Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BK1428

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-10-2009
Datum publicatie
28-10-2009
Zaaknummer
10/765012-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van de medeverdachte in de zaak van verdachte met LJN-nummer BK1427. De verdachte heeft, nu zich in het dossier onvoldoende aanwijzingen voor het tegendeel bevinden, uit mogen gaan van een legale herkomst van de geldstroom van haar medeverdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/765012-09

Datum uitspraak: 28 oktober 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] (Suriname),

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [woonadres],

raadsman mr. P.E. Troost, advocaat te Barendrecht.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2009.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Het ten laste gelegde komt er op neer dat de verdachte:

(1) samen met een ander van het plegen van witwassen van diverse voorwerpen en geldbedragen een gewoonte heeft gemaakt, dan wel dat zij samen met een ander die voorwerpen en dat geld heeft witgewassen, dan wel hadden zij en haar medeverdachte moeten vermoeden dat die voorwerpen en dat geld afkomstig waren van illegale activiteiten;

(2) haar medeverdachte behulpzaam is geweest en hem gelegenheid heeft verschaft (door mensen met die medeverdachte in contact te brengen) om zich schuldig te maken aan gewoontewitwassen;

(3) er een gewoonte van heeft gemaakt om voorwerpen waarvan zij wist dat die van illegale activiteiten afkomstig waren te bezitten en te gebruiken, dan wel dat zij de illegale afkomst van die voorwerpen moest vermoeden, dan wel dat zij (al dan niet financieel) voordeel heeft gehad uit het voorhanden hebben van de voorwerpen die zij van haar medeverdachte kreeg.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Haan heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 1 dag voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen haar te geven door of namens de reclassering.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Voor een bewezenverklaring van elk aan de verdachte tenlastegelegde feit, in welke variant dan ook, is noodzakelijk dat buiten iedere redelijke twijfel komt vast te staan dat de verdachte op zijn minst genomen redelijkerwijs heeft moeten vermoeden dat de in de tenlastegelegde feiten genoemde geldbedragen en voorwerpen een criminele herkomst hadden.

De verdachte heeft ten stelligste ontkend enige wetenschap te hebben gehad van welke criminele herkomst van de geldbedragen en voorwerpen dan ook. Ook heeft zij iedere wetenschap ontkend van de criminele activiteiten van de medeverdachte [medeverdachte]. Zij heeft hiertoe gesteld dat [medeverdachte] zich jegens haar steeds heeft gepresenteerd als een succesvol zakenman, eigenaar van een (technische) groothandel, die daarnaast fulltime werkte als administrateur bij een automatiseringsbedrijf. Bij de cadeaus die [medeverdachte] haar gaf heeft zij zich dan ook nimmer afgevraagd of hij deze wel kon betalen.

Tegenover deze ontkenning heeft de officier van justitie zich - voorzover hier van belang - op het standpunt gesteld dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [medeverdachte]s welstand geen legale herkomst had. Hij heeft dit onderbouwd door - zakelijk weergegeven - aan te geven dat de aard van het bedrijf van [medeverdachte] - een technische groothandel die drank verkoopt voor lage prijzen - en de grote hoeveelheid cadeaus die de verdachte van [medeverdachte] kreeg argwaan, in voornoemde strafrechtelijke zin, hadden moeten opleveren.

Vooropgesteld wordt dat door de officier van justitie geen feiten en omstandigheden zijn gesteld noch zijn deze gebleken dat de verdachte enige wetenschap heeft gehad van de door [medeverdachte] als werknemer van het genoemde [benadeelde] verduisterde 2.3 miljoen euro. Voorts biedt het dossier onvoldoende aanwijzingen die het beeld dat de verdachte van [medeverdachte] heeft gehad, de succesvolle zakenman, in overwegende mate ontkrachten. Dat de drankenhandel van [medeverdachte] niet zijn reguliere business was en de bedrijfsvoering niet alledaags verliep maken dat, zo de verdachte zich daar al van bewust is geweest, niet anders.

Tegen de achtergrond van die vaststellingen is het de vraag of het financiële gedrag van [medeverdachte] zodanig opmerkelijk is geweest dat dit bij de verdachte een strafrechtelijk verwijtbaar vermoeden van een criminele herkomst van geld en voorwerpen had moeten opleveren.

Die vraag wordt ontkennend beantwoord. Voor een succesvol zelfstandig ondernemer is het zeker niet ondenkbaar dat deze na een inbraak bij een goede vriendin in financiële zin de helpende hand toesteekt bij de aanleg van een alarminstallatie, een nieuwe tv of de bouw van een schutting. Bovendien zijn de aard en omvang van de cadeaus die de verdachte van [medeverdachte] kreeg niet zodanig dat deze het strafrechtelijk vermoeden van een criminele herkomst daarvan (zelfstandig) kunnen dragen. Temeer niet wanneer bij het geven van die cadeaus in ogenschouw wordt genomen dat de verdachte wel eens belangeloos klanten aanleverde voor de drankenhandel van [medeverdachte].

De verdachte heeft, nu zich in het dossier onvoldoende aanwijzingen voor het tegendeel bevinden, dan ook uit mogen gaan van een legale herkomst van de geldstroom van [medeverdachte]. Met het vaststellen van die omstandigheid kan de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van enig aan de verdachte ten laste gelegd feit komen.

De verdachte wordt daarom vrijgesproken van het haar onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen voorwerpen verbeurd te verklaren.

Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen zal – gezien het feit dat de verdachte integraal wordt vrijgesproken – een last worden gegeven tot teruggave van die voorwerpen aan de verdachte.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 , 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de aan dit vonnis gehechte lijst van in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

gelast de teruggave aan verdachte van alle op die lijst voorkomende voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van Boven, voorzitter,

en mrs. Janssen en Huisman, rechters,

in tegenwoordigheid van Balk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 oktober 2009.

Bijlage bij vonnis van 28 oktober 2009:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

zij in of omstreeks de periode van 3 september 2007 tot en met 17 februari

2009, te [plaats] en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s)

(onder meer) de hierna te noemen geldbedragen en/of voorwerpen verworven

en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans van die

geldbedragen en/of die voorwerpen, gebruik gemaakt, terwijl zij, verdachte

en/of haar mededader(s) wist/wisten dat die geldbedragen en/of die voorwerpen

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf en wel (onder

andere):

-een of meer auto's, te weten een Daewoo Matiz en/of een Ssang Yong Rexton

en/of Fiat Stilo en/of

-een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 30.000 euro) en/of

-het genot van (het gebruik van) een of meer vakantiehuizen

in Italië en Frankrijk) en/of

-een of meer parfums en/of

-een of meer horloges en/of

-een of meer computers en/of

-een of meer flatscreen tv's en/of

-een of meer fietsen en/of

-een (tuin)schutting en/of

-een of meer bankstellen en/of

-een of meer (flessen alcoholische) drank;

(artikelen 420ter en 47 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 3 september 2007 tot en met 17 februari

2009, te [plaats] en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer voorwer(pen), te weten

-een of meer auto's, te weten een Daewoo Matiz en/of een Ssang Yong Rexton

en/of Fiat Stilo en/of

-een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 30.000 euro) en/of

-het genot van (het gebruik van) een of meer vakantiehuizen

in Italië en Frankrijk) en/of

-een of meer parfums en/of

-een of meer horloges en/of

-een of meer computers en/of

-een of meer flatscreen tv's en/of

-een of meer fietsen en/of

-een (tuin)schutting en/of

-een of meer bankstellen en/of

-een of meer (flessen alcoholische) drank,

heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of

omgezet, althans van die geldbedragen en/of die voorwerpen, gebruik gemaakt,

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) dat dat/die

geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf;

(artikel 420 bis Wetboek van Strafrecht jo. artikel 47 lid 1 onder 1 Wetboek

van Strafrecht)

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 3 september 2007 tot en met 17 februari

2009, te Dordrecht en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer voorwer(pen), te weten

-een of meer auto's, te weten een Daewoo Matiz en/of een Ssang Yong Rexton

en/of Fiat Stilo en/of

-een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 30.000 euro) en/of

-het genot van (het gebruik van) een of meer vakantiehuizen

in Italië en Frankrijk) en/of

-een of meer parfums en/of

-een of meer horloges en/of

-een of meer computers en/of

-een of meer flatscreen tv's en/of

-een of meer fietsen en/of

-een (tuin)schutting en/of

-een of meer bankstellen en/of

-een of meer (flessen alcoholische) drank,

heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of

omgezet, althans van die geldbedragen en/of die voorwerpen, gebruik gemaakt,

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s)

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat/die geldbedrag(en) en/of

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf;

(artikel 420quater Wetboek van Strafrecht jo. artikel 47 lid 1 onder 1 Wetboek

van Strafrecht)

2.

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 17

februari 2009,

te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of

[plaats] en/of [plaats]en/of [plaats] en/of

[plaats] en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, althans zich

schuldig heeft/hebben gemaakt aan witwassen,

immers heeft/hebben hij, [medeverdachte], en/of zijn mededader(s)

(onder meer) een of meer geldbedrag(en) en/of voorwerp(en), te weten

-een of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) alcoholische drank en/of

-een of meer (gro(o)te) bedrag(en) geld (van in totaal ongeveer 2,3 miljoen

euro)

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans

van dat geld en/of die alcoholische drank gebruik gemaakt, terwijl hij,

verdachte en/of zijn mededader(s) wist/wisten dat dat geld en/of die

alcoholische drank - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit een

of meer misdrijf/misdrijven, in elk geval uit enig misdrijf,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere

tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 september 2007 tot en met 17

februari 2009,

te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of

[plaats] en/of [plaats]en/of [plaats] en/of

[plaats] en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft door:

