Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BL2978

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
08-02-2010
Zaaknummer
325430 / HA ZA 09-546
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Provisionele vordering ex artikel 223 Rv. Internationale handelskoop. CISG (Weens Koopverdrag). Uitleg overeenkomst. Afspraken gemaakt met betrekking tot verrekening? Verrekening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 325430 / HA ZA 09-546

Uitspraak: 25 november 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de vennootschap naar Spaans recht

POTIPORA ALIMENTOS S.L.,

gevestigd te Valle de Trapaga -Vizcaya, Spanje,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. I.A. van Rooij,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLOBAL PRODUCERS B.V.,

gevestigd te Venlo,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J. Kneppelhout.

Partijen worden hierna aangeduid als "Potipora" respectievelijk "Global".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 21 augustus 2008 voor de rechtbank Roermond, tevens houdende incidentele provisionele vordering ex artikel 223 Rv, met 15 producties;

- vonnis van de rechtbank Roermond d.d. 11 februari 2009, waarbij de zaak in de stand waarin zij zich bevond is verwezen naar deze rechtbank , alsmede de aan dat vonnis ten grondslag liggende stukken;

- betekenings- en oproepingsexploot van 18 februari 2009, waarbij Potipora Global heeft opgeroepen om voor deze rechtbank te verschijnen;

- conclusie van antwoord ten aanzien van de provisionele vordering, met 3 producties.

2. Het geschil

De vordering in de hoofdzaak

2.1 Potipora vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Global zal veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 82.475,54, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 77.220,- vanaf 21 augustus 2008 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Global in de kosten van het geding, met verrekening van hetgeen Global in het kader van haar provisionele eis aan Potipora mocht hebben betaald.

2.2 Potipora heeft aan haar vorderingen de volgende stellingen ten grondslag gelegd. Tussen Potipora en Global is een koopovereenkomst gesloten op grond waarvan Potipora aan Global druiven heeft geleverd, welke levering Potipora bij factuur van 12 december 2007 (verder ook aangeduid als de factuur) ad € 77.220,- aan Global in rekening heeft gebracht. Tot op heden heeft Global, ondanks aanmaning en ingebrekestellingen, deze factuur niet betaald. De rente tot en met 20 augustus 2008 bedraagt € 5.255,54.

Het geschil in het incident

2.3 Potipora vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad bij wege van voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv Global zal veroordelen om aan haar als voorschot op haar vordering in de hoofdzaak te betalen een bedrag van € 62.220,-, althans een door de rechtbank behoorlijk te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.

2.4 Potipora heeft aan deze incidentele vordering de stelling ten grondslag gelegd dat het onredelijk is dat Global weigert om ook het bedrag van € 62.220,- te betalen, terwijl zij de verschuldigdheid van dit bedrag niet betwist. Het dispuut betreft slechts een bedrag van € 15.000,-, op welk bedrag Global aanspraak maakt bij wijze van schadevergoeding, maar welke aanspraak Potipora betwist. Het verschil tussen dat bedrag en de op zichzelf niet betwiste hoofdsom van de vordering van Potipora, derhalve het bedrag van € 62.220,-, is Global in ieder geval verschuldigd. Gelet op de te verwachten duur van een civiele procedure zou het niet redelijk zijn indien voor het gehele bedrag het eindvonnis in de hoofdzaak afgewacht moet worden, omdat de financiële positie van Potipora niet toelaat daarop te wachten..

2.5 Global heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering met veroordeling van Potipora in de kosten van het geding. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

2.6 Ten eerste betwist Global dat Potipora voldoende (spoedeisend) belang heeft bij haar vordering in het incident.

Voorts voert Global het volgende aan. Eerder in 2007 heeft Potipora aan Global een partij mango’s geleverd die van slechte kwaliteit was. Global heeft tengevolge hiervan schade geleden, welke partijen gezamenlijk hebben vastgesteld op € 60.000,-. Zij is met Potipora overeengekomen dat van deze schade een bedrag van € 40.000,- voor rekening van Potipora zou komen. Daarbij is afgesproken dat Potipora daartoe twee creditfacturen van respectievelijk € 25.000,- en € 15.000,- zou sturen, de laatste aan het einde van het druivenseizoen van 2007. Global heeft slechts een bedrag van € 25.000,- gecrediteerd terwijl het druivenseizoen 2007 al is afgelopen. Daarom dient het bedrag van € 15.000,- in mindering gebracht te worden op de factuur, te weten de laatste factuur van het druivenseizoen. Nu deze creditering en verrekening nog niet heeft plaatsgevonden hoeft Global thans nog niets te betalen. Bovendien is het voor Global boekhoudkundig niet mogelijk om hangende de creditering aan Potipora te betalen.

