oordeel van de rechtbank is niet vast komen te staan dat Zorg Compas bij de sloopwerkzaamheden in 2005 een mandelige muur heeft gesloopt c.q. heeft beschadigd. Zorg Compas heeft dit gemotiveerd betwist, stellende dat het thans gesloopte pand los van het pand van [eiser] was opgericht, dat aan de voor- en achterkant verbindingsstukken waren geplaatst zodat geen gat zichtbaar was en dat daarachter een lege ruimte van een aantal centimeters zat. Ter adstructie hiervan heeft Zorg Compas foto’s overgelegd waarop volgens haar te zien is dat zowel het in 2005 gesloopte gebouw als het pand Van [eiser] een eigen zijgevel had. [eiser] heeft op deze betwisting en producties gereageerd bij conclusie van dupliek in reconventie. [eiser] heeft daarbij zijn stelling dat sprake was van mandeligheid in het licht van het verweer van Zorg Compas onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd. [eiser] heeft bij die gelegenheid aangevoerd dat het in 2005 gesloopte pand van Zorg Compas was vervaardigd uit op de foto’s zichtbare prefab-elementen die nog moesten worden afgewerkt met bouw- en isolatiemateriaal. Na het aanbrengen van die materialen zou volgens [eiser] geen sprake meer zijn geweest van een tussenruimte, hetgeen [eiser] staaft met de door hem als productie VLV overgelegde foto. Terecht heeft Zorg Compas bij conclusie uitlaten aangevoerd dat uit de bedoelde foto niet de door [eiser] gestelde conclusie kan worden getrokken. Op deze foto is een zijgevel te zien met sporen van iets dat lijkt op isolatiemateriaal. Dit verandert naar het oordeel van de rechtbank niets aan de situatie dat sprake is van twee losstaande zijgevels. Met name kan er in de onderhavige feitelijke situatie niet worden gesproken van een gemeenschappelijke dubbele muur, met spouw, opgevuld met ander materiaal. Daartegen pleit ook dat in constructief opzicht de muur van het pand van [eiser] niet daadwerkelijk is verbonden met de muur van het gebouw van Zorg Compas en deze laatste muur slechts voor een deel grenst aan het pand van [eiser] en voor het overige daar flink bovenuit steekt.

Evenmin juist acht de rechtbank de gedachte, zo [eiser] dit heeft willen betogen, dat door het (gestelde) opvullen van de ruimte tussen de twee muren met stenen en isolatiemateriaal en dergelijke als het ware één dikke, gezamenlijke muur is ontstaan. Dit (gestelde) enkele opvullen kan er dan ook niet toe hebben geleid dat de twee muren, die ieder het eigen pand steunden en afgrensden, gemeenschappelijke eigendom zijn geworden, hetgeen een wezenlijk kenmerk van mandeligheid is.

De verwijzing door [eiser] naar de parlementaire geschiedenis van artikel 5:60 BW en naar NJ 1986,239 gaat niet op. Ten tijde van de uitspraak van de voorzieningenrechter te Arnhem was mandeligheid nog niet op de huidige wijze in de wet geregeld. Naar oud recht berustte de gemeenschappelijke eigendom van een scheidsmuur op een bestemming van die muur tot gemeenschappelijk nut en dus niet, zoals thans het geval is, op de wet. Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe BW op 1 januari 1992, dat voor wat betreft de hier bedoelde artikelen directe werking heeft, berust de mandeligheid van een gedeelde scheidsmuur op de wet. Mandeligheid van een gedeelde scheidsmuur eindigt thans wanneer niet langer aan de in artikel 5:62 BW genoemde vereisten wordt voldaan. In de oude situatie eindigde de mandeligheid eerst wanneer de mandelige zaak niet langer door de betrokken partijen tot gemeenschappelijk nut werd bestemd. Dat is naar huidige wetgeving nog slechts het geval voor de zogenaamde contractuele mandeligheid, geregeld in artikel 5:60 BW, over welk artikel de door [eiser] aangehaalde passage uit de parlementaire geschiedenis handelt. Dat de hier bedoelde muur op enig moment met zoveel woorden bestemd is tot gemeenschappelijk nut door (de destijds betrokken) partijen, is gesteld noch gebleken. Dat betekent dat van een voortbestaan van de mandeligheid, ondanks de omstandigheid dat de muur nog slechts één van beide gebouwen schraagde, geen sprake kan zijn.

7.3.4

De conclusie van het voorgaande is dat, nu in elk geval in 2005 geen sprake was van een mandelige scheidsmuur, de stelling van [eiser] dat Zorg Compas aansprakelijk is wegens het deels slopen c.q. beschadigen van, althans nadeel toebrengen aan, een mandelige muur, feitelijke grondslag mist. Aansprakelijkheid kan hierop dan ook niet worden gebaseerd.

Voor zover in de stellingen van [eiser] besloten ligt dat Zorg Compas onrechtmatig heeft gehandeld door het slopen van de aangrenzende bebouwing in 2005 omdat daardoor de voorheen gemeenschappelijke muur - feitelijk een binnenmuur - een buitenmuur is geworden, waarvoor deze niet geschikt is, wordt het volgende overwogen. Nu uitgangspunt is dat in 2005 geen sprake was van een mandelige muur, moet worden aangenomen dat in 1989 door het slopen van het destijds aangrenzende pand de tot dat moment mandelige muur een buitenmuur is geworden van het pand van [eiser]. Voor zover er op dat moment op grond van de omstandigheden van het geval reden is geweest voor schadeplichtigheid jegens de eigenaar van het pand van [eiser], moet worden vastgesteld dat in dat geval niet [eiser] maar de toenmalige eigenaar van het pand een vorderingsrecht heeft gekregen, zodat de thans door [eiser] ingestelde vordering niet hierop kan worden gebaseerd. [eiser] stelt in dit kader weliswaar dat dit vorderingsrecht - als een zogenaamd kwalitatief recht - bij de overdracht van het pand krachtens artikel 6:251 lid 1 BW op hem is overgegaan, doch deze stelling treft geen doel. Op grond van artikel 6:251 lid 1 BW gaat een uit een overeenkomst voortvloeiend recht, dat in zodanig verband staat met een aan de schuldeiser toebehorend goed dat de schuldeiser bij dat recht slechts belang heeft zolang hij het goed behoudt, van rechtswege over op de verkrijger onder bijzondere titel van dat goed. In dit geval is evenwel geen sprake van een uit een overeenkomst voortvloeiend recht. Het betreft hier immers een volgens [eiser] bestaande vordering tot vergoeding door Zorg Compas van schade aan een mandelige scheidsmuur. Reeds hierom is van een kwalitatief recht geen sprake. Aansprakelijkheid van Zorg Compas op deze grond is dan ook niet aan de orde.

7.4

7.4.1

[eiser] heeft voorts gesteld dat Zorg Compas onrechtmatig heeft gehandeld door steun te ontnemen aan zijn pand. [eiser] heeft aangevoerd dat uit de omstandigheid dat zowel [ingenieursbureau] als ZNEB in 2006 hebben gerapporteerd dat voorzorgsmaatregelen noodzakelijk waren om de sloopwerkzaamheden voort te kunnen zetten, reeds volgt dat steun is ontnomen aan het pand van [eiser]. Zorg Compas heeft dit gemotiveerd betwist. Zorg Compas heeft aangevoerd dat het gesloopte pand en het pand van [eiser] niet alleen ieder een eigen zijgevel hadden, maar dat beide gebouwen ook een eigen, losstaande funderingsconstructie hadden. Dat betekent volgens Zorg Compas dat het pand van [eiser] niet op enigerlei wijze steunde op het gesloopte gebouw, zodat ook van het ontnemen van steun geen sprake kan zijn. Zorg Compas heeft in dit kader gewezen op hetgeen onder 3.1 van het rapport van 13 januari 2006 van [ingenieursbureau] (productie III bij de dagvaarding) is vermeld.

7.4.2

De rechtbank overweegt dat het vanwege de gemotiveerde betwisting van Zorg Compas, op de weg van [eiser] had gelegen nader te onderbouwen op welke wijze met de in opdracht van Zorg Compas verrichte werkzaamheden steun is ontnomen aan zijn pand. De verwijzing naar de door [ingenieursbureau] respectievelijk ZNEB geconcludeerde noodzaak tot het treffen van voorzorgsmaatregelen is onvoldoende. Bovendien heeft Zorg Compas erop gewezen dat [ingenieursbureau] juist heeft geconstateerd dat de funderingsconstructies van beide panden los van elkaar staan. [eiser] heeft deze constatering niet betwist, zodat vast staat dat het pand van [eiser] rust op een eigen fundering en niet (mede) op de fundering van het gesloopte pand. In zoverre kan van het ontnemen van steun dan ook geen sprake zijn. Voorts moet er, zoals hiervoor is overwogen, van uitgegaan worden dat de gebouwen geen scheidsmuur (meer) deelden. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit moet worden afgeleid dat er op andere wijze steun vanuit de gesloopte bebouwing werd gegeven aan het pand van [eiser], zodat niet kan worden geconcludeerd dat vanwege het vrij komen te staan van het pand van [eiser] sprake is van ontneming van steun. Dat betekent dat van aansprakelijkheid van Zorg Compas krachtens artikel 5:37 BW niet is gebleken.