- mensen te benaderen en alcoholische drank ter verkoop aan te bieden en/of

klanten te werven om alcoholische drank af te nemen en/of mensen die alcoholische drank wilden kopen in contact te brengen met die[medeverdachte] en/of

- (grote) hoeveelheden (alcoholische) drank te verkopen en/of

- alcoholische drank af te leveren bij klanten en/of vervoer te regelen om

alcoholische drank te laten afleveren bij klanten;

(artikelen 420ter en 48 van het Wetboek van Strafrecht)

3.

zij in of omstreeks de periode van 3 september 2007 tot en met 17 februari

2009,

te [plaats] en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling,

immers heeft verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) een of meer

goed(eren), te weten geldbedragen (van in totaal ongeveer 30.000), verworven,

voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl zij, verdachte en/of haar

mededader(s), ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

dat/die geldbedrag(en) (telkens) wist(en) dat het door misdrijf/misdrijven

verkregen geldbedrag(en) betrof(fen);

(artikelen 417 jo. 416, lid 1 en 47 van het Wetboek van Strafrecht)

en/of

zij in of omstreeks de periode van 3 september 2007 tot en met 17 februari

2009,

te [plaats] en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) een gewoonte heeft gemaakt van het opzettelijk voordeel trekken uit

de opbrengst van door misdrijf/misdrijven verkregen geld, namelijk geld dat

[medeverdachte] had verkregen door het plegen van de misdrijven valsheid in

geschrifte en/of verduistering (in dienstbetrekking) en/of oplichting, zoals

strafbaar gesteld in respectievelijk artikel 225 van het Wetboek van

Strafrecht en/of in artikel 321/322 van het Wetboek van Strafrecht en/of in

artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, althans door enig (ander) misdrijf,

hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s) van die [medeverdachte] gekregen:

-een of meer auto's, te weten een Daewoo Matiz en/of een Ssang Yong Rexton

en/of Fiat Stilo en/of

-een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 30.000 euro)en/of

-het genot van (het gebruik van) een of meer vakantiehuizen

in Italië en Frankrijk) en/of

-een of meer parfums en/of

-een of meer horloges en/of

-een of meer computers en/of

-een of meer flatscreen tv's en/of

-een of meer fietsen en/of

-een (tuin)schutting en/of

-een of meer bankstellen en/of

-een of meer (flessen alcoholische) drank,

zulks terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) wist/wisten

dat dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) door dat/die misdrijf/misdrijven

was/waren verkregen;

[Artikel 417 jo. 416, lid 2 en artikel 47 Wetboek van strafrecht]

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

zij in of omstreeks de pleegperiode van 3 september 2007 tot en met 17

februari 2009, te [plaats] en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer goed(eren), te weten, een of meer geldbedragen (van in totaal

ongeveer 30.000 euro) heeft/hebben verworven, voorhanden gehad en/of

overgedragen, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s), ten tijde van

het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die geldbedrag(en) (telkens)

wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het/de

geldbedrag(en) was/waren verkregen door het/de misdrijf/misdrijven valsheid in

geschrifte en/of verduistering (in dienstbetrekking) en/of oplichting, zoals

strafbaar gesteld in respectievelijk artikel 225 van het Wetboek van

Strafrecht en/of in artikel 321/322 van het Wetboek van Strafrecht en/of in

artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, althans door enig (ander) misdrijf

(gepleegd door [medeverdachte]);

(artikel 416, lid 1/417BIS, lid 1 jo. artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

en/of

zij in of omstreeks de periode van 3 september 2007 tot en met 17 februari

2009, te [plaats] en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit

de opbrengst van door misdrijf/misdrijven verkregen geld, namelijk geld dat

[medeverdachte] had verkregen door het plegen van de misdrijven valsheid in

geschrifte en/of verduistering (in dienstbetrekking) en/of oplichting, zoals

strafbaar gesteld in respectievelijk artikel 225 van het Wetboek van

Strafrecht en/of in artikel 321/322 van het Wetboek van Strafrecht en/of in

artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, althans door enig (ander) misdrijf,

hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s) van die [medeverdachte] gekregen:

-een of meer auto's, te weten een Daewoo Matiz en/of een Ssang Yong Rexton

en/of Fiat Stilo en/of

-een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 30.000 euro)en/of

-het genot van (het gebruik van) een of meer vakantiehuizen

in Italië en Frankrijk) en/of

-een of meer parfums en/of

-een of meer horloges en/of

-een of meer computers en/of

-een of meer flatscreen tv's en/of

-een of meer fietsen en/of

-een (tuin)schutting en/of

-een of meer bankstellen en/of

-een of meer (flessen alcoholische) drank,

zulks terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en),

althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat/die geldbedrag(en)

en/of voorwerp(en) door dat/die misdrijf/misdrijven was/waren verkregen;

(artikel 416, lid 2/417BIS, lid 2 jo. artikel 47 Wetboek van Strafrecht)