Ten slotte beroept Global zich op een opschortingsrecht. Hangende de creditering van € 15.000,- waartoe Potipora verplicht is, kan van Global niet verlangd worden dat zij aan Potipora betalingen verricht.

3. De beoordeling in het incident

toepasselijk recht

3.1 De rechtbank overweegt voorlopig het volgende over de gevorderde voorlopige voorziening.

3.2 Voor een provisionele vordering als bedoeld in artikel 223 Rv is - naast samenhang met de vordering in de hoofdzaak - vereist dat de eisende partij voldoende belang bij de vordering heeft, hetgeen het geval is indien niet van haar kan worden gevergd dat zij de afloop van de bodemprocedure afwacht, zoals wanneer het provisioneel gevorderde te zijner tijd in de hoofdzaak zal worden toegewezen. Daarnaast dient de rechter de wederzijdse belangen af te wegen tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de hoofdprocedure en van de proceskansen van partijen daarin.

3.3 Nu de koopovereenkomst tussen Potipora en Global roerende zaken betreft en partijen gevestigd zijn in Spanje en Nederland, welke staten beide partij zijn bij het op 11 april 1980 te Wenen gesloten Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (hierna: Weens Koopverdrag), is op de onderhavige koopovereenkomst in beginsel het Weens Koopverdrag van toepassing.

3.4 In artikel 13 lid 1 van de op de overeenkomst van toepassing verklaarde ‘General Conditions’ van Potipora, waarvan Global de toepasselijkheid aanvaardt, staat dat ‘1. Only Dutch law applies to all offers, agreements, sales as well as other agreements entered into with Timbaúba Agricola S.A. and all the resulting obligations, irrespective of the question where these obligations have to be executed ‘.

Timbaúba Agricola S.A. is de moedermaatschappij van Potipora en wat voor Timbaúba Agricola S.A. geldt, geldt tevens, zo begrijpt de rechtbank uit de aanhef van deze ‘General Conditions’, voor de ‘related companies’ zoals Potipora.

Lid 2 van dit artikel luidt: ‘For international transactions the applicability of the so called Uniform Commercial Codes and the Vienna Conventions (UN Convention on Contracts for the International Sale of Goods) are not explicitly excluded’.

3.5 In artikel 13 lid 1 van de ‘General Conditions’ is derhalve een rechtskeuze gedaan voor Nederlands recht. Dat in lid 2 van artikel 13 staat dat het Weens Koopverdrag niet expliciet wordt uitgesloten – Global betoogt dat het hier een schrijffout betreft – geeft aan dat Nederlands recht zonder uitsluiting van het Weens Koopverdrag van toepassing is. Het tweede lid van artikel 13, met name het woord ‘not’, heeft dus een redelijke inhoud, zodat er geen aanleiding bestaat aan te nemen dat het een schrijffout betreft.

Naar voorlopig oordeel is daarom Nederlands recht en het Weens Koopverdrag op de rechtsverhouding van partijen van toepassing.

vordering Potipora?

3.6 In 2007 is kennelijk tevens een koopovereenkomst gesloten tussen Global en Potipora met betrekking tot een partij mango’s. De mango’s waren volgens Global van slechte kwaliteit. Tussen Global en Potipora staat vast dat zij eind september-begin oktober 2007 over de kwaliteit van de partij mango’s afspraken hebben gemaakt, maar zij verschillen van mening over de inhoud van deze afspraken. Potipora betwist dat overeengekomen is dat zij naast haar creditering van € 25.000,- een bedrag van € 15.000,- in mindering moet brengen op de factuur, haar laatste factuur van het druivenseizoen 2007.

Potipora heeft bij haar vordering in het incident rekening gehouden met het hiervoor genoemde geschil door voorlopig betaling van een bedrag van € 62.220,- te vorderen als zijnde het bedrag waarvan niet in geschil is dat Global dit moet betalen.

3.7 Gesteld noch gebleken is dat Global de verschuldigdheid van het bedrag van de factuur als zodanig betwist zodat, rekening houdende met het dispuut over € 15.000,-, Potipora in ieder geval aanspraak heeft op een bedrag van € 62.220,-.

afspraken

3.8 Global stelt dat zij niets hoeft te betalen aan Potipora zolang Global geen creditfactuur ad € 15.000,- heeft ontvangen en het bedrag in mindering is gebracht op de factuur van 12 december 2007.

Ter onderbouwing van haar stelling heeft Global verwezen naar een emailbericht van 1 oktober 2007. Het betreft een mail van Global aan Potipora waarin Global - voor zover hier van belang - meedeelt:“(…) like discussed last week we are getting a creditnote of 25.000 € for lost fruits/repacking, the other 15.000 € will be looked after brasil grapesseason if there are possibillities to pay later….(…)”. Uit dit citaat blijkt dat Global van mening is dat er nog iets geregeld moet worden met betrekking tot ‘the other € 15.000,-’. Weliswaar zou hieruit opgemaakt kunnen worden dat het bedrag van € 15.000,- een punt van bespreking is geweest tussen partijen maar wat hierover is afgesproken wordt niet duidelijk uit dit emailbericht. Uit de zinsnede ’if there are possibillities to pay later’ kan niet afgeleid worden dat (is overeengekomen dat) Global toekomstige facturen van Potipora pas hoeft te betalen nadat het bedrag van € 15.000,- is verrekend. Dat volgt evenmin uit de reactie van Potipora aan Global bij e-mail van 1 oktober 2007. Naar voorlopig oordeel staat het dispuut over de creditering van € 15.000,- dan ook niet in de weg aan een voorlopige betaling van

€ 62.220,-.

opschorting

3.9 Global heeft zich daarnaast op een opschortingsrecht beroepen.

Nog daargelaten of Global tot opschorting bevoegd is, Potipora heeft dat gemotiveerd betwist, acht de rechtbank het gelet op het tot het bedrag van € 15.000,- beperkte dispuut, niet gerechtvaardigd dat Global haar gehele betalingsverplichting ad € 77.220,- opschort. Bijzondere omstandigheden die opschorting van betaling van het veel grotere bedrag van € 62.220,- rechtvaardigen heeft Global niet gesteld.

boekhoudkundige bezwaren

3.10 Global heeft geen beroep gedaan op enige wettelijke boekhoudkundige reden die haar niet in staat zou stellen om op de factuur het bedrag van € 62.220,- te betalen. Zodanige wettelijke regel doet zich ook niet voor. Voor zover Global zich op een eigen administratieve regel bedoelt te beroepen, is dat een omstandigheid die Potipora niet regardeert en daarom geen gerechtvaardigde reden is om niet te betalen.

wettelijke rente

3.11 Hetgeen Global heeft gesteld met betrekking tot de wettelijke rente, namelijk dat zij deze niet verschuldigd is nu het aan Potipora te wijten is dat Global haar verplichtingen niet kan nakomen en zij dus niet in verzuim is, gaat gelet op hetgeen hiervoor onder 3.8 en 3.9 is overwogen niet op.

3.12 Naar voorlopig oordeel van de rechtbank zal het thans provisioneel gevorderde bedrag van € 62.220,- met rente te zijner tijd in de hoofdzaak worden toegewezen zodat Potipora reeds hierom voldoende belang heeft bij haar vordering. Nu bovendien de vordering in de hoofdzaak ruim een jaar geleden is ingesteld, Global nog geen conclusie van antwoord heeft genomen en niet kan worden uitgesloten dat voor de beoordeling in de hoofdzaak bewijslevering nodig is, valt niet op korte termijn een eindvonnis te verwachten. Wegens de omvang van het bedrag van € 62.220,-, de aannemelijkheid van de vordering tot dat beloop en de gestelde financiële positie weegt het belang van Potipora bij toewijzing zwaarder dan het belang dat Global heeft bij verder uitstel van betaling hangende het dispuut over € 15.000,-.

3.13 De rechtbank zal de incidentele voorzieningen overeenkomstig het gevorderde toewijzen.

4. de beoordeling in de hoofdzaak

4.1 De zaak zal naar de rol worden verwezen voor conclusie van antwoord aan de zijde van Global.

4.2 De rechtbank zal voor het overige iedere beslissing aanhouden.

5. De beslissing

De rechtbank,

in het incident

veroordeelt bij wege van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Global om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis tegen bewijs van kwijting aan Potipora te betalen een bedrag van € 62.220,- (zegge: tweeënzestigduizend tweehonderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van voldoening;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 23 december 2009 voor het nemen van de conclusie van antwoord door Global;

houdt voor het overige iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger.

Uitgesproken in het openbaar.

1295/1182/1928