Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BK1427

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-10-2009
Datum publicatie
28-10-2009
Zaaknummer
10/765504-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt veroordeeld terzake verduistering in dienstbetrekking van ruim 2,3 miljoen euro en gewoontewitwassen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden. Valsheid in geschrift. Cumulatief/alternatieve tenlastelegging. Afwijzen vordering schadevergoedingsmaatregel. Vonnis medeverdachte te vinden onder LJN BK1428.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 225, geldigheid: 2009-10-28
Wetboek van Strafrecht 322, geldigheid: 2009-10-28
Wetboek van Strafrecht 420bis, geldigheid: 2009-10-28
Wetboek van Strafrecht 420ter, geldigheid: 2009-10-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 26

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/765504-09

Datum uitspraak: 28 oktober 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],

niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie en zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichtingen Rotterdam-Rijnmond, locatie Huis van Bewaring ‘Noordsingel’, te Rotterdam,

raadsvrouw mr. G.S.S. de Kok, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2009.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Het ten laste gelegde komt er op neer dat de verdachte:

(1) (A) zijn werkgever en aan zijn werkgever gelieerde vennootschappen voor ruim 2,3 miljoen euro heeft opgelicht door boekstuknummers op facturen te wijzigen, facturen dubbel in te voeren, door zijn bankrekeningnummer (als tweede crediteurennummer) in de administratie in te voeren onder de naam van diverse crediteuren en door betaalopdrachten te paraferen, en/of dat hij facturen, crediteurkaarten, batchlijsten, betaaladvieslijsten, clieoplijsten en stambestanden heeft vervalst;

(1) (B) zich ruim 2,3 miljoen euro van zijn werkgever heeft toegeëigend, terwijl hij daar geen toestemming voor had;

(2) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, omdat hij diverse malen grote geldbedragen en (luxe) goederen in zijn bezit heeft gehad, waarvan hij wist dat die uit misdrijf afkomstig waren;

(3) een aantal facturen en een arbeidsovereenkomst heeft opgemaakt, waarin in strijd met de waarheid stond vermeld dat de eenmanszaak van de verdachte nog stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Haan heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar, met aftrek van voorarrest;

- verbeurdverklaring van de goederen als vermeld op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Het onder feit 2 ten laste gelegde (gewoonte)witwassen van het genot van een of meer vakantiehuizen in het buitenland is, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

In artikel 420bis, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is vermeld wat de wetgever verstaat onder ‘voorwerpen’. Uit die bepaling kan worden opgemaakt dat onder voorwerpen alle zaken en vermogensrechten worden verstaan. Naar het oordeel van de rechtbank valt het genot van het verblijven in die bedoelde vakantiehuizen echter niet onder deze definitie, nu dat verblijf noch als goed, noch als vermogensrecht kan worden aangemerkt.

De onder feit 3 ten laste gelegde valsheid in geschrift van de facturen van [eenmanszaak verdachte], voor zover zij zijn gedateerd in het jaar 2007 en de arbeidsovereenkomst tussen [eenmanszaak verdachte] en [betrokkene 1] zijn, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij eerst medio 2008 op de hoogte werd gesteld van de doorhaling van de inschrijving van [eenmanszaak verdachte] in het register van de Kamer van Koophandel. Uit het dossier blijken geen aanwijzingen voor het tegendeel. Hierom kan niet worden vastgesteld dat de verdachte op het moment van opmaken van die betreffende facturen (met de nummers 20072356 en 20072341) wist dat hij de naam [eenmanszaak verdachte] en de bijbehorende Kamer van Koophandel- en BTW-nummers niet meer mocht voeren. Nu de opzet op de valsheid van de facturen ontbreekt, dient de verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging te worden vrijgesproken. Hierbij zij opgemerkt dat de factuur met nummer 20072356 twee keer voorkomt in de tenlastelegging. Hierom zal de verdachte van het valselijk opmaken van drie tenlastegelegde facturen worden vrijgesproken, hoewel dat er feitelijk twee betreffen.

Ten aanzien van de arbeidsovereenkomst met [betrokkene 1] wordt overwogen dat de verdachte op dat moment wél wetenschap had van de doorhaling bij de Kamer van Koophandel. Echter, aangezien het feit dat [eenmanszaak verdachte] niet meer stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel er niet aan in de weg staat dat [eenmanszaak verdachte] nog altijd bevoegd was om rechtshandelingen te verrichten, levert het sluiten van de onderhavige arbeidsovereenkomst geen valsheid in geschrift op en dient de verdachte hiervan te worden vrijgesproken. Daar komt bij dat ook de naam van de verdachte in de arbeidsovereenkomst na [eenmanszaak verdachte] wordt genoemd.

BEWIJSMOTIVERING EN BEWEZENVERKLARING

Bij inleidende dagvaarding zijn aan de verdachte cumulatief een vijftal feiten tenlastegelegd. Na wijziging van de tenlastelegging ter zitting van 14 oktober 2009 zijn de feiten 1 tot en met 3 van die tenlastelegging gewijzigd in een cumulatieve/alternatieve variant en als geheel tenlastegelegd onder feit 1.

Uit die wijziging op zich kan worden opgemaakt dat de officier van justitie met de wijziging heeft beoogd de keuze omtrent hetgeen aan de verdachte wordt verweten (voor een deel) aan de rechtbank over te laten. Op de terechtzitting heeft de officier van justitie dit (kennelijk) beoogde doel woordelijk expliciet gemaakt. De rechtbank zal van de ruimte gebruik maken en kiezen voor het alternatief als onder feit 1 onder B ten laste is gelegd en zal hetgeen in de tenlastelegging bij feit 1 onder A staat vermeld verder buiten bespreking laten.

Feit 1.

Ten aanzien van feit 1 onder B wordt van het volgende uitgegaan:

Op 2 februari 2009 heeft [aangever], directeur van [benadeelde], gevestigd te [vestigingsplaats], aangifte gedaan van verduistering. Hij heeft verklaard dat de verdachte op 1 juli 2007 in dienst was getreden als administratief medewerker. In januari 2009 werden er onregelmatigheden in de administratie geconstateerd. [aangever] heeft verklaard dat bij controle is gebleken dat een bepaald rekeningnummer (het rekeningnummer van de verdachte) bij verschillende crediteuren voorkwam. Daarna is naar voren gekomen dat er in totaal € 2.268.333,54 naar de bankrekening van de verdachte is overgemaakt. [aangever] heeft verklaard dat de verdachte zich deze geldbedragen heeft toegeëigend zonder dat daarvoor een rechtsgrond bestond . Op 5 maart 2009 werd door diezelfde [aangever] een aanvullende aangifte gedaan. Naast de eerder geconstateerde overboekingen bleek nog een aantal overboekingen te hebben plaatsgevonden naar de bankrekening van de verdachte, waardoor het totaal neerkomt op € 2.305.179,80 .

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij inderdaad over een periode van ongeveer anderhalf jaar ongeveer € 2,3 miljoen op zijn rekening gestort kreeg en dat hij wist dat het geld niet van hem was, dat hij het geld zo snel als mogelijk weer van zijn rekening af wilde hebben en dat het geld nu op is .

Uit onderzoek van de Regionale Recherche Dienst naar de (bij dat proces-verbaal gevoegde) bankafschriften van de verdachte is gebleken dat er diverse malen geld is gestort op zijn in [plaats] geregistreerde bankrekening, afkomstig van [dochtermaatschappij 3], gevestigd te [plaats] (totaal € 116.392,07), [dochtermaatschappij 4], gevestigd te [plaats] (totaal € 14.296,37), [dochtermaatschappij 1], gevestigd te [plaats] (totaal € 2.142.002,56), [dochtermaatschappij 2], gevestigd te [plaats] (totaal € 32.475,25) en [benadeelde], eveneens gevestigd te [plaats] (totaal € 13,54). Totaal gaat het om een geldbedrag van € 2.305.179,79. De salarisbetalingen aan de verdachte zijn buiten de berekening gehouden .

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte actief heeft gefraudeerd. Hij heeft in dit verband verwezen naar betaaladvieslijsten/batchlijsten bij stukken waarop niet alleen het rekeningnummer van de verdachte staat vermeld, maar ook zijn paraaf.

Namens de verdachte heeft zijn raadsvrouw aangevoerd dat het vermoeden dat de verdachte zelf wijzigingen in de diverse administratieve bestanden heeft aangebracht op geen enkele wijze te staven is en dat het ontbreken van een adequate administratieve organisatie en de daarbij behorende interne controle op de geldstromen er de oorzaak van is geweest dat het geld op de rekening van de verdachte terecht is gekomen.

De verklaring van de verdachte dat hij niets in de administratie heeft veranderd en enkel passief heeft toegezien op het binnenkomen van de geldbedragen op zijn rekening wordt als ongeloofwaardig terzijde geschoven.

Daartoe wordt het volgende overwogen. Uit het door de verdachte paraferen van de betaaladvieslijsten kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de verdachte die lijsten onder ogen heeft gehad en ze – in de wetenschap dat deze lijsten één of meerdere fouten bevatten – ter verdere afhandeling in het administratieve proces heeft gestuurd. De rechtbank verwijst hierbij bijvoorbeeld naar een ‘overzicht betaaladvies binnenland’ d.d. 1 november 2007, als bijlage 26 opgenomen bij het feitenonderzoek van KPMG Advisory, waar het bankrekeningnummer van de verdachte zes maal voorkomt als ware het het bankrekeningnummer van [crediteur] Dat het hier de paraaf van de verdachte betreft, staat niet ter discussie, gelet op de verklaring van de verdachte dat hij een aan die paraaf identieke paraaf herkent op een factuur en overigens ook dat verhoor identiek parafeert .

Aangezien de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hierna bewezen verklaard, op de zitting heeft bekend, wordt ten aanzien van die feiten volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

Feit 2.

1.

de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 14 oktober 2009;

2.

een ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, Bovenregionale Recherche d.d. 8 maart 2009, nr. PL17R3-52/2009, documentcode 0903041530.AMB (proces-verbaal van bevindingen analyse na tweede verstrekking [drankengroothandel]), inclusief bijlagen;

3.

een ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, Regionale Recherche Dienst, d.d. 24 maart 2006 (de rechtbank begrijpt: 2009), documentcode 0903241630.AMB (proces-verbaal van bevindingen onderzoek [autohandel]), inclusief bijlagen;

4.

een ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, Bovenregionale Recherche, d.d. 18 februari 2009, nr. PL17R3-52/2009, documentcode 0902181055.V04 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte]);

Feit 3.

1.

de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 14 oktober 2009;

2.

een geschrift, zijnde een kopie van een factuur met het nummer 20081255, d.d. 28 november 2008, voorzien van het opschrift ‘[eenmanszaak verdachte], KvK Rotterdam: [inschrijfnummer KvK], BTW-Id nr: [BTW-nummer]’;

3.

een geschrift, zijnde een kopie van een factuur met het nummer 20081264, d.d. 31 december 2008, voorzien van het opschrift ‘[eenmanszaak verdachte], KvK Rotterdam: [inschrijfnummer KvK], BTW-Id nr: [BTW-nummer]’;

4.

een geschrift, zijnde een kopie van een factuur met het nummer 20090012, d.d. 26 januari 2009, voorzien van het opschrift ‘[eenmanszaak verdachte], KvK Rotterdam: [inschrijfnummer KvK], BTW-Id nr: [BTW-nummer]’.

Gelet op het bovenstaande is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 onder B, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

B.

hij

op tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2007 tot en met 02 februari 2009 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats],

meermalen,

opzettelijk geldbedragen (ten belope van in totaal 2.305.179,79 euro) die telkens toebehoorden aan [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4] en/of andere, aan [benadeelde] gelieerde ondernemingen,

welke geldbedragen verdachte telkens

- uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten administrateur (in dienst van [benadeelde], in welke hoedanigheid hij onder andere feitelijk was belast met het administratief voorbereiden van en/of het verrichten van betalingen aan crediteuren van onder andere [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4]),

en/of

- uit hoofde van door [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4] aan hem, verdachte, onverschuldigd gedane betalingen,

onder zich had, telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij

op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en

met 2 februari 2009,

te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of

[plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of

[plaats], in elk geval in Nederland,

meermalen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft hij, verdachte onder meer de

hierna te noemen geldbedragen en de opbrengst van de hierna te noemen

voorwerpen verworven en voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet,

en/of van die voorwerpen gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte

wist dat die geldbedragen en die voorwerpen –

onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit verduistering in

dienstbetrekking en wel onder andere:

-auto's waaronder een BMW type 645ci en een SsangYong Rexton

en een Opel Combo en een Fiat Stilo en een Volkswagen Golf en een

Daewoo Matiz en

-geldbedragen van in totaal ruim 2,3 miljoen euro en

-luxe goederen zoals tomtoms en parfums en horloges en

(spel)computers en flatscreen-tv's en andere elektronische goederen

en

-grote hoeveelheden alcoholische drank;

3.

hij

op tijdstippen,

in of omstreeks de periode van 28 november 2008 tot en met 2 februari 2009,

te Ridderkerk en/of [plaats] en/of Rotterdam en/of [plaats] en/of

[plaats], in elk geval (elders) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer geschrift(en), te weten

-een of meer facturen van de eenmanszaak [eenmanszaak verdachte], te weten

-een factuur met het nummer 20081255 d.d. 28 november 2008 en/of

-een factuur met het nummer 20081264 d.d. 31 december 2008 en/of

-een factuur met het nummer 20090012 d.d. 26 januari 2009 en/of

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft

vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft verdachte (een of meerdere malen), telkens,

-in die facturen de naam, het KvK-registratienummer en het BTW-nummer van de per [datum uitschrijving] niet meer ingeschreven eenmanszaak [eenmanszaak verdachte] ingevuld

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en

onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1 onder B.

Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;

2.

Van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

3.

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar heeft de verdachte grote geldbedragen verduisterd van zijn werkgever en van andere aan die werkgever gelieerde vennootschappen. De verdachte was daar werkzaam als boekhouder/administrateur en heeft door misbruik te maken van de vertrouwenspositie waarin hij zich bevond de mogelijkheid gecreëerd om een geldbedrag van ruim 2,3 miljoen euro naar zijn eigen rekening door te sluizen. Er zitten zelfs overschrijvingen bij van meer dan 200.000 euro. De verdachte heeft door aldus te handelen het vertrouwen dat zijn werkgever in hem heeft gesteld, op grove wijze geschaad. De verdachte heeft verklaard al het geld te hebben uitgegeven. Het is daarom niet te verwachten dat zijn voormalig werkgever nog een gedeelte van het bedrag terug zal zien. De verdachte heeft hier echter in het geheel geen oog voor gehad en heeft zich, naast zijn behoefte aan financieel gewin, naar eigen zeggen laten leiden door gevoelens van onvrede tegenover het management.

De bedragen die de verdachte op zijn bankrekening heeft ontvangen zijn door hem snel en routineus witgewassen. Hij heeft hiervoor vele mensen om hem heen met cadeaus en vakanties gefêteerd, hij heeft zeven auto’s aangeschaft en is een handel begonnen in sterke drank. Zijn girale vermogen werd via een drankengroothandel omgezet in alcoholische dranken, die hij vervolgens – contant – weer onder de inkoopprijs verkocht. Sommige afnemers vroegen hem om facturen: die heeft de verdachte vervolgens valselijk opgemaakt door de naam, het inschrijfnummer van de Kamer van Koophandel en het BTW-nummer van zijn eenmanszaak te gebruiken. Die eenmanszaak was echter ambtshalve door de Kamer van Koophandel doorgehaald. De verdachte wist dat, maar heeft die facturen toch uitgestuurd om zo bij zijn afnemers meer vertrouwen te wekken.

Gelet op de lange duur van de periode waarin de verdachte de bewezenverklaarde delicten gepleegd heeft, de hoogte van het totaal verduisterde bedrag, alsmede gelet op de ernstige mate waarin hij het vertrouwen dat zijn werkgever in hem stelde heeft geschonden, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van geruime duur. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard geen behoefte te hebben aan contact met Reclassering Nederland. De rechtbank ziet dan ook geen meerwaarde in het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf .

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 4 februari 2009 niet eerder (onherroepelijk) is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Hierin en vanwege het feit dat de rechtbank de verdachte op bepaalde punten vrijspreekt, wordt aanleiding gezien de gevangenisstraf te matigen.

Alles afwegend worden na te noemen straffen passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen voorwerpen verbeurd te verklaren.

De voorwerpen behoren aan de verdachte toe. De verdachte kan de voorwerpen geheel of ten dele ten eigen bate aanwenden en de voorwerpen zijn geheel of grotendeels door middel van de strafbare feiten verkregen.

De in beslag genomen goederen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst staan vermeld zullen verbeurd worden verklaard. Die verbeurdverklaring zal worden opgelegd als bijkomende straf voor de onder 1 onder B en 2 bewezen verklaarde feiten.

SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zal opleggen. De officier van justitie heeft voor wat betreft de hoogte verwezen naar de aanvankelijk ingediende, maar weer ingetrokken, vorderingen van de benadeelde vennootschappen van in totaal € 2.305.179,79.

De rechtbank overweegt het volgende.

Hoewel het mogelijk is om een schadevergoedingsmaatregel op te leggen, zonder dat tevens de vordering van een benadeelde partij wordt toegewezen zal hiertoe niet worden overgegaan.

Bij de executie van een schadevergoedingsmaatregel is in tegenstelling tot in de ontnemingprocedure niet of nauwelijks ruimte om rekening te houden met de draagkracht van de verdachte. Het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte zal – ook al betaalt hij gedeeltelijk – derhalve uiteindelijk (kunnen) leiden tot de executie van de vervangende hechtenis. Gelet op de hoogte van de gevorderde maatregel zou dit kunnen neerkomen op een substantiële extra periode van vrijheidsbeneming.

Daar komt bij dat de voormalig werkgever van de verdachte wordt geacht voldoende financiële armslag te hebben om het schadebedrag te doen innen. Hulp van de staat lijkt daarbij niet onmiddellijk geboden. Bovendien kan de benadeelde de rechter verzoeken om in de aangekondigde ontnemingsprocedure reeds betaalde of verhaalde bedragen aan hem, de benadeelde, te doen uitkeren (art. 577b, lid 2 Sv). Op die wijze bestaat nog steeds de mogeljkheid dat de staat de benadeelde behulpzaam is bij het verhaal van zijn schade.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet op de artikelen 33, 33a, 33b, 57, 63, 225, 322, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 onder B, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 30 (dertig) maanden;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

- beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart verbeurd: als bijkomende straf voor de feiten 1 onder B en 2: al hetgeen voorkomt op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst ten name van de verdachte d.d. 7 oktober 2009 (volgnummers 46 tot en met 63);

- wijst de vordering van de officier van justitie tot oplegging van de schadevergoedings-maatregel aan de verdachte af.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van Boven, voorzitter,

en mrs. Janssen en Huisman, rechters,

in tegenwoordigheid van Balk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 oktober 2009.

Bijlage bij vonnis van 28 oktober 2009:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

A.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 2 februari 2009, te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats], in elk geval (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meer ondernemingen, te weten [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4], in elk geval een of meer (aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen, heeft bewogen tot de afgifte van telkens een of meer geldbedragen (van in totaal 2.305.179,80 euro), in elk geval van enig goed,

immers heeft hij, verdachte, meermalen telkens

- een of meer facturen, afkomstig van [crediteur 1]. en/of [crediteur 2] en/of [crediteur 3] en/of [crediteur 4] en/of [crediteur 5] en/of [crediteur 6] en/of van een of meer andere ondernemingen, gekopieerd en/of (vervolgens) de datum van binnenkomst van die facturen gewijzigd en/of het op die facturen vermelde boekstuknummer gewijzigd, en/of

- een of meer van die facturen dan wel op die facturen betrekking hebbende gegevens meer dan één keer ingevoerd in de administratie van [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1], en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4], in elk geval van een of meer (aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen, (waardoor uiteindelijk het factuurbedrag meer dan één keer werd uitbetaald, te weten één keer naar de bankrekening van de betrokken crediteur en ten minste één keer naar zijn, verdachtes, bankrekeningnummer), en/of

- in/op crediteurkaarten en/of stambestanden en/of batchlijsten en/of betaaladvieslijsten en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland”, die elk deel uitmaakten van de administratie van [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4], in elk geval van een of meer (aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen, zijn, verdachtes, bankrekeningnummer ingevuld als bankrekeningnummer waarnaar geldbedragen dienden te worden overgemaakt, althans handelingen verricht met betrekking tot die administratie die ertoe leidden dat zijn, verdachtes, bankrekeningnummer op die lijsten, althans in die administratie werd vermeld als bankrekeningnummer waarnaar geldbedragen dienden te worden overgemaakt, en/of

- in een of meer clieoplijsten zijn, verdachtes, bankrekeningnummer ingevuld terwijl in de aan die clieoplijsten ten grondslag liggende betaaladvieslijsten en/of batchlijsten en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland” (telkens) een ander bankrekeningnummer was vermeld (namelijk het bankrekeningnummer van de volgens die lijsten te betalen crediteuren), althans handelingen verricht met betrekking tot de administratie van [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4], in elk geval van een of meer (aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen, die ertoe leidden dat in een of meer clieoplijsten zijn, verdachtes, bankrekeningnummer werd vermeld terwijl in de aan die clieoplijsten ten grondslag liggende betaaladvieslijsten en/of batchlijsten en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland” (telkens) een ander bankrekeningnummer was vermeld (namelijk het bankrekeningnummer van de volgens die lijsten te betalen crediteuren), en/of

- een of meer van die batchlijsten en/of betaaladvieslijsten en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland”, al dan niet voorzien van zijn, verdachtes, paraaf, ter verdere afhandeling in de administratie gebracht van [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4], in elk geval van een of meer (aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen, zulks terwijl op die lijsten zijn, verdachtes, rekeningnummer stond vermeld als rekeningnummer waarnaar betalingen dienden te geschieden, en/of

- een of meer van die batchlijsten en/of betaaladvieslijsten en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland”, al dan niet voorzien van zijn, verdachtes, paraaf, ter verdere afhandeling in de administratie gebracht van [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4], in elk geval van een of meer (aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen, zulks terwijl in de aan die lijsten ten grondslag liggende administratieve gegevensbestanden zijn, verdachtes, rekeningnummer stond vermeld als rekeningnummer waarnaar betalingen dienden te geschieden, en/of

-(anderszins) zijn, verdachtes, bankrekeningnummer ingebracht in een of meer schriftelijke bescheiden en/of geautomatiseerde bestanden, in elk geval in een of meer onderdelen, van de administratie van [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4], in elk geval van een of meer (aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen, en/of

- in/op die batchlijsten en/of betaaladvieslijsten en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland” boekstuknummers gewijzigd, en/of

- voor een of meer crediteuren een tweede crediteurennummer aangemaakt, (waarbij hij, verdachte, aan een van de twee aldus in de administratie voorkomende crediteurennummers zijn, verdachtes, bankrekeningnummer koppelde,) en/of

- een of meer niet bestaande creditfacturen ingeboekt in de administratie van [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4], in elk geval van een of meer (aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen en/of een of meer facturen niet in die administratie ingeboekt,

waardoor [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4] en/of een of meer (andere aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven aangifte;

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 2 februari 2009, te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats], in elk geval (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

een of meer geschrift(en), te weten

- een of meer facturen (afkomstig van [crediteur 1]. en/of [crediteur] en/of [crediteur 3] en/of [crediteur 4] en/of [crediteur 5] en/of [crediteur 6] en/of van een of meer andere ondernemingen) en/of

- een of meer crediteurenkaarten en/of stambestanden en/of clieoplijsten en/of batchlijsten en/of betaaladvieslijsten en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland” van [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4] en/of een of meer andere (aan [benadeelde] gelieerde) ondernemingen,

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft hij, verdachte, telkens

- een of meer van die facturen gekopieerd en/of (vervolgens) de datum van binnenkomst van die facturen gewijzigd en/of het op die facturen vermelde boekstuknummer gewijzigd, en/of

- in/op die crediteurkaarten en/of batchlijsten en/of betaaladvieslijsten en/of clieoplijsten en/of stambestanden en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland” zijn, verdachtes, bankrekeningnummer ingevuld als bankrekeningnummer waarnaar geldbedragen dienden te worden betaald, en/of

- in/op die facturen en/of batchlijsten en/of betaaladvieslijsten en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland” boekstuknummers gewijzigd, en/of

- een of meer batchlijsten en/of betaaladvieslijsten en/of lijsten genaamd “Overzicht Betaalbaarstelling (Binnenland)” en/of “Aanmaken Betaalbestand (Binnenland) en/of “Overzicht Betaaladvies (Binnenland)” en/of “Overzicht Te verzenden betaalopdrachten binnenland” voorzien van zijn, verdachtes, paraaf, terwijl hetzij die lijsten zijn, verdachtes, rekeningnummer bevatten als rekeningnummer waarnaar betalingen dienden te geschieden, hetzij in de aan die lijsten ten grondslag liggende administratieve gegevensbestanden zijn, verdachtes, rekeningnummer stond vermeld als rekeningnummer waarnaar betalingen dienden te geschieden,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

en/of

B.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2007 tot en met 02 februari 2009 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk een of meer geldbedragen (ten belope van in totaal 2.305.179,80 euro) die telkens toebehoorden aan [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4] en/of andere, aan [benadeelde] gelieerde ondernemingen, en/of [crediteur 1]. en/of Solar en/of [crediteur 3] en/of [crediteur 4] en/of [crediteur 5] en/of [crediteur 6], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte,

welke geldbedragen verdachte telkens

- uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten administrateur (in dienst van [benadeelde], in welke hoedanigheid hij onder andere feitelijk was belast met het administratief voorbereiden van en/of het verrichten van betalingen aan crediteuren van onder andere [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4]),

en/of

- uit hoofde van door [benadeelde] en/of [dochtermaatschappij 1] en/of [dochtermaatschappij 2] en/of [dochtermaatschappij 3] en/of [dochtermaatschappij 4] aan hem, verdachte, onverschuldigd gedane betalingen,

in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(artikelen 321 en 322 Wetboek van Strafrecht);

2.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en

met 2 februari 2009,

te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of

[plaats] en/of [plaats] en/of Rotterdam en/of [plaats] en/of

[plaats], in elk geval (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen.,

meermalen, althans eenmaal,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig

heeft gemaakt aan witwassen,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (onder meer) de

hierna te noemen geldbedragen en/of (de opbrengst van de hierna te noemen)

voorwerpen verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet,

en/of van die voorwerpen gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) wist/wisten dat die geldbedragen en/of die voorwerpen –

onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit verduistering (in

dienstbetrekking) en/of valsheid in geschrifte en/of oplichting, althans uit

enig misdrijf, en wel (onder andere):

-een of meer auto's (waaronder een BMW type 645ci en/of een SsangYong Rexton

en/of een Opel Combo en/of een Fiat Stilo en/of een Volkswagen Golf en/of een

Daewoo Matiz) en/of

-een of meer geldbedragen (van in totaal ruim 2,3 miljoen euro) en/of

-het genot van een of meer vakantiehuizen (onder meer in Frankrijk, Italië en

Oostenrijk) en/of

-een of meer luxe goederen zoals tomtoms en/of parfums en/of horloges en/of

(spel)computers en/of flatscreen-tv's en/of andere elektronische goederen

en/of

-grote hoeveelheden alcoholische drank;

(artikelen 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht)

3.

hij

op een of meer tijdstippen,

in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 2 februari 2009,

te Ridderkerk en/of [plaats] en/of Rotterdam en/of [plaats] en/of

[plaats], in elk geval (elders) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer geschrift(en), te weten

-een of meer facturen van de eenmanszaak [eenmanszaak verdachte], te weten

-een factuur met het nummer 20072356 d.d. 10 september 2007 en/of

-een factuur met het nummer 20072341 d.d. 3 augustus 2007 en/of

-een factuur met het nummer 20081255 d.d. 28 november 2008 en/of

-een factuur met het nummer 20081264 d.d. 31 december 2008 en/of

-een factuur met het nummer 20072356 d.d. 10 september 2007 en/of

-een factuur met het nummer 20090012 d.d. 26 januari 2009 en/of

-een arbeidsovereenkomst tussen de eenmanszaak [eenmanszaak verdachte] en [betrokkene 1], getekend op

16 oktober 2008,

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft

vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft verdachte (een of meerdere malen), telkens,

-in die facturen de naam, het (vestigings)adres, telefoon- en faxnummer, een

bankrekeningnummer, het KvK-registratienummer en het BTW-nummer van de per 28

november 2006 niet meer bestaande eenmanszaak [eenmanszaak verdachte] ingevuld en/of

-in die arbeidsovereenkomst vermeld dat die [betrokkene 1] voor de bepaalde periode

van één jaar als commercieel medewerker bij de werkgever in dienst treedt,

waarbij de per 28 november 2006 niet meer bestaande eenmanszaak [eenmanszaak verdachte] als

"werkgever" werd vermeld,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)