Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BK1667

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-09-2009
Datum publicatie
15-12-2009
Zaaknummer
1004671
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze zaak betreft een ontbinding arbeidsovereenkomst. In zijn algemeenheid mag van een werkgever worden verlangd dat een werknemer met een staat van dienst als verweerder in deze procedure de kans wordt geboden om met hulp van zijn werkgever van zijn drugs- en alcoholverslaving te genezen, zonder dat direct wordt gegrepen naar het middel van ontslag. Die kans heeft de werkgever echter ruimschoot aan werknemer geboden. In de bijzondere omstandigheid dat werknemer gedurende de maanden september tot en met november 2009 een intensief aftercaretraject dient te doorlopen, waardoor hij slechts zeer beperkt inzetbaar zal zijn op de arbeidsmarkt, en mede gezien de duur van zijn dienstverband, ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tegen het einde van het aftercaretraject. Er wordt geen vergoeding toegekend, aangezien de ontbinding in de risicosfeer van de werknemer ligt en de werkgever geen verwijt valt te maken.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2009, 167
JAR 2009/263
AR-Updates.nl 2009-0962
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ECT HOME TEMINAL B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

gemachtigde: R.L. van Heusden,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. V.J.P. de Waal.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “ECT” respectievelijk “[verweerder]”.

1. Het verloop van de procedure

1.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 13 juli 2009;

- het verweerschrift, met bijlagen;

- de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitnotities;

- de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling door partijen overgelegde stukken.

1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 september 2009.

2. De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

- Verweerder, geboren op [geboortedatum], is sedert 16 september 1996 bij verzoekster in dienst, laatstelijk in de functie van Terminaloperator B4.

- Het loon van verweerder bedraagt thans €?4.401,54 bruto per maand, te vermeerderen met emolumenten.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 Het verzoek strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, zonder van een vergoeding aan verweerder, met veroordeling van verweerder in de kosten van het geding.

3.2 ECT legt aan haar verzoek ten grondslag dat [verweerder] sinds 2002 een frequent kort ziekteverzuim kent waarbij [verweerder] zich regelmatig niet houdt aan de ziekteverzuimvoorschriften. In februari 2008 heeft [verweerder] ECT medegedeeld dat hij psychische problemen had en dat hij hard drugs gebruikte, met name cocaïne, in combinatie met alcohol. Conform het beleid van ECT werd [verweerder] daarop doorverwezen naar Bouman GGZ (hierna “Bouman”). Bouman GGZ heeft vervolgens met [verweerder] een behandelplan afgesproken in verband met zijn gebruik van alcohol en cocaïne.

3.3 Gedurende het behandeltraject zijn de werkzaamheden en werktijden van [verweerder] hierop aangepast. Eind maart 2009 werd vastgesteld dat het [verweerder] het traject “terugval preventie” succesvol afgerond. Het reïntegratietraject werd daarop afgesloten en [verweerder] werd hersteld verklaard. Kort hierop viel [verweerder] echter terug in zijn gedrag van frequent ziekteverzuim, zonder zich te houden aan de ziekteverzuimvoorschriften. De Commissie van Onderzoek adviseerde unaniem om het dienstverband met [verweerder] te beëindigen. Inmiddels is ook gebleken dat [verweerder] weer was teruggevallen in zijn drugs- en alcoholgebruik. Hieruit concludeerde ECT dat na al haar inspanningen er geen uitzicht was op een naar behoren functioneren van [verweerder]. Als gevolg van deze gebeurtenissen heeft ECT het vertrouwen in [verweerder] diepgaand en onherstelbaar verloren.

4. Het verweer

4.1 Het verweer strekt tot afwijzing van het verzoek van ECT. [verweerder] voert hiertoe – zakelijk kort weergegeven en voor zover thans van belang – aan dat geen sprake is van disfunctioneren van [verweerder] en dat dit ook niet is aangetoond. [verweerder] lijdt aan een verslavingsziekte, waarvan hij ondanks een aantal behandeltrajecten in het verleden niet is afgekomen.

4.2 [verweerder] plaatst vraagtekens bij het onderzoek zoals dat is verricht door de Commissie van Onderzoek. Voorts is [verweerder] van mening dat ECT er niet alles aan heeft gedaan om te zorgen dat [verweerder] beter zou worden en zou kunnen terugkeren naar zijn werkplek. Hiertoe voert [verweerder] aan dat het traject bij Bouman niet voldeed. Mogelijk heeft ECT haar opdracht aan Bouman vanuit een, medisch gezien, te beperkte invalshoek verstrekt, namelijk het bereiken van abstinentie zonder hierbij aan te geven, dat er sprake is van psychische problematiek.

4.3 Inmiddels heeft [verweerder] een ander behandeltraject doorlopen bij SolutionsS, dat zeer goed is verlopen. [verweerder] is dan ook hersteld. Hij moet echter nog wel voor een periode van drie maanden een intensief “aftercare” programma doorlopen (gedurende de maanden september, oktober en november 2009).

5. De beoordeling

5.1 De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met een opzegverbod. [verweerder] heeft na het afronden van het behandeltraject bij SolutionsS weer beschikbaar gesteld voor het verrichten van werkzaamheden bij ECT. Dat zich een opzegverbod voordoet, is niet gesteld noch gebleken.

5.2 De kantonrechter overweegt het volgende. In zijn algemeenheid mag van een werkgever worden verlangd dat een werknemer met de staat van dienst als [verweerder] de kans wordt geboden om met hulp van zijn werkgever van zijn drugs- en alcoholverslaving te genezen, zonder dat direct wordt gegrepen naar het middel van ontslag. Die kans heeft ECT echter ruimschoots aan [verweerder] geboden. ECT heeft vanaf februari 2008, het moment dat bekend werd dat [verweerder] kampte met verslavingsproblematiek, veel geduld en medeleven getoond.

5.3 Dat ECT [verweerder] naar Bouman heeft verwezen – mede gezien het feit dat [verweerder] reeds eerder bij Bouman onder behandeling is geweest – en die behandeling kennelijk niet afdoende is geweest, valt ECT niet te verwijten. Gezien de eigen verantwoordelijkheid van [verweerder] had het op zijn weg gelegen te kiezen voor de voor hem meest geschikte behandelmethode. Deze verantwoordelijkheid kan niet op de werkgever worden afgewenteld. Indien Bouman [verweerder] – achteraf gezien – geen geschikte behandeling kon bieden, ligt dit dan ook niet in de risicosfeer van ECT.

5.4 Nu uit de feiten blijkt dat [verweerder] kort na het afsluiten van het behandeltraject in maart 2009 weer is teruggevallen in zijn gebruik en daarbij behorend verzuim, is begrijpelijk dat het vertrouwen van ECT inmiddels zodanig is geschonden dat [verweerder] niet kan terugkeren. ECT kan ook hiervan geen verwijt gemaakt worden. De arbeidsovereenkomst dient dan ook te eindigen.

5.5 In de bijzondere omstandigheid dat [verweerder] gedurende de maanden september tot en met november 2009 een intensief aftercaretraject dient te doorlopen, waardoor hij slechts zeer beperkt inzetbaar zal zijn op de arbeidsmarkt, hetgeen zijn kansen op het op korte termijn verkrijgen van ander werk ernstig bemoeilijkt, en mede gezien de duur van zijn dienstverband, ziet de kantonrechter aanleiding om de arbeidsovereenkomst te ontbinden tegen het einde van dit aftercaretraject, derhalve met ingang van 1 december 2009. Voor het overige ziet de kantonrechter geen aanleiding om aan [verweerder] nog een vergoeding naar billijkheid toe te kennen, nu de reden voor de ontbinding in zijn risicosfeer ligt en niet gebleken is dat aan ECT enig verwijt te maken valt van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

5.6 Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden

5.7 Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te melden wijze.

6. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 december 2009;

bepaalt dat elk der partijen de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting.