Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BK1148

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-10-2009
Datum publicatie
26-10-2009
Zaaknummer
333971 / J1 RK 09-1011 en 328130 / J1 RK 09-448
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van de ouders tot vervallenverklaring van een aanwijzing ex artikel 1:259 BW toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Meervoudige kamer

Datum uitspraak: 5 oktober 2009

Zaak-/rekestnummer: 333971 / J1 RK 09-1011

328130 / J1 RK 09-488

Beschikking in de zaak van:

de Ambulante Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening Leger des Heils,

gevestigd te Rotterdam,

namens bureau jeugdzorg Stadsregio Rotterdam,

hierna: de stichting,

met betrekking tot de minderjarigen:

[A}, geboren op [datum] 1991 te [plaats],

[B], geboren op [datum] 1992 te [plaats],

[C], geboren op [datum] 1996 te [plaats],

[D], geboren op [datum] 2000 te [plaats],

kinderen van [vader] en van de met het gezag belaste ouder,

[moeder], wonende te [adres],

en

[E], geboren op [datum] 2002 te [plaats],

[G], geboren op [datum] 2002 te [plaats],

kinderen van de met het gezag belaste ouders,

[vader] en [moeder], beiden voornoemd.

Het verloop van de procedure

De ouders hebben op 8 april 2009 een verzoekschrift ingediend tot vervallenverklaring van een aanwijzing ex artikel 1:259 BW.

Bij proces-verbaal van 28 april 2009 is de behandeling van de zaak voor de duur van drie maanden aangehouden. In deze periode zou duidelijk moeten worden wat er nodig is om de uiteindelijke verhuizing van het hele gezin naar Spanje op een voor de minderjarigen aanvaardbare wijze te concretiseren.

Bij proces-verbaal van 5 augustus 2009 is de behandeling van de zaak opnieuw aangehouden omdat bovengenoemde duidelijkheid nog ontbrak. Zo bestond nog immer onzekerheid met betrekking tot het gebied van huisvesting, inkomen, scholing en hulpverlening. De behandeling van de zaak is vanwege de aard van de zaak verwezen naar de meervoudige kamer.

De stichting heeft voorts op 3 juli 2009 verzoekschriften ingediend strekkende tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [A], [B], [C], [D], [E] en [F] en de machtiging tot plaatsing van de minderjarigen [A], [D] en [E].

De plannen van aanpak, de indicatiebesluiten en de verslagen van het verloop van de ondertoezichtstelling zijn daarbij gevoegd.

Bij beschikking van 5 augustus 2009 zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot plaatsing van de minderjarige [A] in een residentiële instelling verlengd tot 5 november 2009, de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [B], [C], [D], [E] en [F] verlengd tot 12 november 2009 en is de machtiging tot plaatsing van de minderjarigen [D] en [E] in een residentiële instelling verlengd tot 12 november 2009.

De behandeling van de zaak is voor het overig verzochte aangehouden.

Bij beschikking van 15 augustus 2009 is de machtiging tot plaatsing van de minderjarigen [B], [C] en [F] in een crisisopvang residentieel of een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 12 november 2009.

Van de zijde van mr. Crawfurd is een faxbericht met bijlagen ingekomen, gedateerd 30 september 2009.

Van de zijde van de stichting is een faxbericht met bijlagen ingekomen, gedateerd 30 september 2009.

De zaak is verder behandeld op 5 oktober 2009. De beslissing is vervolgens door hieronder vermelde meervoudige kamer genomen.

De ouders zijn ter terechtzitting bijgestaan door hun advocaat, mr. G. Crawfurd.

Namens de stichting zijn verschenen de gezinsvoogden mw. M. de Boer, mw. J. Smit en dhr. B. Jansen en mr. W.H. van Wijk, advocaat.

Tevens is verschenen dhr. Wagner, gezinsbegeleider van Bergse Bos.

De beoordeling

De advocaat van de stichting heeft ter terechtzitting aangegeven dat een delegatie namens de stichting zeer binnenkort zal vertrekken naar Spanje voor een screeningsonderzoek. Tijdens dit onderzoek zal een netwerkonderzoek plaatsvinden, zullen de leefomstandigheden in combinatie met scholing en hulpverleningsmogelijkheden worden gecontroleerd en er zullen gesprekken gepland worden met de Raad voor de Kinderbescherming en Sociale Zaken. Na terugkomst zal worden besloten of de emigratie kan plaatsvinden. Mocht dit niet het geval zijn dan zal de stichting verlengingsverzoeken indienen. De ouders zijn zich er van bewust dat zij het gezag over de kinderen kwijtraken bij een uithuisplaatsing van de kinderen in Spanje. De minderjarige [A] heeft van de inrichting toestemming gekregen om met de ouders mee te mogen naar Spanje. Met betrekking tot de minderjarige [B] zijn er zorgen omdat hij speciaal onderwijs behoeft. Voor de overige kinderen geldt dat zij voorlopig op hun huidige plek blijven. De stichting verzoekt de gevraagde machtigingen te verlengen voor een periode van drie maanden en de zaak voor het overige aan te houden, zodat het screeningsonderzoek kan plaatsvinden waarna er meer duidelijkheid zal zijn over de emigratiemogelijkheid van het gezin.

De stichting verwacht dat de duidelijkheid er binnen twee maanden zal zijn, maar vraagt om een verlenging tot januari ten einde enige marge te hebben.

