Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BK3029

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
10/640196-09 en 10/651152-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting en een poging tot het maken van valse betaalpassen, voor welke feiten de verdachte skim-apparatuur voorhanden heeft gehad. De verweren, inhoudende dat er geen sprake is van een poging tot oplichting omdat er geen rechtstreekse verbinding bestaat tussen het plaatsen van het skim-apparaat en de afgifte van geld of goed, dat het plaatsen van het skim-apparaat geen oplichtingsmiddel/handeling in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht oplevert en dat, in het geval er al sprake zou zijn van het bewegen tot afgifte van geld, dat dan de vraag is wie er wordt bewogen tot die afgifte, worden allen verworpen. Ook het verweer dat de verdachte vrijwillig is teruggetreden wordt verworpen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 232, geldigheid: 2009-11-11
Wetboek van Strafrecht 326, geldigheid: 2009-11-11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 55

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummers: 10/640196-09 en 10/651152-09 (ter zitting gevoegd)

Datum uitspraak: 11 november 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI Rijnmond, locatie De Schie te Rotterdam,

raadsvrouw mr. M.T.H. Oeij, advocaat te Capelle aan den IJssel.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2009.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding 10/651152-09 zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd alsmede hetgeen is vermeld in de dagvaarding 10/640196-09.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging met parketnummer 10/651152-09 en de tekst van de tenlastelegging met parketnummer 10/640196-09 zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

De rechtbank heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen van een doorlopende nummering voorzien. De rechtbank zal die nummering in dit vonnis en in de bijlage aanhouden.

Het ten laste gelegde komt er op neer dat de verdachte:

- feit 1: samen met anderen heeft geprobeerd om bedrijven en/of personen op te lichten met behulp van skim-apparatuur;

- feit 2: samen met anderen heeft geprobeerd om betaalpassen valselijk op te maken met behulp van skim-apparatuur.

- feit 3: heeft geprobeerd om bedrijven en/of personen op te lichten door zich te laten insluiten in de Gamma terwijl hij skim-apparatuur voorhanden had;

- feit 4: heeft geprobeerd om betaalpassen valselijk op te maken door zich te laten insluiten in de Gamma terwijl hij skim-apparatuur voorhanden had.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Boender heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden met aftrek van voorarrest.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

De officier van justitie heeft ten aanzien van het bewijs van feit 1 en 2 aangevoerd dat verdachte en zijn medeverdachten zich in de periode van 28 mei 2009 tot en met 30 mei 2009 duidelijk hebben gemanifesteerd als groep die een vooropgezet plan heeft uitgevoerd. Verdachte en zijn medeverdachte hebben [medeverdachte 1] begeleid naar de Hema om daar skimapparatuur te plaatsen en weer op te halen. Uit gsm-contact tussen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 28, 29 en 30 mei 2009 blijkt dat zij bij de voorbereiding en uitvoering van die feiten betrokken zijn geweest. Uit de observaties van de politie van 30 mei 2009 van het gedrag van verdachten, zoals de manier waarop ze langs de gordijnen lopen, langs de geskimde pinautomaat lopen, de gerichte belangstelling die daarvoor wordt getoond, en de afstand waarop zij dat doen, blijkt van ieders betrokkenheid.

Op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken kan het volgende worden vastgesteld. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in de nacht van 28 op 29 mei 2009 een skim-apparaat in een pin/betaalautomaat van de Hema geplaatst. Verdachte is op 29 mei 2009 met [medeverdachte 1] en medeverdachten en op 30 mei 2009 met [medeverdachte 1] en medeverdachten in de Hema aanwezig geweest. Op 30 mei 2009 is door de politie waargenomen dat verdachte en zijn medeverdachten zich vrijwel direct naar de gordijnafdeling begaven en zich vervolgens ophielden in de buurt van de geskimde pin/betaalautomaat en de plek waar [medeverdachte 1] die nacht was aangetroffen. Het telefoonnummer van [medeverdachte 1] staat opgeslagen in de onder verdachte in beslag genomen telefoon en verdachte heeft op 27 en 28 mei 2009 telefonisch contact gehad met [medeverdachte 1].

Feit 1 en 2 primair

Uit hetgeen hiervoor is vastgesteld kunnen aanwijzingen worden afgeleid van enige betrokkenheid van de verdachte bij het handelen van de medeverdachte [medeverdachte 1]. Wettig en overtuigend bewijs dat er tussen verdachte en zijn medeverdachten sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tot het plegen van een poging tot oplichting dan wel vervalsing van betaalpassen ontbreekt echter. Verdachte wordt derhalve vrijgesproken van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde.

Feit 1 en 2 subsidiair

Het enige bewijsmiddel waaruit de door de officier van justitie tenlastegelegde medeplichtigheidshandeling zou kunnen worden afgeleid is de verklaring van de getuige [getuige 1] (zaaksdossier Hema, pagina 116). Dit bewijsmiddel geeft geen antwoord op de vraag of de verdachte de door [getuige 1] genoemde “man 2” is, die de gordijnen netjes hing. Verdachte zal reeds hierom ook van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING EN BEWEZENVERKLARING

Bewijsmotivering

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 wordt van het volgende uitgegaan.

Op 19 september 2009 is de verdachte naar de Gamma in Rotterdam gegaan en heeft zich daar na sluitingstijd laten insluiten met het doel skimapparatuur op één van de pinautomaten in de Gamma te plaatsen. In de bij zijn aanhouding onder de verdachte aangetroffen tas is naast allerhande gereedschap het te plaatsen skimapparaat aangetroffen. Feit van algemene bekendheid bij een dergelijk skimapparaat is dat deze is bedoeld voor het kopiëren en/of tijdelijk opslaan van de gegevens van magneetstrippen van betaalpassen om daarmee uiteindelijk geld te kunnen pinnen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat bovenstaande feiten en de overigens in het dossier aanwezige bewijsmiddelen moeten leiden tot bewezenverklaring van het onder 3 en 4 ten laste gelegde.

Oplichting

Namens verdachte is ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde -kort en zakelijk weergegeven- aangevoerd:

1. dat er geen sprake is van een poging tot oplichting omdat er geen rechtstreekse verbinding bestaat tussen het plaatsen van het skim-apparaat en de afgifte van geld of goed;

2. dat het plaatsen van het skim-apparaat geen oplichtingsmiddel/handeling in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht oplevert;

3. dat, in het geval er al sprake zou zijn van het bewegen tot afgifte van geld, dat dan de vraag is wie er wordt bewogen tot die afgifte. In dat geval immers wordt een bedrag van de rekening van rekeninghouders afgeschreven en is sprake van diefstal en niet van oplichting aangezien de bank dan wordt bewogen tot afgifte en de bank als rechtspersoon niet in de tenlastelegging is opgenomen.

Deze verweren worden verworpen.

Ad (1)

De verdachte heeft een skim-apparaat willen plaatsen in een pin/betaalautomaat van de Gamma. Het uiteindelijke doel hiervan was het kopiëren van magneetstripgegevens en het registreren van de bijbehorende pincode zodat met deze gegevens geld van de rekening van diegenen die bij het betreffende apparaat hadden gepind kon worden opgenomen. Het zijn deze rekeninghouders die uiteindelijk worden bewogen tot afgifte van een goed (giraal geld) (zie: ad(3)).

Aldus bestaat er voldoende oorzakelijk verband tussen het plaatsen van het skimapparaat en de (uiteindelijke) afgifte van een goed (giraal geld).

Dat het dossier geen bewijsmiddelen bevat waaruit betrokkenheid van de verdachte zou kunnen blijken bij het overbrengen van de geskimde gegevens op een andere kaart en/of het uiteindelijk opnemen van geld, zoals de raadsvrouw op zichzelf terecht heeft gesteld, doet aan dat uiteindelijke doel van het handelen van de verdachte, alsook aan het oorzakelijk verband tussen dat handelen en dat doel niet af. Het betreft hier immers geen voltooide oplichting maar een poging daartoe, die met de uitvoeringhandeling van de verdachte, het proberen te plaatsen van een skimapparaat, door ingrijpen van de politie is blijven steken in de eerste fase van de oplichting.

Ad (2)

Listig is niets meer dan bedrieglijk. Kunstgrepen zijn handelingen waardoor men aan leugen of vorm zodanige schijn of uiterlijk van waarheid of werkelijkheid geeft, dat iemand, met gewone mate van omzichtigheid begaafd en een gewone mate van omzichtigheid gebruikende, de dupe kan worden. Kort gezegd: handelingen die geschikt zijn om iemand om de tuin te leiden. Het plaatsen van een skim-apparaat kan aldus worden betiteld als een ‘listige kunstgreep’ in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, nu de rekeninghouders (mede) hierdoor uiteindelijk zouden kunnen worden bewogen tot afgifte van (aanvankelijk gegevens en uiteindelijk) een goed (giraal geld).

Ad (3)

Zoals onder ad (1) al is aangegeven zijn het uiteindelijk (ook) de rekeninghouders die mede door het handelen van de verdachte uiteindelijk worden bewogen tot de afgifte van een goed (giraal geld). Bij een legale pinopname geven de rekeninghouders met het aanbieden van hun bankpas en bijbehorende pincode aan de bank toestemming om geld van hun rekening af te schrijven en af te geven aan de persoon die (rechtmatig) over die bankpas en pincode beschikt. Wanneer een opname wordt gedaan met een geskimde pas en pincode is die toestemming er logischerwijs niet. Door gebruik te maken van geskimde (listiglijk verkregen) gegevens en zich (uiteindelijk) op die manier aan de bank te presenteren als rechtmatige gebruiker van die gegevens en pincode beweegt de skimmer de rekeninghouder tot het geven van toestemming aan de bank om geld van zijn rekening aan de skimmer af te geven. Aldus wordt, door tussenkomst van de bank, die feitelijk wordt bewogen tot de afgifte van (chartaal) geld, de rekeninghouder bewogen tot het geven van toestemming daartoe hetgeen rechtstreeks leidt tot afgifte (afschrijving) van giraal geld van zijn rekening.

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

3.

hij op 19 september 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een listige kunstgreep één of meer tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) te bewegen tot de afgifte van goederen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk naar de Gamma is gegaan (terwijl hij zogenaamde skimapparatuur, bestemd/bedoeld voor het kopiëren en/of tijdelijk opslaan van de gegevens van magneetstrippen van betaalpassen voorhanden had) en zich - na sluitingstijd - heeft laten insluiten in die Gamma terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 19 september 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk zichzelf te bevoordelen opzettelijk betaalpassen, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs geautomatiseerde weg valselijk op te maken en/of te vervalsen, te weten dat hij naar de Gamma is gegaan (terwijl hij zogenaamde skimapparatuur, bestemd/bedoeld voor het kopiëren en/of tijdelijk opslaan van de gegevens van magneetstrippen van betaalpassen voorhanden had) en zich - na sluitingstijd - heeft laten insluiten in die Gamma, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

3.

Poging tot oplichting;

4.

Poging tot opzettelijk een betaalpas, bedoeld voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs geautomatiseerde weg valselijk op maken of te vervalsen, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFUITSLUITING

De raadsvrouw van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken ofwel ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van hetgeen hem onder 3 en 4 is ten laste gelegd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte weliswaar het voornemen heeft gehad een skim-apparaat te plaatsen in een pinautomaat bij de Gamma en zich om dat doel te verwezenlijken in de Gamma heeft laten insluiten, maar dat de verdachte na zijn insluiting tot inkeer is gekomen en de Gamma onverrichter zaken heeft verlaten. De verdachte is aldus vrijwillig teruggetreden en het delict is niet voltooid tengevolge van omstandigheden van de wil van de verdachte afhankelijk.

Vooropgesteld wordt dat de verdachte ter terechtzitting voor de eerste maal deze versie van de gebeurtenissen op 19 september 2009 heeft verteld. Tijdens zijn verhoren bij de politie heeft de verdachte op 19 en 29 september 2009 iedere betrokkenheid ontkend, ook wanneer hij werd geconfronteerd met feiten en omstandigheden die sterk in de richting van zijn betrokkenheid wezen. Bij het verhoor door de rechter-commissaris in het kader van de toetsing van de inverzekeringstelling en vordering tot zijn bewaring heeft de verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen. Bij zijn verhoor in de raadkamer gevangenhouding heeft de verdachte niets verklaard. Hoewel de verdachte volledig vrij is in het bepalen en wijzigen van zijn proceshouding moet de aannemelijkheid van zijn verklaring tegen deze achtergrond worden beoordeeld.

Van belang bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de verklaring ter terechtzitting van de verdachte is in de eerste plaats het door de verdachte erkende gegeven dat hij ongeveer twee maanden voorafgaand aan 19 september 2009 naar de Gamma is gegaan om een nummer van een beveiligingssticker van één van de pinautomaten te bekijken en onthouden. Het doel hiervan was om een kopie beveiligingssticker te vervaardigen om uiteindelijk, na plaatsing van het skim-apparaat, te kunnen verhullen dat de originele beveiligingssticker van de pinautomaat was verbroken. Het handelen van de verdachte op

19 september 2009 is dan ook geen impulsieve daad geweest, maar een goed voorbereide en doordachte daad. Daarbij is de verdachte een substantiële periode in de gelegenheid geweest om na te denken over zijn voornemen en de gevolgen en consequenties daarvan. Voorts kan niet onbenoemd blijven dat de verdachte pas vijf uur na zijn insluiting in de Gamma tot de door hem gestelde inkeer zou zijn gekomen, waarbij de verdachte niet goed kan aangeven wat hij gedurende die vijf uur heeft gedaan en waarom hij nu juist toen, en niet eerder op die avond, spijt kreeg. Tenslotte is opmerkelijk dat juist op het moment dat de verdachte die spijt toch krijgt en het pand van de Gamma verlaat hij vrijwel meteen in de handen van de politie loopt.

Deze omstandigheden verhouden zich zeer slecht met de door de verdachte gestelde, van zijn wil afhankelijke, terugtred op het laatst mogelijke moment, zeker wanneer dit wordt bezien tegen de achtergrond van de veranderende proceshouding en wisselende verklaring(en) van de verdachte omtrent de gebeurtenissen op 19 september 2009. Nu ook overigens geen omstandigheden zijn gebleken die de verklaring van de verdachte ondersteunen is niet aannemelijk geworden dat het delict niet is voltooid ten gevolge van de wil van verdachte afhankelijke omstandigheden. Het verweer wordt derhalve verworpen.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting en een poging tot het maken van valse betaalpassen, voor welke feiten de verdachte skim-apparatuur voorhanden heeft gehad. Het vertrouwen dat door de consument en de acceptant in het betaalnetwerk en in de pinpas moet kunnen worden gesteld is van groot economisch en maatschappelijk belang. Door de bewezen verklaarde feiten is een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen van de consument in het betalingsverkeer. Wanneer dit vertrouwen niet meer aanwezig is, bestaat het risico van een ernstige ontwrichting van het maatschappelijke en economische verkeer. Bij het bepalen van de strafmaat is in aanmerking genomen dat de verdachte deze feiten puur uit winstbejag heeft gepleegd.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 september 2009 meermalen is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 45, 57, 232, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte voor het onder 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 (zegge: TWAALF) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Janssen, voorzitter,

en mrs. Sikkel en Huisman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Commandeur, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 november 2009.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van 11 november 2009:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 28 mei 2009 tot en met 29 mei 2009 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, Equens en/of Hema en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) te bewegen tot de afgifte van geld en/of goederen, in elk geval van enig goed,

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, een zogenaamd skim-apparaat (voor het kopiëren en/of tijdelijk opslaan van de

gegevens van magneetstrippen van betaalpassen c.q. waardepassen) in een pin-/betaalautomaat heeft geplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 326 jo. 47 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[medeverdachte 1]

in of omstreeks de periode van 28 mei 2009 tot en met 29 mei 2009 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Equens en/of Hema en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van geld en/of goederen,

in elk geval van enig goed, hebbende die [medeverdachte 1] met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - een zogenaamd skim-apparaat (voor het kopiëren en/of tijdelijk opslaan van de gegevens van

magneetstrippen van betaalpassen c.q. waardepassen) in een pin-/betaalautomaat

heeft geplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 mei 2009 te

Rotterdam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, te trachten de verblijf-/schuilplaats in de Hema van die [medeverdachte 1] te verhullen middels het netjes/recht hangen van de gordijnen waarachter die [medeverdachte 1] zich verborg;

(artikel 326 jo. 48 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

2.

hij in of omstreeks de periode van 28 mei 2009 tot en met 29 mei 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen opzettelijk betaalpassen, waardekaarten, enige andere voor het publiek beschikbare kaarten of voor het publiek beschikbare dragers van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg valselijk op te maken en/of te vervalsen, te weten dat hij en/of één of meer van zijn mededader(s) een zogenaamd skim-apparaat (voor het kopiëren en/of tijdelijk opslaan van de gegevens van magneetstrippen van betaalpassen c.q waardepassen) in een pin-/betaalautomaat heeft/hebben geplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 232 jo. 47 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[medeverdachte 1]

in of omstreeks de periode van 28 mei 2009 tot en met 29 mei 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zichzelf of een ander te bevoordelen opzettelijk betaalpassen, waardekaarten, enige andere voor het publiek beschikbare kaarten of voor het publiek beschikbare dragers van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg valselijk op te maken en/of te vervalsen,

te weten door een zogenaamd skim-apparaat (voor het kopiëren en/of tijdelijk opslaan van de gegevens van magneetstrippen van betaalpassen c.q. waardepassen) in een pin-/betaalautomaat te plaatsen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 mei 2009 te Rotterdam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, te trachten de verblijf-/schuilplaats in de Hema van die [medeverdachte 1] te verhullen middels het netjes/recht hangen van de gordijnen waarachter die [medeverdachte 1] zich verborg;

(artikel 232 jo. 48 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

3.

hij op 19 september 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Equens en/of Gamma en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) te bewegen tot de afgifte van geld en/of goederen, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar de Gamma is/zijn gegaan (terwijl hij zogenaamde skimapparatuur, bestemd/bedoeld voor het kopiëren en/of tijdelijk opslaan van de gegevens van magneetstrippen van betaalpassen c.q. waardepassen voorhanden had) en/of zich - na sluitingstijd – heeft laten insluiten in die Gamma en/of een pinautomaat heeft opengebroken/verbroken en/of een cilinderslot van die /een pinautomaat heeft verschoven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 326 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op 19 september 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen opzettelijk betaalpassen, waardekaarten, enige andere voor het publiek beschikbare kaarten of voor het publiek beschikbare dragers van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg valselijk op te maken en/of te vervalsen, te weten dat hij en/of één of meer van zijn mededader(s) naar de Gamma is/zijn gegaan (terwijl hij zogenaamde skimapparatuur, bestemd/bedoeld voor het kopiëren en/of tijdelijk opslaan van de gegevens van magneetstrippen van betaalpassen c.q. waardepassen voorhanden had) en/of zich - na sluitingstijd – heeft laten insluiten in die Gamma en/of een pinautomaat heeft opengebroken/verbroken en/of een cilinderslot van die /een pinautomaat heeft verschoven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 232 Wetboek van Strafrecht)