Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BK3285

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
13-11-2009
Zaaknummer
311240 / HA ZA 08-1770
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid van een door koper van een woning ingeschakelde architect/constructeur -op wiens advies koper het dak van de woning heeft laten vervangen in verband met geconstateerde houtaantasting- voor schade als gevolg van het in de procedure tegen de verkoper niet kunnen bewijzen van de noodzaak van vervanging van het dak

Koper van een woning heeft op advies van een architect/constructeur het dak van de woning laten vervangen. De verwijderde houtdelen zijn daarbij niet bewaard. Koper spreekt verkoper aan op grond van -onder meer- non-conformiteit. In de procedure tussen koper en verkoper wordt een deskundigenbericht bevolen met betrekking tot de vraag of op grond van het rapport van de architect/constructeur kan worden geconcludeerd dat de architect/constructeur terecht tot de conclusie is gekomen dat vervanging van het dak noodzakelijk was. Nadat de deskundige heeft geconcludeerd dat op basis van de beschikbare gegevens niet meer is na te gaan in hoeverre terecht is besloten het dak te vervangen, is de vordering van koper tegen verkoper afgewezen. Koper spreekt vervolgens de architect/constructeur aan voor de schade als gevolg van het missen van de kans in de procedure tegen verkoper in het gelijk te worden gesteld, waaraan ten grondslag wordt gelegd dat het rapport van de architect/constructeur niet bruikbaar was als bewijs. Vastgesteld wordt dat het uitbrengen van een rapport dat als bewijs kon dienen in een procedure tegen verkoper niet tot de aan de architect/constructeur verstrekte opdracht behoorde. Het was aan koper zich ter zake van (de juridische aspecten van) het voeren van een gerechtelijke procedure zo nodig te laten voorlichten door een advocaat of andere deskundige op dat gebied. Het komt voor risico van koper dat het verwijderde hout niet meer beschikbaar was op het moment dat dit nodig bleek. Door het verwijderde hout niet te bewaren heeft koper het aan zichzelf te wijten dat het in de procedure tegen verkoper niet meer mogelijk was aan de hand van het verwijderde hout te controleren of vervanging van het dak noodzakelijk was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht, enkelvoudige kamer

zaaknummer / rolnummer: 311240 / HA ZA 08-1770

Vonnis van 7 oktober 2009

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

2. [eiseres sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. F.M. Oudolf,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

gevestigd te Vlaardingen,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats 2],

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagden,

advocaat mr. J. Kneppelhout.

Eisers zullen hierna [eisers] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] en gezamenlijk [gedaagden] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 juli 2008,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

1.2. Hierna is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde sub 2] is architect en constructeur en sinds 1975 werkzaam als zelfstandig expert bouwkundige schade. [gedaagde sub 2] en zijn echtgenote [gedaagde sub 3] zijn vennoten van [gedaagde sub 1], een adviesbureau op het gebied van architectuur en constructie van panden.

2.2. Eind 2000 heeft [eisers] [gedaagde sub 2] opdracht gegeven onderzoek te verrichten naar een geconstateerde houtaantasting in de kap van de door hem in januari 2000 gekochte woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). Bij faxbericht van

18 december 2000 is de opdracht als volgt door [eisers] aan [gedaagde sub 2] bevestigd:

(...) U inspecteert de woning op schade door inmiddels aangetoonde houtworm. U maakt foto’s en

maakt een verslag en u ontvangt van mij beschikbare bouwtekeningen die u bij uw advies m.b.t.

herstelwerkzaamheden kunt gebruiken. Op grond hiervan maakt u een begroting van deze

herstelwerkzaamheden. Voor deze inspanningen zult u maximaal drieduizend gulden declareren (excl.

B.T.W. 17,5 %). U wilt beschikbaar zijn als getuige in een eventueel volgende rechtsprocedure.

(...)

2.3. Op 20 december 2000 heeft [gedaagde sub 2] onderzoek verricht naar de houtaantasting. In het op 23 december 2000 door [gedaagde sub 2] uitgebrachte expertiserapport is -voor zover hier van belang- het volgende opgenomen:

(...)

2.3. Bij het onderzoek door ondergetekende op 20-12-2000 werd vastgesteld dat bij het

hoofdgebouw de zolderbalklaag met vloerhoet en de sporenkap met dakhout zijn aangetast. (...)

2.5. De mate van aantasting van de houten onderdelen bepaalt in belangrijke mate de sterkte en

stijfheid van de betreffende constructie. Hoewel de resterende sterkte en stijfheid alleen door een

destructief onderzoek kunnen worden vastgesteld, kan steekproefsgewijs een redelijk nauwkeurige

benadering worden verkregen. De resterende houtkwaliteit wordt daarbij bepaald met een

penetrometer, waarbij de diepte van de indringing van een stift de drukvastheid aangeeft, door de

blijvende netto houtafmetingen en door de doorsnedecapaciteit. Bij het onderzoek werd vastgesteld

dat de houtkwaliteit in gunstigste geval bij benadering voldoet aan de waarden van K13, zoals

vastgelegd in NEN6760.

2.6. Bij het onderzoek op 20-12-2000 zijn de zolderbalklaag en de kap ingemeten. Uit berekeningen

overeenkomstig de voorschriften TGB1990 blijkt dat zowel de zolderbalklaag als de kap niet voldoen. De sterkte en stijfheid van de constructie zijn in beide gevallen ruim onvoldoende. Voor wat betreft

de constructie die de vloer en wanden van de badkamer draagt moet gesteld worden dat er sprake is

van een gevaarlijke situatie.

(...)

3.3. Op grond van genoemde bevindingen is het noodzakelijk dat de zolder en de kap van het

hoofdgebouw vervangen worden. Een eventueel herstel van de bestaande constructie door

aanpassingen/versterkingen is niet goed uitvoerbaar, geeft door ruimtebeslag een waardevermindering

en brengt gevaar voor een verdere aantasting met zich mee.

(...)

2.4. Bij brief van 11 januari 2001 heeft de rechtsbijstandverzekeraar van [eisers] de verkopers van de woning (hierna: de verkopers) in gebreke gesteld. Bij brief van 5 februari 2001 heeft de advocaat van de verkopers iedere aansprakelijkheid van de hand gewezen.

2.5. De door [eisers] ingeschakelde aannemer is op 5 februari 2001 aangevangen met de sloop- en vervangingswerkzaamheden aan het dak. De aannemer heeft ter zake een bedrag van f. 248.802,46 of te wel € 112.901,63 aan [eisers] in rekening gebracht.

2.6. Bij brief van 16 februari 2001 heeft de advocaat van de verkopers de rapportage van [gedaagde sub 2] inhoudelijk betwist en de advocaat van [eisers] verzocht om het hout dat verwijderd is te bewaren, zodat daarnaar nog kan worden gekeken. In reactie daarop heeft de advocaat van [eisers] bij brief van 19 februari 2001 de advocaat van de verkopers bericht dat de aangetaste houtdelen door [eisers] worden bewaard en dat desgewenst afspraken kunnen worden gemaakt met betrekking tot eventueel daaraan te verrichten onderzoek.

2.7. [eisers] is eind 2001 bij de rechtbank Zutphen een civielrechtelijke procedure tegen de verkopers gestart, waarbij hij schadevergoeding heeft gevorderd op grond van non-conformiteit dan wel dwaling. Tevens heeft in 2001 op verzoek van [eisers] bij de rechtbank Zutphen een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden, waarbij zeven getuigen zijn gehoord, waaronder [gedaagde sub 2].

2.8. Bij tussenvonnis van 1 oktober 2003 heeft de rechtbank Zutphen onder meer het volgende overwogen:

(...) Nu [eisers] na sloop de verbouwing ter hand hebben genomen, waarbij het oude dak is

afgevoerd, kan de situatie ten tijde van de levering van de woning niet meer worden onderzocht door

een door de rechtbank te benoemen deskundige. Wel kan aan een deskundige worden gevraagd om

het rapport van [gedaagde sub 2] d.d. 23 december 2000 (...) aan een kritisch onderzoek te onderwerpen,

daar waar het betreft de betrouwbaarheid van de door [gedaagde sub 2] gevolgde onderzoeksmethode, de

door hem toegepaste normering alsmede de door [gedaagde sub 2] getrokken conclusie dat algehele

vervanging van vloer en dak noodzakelijk was. (...)

Vervolgens heeft de rechtbank Zutphen bij dit tussenvonnis een deskundigenonderzoek bevolen door [deskundige] (hierna: [deskundige]) van TNO Bouw ter beantwoording van de volgende vragen:

a. is de door [gedaagde sub 2] in zijn expertiserapport d.d. 23 december 2000 getrokken

conclusie dat algehele vervanging van vloer en dak uit veiligheidsoogpunt noodzakelijk was juist,

mede in aanmerking genomen de betrouwbaarheid van de door [gedaagde sub 2] gevolgde

onderzoeksmethode, de omvang van het onderzoek, de door [gedaagde sub 2] toegepaste normering en de

door hem uitgevoerde controleberekeningen verdiepingsvloer d.d. 23 december 2000 en

controleberekeningen sporenkap d.d. 17 juni 2003?

b. indien algehele vervanging van vloer en/of dak niet noodzakelijk was, welke maatregelen hadden dan getroffen moeten worden om de constructie van vloer en/of dak daar waar nodig te verstevigen,

en welke kosten zou dat met zich hebben gebracht (prijspeil 2001)?

c. (...)

2.9. In het door [deskundige] op 12 december 2003 uitgebrachte deskundigenbericht is

-voor zover hier van belang- het volgende opgenomen:

(...)

Op basis van de beschikbare gegevens is niet meer na te gaan in hoeverre terecht is besloten de

constructie van de kap en vloer te vervangen. Naar het oordeel van de deskundige was hiervoor

aanvullend onderzoek noodzakelijk geweest, waarbij de constructie blootgelegd zou moeten worden.

(...) De kap zou gestript moeten worden van de bekleding. Het is onmogelijk van tevoren exact in te

schatten welke kosten en welke tijdsduur zou zijn gemoeid met de (...) methode van herstel. Dit zal

pas in de loop van het inspectie- en herstelproces duidelijk worden. Op basis van ervaring oordeelt de

deskundige dat deze in de orde van 40% tot 60% van de kosten voor totale vervanging van de kap

zouden liggen.

(...)

Op basis van de voorgelegde stukken en het fotomateriaal, mede inachtneming genomen dat het

oorspronkelijke hout niet meer beschikbaar is voor inspectie meent TNO Bouw dat er onvoldoende

materiaal beschikbaar is waaruit geconcludeerd kan worden dat de mate van aantasting de algehele

vervanging rechtvaardigde. Naar het oordeel van TNO Bouw is het onderzoek uitgevoerd vanuit een

algemene constructieve invalshoek, met te weinig aandacht voor de specifieke

houtaantastingsaspecten. De relatie tussen vochtaantasting en sterkte is onvoldoende samenhangend

beoordeeld. Om hiervan een goed beeld te krijgen was verder onderzoek noodzakelijk.

(...)

2.10. Ter uitvoering van het tussenvonnis van de rechtbank Zutphen van 15 december 2004 heeft op 10 mei 2005 een zitting plaatsgevonden, waarbij [deskundige] een mondelinge toelichting op diens rapport heeft gegeven en ook de daarbij aanwezige [gedaagde sub 2] antwoorden op vragen van de rechtbank heeft gegeven.

2.11. Bij vonnis van 20 juli 2005 heeft de rechtbank Zutphen de vordering van [eisers] tegen de verkopers afgewezen, daartoe onder meer overwegende:

2.12. De bevindingen en conclusies van de deskundige [deskundige] worden overgenomen door de

rechtbank en tot de hare gemaakt. Uit (...) het deskundigenbericht van [deskundige] en uit het proces-

verbaal tot nadere toelichting en aanvulling van deskundigenbericht volgt dat thans niet meer is na te

gaan of het onderzoek zoals door [gedaagde sub 2] verricht, de door hem getrokken conclusie dat het

gehele dak diende te worden vervangen, kan dragen. Met name wringt daarbij dat [gedaagde sub 2] het

door hem uitgevoerde onderzoek niet in voldoende mate heeft geadministreerd en gedocumenteerd.

(...)

2.16. Nu niet meer is na te gaan of het onderzoek door [gedaagde sub 2] de conclusie rechtvaardigde

dat het gehele dak en de vloer vervangen diende te worden, klemt het punt dat het dak en de vloer zijn

gesloopt en afgevoerd, zodat, op twee stukken hout na, die zijn gedeponeerd ter griffie van de

rechtbank, ook thans niet meer kan worden vastgesteld of het hout in zodanige mate was aangetast,

dat de woning gelet op die aantasting niet geschikt was voor normaal gebruik. Dit moet voor risico

van [eisers] blijven, nu hij ervoor heeft gekozen dit hout niet te bewaren. De twee gedeponeerde

stukken hout kunnen wat dat betreft ook geen uitsluitsel bieden. Het betreft hier immers slechts een

klein deel van de totale houthoeveelheid.

2.17. (...) Nu [eisers] aanspraak maakt op integrale vergoeding, had het, gelet op zijn bewijslast,

ook op zijn weg gelegen om al dit hout te bewaren zodat het aan een nader onderzoek had kunnen

worden onderworpen.

2.18. Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat de

aantasting van het hout door houtworm aan een normaal gebruik van de woning in de weg staat.

2.12. Bij arrest van 13 juni 2006 heeft het gerechtshof te Arnhem de vonnissen van de rechtbank Zutphen bekrachtigd. Het gerechtshof heeft daartoe onder meer het volgende overwogen:

4.9. Voor en ten tijde van de sloopwerkzaamheden, die zijn aangevangen op 5 februari 2001, was

[eisers] (...) bekend met het de aansprakelijkheid betwistende standpunt van [persoon 1] (en [persoon 2])

[rb: de verkopers]. De advocaat van [eisers] heeft nota bene nog op 19 februari 2001

schriftelijk bevestigd dat de aangetaste houtdelen worden bewaard c.q. opgeslagen. Indien dan later

blijkt dat niet al dat hout is bewaard (...) komt dat voor risico van [eisers], die er immers op bedacht

diende te zijn (...) dat hij de door hem gestelde non-conformiteit diende te bewijzen.

2.13. Bij brief van 13 december 2007 heeft de advocaat van [eisers] [gedaagden] aansprakelijk gesteld voor de schade die [eisers] heeft geleden als gevolg van het missen van de redelijke kans op succes in de tegen de verkopers aangespannen procedures.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 149.007,78, vermeerderd met rente over € 123.968,03 vanaf 22 december 2007 dan wel over € 149.007,78 vanaf 7 juli 2008 tot aan de dag van volledige voldoening. Daarnaast vordert [eisers] een veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.

3.2. [eisers] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde sub 2] in de uitvoering van de overeenkomst van opdracht jegens hem ernstig toerekenbaar is tekortgeschoten, nu zijn deskundigenonderzoek niet bruikbaar was als bewijs, hetgeen tot gevolg heeft gehad dat de vordering tot schadevergoeding van [eisers] tegen de verkopers door de rechtbank Zutphen is afgewezen. Volgens [eisers] had zijn vordering tegen de verkopers een reële en redelijke kans van slagen gehad, indien het onderzoek en het rapport van [gedaagde sub 2] zorgvuldig en deugdelijk waren geweest en is die kans hem met en door de wanprestatie van [gedaagde sub 2] ontnomen althans onthouden. [eisers] verwijt [gedaagde sub 2] in het bijzonder dat de opzet en methodiek van zijn onderzoek ouderwets en gebrekkig was, dat de door hem gemaakte foto's van de houtaantasting, gedane steekproeven en genomen houtmonsters niet representatief waren voor de ernst en mate van houtaantasting, dat hij hem niet gewezen heeft op de risico's van het opvolgen van zijn advies, dat hij hem niet geadviseerd heeft het hout na de sloop te bewaren en dat hij geen enkel voorhoud heeft gemaakt bij het geven van zijn advies.

3.3. [gedaagden] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.1. [gedaagden] beroept zich op verjaring van het vorderingsrecht van [eisers] Hij voert in dit verband aan dat [eisers] hem pas op 13 december 2007 voor het eerst heeft aangesproken tot vergoeding van de gestelde schade, terwijl [eisers] reeds in 2001, toen de verkopers in reactie op hun aansprakelijkheidsstelling het rapport van [gedaagde sub 2] hebben betwist, bekend moest worden verondersteld met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon.

4.1.2. [gedaagden] kan hierin niet gevolgd worden. Artikel 3:310 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend is geworden. Hierbij gaat het erom dat de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon. Nu onvoldoende is onderbouwd waarom [eisers] al vóórdat door de rechtbank Zutphen op 20 juli 2005 eindvonnis is gewezen bekend was met de thans gestelde door [gedaagden] veroorzaakte schade, die erin bestaat dat zijn vordering niet werd toegewezen, is de verjaringstermijn in ieder geval tot die datum niet aangevangen. Op het moment dat [eisers] bij brief van 13 december 2007 [gedaagden] aansprakelijk stelde voor de door hem geleden schade, was de verjaringstermijn dus nog niet verstreken.

4.2. Vervolgens is de vraag aan de orde of [gedaagde sub 2], zoals [eisers] stelt, is tekort geschoten in de zorg die hij als goed opdrachtnemer in acht diende te nemen. Daartoe moet worden beoordeeld of [gedaagde sub 2] bij de uitvoering van de opdracht heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan.

4.3.1. Voor die beoordeling is allereerst van belang dat wordt vastgesteld wat de aan [gedaagde sub 2] verstrekte opdracht inhield, nu partijen daarover van mening verschillen. [eisers] stelt dat [gedaagde sub 2] gelet op de opdrachtbevestiging wist althans kon weten dat zijn onderzoek en rapport van groot belang zouden zijn voor het verkrijgen van schadevergoeding van de verkopers en dus -althans zo begrijpt de rechtbank de stellingen van [eisers]- ter uitvoering van de opdracht een rapport diende op te stellen die bruikbaar was als bewijs in de procedure tegen de verkopers. [gedaagden] betwist dit en voert aan dat [gedaagde sub 2] enkel de opdracht heeft gekregen een rapport op te stellen met daarin zijn belangrijkste bevindingen en zijn advies met betrekking tot het herstel van de kap. Het onderscheid tussen deze twee opdrachten is relevant, nu aan een onderzoeksrapport dat wordt uitgebracht om in een procedure te worden gebruikt als bewijs van bepaalde feiten, andere eisen mogen worden gesteld dan aan een onderzoeksrapport dat wordt uitgebracht om de opdrachtgever voor te lichten over de noodzaak van het treffen van maatregelen. In beide gevallen mag van een goed opdrachtnemer weliswaar worden verwacht dat hij zijn onderzoek zorgvuldig verricht en dat zijn conclusies en het daarop gebaseerde advies juist zijn, maar een onderzoeksrapport dat bestemd is om in een procedure als bewijs te dienen en anderen dan de opdrachtgever te overtuigen, behoort daarnaast voldoende inzicht te geven in de gebruikte onderzoeksmethode en de toegepaste normering, zodat de resultaten van het onderzoek reproduceerbaar zijn en op juistheid kunnen worden gecontroleerd.

4.3.2. Bij de uitleg van een overeenkomst is de taalkundige betekenis van de in het geding zijnde bepalingen van die overeenkomst niet zonder meer doorslaggevend, maar komt het aan op de zin die partijen onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan die bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs over en weer van elkaar mochten verwachten. Met [gedaagden] is de rechtbank van oordeel dat uit de tekst van de opdrachtbevestiging niet voortvloeit dat [gedaagde sub 2] zich heeft verbonden een zodanig geadministreerd en gedocumenteerd rapport op te stellen, dat dit rapport in een procedure tegen de verkopers zou kunnen worden gebruikt als bewijs van de mate van aantasting van het dak en de noodzaak van vervanging van het dak. De tekst van de opdrachtbevestiging duidt erop dat [gedaagde sub 2] onderzoek diende te verrichten naar de houtaantasting en daarvan verslag diende uit te brengen teneinde [eisers] voor te lichten over de te nemen maatregelen naar aanleiding van de aangetroffen houtaantasting. [eisers] meent kennelijk dat partijen op dit punt redelijkerwijs een andere betekenis aan de overeenkomst van opdracht hadden moeten toekennen, zonder daarbij echter voldoende te onderbouwen waarom dat zo is. [eisers] stelt ter zake slechts dat [gedaagde sub 2] wist althans kon weten dat zijn onderzoek en zijn rapport van groot belang zouden zijn voor het verkrijgen van schadevergoeding van de verkopers. Voor zover [eisers] hiermee heeft bedoeld te stellen dat de omstandigheid dat [gedaagde sub 2] heeft toegezegd beschikbaar te willen zijn als getuige in een mogelijke procedure, ook meebracht dat hij zijn rapport zo zou administreren en documenteren dat het zonder meer bruikbaar was al bewijs in een eventueel te starten procedure tegen de verkopers, kan hij daarin niet gevolgd worden. Meer dan de wetenschap van [gedaagde sub 2] dat [eisers] overwoog een procedure tegen de verkopers te beginnen en de bereidheid van [gedaagde sub 2] in dat geval een verklaring af te leggen, kan hieruit niet worden afgeleid. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, valt in ieder geval niet in te zien waarom partijen op grond van deze toezegging aan de opdracht, zoals geformuleerd in de opdrachtbevestiging, redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat [gedaagde sub 2] een onderzoeksrapport zou opstellen dat gebruikt zou kunnen worden in een procedure tegen de verkopers en om die reden aan andere eisen moest voldoen dan een ten behoeve van [eisers] op te stellen adviesrapport over de te treffen maatregelen.

4.4. [gedaagden] mag dan weliswaar niet betwisten dat het onderzoek van [gedaagde sub 2] in onvoldoende mate was geadministreerd en gedocumenteerd om in de procedure tegen de verkopers als bewijs van de ernst van de houtaantasting en de noodzaak van vervanging van het dak te kunnen dienen, maar uitgaande van de inhoud van de opdracht, zoals hiervoor is vastgesteld, kan niet geoordeeld worden dat [gedaagde sub 2] daarom niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan. Het uitbrengen van een rapport dat als bewijs kon dienen in een procedure tegen de verkopers behoorde niet tot de aan hem verstrekte opdracht. Dit betekent dat [eisers] [gedaagden] niet kan verwijten dat de door [gedaagde sub 2] gemaakte foto’s niet representatief waren voor de ernst en de mate van houtaantasting en evenmin dat [gedaagde sub 2] niet heeft gewezen op de risico’s die verbonden waren aan het opvolgen van het advies tot vervanging van het dak en geen voorbehoud heeft gemaakt bij het geven van dat advies. Aangezien [eisers] niet stelt dat het advies tot vervanging van het dak onjuist is, doelt hij met deze twee laatstgenoemde verwijten blijkbaar op het niet maken van een voorbehoud met betrekking tot de bruikbaarheid van het rapport in een procedure tegen de verkopers. Op grond van de opdracht mocht [eisers] echter niet van [gedaagde sub 2] verwachten dat hij (ongevraagd) aan [eisers] zou uitleggen op welke wijze dit rapport in een gerechtelijke procedure tegen de verkopers zou kunnen worden gebruikt en welke procesrisico’s [eisers] zou lopen indien hij de verkopers in rechte zou betrekken. In het verlengde daarvan kan [eisers] [gedaagden] ook niet verwijten dat [gedaagde sub 2] niet heeft geadviseerd het verwijderde hout te bewaren in verband met het op [eisers] rustende bewijsrisico in een tegen de verkopers te voeren procedure. Het was aan [eisers] zich ter zake van (de juridische aspecten van) het voeren van een gerechtelijke procedure zo nodig te laten voorlichten door een advocaat of andere deskundige op dat gebied. Dat [gedaagde sub 2], zoals onbetwist vaststaat, in het verleden meerdere malen is opgetreden als deskundige in gerechtelijke procedures, maakt hem, anders dan [eisers] stelt, nog niet deskundig op het gebied van het voeren van gerechtelijke procedures. Bovendien is ook niet gesteld dat [gedaagde sub 2] door [eisers] is ingeschakeld om vanuit zijn vermeende deskundigheid op het gebied van het voeren van gerechtelijke procedures [eisers] te adviseren over de tegen de verkopers te ondernemen stappen. Zoals de rechtbank Zutphen en het gerechtshof Arnhem ook hebben overwogen, komt het voor risico van [eisers] dat het verwijderde hout niet meer beschikbaar was op het moment dat dit nodig bleek. Door het verwijderde hout niet te bewaren, terwijl de advocaat van [eisers] op verzoek van de advocaat van de verkopers zelfs had toegezegd dat het verwijderde hout bewaard zou worden, heeft [eisers] het aan zichzelf te wijten dat het in de procedure tegen de verkopers niet meer mogelijk was aan de hand van het verwijderde hout te controleren of vervanging van het dak noodzakelijk was.

4.5. De overige verwijten van [eisers] komen erop neer dat het onderzoek van [gedaagde sub 2] onzorgvuldig is geweest. Zoals onder 4.3.1 is overwogen rust ook op de opdrachtnemer die een rapport uitbrengt ter advisering van de opdrachtgever over de te treffen maatregelen de verplichting zijn onderzoek zorgvuldig uit te voeren. Op grond van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek komt de opdrachtnemer immers tot zijn advies. Indien echter -zoals hier- niet betwist wordt dat het uiteindelijk uitgebrachte advies juist is en derhalve van de juistheid van dat advies uitgegaan moet worden, valt echter niet in te zien hoe een daaraan ten grondslag liggend onzorgvuldig onderzoek tot schade van de opdrachtgever kan leiden. Hetgeen [eisers] stelt over het ouderwetse en gebrekkige onderzoek en de niet representatieve steekproeven en houtmonsters zal dan ook als niet ter zake dienend onbesproken worden gelaten.

4.6. Al met al is derhalve onvoldoende gebleken dat [gedaagde sub 2] niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan. Grond om de financiële gevolgen van de bewijsnood waarin [eiseres] in de procedure tegen de verkopers is komen te verkeren op [gedaagden] af te wentelen, is er dan ook niet, zodat de vordering van [eisers] zal worden afgewezen. Alle overige verweren van [gedaagden], waaronder het beroep op artikel 6:89 BW, behoeven bijgevolg geen bespreking.

4.7. [eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:

- vast recht € 1.148,00

- salaris advocaat € 2.842,00 (2 pnt x tarief € 1.421,00)

-------------

Totaal € 3.990,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vordering af,

5.2. veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagden] begroot op € 3.990,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Haisma, in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken door mr. C. Bouwman op 7 oktober 2009.

?