De advocaat van de ouders heeft ter terechtzitting aangegeven dat de ouders thans aan een groot aantal voorwaarden van het stappenplan voldoen. Ook de samenwerking met de stichting is beter. De ouders zijn van mening dat de kinderen niet profiteren van de kinderbeschermingsmaatregelen en dat de kinderbeschermingsautoriteiten in Spanje ten onrechte een negatieve indruk hebben gekregen van het gezin. Het is de bedoeling van de ouders dat alle kinderen naar Spanje meeverhuizen met de ouders.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ten aanzien van de schriftelijke aanwijzing.

De rechtbank oordeelt dat het ouders in beginsel vrijstaat om met hun kinderen te verhuizen naar een ander land en dat een negatief advies van de kinderbeschermingsautoriteiten in dat andere land hier niet aan af doet.

In de onderhavige zaak is sprake van kinderen die onder toezicht zijn gesteld en op grond van een rechterlijke machtiging uit huis zijn geplaatst. Het is dan ook van groot belang dat de overgang naar het andere land, in dit geval Spanje, zorgvuldig geschiedt, teneinde de belangen van de kinderen goed te waarborgen.

Toen op enig moment bleek dat de ouders wilden emigreren, terwijl de emigratie onvoldoende was voorbereid - waarbij met name moet worden gedacht aan het regelen van een inkomen, huisvesting, scholing en hulpverlening voor de minderjarigen - heeft de stichting een aanwijzing gegeven inhoudende het verbod om te vertrekken.

Vervolgens heeft de stichting de kinderbeschermingsautoriteiten in Spanje geïnformeerd.

Anders dan bij eerdere zittingen is thans gebleken dat de ouders en de (nieuwe gezinsvoogden) van de stichting zeer goed en intensief samenwerken om de voorgenomen verhuizing naar Spanje van het gezin van verzoekers mogelijk te maken. Verzoekers hebben inmiddels aangetoond in Spanje over een inkomen en over huisvesting te kunnen beschikken. Op korte termijn gaan twee medewerkers van de stichting naar Spanje om gesprekken te voeren met de desbetreffende Spaanse autoriteiten en om te bezien wat de mogelijkheden zijn voor scholing en hulpverlening voor de kinderen.

Ten aanzien van de minderjarige [A] verzet de stichting zich inmiddels niet meer tegen een verhuizing naar Spanje.

Gelet op de positieve ontwikkelingen, met name de goede samenwerking tussen de ouders en de (nieuwe)gezinsvoogden en het huidige standpunt van de stichting dat het gezin (mits goed voorbereid) naar Spanje kan verhuizen, is er naar het oordeel van de rechtbank geen reden meer om de aanwijzing te handhaven. Het verzoek tot vervallenverklaring van de aanwijzing zal derhalve worden toegewezen en de aanwijzing van 26 maart 2009 wordt met ingang van 5 oktober 2009 vervallen verklaard.

Ten aanzien van de ondertoezichtstelling en de machtigingen uithuisplaatsing.

Ter zitting is gebleken dat de ouders het voornemen hebben op 14 oktober 2009 naar Spanje te vertrekken. Nu de stichting zich niet langer verzet tegen het vertrek naar Spanje van [A] en de rechtbank van oordeel is dat de overwegingen van de stichting om zich te verzetten tegen een vertrek van [B] naar Spanje niet in het belang van [B] zijn, zal de ondertoezichtstelling van [A] en [B] met ingang van 13 oktober 2009 worden opgeheven en zullen de machtigingen tot uithuisplaatsing met ingang van 13 oktober 2009 worden ingetrokken. De rechtbank merkt hierbij op dat ter zitting is gebleken dat [B] (evenals [C]) niet meer uithuis is geplaatst.

Ter zitting hebben de gezinsvoogden de verwachting uitgesproken dat, gelet op het feit dat de ouders inmiddels aan de meeste voorwaarden hebben voldaan die nodig waren voor toestemming voor een vertrek naar Spanje, de minderjarigen [C], [D], [E] en [F] zich voor de kerstdagen bij de rest van het gezin in Spanje kunnen voegen.

De rechtbank gaat er vanuit dat het bezoek van de medewerkers van de stichting aan Spanje er toe leidt dat aan alle voorwaarden voor een verantwoorde verhuizing naar Spanje alsdan zal zijn voldaan. [F] zal na afloop van de geldende machtiging uithuisplaatsing tot haar vertrek naar Spanje op vrijwillige basis uithuisgeplaatst blijven.

Gelet hier op zal de ondertoezichtstelling van [C], [D], [E] en [F] met ingang van 20 december 2009 worden opgeheven en zullen de machtigingen tot uithuisplaatsing van [D] en [E] worden verlengd tot 20 december 2009.

De beslissing

De rechtbank:

Wijst het verzoek van de ouders tot vervallenverklaring van de aanwijzing toe.

Verklaart de op 26 maart 2009 door de stichting gegeven schriftelijke aanwijzing met ingang van heden vervallen.

Heft de ondertoezichtstelling van [A] en [B] per 13 oktober 2009 op en trekt de machtigingen tot uithuisplaatsing van de minderjarigen [A] en [B] in per 13 oktober 2009.

Verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [C], [D], [E] en [F] tot 20 december 2009.

Verlengt de duur van de machtiging tot plaatsing van de minderjarigen [D] en [E] in een residentiële instelling tot 20 december 2009.

Wijst het verzoek voor het overige af.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.M. Marseille, voorzitter, en mrs. J.C.A.T. Frima en E.F. Lagerwerf-Vergunst in bijzijn van P. Thakoerdat, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting.