Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BK4271

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-11-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
321932 / HA ZA 09-80
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Derdenbeslag op 47 geladen containers. Meebetekende lijst met containernummers is gedeeltelijk onleesbaar. Advocaat beslaglegger stuurt aan de derde per e-mail een leesbare lijst, welke e-mail echter wordt tegengehouden door spamfilter van derde-beslagene.

E-mailbericht heeft werking ingevolge art. 3:37 lid 3 tweede volzin BW. Afgifte containers door derde-beslagene in weerwil van beslag onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2010/75

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 321932 / HA ZA 09-80

Uitspraak: 18 november 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EWF B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr B.S. Janssen,

- tegen -

1. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

SAC INTERNATIONAL STEEL INC.,

gevestigd te Los Angeles, Californië, Verenigde Staten van America,

gedaagde

niet verschenen

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ECT DELTA TERMINAL B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr G. Noordam.

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk "EWF", "SAC" en "ECT".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 3 oktober 2008 en de door EWF overgelegde producties;

- conclusie van antwoord van ECT;

- conclusie van repliek;

- conclusie van dupliek van ECT.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

EWF heeft in opdracht van SAC een zending steel coils, die in Rotterdam was aangekomen in beschadigde containers, in 47 nieuwe containers gestuwd, de zending vervoersklaar gemaakt en douaneformaliteiten verzorgd. EWF heeft daarvoor aan SAC € 127.198,- in rekening gebracht.

2.2

Omdat deze factuur grotendeels onbetaald was gebleven, heeft EWF, na daartoe verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter in deze rechtbank, op 19 september 2008 conservatoir derdenbeslag doen leggen op de zending steel coils die zich in de containers bevond op het terrein van ECT te Rotterdam, tot verhaal van een op € 129.000,- begrote vordering.

2.3

Na de beslaglegging zijn de 47 containers door ECT aan boord van het ms CMA CGM Balzac geladen, waarna het schip op 20 september 2008 is vertrokken met bestemming

Ho Chi Minhstad in Vietnam.

2.4

Nadat (de raadsman van) EWF op 22 september 2008 had vernomen dat de containers met de steel coils door ECT waren vrijgegeven en waren vertrokken, is bezien of het mogelijk was om de containers in de tussenhaven Southampton in beslag te nemen. Dat bleek echter redelijkerwijs niet uitvoerbaar.

3. De vordering

3.1

De vordering luidt, verkort weergegeven, om bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

ten aanzien van SAC:

-SAC te veroordelen tot betaling aan EWF van € 79.302,59 met diverse rentebedragen,

€ 1.788,- met rente en € 449,79 met rente;

ten aanzien van ECT:

-ECT te veroordelen tot betaling aan EWF van € 7.367,54,

-ECT voorwaardelijk - voor zover zou komen vast te staan dat het onder ECT gelegde beslag door EWF niet zal kunnen worden uitgewonnen - te veroordelen tot betaling aan EWF van al hetgeen waartoe SAC zal worden veroordeeld aan EWF te betalen, althans subsidiair voor recht te verklaren dat ECT de door SAC aan EWF ter zake van het voorgaande verschuldigde bedragen dient te vergoeden, indien zal blijken dat die vordering van EWF op SAC niet zal kunnen worden verhaald op de steel coils waarop onder ECT beslag is gelegd;

ten aanzien van SAC en ECT:

-met hun veroordeling in de kosten van het geding.

3.2

EWF heeft aan de vordering - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

-de onbetwiste vordering van EWF op SAC beloopt € 79.302,59 in hoofdsom, te vermeerderen met diverse bedragen aan wettelijke rente ex art. 6:119a BW, te weten:

.over € 127.198,- van 30 juli 2008 tot en met 15 augustus 2008

.over € 113.585,- van 15 augustus 2008 tot en met 18 september 2008

.over € 99.749,40 van 18 september 2008 tot en met 22 september 2008

.over € 79.302,59 vanaf 22 september 2008 tot de dag van voldoening;

-SAC dient tevens beslag- en vertaalkosten te vergoeden ten bedrage van € 449,79;

-EWF heeft buitengerechtelijke kosten moeten maken die worden beperkt tot € 1.788,-;

-ECT heeft door het vrijgeven van de beslagen containers met de steel coils onrechtmatig gehandeld jegens EWF;

-voor het geval de vordering van EWF op SAC niet kan worden verhaald op de zending steel coils en het beslag onder ECT niet kan worden uitgewonnen, dient ECT aan EWF de daardoor ontstane schade te vergoeden, te weten het bedrag waartoe SAC zal worden veroordeeld aan EWF te betalen;

-bovendien dient ECT aan EWF de (advocaat)kosten in Nederland en Engeland te vergoeden die EWF heeft moeten maken om te proberen de goederen nogmaals te beslaan in Southampton, ten bedrage van € 7.367,54.

