Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BK3793

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
19-11-2009
Zaaknummer
310333 / HA ZA 08-1654
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet tegen dwangbevel ter zake van kosten van ontmanteling hennepkwekerij. Opposant had het deel van het pand waarin de hennepkwekerij is aangetroffen onderverhuurd aan een derde. Geen uitzondering op beginsel van formele rechtskracht op de grond dat opposant dacht dat hij geen bezwaar hoefde te maken tegen het verhaalsbesluit aangezien hij zelf niet bij de kwekerij betrokken was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 310333 / HA ZA 08-1654

Uitspraak: 11 november 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[opposant],

wonende te Vlaardingen,

opposant,

advocaat mr. E.J. Eijsberg,

- tegen -

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ROTTERDAM (DIENST STEDEBOUW EN VOLKSHUISVESTING),

zetelende te Rotterdam,

geopposeerde,

advocaat mr. R.W. van Harmelen.

Partijen worden hierna aangeduid als "[opposant]" respectievelijk "de Gemeente".

1 Het verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- verzetdagvaarding tegen uitvaardiging dwangbevel d.d. 30 juni 2008 en de door [opposant] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 26 november 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 26 januari 2009.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [opposant] dreef vanaf 1 maart 2006 met zijn toenmalige echtgenote ReisAdviesbureau Eldorado (hierna: Eldorado), in de vorm van een vennootschap onder firma.

2.2 Op 15 mei 2006 heeft Eldorado van Sierra Nevada N.V. bedrijfsruimte gehuurd aan de [adres]. Nadien is [opposant] Eldorado alleen gaan drijven. Bij huurovereenkomst, gedateerd 1 november 2006, heeft hij het gedeelte van het gehuurde aan [adres ] (hierna: [adres]) onderverhuurd aan de commanditaire vennootschap De Keukenklussers C.V. (hierna: De Keukenklussers).

2.3 Op 12 februari 2007 is in het pand van [adres] een hennepkwekerij aangetroffen door medewerkers van de Gemeente. De kwekerij is vervolgens in opdracht van de gemeente ontmanteld door Roteb.

2.4 Bij besluit van 27 maart 2007 heeft de Gemeente aan Eldorado, ter attentie van [opposant], mededeling gedaan van de toepassing van bestuursdwang in de vorm van ontmanteling van de kwekerij. Daarbij is vermeld dat de kosten die zijn verbonden aan de werkzaamheden op [opposant] zullen worden verhaald. Tevens is daarbij aangegeven dat tegen het besluit binnen zes weken bezwaar kan worden aangetekend.

2.5 Bij nota van 18 oktober 2007 heeft de Gemeente [opposant] de kosten van de ontmanteling van de hennepkwekerij in rekening gebracht, tot een bedrag van € 4.194,37 inclusief btw. [opposant] heeft die nota - evenals een aanmaning - onbetaald gelaten.

2.6 Bij brief van 15 januari 2008 heeft de advocaat van [opposant] de Gemeente in overweging gegeven haar verhaalsactiviteiten te richten op De Keukenklussers, dan wel op degene die namens die vennootschap de onderhuurovereenkomst was aangegaan, de heer [persoon 1] (hierna: [persoon 1]). De deelgemeente Kralingen-Crooswijk heeft die brief aangemerkt als bezwaarschrift tegen het kostenverhaal van de ontmanteling van de hennepkwekerij, en dat bezwaar vervolgens bij brief van 4 maart 2008 niet-ontvankelijk verklaard.

2.7 Op 29 januari 2008 heeft de Gemeente een dwangbevel uitgevaardigd jegens [opposant] voor het bedrag van € 4.194,37, vermeerderd met rente (hierna: het dwangbevel). Het dwangbevel is op 19 mei 2008 aan [opposant] betekend.

3 De vordering

[opposant] vordert - samengevat - gegrondverklaring van het verzet en vernietiging van het dwangbevel, met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [opposant] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 [opposant] heeft met de hennepkwekerij niets van doen gehad en hij kon van het bestaan daarvan ook niets weten. Hij heeft in overleg met zijn verhuurder [adres] verhuurd aan De Keukenklussers. Hij mocht de kelder van [adres], waarin later de hennepkwekerij is aangetroffen, niet meer betreden. Gelet daarop is het onredelijk dat De Gemeente [opposant] aanspreekt, en niet De Keukenklussers of de verhuurder van [opposant].

3.2 Verder betwist [opposant] de omvang van de vordering, omdat het bedrag dat verhaald wordt niet nader gespecificeerd of onderbouwd is. Ook is [opposant] niet in staat enige betaling aan De Gemeente te voldoen.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [opposant] in zijn vordering, dan wel ontzegging van zijn vordering met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [opposant] in de kosten van het geding.

De Gemeente heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Het besluit van 27 maart 2007 van De Gemeente heeft formele rechtskracht. Verder is het niet onredelijk dat [opposant] als overtreder wordt aangemerkt, omdat hij onvoldoende toezicht heeft gehouden op [adres].

4.2 De vordering van De Gemeente is wel naar behoren onderbouwd. Het verweer dat het [opposant] ontbreekt aan financiële middelen om aan het dwangbevel te voldoen, is geen reden om van de invordering af te zien.

5 De beoordeling

5.1 Tussen partijen staat vast dat [opposant] geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 27 maart 2007 betreffende de bestuursdwang en kostenverhaal.

5.2 Als tegen een besluit van een bestuursorgaan een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan, maar deze rechtsgang niet is gebruikt, dient de burgerlijke rechter, ingeval de geldigheid van het besluit in het voor hem gevoerde geding in geschil is, in beginsel van die geldigheid uit te gaan.

5.3 Naar de mening van [opposant] moet in dit geval een uitzondering gemaakt worden op het hierboven beschreven beginsel. Nu niet [opposant], maar De Keukenklussers verantwoordelijk was voor de kwekerij, heeft hij zich niet gerealiseerd, en niet hoeven realiseren, dat hij de geadresseerde van het besluit was en dat hij daartegen bezwaar moest maken, zo stelt hij. Dat betoog faalt. Naar [opposant] zelf heeft gesteld, was Eldorado in elk geval al op 12 februari 2007 zijn eenmanszaak. Het besluit was dus aan hem gericht en hem moet na ontvangst daarvan duidelijk zijn geweest dat daartegen bezwaar openstond, nu de brief daar uitdrukkelijk op wijst. Indien hij meende dat niet hij maar een ander als geadresseerde had te gelden, had hij juist wel bezwaar moeten maken. Het besluit van 27 maart 2007 heeft dus formele rechtskracht verkregen en de rechtbank dient ervan uit te gaan dat het, zowel wat de inhoud als de wijze van tot stand komen betreft, in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen. De vraag of de kosten terecht voor rekening van [opposant] worden gebracht, kan daarom in deze procedure niet meer aan de orde worden gesteld.

5.4 De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de kosten die staan vermeld in het dwangbevel, door de Gemeente zijn gemaakt. De Gemeente heeft bij conclusie van antwoord een rapportage van Roteb overgelegd waarin de uitgevoerde werkzaamheden zijn omschreven. Verder heeft zij een factuur van Roteb in het geding gebracht tot een bedrag van € 3.130,13 exclusief btw. Ook zijn beheerskosten (15%) in rekening gebracht en btw, aldus de Gemeente. De kosten zijn daarmee naar behoren gespecificeerd en onderbouwd. Nu [opposant] vervolgens geen nader verweer tegen die kosten heeft gevoerd, gaat de rechtbank uit van de opgave van de Gemeente. De stelling van [opposant] dat hij niet over middelen beschikt om aan het dwangbevel te voldoen, staat niet in de weg aan de verschuldigdheid.

5.5 Het verzet is gelet op het voorgaande ongegrond. [opposant] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De rechtbank begroot de kosten aan de kant van de Gemeente op:

Vast recht € 254,00;

Salaris advocaat € 768,00 (2 punten x tarief EUR 384,00).

6 De beslissing

De rechtbank,

6.1 verklaart het verzet ongegrond;

6.2 veroordeelt [opposant] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente bepaald op € 254,00 aan vast recht en op € 768,00 aan salaris voor de advocaat;

6.3 verklaart dit vonnis voorzover het de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Brunner en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken door mr. C. Bouwman op 11 november 2009.