7.5

7.5.1

[eiser] heeft voorts gesteld dat Zorg Compas onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende zorgvuldigheid te betrachten bij het laten uitvoeren van de werkzaamheden. Volgens [eiser] had Zorg Compas er zonder voorafgaand onderzoek niet op mogen vertrouwen dat het pand van [eiser] bestand was tegen de uit te voeren werkzaamheden. Zorg Compas had eerder onderzoek moeten verrichten en eerder voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen moeten treffen en niet eerst in augustus 2005, toen de sloop grotendeels gereed was en reeds schade was ontstaan. Ter staving van zijn stellingen heeft [eiser] verwezen naar de rapportage van ZNEB van 11 oktober 2006, waarin is aangegeven: “Een aantal gevolgschaden hadden door een meer zorgvuldige wijze van slopen voorkomen kunnen worden.”. Voorts wijst [eiser] erop dat niet is gewerkt met een zogenaamde gesloten bouwput, hoewel [ingenieursbureau] daar in haar rapportage van 13 januari 2006 wèl vanuit is gegaan.

7.5.2

Zorg Compas heeft betwist dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. Zorg Compas wijst erop dat zij reeds in 2005 met [eiser] in overleg is getreden en dat BOAG steeds heeft gediend als aanspreekpunt voor [eiser]. Naar aanleiding van een visuele inspectie in augustus 2005 heeft in opdracht van Zorg Compas een onderzoek plaatsgevonden naar de staat van het pand van [eiser], waarna maatregelen zijn getroffen alvorens de sloopwerkzaamheden voort te zetten. Voorts heeft Zorg Compas opdracht gegeven de werkzaamheden op zodanige wijze te verrichten dat de kans op hinder werd beperkt. Zo heeft zij Transverko op trillingsvrije wijze laten heien en ook op trillingsvrije wijze damwanden laten aanbrengen, hoewel deze werkwijze extra kosten voor Zorg Compas meebracht. Volgens Zorg Compas is juist vanwege de belangen van [eiser] geen gesloten bouwput aangebracht. Zorg Compas stelt dat er wel damwanden zijn aangebracht, doch dat niet is overgegaan tot het volledig afsluiten van de bouwput omdat dat nadelige gevolgen zou kunnen hebben voor de grondwaterstand en daarmee voor de houten funderingspalen van het pand van [eiser].

7.5.3

De rechtbank stelt voorop dat het een eigenaar van een pand in beginsel vrij staat dat pand naar eigen goeddunken te slopen. Deze vrijheid wordt evenwel beperkt indien door de wijze van sloop schade kan ontstaan aan belendende of naburige panden (zie de arresten van de Hoge Raad van 26 november 2004 (LJN AR1361) en 21 april 2000 (LJN AA5590)). De eigenaar van het te slopen pand zal rekening moeten houden met de mogelijkheid van schade, daarnaar onderzoek moeten doen en zonodig maatregelen ter voorkoming van schade moeten treffen.

Voor aansprakelijkheid van de opdrachtgever van de werkzaamheden, niet zijnde de feitelijke uitvoerder van het werk, moet sprake moet zijn van een onrechtmatige daad van de opdrachtgever zelf, hier dus van Zorg Compas. Het komt daarbij aan op de voorzienbaarheid van de schade, op de vraag of (voldoende en tijdig) overleg is gevoerd met [eiser] over eventuele risico’s, of (voldoende en tijdig) onderzoek is verricht om te bepalen of van de voorgenomen activiteiten schadelijke effecten te verwachten vielen, of het treffen van voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van schade redelijkerwijs mogelijk was en of het beschadigde pand bijzondere kwetsbaarheid heeft.

Niet betwist is dat voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden, behoudens de rapportage van [taxatie] van 21 juli 2005 waarbij de staat van het pand van [eiser] is opgenomen, geen onderzoek is gedaan naar de mogelijke gevolgen van de uit te voeren werkzaamheden op het pand van [eiser]. Vast staat dat Zorg Compas niet eerder dan in november 2005 een dergelijk onderzoek heeft laten verrichten. Zorg Compas heeft niet betwist dat de sloopwerkzaamheden op dat moment reeds grotendeels waren verricht. Indien, zoals [eiser] heeft gesteld, vast komt te staan dat tijdens de sloopwerkzaamheden schade is ontstaan aan het pand van [eiser] en voorts vast komt te staan dat deze schade had kunnen worden voorkomen indien door Zorg Compas (eerder) maatregelen waren getroffen die in redelijkheid van haar verwacht hadden mogen worden, dan moet Zorg Compas in beginsel voor deze schade aansprakelijk gehouden worden.

Om hierover een oordeel te kunnen geven acht de rechtbank het noodzakelijk een deskundige te benoemen. De deskundige zal worden verzocht om ten aanzien van de, aan de hand van de eerdergenoemde rapporten al dan niet te constateren, schadeposten te beoordelen of die zijn ontstaan tijdens de sloopwerkzaamheden en of deze werkzaamheden voorkomen hadden kunnen worden wanneer Zorg Compas eerder onderzoek had gedaan en maatregelen had getroffen, in aanmerking nemende de staat waarin de onroerende zaak zich voorafgaand aan de werkzaamheden bevond en de mate van kwetsbaarheid van het pand.

7.5.4

In dit kader is nog relevant de stelling van Zorg Compas dat de gestelde schade, voor zover aanwezig, ook het gevolg kan zijn van door een derde uitgevoerde bouwwerkzaamheden aan de achterzijde van de onroerende zaak van [eiser]. Niet in geschil is dat de bedoelde, door derden uitgevoerde werkzaamheden zijn aangevangen in januari 2008. [eiser] heeft gesteld dat de schade aan zijn onroerende zaak toen grotendeels reeds was ontstaan. Zorg Compas heeft dit vervolgens niet genoegzaam gemotiveerd betwist. Zorg Compas heeft slechts haar betwisting dat niet valt uit te sluiten dat mogelijke schade het gevolg is van de andere, in 2008 gestarte sloop- en bouwwerkzaamheden, herhaald. Dat is onvoldoende. Dat betekent dat de stelling dat schade aan het pand van [eiser], voor zover daarvan sprake mocht zijn, het gevolg is of kan zijn van de in 2008 aan de achterzijde van het pand van [eiser] plaatsgevonden werkzaamheden, wordt gepasseerd.

Ten aanzien van Transverko:

7.6

7.6.1

[eiser] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat (ook) Transverko aansprakelijk is voor de door hem geleden schade en Transverko te veroordelen tot vergoeding van deze schade, op te maken bij staat.

[eiser] heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat Transverko onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem door tijdens de sloopwerkzaamheden schade te veroorzaken aan zijn pand en daarmee inbreuk te maken op zijn eigendomsrechten. [eiser] heeft aangevoerd dat in september 2005, tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden, schade is ontstaan aan zijn pand, bestaande uit onder meer een gat in de zijgevel, schade aan het dak door opslag van steigermateriaal, verzakking en scheurvorming. De schade is niet, althans ten dele provisorisch, hersteld volgens [eiser].

7.6.2

Transverko heeft aangevoerd dat zij de werkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd, overeenkomstig de gestelde voorwaarden en bepalingen, zodat Transverko geen verwijt gemaakt kan worden en van aansprakelijkheid jegens [eiser] geen sprake is. Transverko wijst erop dat voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden reeds sprake was van aanzienlijke scheurvorming aan zowel de binnen- als buitenzijde van het pand, zoals ook volgt uit de rapportage van [taxatie] van 21 juli 2005. De door [eiser] gestelde schade aan het dak is volgens Transverko tot tevredenheid van [eiser] hersteld. Behoudens de schade aan het dak is volgens Transverko geen schade ontstaan door haar werkzaamheden. Transverko betwist voorts dat zij steigermateriaal op de achteraanbouw van het pand van [eiser] zou hebben geplaatst en wijst erop dat Zorg Compas haar heeft gevrijwaard voor (aansprakelijkheid voor tijdens het werk ontstane) schade.

7.6.3

De rechtbank overweegt als volgt. Transverko heeft betwist dat zij voor mogelijke schade aansprakelijk gehouden kan worden, omdat zij de sloopwerkzaamheden naar behoren en met de vereiste zorgvuldigheid heeft uitgevoerd. Zij verwijst in dat kader naar het tussen haar en Zorg Compas opgemaakte proces-verbaal van oplevering (zie hiervoor onder 2.13). Transverko miskent met deze betwisting evenwel dat de omstandigheid dat Zorg Compas de door Transverko opgeleverde sloopwerkzaamheden heeft geaccepteerd en de werkzaamheden kennelijk voldeden aan de tussen haar en Zorg Compas gesloten overeenkomst, niet betekent dat tijdens de werkzaamheden geen schade is ontstaan aan eigendommen van [eiser], waarvoor Transverko jegens [eiser] aansprakelijk kan zijn. Voorts speelt de vrijwaring waarop Transverko zich beroept in de relatie tussen Transverko en [eiser] geen rol. Transverko kan zich daarop uitsluitend in haar relatie tot Zorg Compas beroepen. Voor zover vast komt te staan dat als gevolg van de sloopwerkzaamheden schade is ontstaan aan het pand van [eiser], is sprake van een inbreuk op de eigendomsrechten van [eiser] waarvoor Transverko aansprakelijk is. Nu Transverko heeft betwist dat dergelijke schade is ontstaan, althans stelt dat voor zover schade is ontstaan deze reeds naar behoren is hersteld, en uit de door [eiser] in het geding gebrachte stukken niet aanstonds kan worden opgemaakt dat het pand door de werkzaamheden van Transverko beschadigd is geraakt, acht de rechtbank het wenselijk ook hierover het oordeel van een deskundige te vragen. De deskundige zal worden verzocht mogelijke nieuwe, voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden in juli 2005 nog niet aanwezige, schade aan het pand van [eiser] door middel van een vergelijking van de verschillende rapportages (zie hiervoor 2.5) in kaart te brengen en aan te geven waardoor deze veroorzaakt is. De deskundige zal voorts worden verzocht te beoordelen of de schade aan het dak, welke schade Transverko op zichzelf heeft erkend, al dan niet deugdelijk is hersteld zoals Transverko heeft gesteld.

Ten aanzien van Sprangers:

7.7

7.7.1

[eiser] houdt ook Sprangers aansprakelijk voor de door hem gestelde schade aan het hier bedoelde pand en voorts voor schade wegens gederfde omzet. Volgens [eiser] is het pand tijdens de door Sprangers uitgevoerde bouwwerkzaamheden beschadigd geraakt. Daarnaast heeft het bedrijf van [eiser] als gevolg van de hinder die tijdens de werkzaamheden is veroorzaakt, minder goede zaken gedaan.

7.7.2

Bij conclusie van antwoord heeft Sprangers betwist dat tijdens de bouwwerkzaamheden schade is veroorzaakt, behalve voor zover het de in september 2008 ingestorte keldermuur betreft. Sprangers beroept zich in dat kader op de rapportages van [expertisebureau] van 15 november 2006 en 22 september 2008, waaruit volgt dat er in september 2008 ten opzichte van 15 november 2006 “voor zover waarneembaar geen nieuwe of bijkomende gebreken” zijn geconstateerd. Sprangers wijst erop dat zij eerst op 5 maart 2007 is begonnen met de bouwwerkzaamheden zodat zij voor eventuele voordien ontstane schade hoe dan ook niet aansprakelijk is. Sprangers heeft voorts gesteld dat zij direct nadat de schade aan de keldermuur was ontstaan, heeft aangeboden deze te herstellen, doch dat [eiser] daaraan niet heeft meegewerkt. Sprangers heeft gesteld dat [eiser] hieraan uitsluitend wenste mee te werken indien Sprangers (ook) aansprakelijkheid erkende voor overige schades aan het pand en mee zou werken aan het uitbrengen van een deskundigenbericht, welke voorwaarden volgens Sprangers niet redelijk waren. Sprangers heeft voorts betwist dat sprake is geweest van onrechtmatige hinder, laat staan van daardoor door [eiser] geleden omzetschade.

7.7.3

Bij gelegenheid van repliek heeft [eiser] de juistheid van de rapporten van [expertisebureau], waarop Sprangers zich ten verwere beroept, betwist. Volgens [eiser] is het rapport van 22 september 2008, waarin wordt geconcludeerd dat, behoudens de ingestorte keldermuur, geen bijkomende schade is geconstateerd, niet volledig. [eiser] heeft voorts gesteld dat hij een aanbod van Sprangers om de ingestorte keldermuur te repareren heeft geweigerd omdat er eerst een deskundige moest worden aangewezen die de volledige schade zou vaststellen.

7.7.4

Sprangers heeft bij dupliek betwist dat eerst een deskundige moest worden ingeschakeld alvorens de schade aan de keldermuur kon worden hersteld en stelt dat [eiser] aansprakelijk is voor eventuele gevolgschade door het uitblijven van het herstel van de keldermuur.

7.7.5

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Sprangers gemotiveerd betwist dat tijdens de door haar uitgevoerde werkzaamheden, waarvan als onbetwist vast staat dat zij zijn aangevangen op 5 maart 2007, schade is veroorzaakt, buiten de schade wegens de ingestorte keldermuur. [eiser] heeft zijn stelling dat wèl schade is veroorzaakt vervolgens onvoldoende onderbouwd gehandhaafd. [eiser] heeft slechts de juistheid van de rapportages van Arnzt-Van Helden in twijfel getrokken, doch heeft nagelaten concreet aan te geven op welke punten deze rapportages onjuist zijn en welke schade ten onrechte niet zou zijn gerapporteerd. Dat had van [eiser] wel verwacht mogen worden. Bij gebreke daarvan is niet komen vast te staan dat Sprangers tijdens de bouwwerkzaamheden schade heeft veroorzaakt aan het pand van [eiser], zodat van onrechtmatig handelen van Sprangers jegens [eiser] geen sprake is. In zoverre moet de vordering dan ook worden afgewezen.

Voor zover het de ingestorte keldermuur betreft, geldt het volgende. Sprangers heeft erkend dat deze schade het gevolg is van de door haar uitgevoerde werkzaamheden, zodat er in zoverre plaats is voor een verklaring voor recht en een veroordeling tot schadevergoeding. Vast staat dat Sprangers reeds in 2007 heeft aangeboden de schade te herstellen, doch dat [eiser] hieraan slechts onder bepaalde voorwaarden wilde meewerken. Op [eiser] rust op zichzelf niet de plicht om Sprangers toe te laten tot herstel. Doch het weigeren van dat herstel heeft wel zekere consequenties. Op [eiser] rust immers wèl de plicht tot het beperken van zijn schade. Voor zover door het uitblijven van herstel gevolgschade is opgetreden en/of de kosten van herstel hoger zijn geworden, moet deze extra schade dan ook voor rekening van [eiser] blijven.

[eiser] heeft gesteld dat door de werkzaamheden van Sprangers onrechtmatige hinder is veroorzaakt, waardoor [eiser] zijn bedrijf minder goed kon uitoefenen en [eiser] omzet is misgelopen. Sprangers heeft dit gemotiveerd betwist, stellende dat enige hinder niet te voorkomen was doch dat geen onrechtmatige hinder is veroorzaakt. Gelet op deze betwisting had het op de weg van [eiser] gelegen nader inzichtelijk te maken waaruit de door Sprangers veroorzaakte hinder heeft bestaan. Dit heeft [eiser] niet gedaan. Niet valt in te zien dat [eiser] dit eerst na afronding van de werkzaamheden door Zorg Compas zou kunnen doen. Bij gebreke van een nadere, deugdelijke onderbouwing wordt de stelling dat onrechtmatige hinder is veroorzaakt gepasseerd. Van aansprakelijkheid van Sprangers op deze grond is dan ook geen sprake.

7.7.6

Gelet op het voorgaande ligt (uitsluitend) voor toewijzing gereed de vordering van [eiser] tot verklaring voor recht dat Sprangers voor zover het de ingestorte keldermuur betreft onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en tot veroordeling van Sprangers in de schade als gevolg van het instorten van deze muur, behoudens eventuele hierdoor ontstane extra schade, als hiervoor bedoeld. Omdat de vordering van [eiser] ertoe strekt de schade te doen vaststellen in een schadestaatprocedure, heeft geen van partijen zich tot dusverre uitgelaten over de hoogte van de schade. Het zou evenwel praktisch kunnen zijn de begroting van deze schade over te laten aan de deskundige die zal worden ingeschakeld in het geschil tussen [eiser] enerzijds en Zorg Compas en Transverko anderzijds. [eiser] zal worden verzocht zich hierover bij conclusie na tussenvonnis uit te laten, evenals over de omvang van de schade terzake de ingestorte keldermuur. Vervolgens zal Sprangers hierop bij antwoordconclusie kunnen reageren.

Het te bevelen deskundigenonderzoek:

7.8

7.8.1

De rechtbank stelt voor, met inachtneming van het hiervoor onder 7.5.3, 7.6.3 en 7.7.6 bepaalde, de navolgende vragen aan de in te schakelen deskundige(n), te stellen:

1. Constateert u op grond van een vergelijking van de hiervoor onder 2.5 genoemde rapporten, voor zover deze rapporten de staat van het pand aan de [adres] tot 5 maart 2007 betreffen, dat in de periode tussen juli 2005 en 5 maart 2007 schade is ontstaan aan de onroerende zaak, daarbij buiten beschouwing latend de mogelijke schade die het directe gevolg is van het niet meer afgeschermd zijn van de zijgevel van dit pand?

Indien de onder 1 geformuleerde vraag met ja is beantwoord:

2. Waaruit bestaat de ontstane schade exact? (zo gedetailleerd mogelijk uitsplitsen van de verschillende schades)

3. Kunt u zo exact mogelijk aangeven op welk moment deze schade(s) is/zijn ontstaan?

4. Wat is de oorzaak of wat zijn de oorzaken van de schade(s)? Zo mogelijk uitsplitsen per schadepost.

5. Had(den) de schade(s) voorkomen kunnen worden door meer/anders (voorafgaand) onderzoek uit te voeren naar de gevolgen van de sloopwerkzaamheden voor het pand van [eiser] en/of door op grond van de uitkomsten van dat onderzoek, het treffen van maatregelen door Zorg Compas?

6. Indien vraag 5 met “ja” is beantwoord, waaruit hadden deze maatregelen moeten bestaan? Wat zijn globaal gezien de kosten hiervan? Zijn deze maatregelen gebruikelijk?

7. Voor zover tijdens de sloopwerkzaamheden schade is ontstaan aan het dak van het pand van [eiser], is deze schade inmiddels deugdelijk hersteld?

7.8.2

[eiser], Zorg Compas en Transverko zullen in dit kader worden opgedragen de onder 2.5 genoemde rapporten inclusief alle bijbehorende foto’s en bijlagen (ook voor zover deze niet bij de processtukken zijn overgelegd) aan de nog te benoemen deskundige te overleggen.

7.8.3

Voordat tot benoeming van (een) deskundige(n) wordt overgegaan, zal de rechtbank [eiser], Zorg Compas en Transverko bij (antwoord)conclusie na tussenvonnis in de gelegenheid stellen zich uit te laten over het aantal, het specialisme en de persoon/ personen van de te benoemen deskundige(n) en over de hiervoor geformuleerde, aan de deskundige(n) voor te leggen vragen, alsmede over het maximaal aanvaardbaar te achten voorschot voor het deskundigenonderzoek. Het verdient de voorkeur dat Zorg Compas, Transverko en [eiser] aan de rechtbank een eenparig geformuleerd voorstel doen omtrent de perso(o)n(en) van de deskundige(n). Indien partijen daarin niet slagen, wordt hen verzocht ieder voor zich gemotiveerd aan te geven tegen welke door de andere partij(en) voorgestelde deskundige(n) zij bezwaar hebben.

