Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BL1471

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-12-2009
Datum publicatie
01-02-2010
Zaaknummer
259748/HA ZA 06-1140
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over eigendom medische/verzorgingsproducten in containers na beslaglegging daarop. Doorverkoopovereenkomst naar recht BVI. Eigendomsovergang. Onrechtmatig handelen door samenspanning bij bedriegelijke totstandkoming en uitvoering van de aankoopovereenkomst. Inlichtingen over Israelisch recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 259748/HA ZA 06-1140

Uitspraak: 9 december 2009

VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van:

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

MEDI-PHARMA HOLDINGS LIMITED,

gevestigd te Road Town, Tortola, Britse Maagdeneilanden,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr H.T. Kernkamp,

- tegen -

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

MCNEIL-PPC INCORPORATED,

gevestigd te New Brunswick, New Jersey, Verenigde Staten van Amerika,

rechtsopvolgster van PFIZER OVERSEAS INC., gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika en PFIZER LABORATORIES (PTY) LIMITED, gevestigd te Ganteng,

Zuid-Afrika,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr R.B. Gerretsen.

Partijen worden hierna aangeduid als "Medi-Pharma" respectievelijk "McNeil", van wie de rechtsvoorgangers worden aangeduid als "Pfizer Overseas" en "Pfizer SA", deze tezamen als "Pfizer c.s.". De vennootschap El Yam International Ship Chandlers Limited wordt aangeduid als "El Yam".

1. Het verdere verloop van het geding

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van het in deze zaak gewezen vonnis van 30 juli 2008 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.

1.2

Vervolgens heeft Medi-Pharma een akte ter rolle in conventie en in reconventie genomen en heeft McNeil een akte na conclusie genomen, beide met producties.

1.3

Nadat bij rolbeschikking van 11 februari 2009 ondanks verzet pleidooi was toegestaan, hebben partijen hun standpunten doen bepleiten door hun raadslieden, die zich daarbij bedienden van pleitnotities.

2. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1

In het vonnis van 30 juli 2008 was aangegeven dat de rechtbank zich op een aantal daarin genoemde punten onvoldoende voorgelicht achtte. Partijen hebben daarna een verdere toelichting gegeven en nog enkele producties overgelegd.

de koopovereenkomst tussen Pfizer SA en El Yam

2.2

Partijen zijn het erover eens dat eind 2004 tussen Pfizer SA en El Yam een mondelinge koopovereenkomst is gesloten voor de levering door Pfizer SA van een aantal hoeveelheden medische en verzorgingsproducten op basis cif Haifa, Israël. Betaling zou plaatsvinden door middel van documentair krediet. Op deze koopovereenkomst is het recht van Zuid-Afrika van toepassing. Pfizer SA heeft blijkbaar de uitvoering van de overeenkomst opgedragen aan Pfizer Overseas. Stukken over de totstandkoming en inhoud van deze koopovereenkomst zijn overigens niet overgelegd.

de rechtsbevoegdheid van El Yam en de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [vertegenwoordiger]

2.3

Ten tijde van het sluiten van deze overeenkomst was El Yam geschrapt uit het "Registry of Corporate Affairs" van de Britse Maagdeneilanden. Nadat zulks, onder verwijzing naar een door haar overgelegde productie VI, was gesteld door Medi-Pharma en ter gelegenheid van het pleidooi namens McNeil was erkend, kan er van worden uitgegaan dat deze doorhaling inmiddels ongedaan is gemaakt en dat El Yam in haar vroegere staat is hersteld alsof de doorhaling niet had plaatsgevonden.

De rechtsbevoegdheid van El Yam om deze overeenkomst te sluiten staat aldus niet langer ter discussie.

2.4

Bij het sluiten van deze overeenkomst met Pfizer SA trad kennelijk [vertegenwoordiger] op als vertegenwoordiger van El Yam. McNeil voert nu aan dat [vertegenwoordiger] niet bevoegd was namens

El Yam overeenkomsten te sluiten. De rechtbank gaat hieraan voorbij, omdat uit de eigen stellingen van McNeil en de verdere gang van zaken blijkt dat El Yam heeft meegewerkt aan de uitvoering van deze overeenkomst, terwijl uit niets kan worden afgeleid dat El Yam zelf, bij monde van haar geregistreerde bestuurder, het standpunt heeft ingenomen dat [vertegenwoordiger] haar onbevoegd had vertegenwoordigd. Daarin ligt besloten dat El Yam de handelingen van [vertegenwoordiger] bij het sluiten van de overeenkomst in elk geval heeft bekrachtigd.

2.5

De rechtbank concludeert dat tussen Pfizer SA en El Yam een op zichzelf geldige overeenkomst is totstandgekomen, zulks afgezien van de later, bij brief van 3 mei 2007 ingeroepen nietigheid c.q. vernietiging wegens bedrog.

de uitvoering van de koopovereenkomst tussen Pfizer SA en El Yam

2.6

Als gesteld en niet weersproken staat over de de uitvoering van de koopovereenkomst tussen Pfizer SA en El Yam het volgende vast.

Deze koopovereenkomst is uitgevoerd in twee gedeelten: een eerste verscheping bestaande uit vier containers met goederen en een tweede verscheping bestaande uit drie containers met goederen.

De goederen van de eerste verscheping zijn eerst vervoerd naar Haifa en daarna vervoerd naar Newark, Verenigde Staten van Amerika, waar deze in beslag zouden zijn genomen door de douane. Voor deze goederen is aan Pfizer Overseas USD 1.138.596,63 betaald door middel van een documentair krediet.

De drie containers met goederen van de tweede verscheping zijn eerst vervoerd naar Haifa en daarna via Egypte vervoerd naar Rotterdam, waar Pfizer c.s. daarop beslag heeft doen leggen, achtereenvolgens op 13 april 2005 en 8 juli 2005. Op 7 en 8 mei 2007 heeft ook McNeil daarop nog beslag doen leggen. Op deze drie containers heeft de vordering in conventie betrekking. Voor deze goederen is aan Pfizer Overseas USD 882.350,49 betaald eveneens door middel van een documentair krediet.

eigendomsverkrijging door Medi-Pharma ingevolge koopovereenkomst met El Yam

2.7

Medi-Pharma grondt haar vordering op een door haar gesteld eigendomsrecht op de drie partijen goederen in containers, waarop Pfizer c.s. en McNeil in Rotterdam beslag hebben gelegd. Medi-Pharma stelt dat zij eigenaar is geworden ingevolge een koopovereenkomst tussen haar en El Yam met betrekking tot die goederen. Zij beroept zich in dit kader op een 'agreement' d.d. 17 september 2003 (productie II bij dagvaarding). Tevens beroept zij zich op producties I bij dagvaarding en producties II bij productie 10 bij dupliek in conventie. Medi-Pharma stelt, onder verwijzing naar een door haar als productie V overgelegde 'standpuntbepaling' van de Israëlische advocaat Y. Stein, dat ingevolge de ‘agreement’ het eigendomsrecht van de goederen vanaf de overdracht aan El Yam bij Medi-Pharma lag. Zij stelt voorts dat zij de koopprijs aan El Yam heeft betaald.

McNeil betwist deze stellingen van Medi-Pharma en betwist de inhoud van voornoemde ‘agreement’. Volgens McNeil was Medi-Pharma slechts de financier van El Yam, die ook voor El Yam de koopsom heeft betaald aan Pfizer Overseas door middel van een ten gunste van deze door Bank Hapoalim (Switzerland) Ltd. geopend documentair krediet.

Ingevolge het tussenvonnis van 30 juli 2008 diende Medi-Pharma nadere informatie te verschaffen over de door haar gestelde koopovereenkomst tussen haar en El Yam en over de door haar gestelde wijze van eigendomsverkrijging met betrekking tot die goederen ingevolge de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Medi-Pharma heeft, echter, daarover in het geheel geen nadere feiten of omstandigheden gesteld en evenmin bewijsstukken dienaangaande in het geding gebracht.

De rechtbank overweegt hieromtrent het navolgende.

2.8

Volgens de onder 2.7 bedoelde 'agreement' is tussen El Yam en Medi-Pharma een overeenkomst gesloten, die ertoe strekte dat El Yam goederen zou aankopen tegen een door beide partijen goedgekeurde prijs, welke aankopen door Medi-Pharma zouden worden gefinancierd, waarna Medi-Pharma de eigendom van die goederen zou hebben, zij deze naar eigen goeddunken verder zou verkopen en partijen de winst volgens een in die ‘agreement’ genoemde sleutel zouden verdelen.

Zoals in het tussenvonnis is overwogen, gaat hier om een raamovereenkomst. Uit deze raamovereenkomst blijkt dat El Yam en Medi-Pharma ten aanzien van de aankoop van bepaalde goederen tegen een bepaalde prijs een nadere overeenkomst zouden dienen te sluiten. De geldigheid van de raamovereenkomst en de nadere overeenkomst zou - bij gebreke van een rechtskeuze - moeten worden beoordeeld naar het recht van de Britse Maagdeneilanden, waar verkoper El Yam en tevens koper Medi-Pharma waren gevestigd.

McNeil heeft haar betwisting van een koopovereenkomst van de goederen tussen El Yam en Medi-Pharma gehandhaafd. Zij heeft daarbij verwezen naar een door haar als productie 20 overgelegde 'legal opinion' van Harney Westwood & Riegels, advocaten op de Britse Maagdeneilanden, waarin onder meer is vermeld dat de 'agreement' d.d. 17 september 2003 "assessed individually reflects the terms of a very general agreement that does not specify its duration or the type of "goods" that will be the subject of the contract. It does not therefore by itself reflect an agreement for the transfer of the OTC products [te weten de door Pfizer aan El Yam verkochte 'over the counter' producten; rechtbank] from El Yam to Medi-Pharma".

Deze opinie ten aanzien van het recht van de Britse Maagdeneilanden is niet gemotiveerd weerlegd, zodat de rechtbank van de juistheid van de inhoud daarvan uitgaat. Op grond van die opinie oordeelt de rechtbank dat de raamovereenkomst naar het daarop toepasselijke recht niet valt te beschouwen als titel op grond waarvan de ‘over the counter’ producten door El Yam aan Medi-Pharma in eigendom kunnen zijn overgedragen, en dat naar het recht van de Britse Maagdeneilanden voor een dergelijke overdracht een nadere, meer specifieke overeenkomst was vereist.

Mede gelet op hetgeen onder 2.7 hierboven is overwogen, is onvoldoende gesteld of gebleken dat zodanige overeenkomst met betrekking tot de drie partijen goederen is gesloten tussen El Yam en Medi-Pharma.

2.9

Uit het voorgaande volgt dat het door Medi-Pharma ingenomen standpunt, dat ingevolge de ‘agreement’ het eigendomsrecht van de goederen vanaf de overdracht aan El Yam bij Medi-Pharma lag, niet voor juist kan worden gehouden.

Voor zover het standpunt van Medi-Pharma tevens inhoudt dat zij - ook zonder daartoe strekkende nadere overeenkomst - eigenaar van de goederen is geworden, diende zij dit standpunt, zoals in het tussenvonnis onder 7.9 is overwogen, toe te lichten en te onderbouwen hoe deze eigendomsovergang zou hebben plaatsgevonden en welke rechtsregels daarop van toepassing waren. Dit heeft Medi-Pharma nagelaten.

Uit de niet betwiste stukken waarop Medi-Pharma zich beroept kan slechts, kort samengevat, worden afgeleid (1) dat Medi-Pharma en de in haar opdracht handelende Bank Hapoalim (Switzerland) Ltd. hebben gezorgd voor de betaling aan Pfizer Overseas van de koopprijs voor de goederen van de tweede verscheping onder een ten verzoeke van El Yam door deze bank geopend documentair krediet, (2) dat deze bank de op de drie containers met die goederen betrekking hebbende originele cognossementen heeft ontvangen en deze in opdracht van Medi-Pharma heeft verzonden aan Mediterranean Lloyd in Haifa, die de drie containers met goederen aldaar in ontvangst heeft genomen en (3) dat Mediterranean Lloyd de drie containers met goederen op verzoek van Medi-Pharma heeft laten vervoeren van Haifa via Egypte naar Rotterdam.

De door Medi-Pharma overgelegde 'standpuntbepaling' van Y. Stein verschaft over deze gang van zaken geen nadere - voldoende concrete - feiten die, indien bewezen, tot het oordeel zouden leiden dat Medi-Pharma door deze feitelijke constellatie de eigendom van de drie containers met goederen heeft verkregen. Deze gang van zaken kan ook op een andere rechtsverhouding dan eigendomsoverdracht aan Medi-Pharma duiden, bij voorbeeld op financiering van El Yam door Medi-Pharma zoals McNeil aanvoert.

2.10

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de stellingen van Medi-Pharma over de eigendomsverkrijging onvoldoende feitelijk onderbouwd om haar tot bewijs ervan te kunnen toelaten. Daarom gaat de rechtbank aan die stellingen voorbij.

2.11

Uit het voorgaande volgt dat de dragende stelling van de vordering in conventie niet voor juist kan worden gehouden, zodat deze vordering moet worden afgewezen. De uitspraak wordt aangehouden totdat ook uitspraak kan worden gedaan over de vordering in reconventie.

de vordering in reconventie

2.12

De vordering in reconventie berust op de stelling dat El Yam en Medi-Pharma, gezamenlijk handelend, Pfizer c.s. hebben bedrogen ten aanzien van de koopovereenkomst tussen

Pfizer SA en El Yam en dat zij daarom hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door Pfizer/McNeil daaruit voortvloeiende schade. Deze vordering jegens Medi-Pharma is kennelijk gebaseerd op een door haar gepleegde onrechtmatige daad.

2.13

McNeil stelt daartoe het volgende. Het eerste contact tussen El Yam, in de persoon van [vertegenwoordiger] en Pfizer SA, vertegenwoordigd door [X], vond plaats in november 2003 per telefoon. Vervolgens hebben medewerkers van Pfizer SA El Yam bezocht in Tel Aviv, Israël. El Yam heeft tegenover Pfizer SA aangegeven dat zij de vaste leverancier was van de 'UN peace keeping forces in the Middle East' en dat de betreffende producten zouden worden doorverkocht en geleverd aan vredestroepen van de VN in het Midden Oosten. Om die reden was Pfizer SA bereid aan El Yam een korting te geven van 50% op de normale verkoopprijzen. Er zijn documenten getoond en er is een bezoek gebracht aan opslagruimtes in Haifa en Tel Aviv/Jaffa (van Mediterranean Lloyd en Classica International Ltd.).

Daarop is een mondelinge koopovereenkomst gesloten. De koop geschiedde onder de voorwaarde dat alle producten aan de VN zouden worden geleverd. Achteraf bleek dat de beweringen van El Yam onwaar waren en dat de producten niet aan de VN zijn geleverd: een eerste zending van vier containers (vanuit de USA naar Haifa verscheept op 28 november 2004) is vanaf Haifa terugvervoerd naar de USA, de tweede zending van de onderhavige drie containers (vanuit de USA naar Haifa verscheept in januari/februari 2005) is terugvervoerd naar Rotterdam.

El Yam heeft Pfizer SA bewust door onjuiste mededelingen ertoe bewogen de koopovereenkomst aan te gaan. Pfizer SA zou deze overeenkomst anders niet (onder dezelfde voorwaarden) hebben gesloten. Derhalve was de overeenkomst vernietigbaar wegens bedrog.

Medi-Pharma was van dit bedrog volledig op de hoogte en heeft met El Yam samengespannen om Pfizer te bedriegen.

Nadat de eerste producten aan El Yam waren geleverd, heeft Pfizer El Yam gevraagd om bewijs van toezending van de eerste lading aan de VN. Er is toen een groot aantal valse documenten opgemaakt en door El Yam naar Pfizer SA gestuurd, waaruit zou moeten blijken dat de producten aan de VN verkocht en verstuurd zouden zijn. Deze valse documenten zijn gemaakt door [vertegenwoordiger] met medewerking of medeweten van [Y], één van de 'signatories' van Medi-Pharma en de daarop vermelde gegevens zijn door [Y] en [Z] van Mediterranean Lloyd verzonnen tijdens een bijeenkomst in het huis van Ze'ev Vigdor in Israël, een andere 'signatory' van Medi-Pharma.

Op grond van deze documenten is de handel tussen Pfizer en El Yam hervat en kon El Yam op 10 januari 2005 de order plaatsen ten aanzien van de producten die de inzet van deze procedure (in conventie) vormen.

2.14

Deze stellingen zijn door Medi-Pharma gemotiveerd betwist. Zij voert aan dat Pfizer bevreesd was dat de Amerikaanse overheid haar zou betrappen op ontduiking van een voor Amerikaanse bedrijven geldend handelsembargo, alsmede dat Pfizer parallelimport van de onderhavige goederen tegen lage prijzen op de Amerikaanse markt wilde verhinderen.

Medi-Pharma wijst erop dat de stelling van McNeil dat Pfizer SA is bedrogen ziet op de onderhandelingen over het sluiten van de koopovereenkomst tussen Pfizer SA en El Yam en dat er in deze fase geen verband bestond met Medi-Pharma.

Volgens Medi-Pharma heeft Pfizer SA overigens geen korting verleend op de normaal geldende prijzen en heeft Pfizer geen schade geleden.

2.15

Het gestelde onrechtmatige handelen door Medi-Pharma in samenwerking met El Yam is door de overgelegde producties (enige vertalingen van verhoren door de Israëlische politie en enkele schriftelijke verklaringen) nog onvoldoende komen vast te staan. McNeil dient dit nader te bewijzen.

2.16

Bij gebreke van concrete aanwijzingen voor het tegendeel localiseert de rechtbank de aan Medi-Pharma verweten onrechtmatige gedragingen in Israël. Ingevolge art. 7 j° art. 3 van de Wet conflictenrecht onrechtmatige daad is het recht van Israël van toepassing op onder meer de gronden voor en de omvang van de aansprakelijkheid. Voor de vraag of onrechtmatige gedragingen van vertegenwoordigers van Medi-Pharma ([Y en A]) kunnen worden toegerekend aan Medi-Pharma zou tevens het recht van de Britse Maagdeneilanden van belang kunnen zijn.

2.17

Alvorens naar de juistheid van de gestelde feiten een nader onderzoek in te stellen, behoeft de rechtbank nadere informatie over de inhoud van het toepasselijke recht. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich erover uit te laten of en onder welke voorwaarden de door McNeil gestelde feiten naar het daarop toepasselijke recht een onrechtmatige daad opleveren van Medi-Pharma jegens de rechtsvoorgangers van McNeil. Daartoe zal de zaak worden verwezen naar de rol, waar McNeil als eerste aan het woord zal zijn.

3. De beslissing

De rechtbank,

in conventie:

houdt iedere uitspraak aan;

in reconventie:

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 3 februari 2010 voor akte aan de zijde van McNeil.

Dit vonnis is gewezen door mrs Van Zelm van Eldik, Sprenger en Van Schouwenburg-Laan.

Uitgesproken in het openbaar.

10/1928/1885