4. Het verweer van ECT

4.1

Het verweer van ECT strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van EWF in de kosten van het geding.

4.2

ECT heeft daartoe - samengevat - het volgende aangevoerd:

-het beslagexploit dient op grond van art. 66 Rv nietig te worden verklaard omdat de bij het beslagrekest gevoegde containerlijst voor ECT onvoldoende leesbaar was, waardoor ECT onredelijk werd benadeeld; als gevolg van de terugwerkende kracht van de nietigverklaring is het beslag nimmer rechtsgeldig gelegd;

-ECT heeft de containers bevrijdend afgegeven; ECT heeft als derde-beslagene gedaan wat redelijkerwijze van haar kon worden gevergd: bij de betekening van het beslag heeft ECT direct aan de deurwaarder meegedeeld dat de containerlijst voor haar onvoldoende duidelijk was, zodat het voor haar onmogelijk was om uit te maken welke containers geblokkeerd dienden te worden; de deurwaarder heeft toegezegd dat hij een nieuwe lijst bij de raadsman van EWF zou opvragen; ECT mocht er daarom op vertrouwen dat zij tijdig een leesbare lijst zou verkrijgen; dat is echter niet gebeurd;

-dat ECT de per e-mail aan haar verstuurde leesbare containerlijst niet tijdig heeft ontvangen komt voor risico van EWF (art. 3:37 lid 3 BW); EWF heeft bovendien ervoor gekozen om de leesbare containerlijst niet, zoals voorgeschreven, door de deurwaarder aan haar te laten betekenen (art. 45 Rv);

-van enig verwijt of toerekenbaarheid ten aanzien van ECT is geen sprake, zodat ECT niet onrechtmatig jegens EWF heeft gehandeld;

-de gevorderde buitengerechtelijke kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

5. De beoordeling

5.1

De vordering ten aanzien van SAC wordt beoordeeld naar Nederlands recht, nu ervan wordt uitgegaan dat de overeenkomst van opdracht tussen SAC en EWF door dat recht wordt beheerst.

5.2

De vordering ten aanzien van SAC is op zichzelf niet weersproken en komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, met dien verstande dat ECT bezwaar heeft gemaakt tegen de gevorderde buitengerechtelijke kosten, nu EWF niet heeft aangetoond dat zij meer omvattende verrichtingen heeft gedaan dan die waarvoor - kort gezegd - een proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te houden. EWF heeft dat niet betwist, noch haar vordering op dit punt nader toegelicht, zodat dit deel van haar vordering

(€ 1.788,-) ook ten aanzien van SAC niet toewijsbaar is. Voor het overige kan de vordering ten aanzien van SAC worden toegewezen.

5.3

Voor het leggen van een conservatoir derdenbeslag is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven dat in het beslagexploit wordt vermeld op welke roerende zaken (geen registergoederen zijnde) die aan de schuldenaar toebehoren en die onder de derde berusten het beslag wordt gelegd. Het moet voor de derde echter wel voldoende duidelijk zijn om welke zaken het gaat. Dat geldt temeer indien tussen de derde en de schuldenaar geen contractuele relatie bestaat, zoals een overeenkomst van bewaarneming of opdracht in het kader waarvan de derde zaken van de schuldenaar onder zich heeft.

5.4

In het onderhavige geval was in het verzoekschrift aan de voorzieningenrechter gesteld dat ECT 47 containers met steel coils onder zich had die waren vermeld op een bijgevoegde lijst en voorts dat EWF recht en belang had om beslag te leggen op de aan SAC toebehorende steel coils die zich in de bedoelde containers bevonden. Deze lijst was bij het verzoekschrift gevoegd als productie 4. Dat in het verzoekschrift, behalve naar deze productie, tevens werd verwezen naar "de in productie 11 genoemde containers" kan worden beschouwd als een klaarblijkelijke typefout.

Blijkens het beslagexploit heeft de beslagleggende deurwaarder het verzoekschrift aan ECT betekend, kennelijk met de als productie 4 bijgevoegde lijst. Vervolgens heeft de deurwaarder onder ECT conservatoir beslag gelegd op "de lading steel coils welke zich bevinden bij ECT in de in productie 11 genoemde containers". Ook hier berust de vermelding van "productie 11" op een klaarblijkelijke typefout en is de lijst van productie 4 bedoeld.

5.5

Volgens ECT was de aan haar betekende containerlijst voor haar onvoldoende leesbaar. ECT heeft daaraan - onweersproken - toegevoegd dat zij dit meteen aan de deurwaarder heeft meegedeeld, dat de deurwaarder heeft toegezegd dat hij een nieuwe lijst bij de raadsman van EWF zou opvragen, dat op haar terminal tienduizenden containers staan, dat zij geen contractuele relatie heeft met SAC doch wel met rederij CMA CGM om bepaalde containers aan boord van het zeeschip te laden en dat vermeden moet worden dat verkeerde containers worden geblokkeerd.

5.6

Nu het tegendeel niet is aangevoerd, neemt de rechtbank aan dat de containerlijst die in de onderhavige procedure bij dagvaarding is overgelegd als productie 4 bij productie 4 kwalitatief niet minder is dan de containerlijst die op 19 september 2008 aan ECT werd betekend. Bij beschouwing van de overgelegde containerlijst neemt de rechtbank waar dat een aantal van de vermelde containernummers onder het kopje "New Cntr nr" voldoende leesbaar is, al dan niet met enige inspanning, terwijl van een aantal andere nummers kan worden gezegd dat deze nummers onvoldoende leesbaar zijn.

5.7

De rechtbank is van oordeel dat de containers waarvan de nummers op de lijst wel voldoende leesbaar waren door ECT hadden kunnen en moeten worden geblokkeerd en dat deze niet, in weerwil van het beslag en zonder navraag te doen bij de op het verzoekschrift vermelde raadsman van EWF, hadden mogen worden afgegeven door deze aan boord van het zeeschip te laden.

5.8

Ten aanzien van de beslaglegging op containers waarvan het nummer op de lijst niet voldoende leesbaar was droeg in beginsel EWF het risico dat deze containers door ECT werden afgegeven zolang niet aan ECT duidelijk was gemaakt welke containers precies onder het beslag vielen. Het probleem met de containerlijst is meteen door ECT gesignaleerd en is ook direct aan de raadsman van EWF doorgegeven. In zoverre had ECT gedaan wat redelijkerwijs van haar kon worden gevergd. Het lag op de weg van EWF om ervoor te zorgen dat ECT tijdig de beschikking kreeg over een geheel leesbare containerlijst. Daarbij kan niet de eis worden gesteld dat deze leesbare lijst door een deurwaarder aan ECT werd betekend en kan niet worden aangenomen dat een andere wijze van kennisgeving aan ECT, bijvoorbeeld door een rechtstreekse opgave van de raadsman van EWF, onjuist of zonder betekenis zou zijn.

5.9

Vaststaat dat de deurwaarder na de beslaglegging op 19 september 2008 om 16:45 uur over de containerlijst contact heeft opgenomen met de raadsman van EWF en dat deze vervolgens die dag om 17:38 uur een e-mail met een geheel leesbare containerlijst aan ECT heeft verzonden, welke e-mail echter door een spamfilter bij ECT werd tegengehouden en van welke e-mail ECT toen geen kennis heeft genomen. De rechtbank leidt uit de stellingen van partijen en de overgelegde producties af dat de e-mail was gericht aan het adres ed.van.der.veken@ect.nl en dat dit op zichzelf het juiste adres was van de behandelende medewerker van ECT. Het bericht heeft blijkbaar wel de e-mailserver met de mailbox van ECT bereikt doch is daar tegengehouden door de werking van een spamfilter van ECT.

5.10

Het is de rechtbank niet duidelijk waarom dit bericht werd tegengehouden door een spamfilter. Niet is gesteld of gebleken dat het bericht volgens bepaalde criteria zou kunnen worden aangemerkt als 'spam' en niet als wat het was: een zakelijk bericht met bijlage van een Rotterdams advocatenkantoor aan een commerciëel bedrijf in de Rotterdamse haven. Het verzenden van een dergelijk bericht per e-mail kon in september 2008 niet worden aangemerkt als ongebruikelijk of riskant (aan te nemen valt bovendien dat het e-mailadres door ECT zelf was opgegeven). Het spamfilter was kennelijk geïnstalleerd door ECT of haar e-mailprovider.

5.11

Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het tegenhouden van het behoorlijk geadresseerde bericht voor risico behoort te komen van ECT en dat het bericht geacht moet worden haar werking te hebben zoals bedoeld in art. 3:37 lid 3 tweede zin BW.

Het feit dat de raadsman van EWF niet heeft geverifiëerd of het bericht de geadresseerde werkelijk had bereikt staat aan dit oordeel niet in de weg.

5.12

Uit het voorgaande volgt dat het afgeven - kennelijk: op 20 september 2008 en nadat het hiervoor bedoelde e-mailbericht in de server met de mailbox van ECT was aangekomen - van alle 47 containers met de zending steel coils nadat daarop beslag was gelegd moet worden aangemerkt als een fout van ECT jegens EWF, zodat ECT aansprakelijk is voor de schade die EWF daardoor heeft geleden.

5.13

Wat betreft deze schade is duidelijk dat EWF haar vordering op SAC niet heeft kunnen verhalen op de zending steel coils, noch door en na het beslag op die zending in Rotterdam, noch ingevolge een beslag daarop elders. De rechtbank begrijpt de vordering van EWF aldus dat daarmee de voorwaarde van het tweede onderdeel van haar vordering ten aanzien van ECT is vervuld en dat derhalve wordt gevorderd ECT te veroordelen tot betaling van al hetgeen waartoe SAC wordt veroordeeld te betalen. Nu niet is betwist dat EWF haar gehele (restant)vordering op SAC had kunnen verhalen op de zending steel coils, terwijl niet is aangevoerd of gebleken dat EWF reeds op andere wijze geheel of gedeeltelijk voldoening heeft verkregen van haar (restant)vordering op SAC, is dit onderdeel van de vordering toewijsbaar.

5.14

Ook het eerste onderdeel van de vordering ten aanzien van ECT, te weten de kosten die EWF heeft moeten maken in verband met een mislukte poging tot beslag in Engeland, dat niet gemotiveerd is bestreden, kan worden toegewezen.

5.15

Het verweer van ECT dat EWF niet zou hebben voldaan aan haar schadebeperkingsplicht door beslaglegging op de zending in Vietnam en zo alsnog haar vordering op SAC kon verhalen, is na gemotiveerde betwisting van EWF bij repliek door ECT bij dupliek niet herhaald, waaruit de rechtbank afleidt dat dit verweer niet wordt gehandhaafd.

6. De beslissing

De rechtbank,

in de zaak ten aanzien van SAC

veroordeelt SAC om aan EWF te betalen

(a) € 79.302,59, vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119a BW vanaf 22 september 2008 tot de dag van voldoening;

(b) de wettelijke rente ex art. 6:119a BW:

.over € 127.198,- van 30 juli 2008 tot en met 15 augustus 2008

.over € 113.585,- van 15 augustus 2008 tot en met 18 september 2008

.over € 99.749,40 van 18 september 2008 tot en met 22 september 2008;

(c) € 449,79, vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf 3 oktober 2008 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt SAC in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van EWF begroot op € 977,50,- aan vast recht, € 46,40 aan overige verschotten en € 1.788,00 aan salaris van de procureur;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde;

in de zaak ten aanzien van ECT

veroordeelt ECT om aan EWF te betalen:

(a) € 79.302,59, vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119a BW vanaf 22 september 2008 tot de dag van voldoening;

(b) de wettelijke rente ex art. 6:119a BW:

.over € 127.198,- van 30 juli 2008 tot en met 15 augustus 2008

.over € 113.585,- van 15 augustus 2008 tot en met 18 september 2008

.over € 99.749,40 van 18 september 2008 tot en met 22 september 2008;

(c) € 449,79, vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf 3 oktober 2008 tot de dag der algehele voldoening;

(d) € 7.367,54;

veroordeelt ECT in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van EWF begroot op € 977,50 aan vast recht, € 46,40 aan overige verschotten en € 1.788,00 aan salaris van de procureur;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.