7.8.4

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. [eiser] zal derhalve worden belast met betaling van het voorschot. Bij eindvonnis zal worden beslist welke partij deze kosten dient te dragen.

In reconventie

7.9

Zorg Compas heeft in reconventie betaling door [eiser] van stabiliseringskosten, tijdskosten en buitengerechtelijke kosten gevorderd. Deze vorderingen zullen hieronder afzonderlijk worden behandeld.

De stabiliseringskosten

7.9.1

Zorg Compas heeft aan haar vordering tot betaling door [eiser] van een bedrag van

€ 6.956,92 ten grondslag gelegd dat Zorg Compas in 2006 onverplicht maatregelen heeft getroffen om de stabiliteit van het pand van [eiser] te waarborgen. Zorg Compas heeft in dat kader aangevoerd dat tijdens de sloopwerkzaamheden in 2005 twijfel is ontstaan over de standzekerheid van het pand van [eiser]. De oorzaak van deze instabiliteit was niet gelegen in de in opdracht van Zorg Compas uitgevoerde sloop- en bouwwerkzaamheden. Het betrof volgens Zorg Compas een reeds bestaand gebrek c.q. zwakke plek van het pand die door de sloop- en bouwwerkzaamheden slechts aan het licht is gekomen en waarvoor [eiser] als eigenaar van het pand het risico draagt. Zorg Compas heeft [eiser] eerst verzocht de benodigde maatregelen ter stabilisering van het pand zelf te treffen. Toen [eiser] dat weigerde heeft Zorg Compas de voorzieningen onverplicht aangebracht. [eiser] is gehouden de met deze voorzieningen gemoeide kosten, die Zorg Compas uit hoofde van zaakwaarneming heeft gemaakt, aan Zorg Compas te vergoeden.

Volgens Zorg Compas is [eiser] met de betaling van het hier gevorderde bedrag op grond van artikel 6:83c BW in verzuim geraakt omdat Zorg Compas uit de mededelingen en gedragingen van [eiser] moest afleiden dat [eiser] deze kosten niet zou voldoen.

7.9.2

[eiser] heeft betwist dat sprake is van zaakwaarneming en dat hij gehouden is de kosten van het stabiliseren van zijn pand te voldoen. Volgens [eiser] is de instabiliteit van het pand het gevolg van de in opdracht van Zorg Compas uitgevoerde sloop- en bouwwerkzaamheden. Het treffen van voorzieningen was niet nodig geweest indien Zorg Compas niet was overgegaan tot sloop en nieuwbouw op de wijze waarop Zorg Compas dat heeft gedaan. Dat wordt volgens [eiser] onderschreven door de rapportages van [ingenieursbureau] van 13 januari 2006 en van ZNEB van 11 oktober 2006. Volgens [eiser] heeft Zorg Compas gekozen voor een riskante werkwijze en heeft zij, tegen het advies van [ingenieursbureau] in, niet gekozen voor het plaatsen van damwanden en het aanbrengen van een gesloten bouwput.

[eiser] heeft tenslotte aangevoerd dat Zorg Compas in deze procedure voor het eerst aanspraak op betaling van het hier bedoelde bedrag heeft gemaakt, zodat [eiser] te dien aanzien niet in verzuim is komen te verkeren.

7.9.3

[eiser] heeft betwist dat hij ten aanzien van deze vordering in verzuim verkeert. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. Verzuim treedt in wanneer de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden en de schuldenaar terzake ingebreke is gesteld. Een vordering als de onderhavige tot vergoeding van schade is opeisbaar vanaf het moment dat de schade is geleden. Uit de door Zorg Compas als productie 12 overgelegde factuur moet worden opgemaakt dat de kosten verband houdend met het stabiliseren van het pand op 13 november 2006 door Zorg Compas betaald moesten worden. Aangenomen moet worden dat dit bedrag in ieder geval voorafgaand aan de dagvaarding door Zorg Compas is betaald, waarmee de vermeende schade is geleden en de vordering tot vergoeding daarvan dus opeisbaar is (indien daar een grondslag voor wordt vastgesteld). Hoewel uit de stukken niet blijkt van een schriftelijke ingebrekestelling, oordeelt de rechtbank dat [eiser] in ieder geval op enig moment ná het nemen van de conclusie van eis in reconventie, waarbij door Zorg Compas (onder meer) deze vordering is ingesteld, in verzuim is komen te verkeren. Een ingebrekestelling heeft tot doel de schuldenaar nog een redelijke termijn tot nakoming te gunnen. Na het instellen van de reconventionele eis heeft [eiser] nog ruim de gelegenheid gehad om de door Zorg Compas gestelde verplichting tot betaling van de stabiliseringskosten na te komen. Uit de ten processe gebleken houding van [eiser] is duidelijk geworden dat [eiser] deze vordering niet wil voldoen.

7.9.4

Zorg Compas heeft aangevoerd dat zij de hier bedoelde kosten ter stabilisering van het pand van [eiser] onverplicht heeft gemaakt ter behartiging van de belangen van [eiser]. [eiser] heeft dat betwist, stellende dat de noodzaak tot het maken van deze kosten is ontstaan door de sloop- en bouwwerkzaamheden die in opdracht van Zorg Compas zijn uitgevoerd. Zorg Compas heeft dat op haar beurt betwist, stellende dat de instabiliteit van het pand van [eiser] reeds voor de uitvoering van de sloop- en bouwwerkzaamheden bestond. Slechts in deze laatste situatie heeft Zorg Compas aanspraak op vergoeding door [eiser] van het bedoelde bedrag. Immers, indien vast komt te staan dat, zoals [eiser] heeft aangevoerd, het pand instabiel is geworden door de in opdracht van Zorg Compas uitgevoerde sloop- en bouwwerkzaamheden, dient Zorg Compas deze kosten te dragen. Gezien de gemotiveerde betwisting van [eiser] staat niet vast dat de oorzaak van de instabiliteit reeds bestond voorafgaand aan de in opdracht van Zorg Compas in 2005 uitgevoerde werkzaamheden en niet samenhangt met deze werkzaamheden. De in conventie in te schakelen deskundige zal worden verzocht dit te onderzoeken. In dat kader stelt de rechtbank voor de volgende vraag aan de deskundige te stellen:

- Zijn de werkzaamheden ter stabilisering van het pand van [eiser], gefactureerd aan Zorg Compas op 13 oktober 2006 (productie 12 bij de conclusie van antwoord in conventie/conclusie van eis in reconventie), noodzakelijk geworden vanwege de voorafgaand aan die stabiliseringswerkzaamheden in opdracht van Zorg Compas uitgevoerde sloop- en/of bouwwerkzaamheden of was sprake van een reeds bestaande noodzaak tot stabilisering van het pand van [eiser] die door de sloop- en bouwwerkzaamheden slechts aan het licht is gekomen?

De rechtbank zal Zorg Compas en [eiser] in de gelegenheid stellen zich over deze vraag uit te laten.

De tijdskosten

7.9.5

Zorg Compas heeft betaling door [eiser] van een bedrag voor “tijdskosten” gevorderd. Zorg Compas doelt hiermee op tijd die zij heeft gestoken in onder meer de communicatie met [eiser] over de uitvoering van de werkzaamheden, zoals het behandelen van schademeldingen van [eiser] en het (tevergeefs) overleggen met [eiser].

[eiser] heeft de verschuldigdheid van deze kosten betwist. [eiser] heeft aangevoerd dat deze kosten voor rekening van Zorg Compas moeten blijven, omdat Zorg Compas degene is die met het veroorzaken van schade aan het pand de noodzaak tot het maken van deze kosten in het leven heeft geroepen.

De rechtbank stelt vast dat Zorg Compas niet duidelijk heeft gesteld wat de grondslag van haar vordering is. Voor zover Zorg Compas meent dat [eiser] voor de gestelde tijdskosten op grond van een onrechtmatige daad aansprakelijk is, heeft Zorg Compas dat onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. De enkele omstandigheid dat met grote regelmaat contact moest worden gelegd met [eiser] en veelvuldig (tevergeefs) overleg met hem moest worden gevoerd, is niet een omstandigheid die [eiser] kan worden aangerekend. Dat is een omstandigheid die Zorg Compas, als opdrachtgeefster van de sloop van een pand met aangrenzende bebouwing, voor lief moet nemen. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] onredelijk veel aandacht en tijd van Zorg Compas heeft gevraagd en op die manier onrechtmatig heeft gehandeld jegens Zorg Compas.

De buitengerechtelijke kosten

7.9.6

De vordering van Zorg Compas tot betaling door [eiser] van buitengerechtelijke kosten wordt aangehouden.

In conventie en in reconventie

7.10

Alle overige beslissingen worden aangehouden.

8 De beslissing

De rechtbank,

in conventie en in reconventie:

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 10 februari 2010 voor het nemen van een conclusie na tussenvonnis door [eiser] als bedoeld in overwegingen 7.7.6, 7.8.3 en 7.9.4, waarop de andere partijen kunnen reageren bij antwoordconclusie na tussenvonnis, waarbij zij zich tevens kunnen uitlaten als onder 7.7.6, 7.8.3 en 7.9.4 aangegeven;

houdt alle overige beslissingen aan;

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans.

Uitgesproken in het openbaar.

1861/1694