Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BK1089

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-10-2009
Datum publicatie
23-10-2009
Zaaknummer
338781 / HA RK 09-182
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking afgewezen. De feiten waarop verzoeker zich beroept staan niet vast. Afgezien daarvan is in zijn stellingen geen grond te vinden voor het oordeel dat sprake is van objectief gerechtvaardige vrees van verzoeker voor een vooringenomenheid van de rechter jegens verzoeker.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Zaaknummer : 338781

Rekestnummer : HA RK 09-182

Uitspraak : 23 oktober 2009

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

wonende te [adres],

verzoeker,

strekkende tot wraking van [naam kantonrechter], kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, sector kanton (hierna: de kantonrechter).

1. Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 14 september 2009 is door de kantonrechter van deze rechtbank behandeld de tegen verzoeker aanhangig gemaakte strafzaak met parketnummer 10/431708-08.

Bij gelegenheid van die behandeling heeft verzoeker de kantonrechter gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting.

Verzoeker alsmede de kantonrechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

Verzoeker heeft het secretariaat van de wrakingskamer bij brief d.d. 5 oktober 2009 verzocht de behandeling van zijn wrakingsverzoek aan te houden omdat hij op de zitting 16 oktober 2009 niet aanwezig kon zijn. Bij brief d.d. 13 oktober 2009 is door de secretaris van de wrakingskamer aan verzoeker bericht dat zijn aanhoudingsverzoek niet gehonoreerd wordt, omdat dit verzoek niet met redenen van verhindering is omkleed.

De kantonrechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De kantonrechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Ter zitting van 16 oktober 2009, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen de kantonrechter en de officier van justitie mr. M. van Kuilenburg.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 14 september 2009 het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :

De rechter en ik kennen elkaar waarschijnlijk. De rechter heeft in 2008 een zaak behandeld in restaurant Minang Kabau Baru in het Kralingse Bos tijdens een bijeenkomst van een vrijmetselaarsloge.

In zijn aanhoudingsverzoek d.d. 5 oktober 2009 heeft verzoeker gepersisteerd in hetgeen hij tijdens de strafzitting van 14 september 2009 heeft opgemerkt en verwijst daarbij naar het proces-verbaal van de terechtzitting.

2.2.

De officier van justitie heeft - verkort en zakelijk weergegeven- medegedeeld:

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 14 september 2009 is een juiste weergave van wat ter zitting is voorgevallen.

Ik acht geen gronden voor wraking aanwezig. Het onderhavige wrakingsverzoek dient derhalve te worden afgewezen.

2.3

De kantonrechter heeft niet in de wraking berust.

De kantonrechter bestrijdt de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft - kort en zakelijk weergegeven- te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren. De kantonrechter heeft geen notie van waar verzoeker op doelt, hij is nooit in het betreffende restaurant geweest en is niet betrokken geweest bij de behandeling van een dergelijke zaak, waaraan verzoeker refereert.

3. De beoordeling

Aan de door verzoeker summier aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de kantonrechter -subjectief- niet onpartijdig was. Ook overigens is voor een zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde en anderszins aannemelijk geworden omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de - beweerdelijk - bij verzoeker bestaande vrees dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is.

De rechtbank overweegt als volgt:

De feiten waarop verzoeker zich beroept staan niet vast.

Afgezien daarvan is in hetgeen verzoeker ter ondersteuning van het door hem gedane wrakingsverzoek heeft aangevoerd geen grond te vinden voor het oordeel dat sprake is van een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor bedoeld.

De wraking is mitsdien ongegrond. Het verzoek zal worden afgewezen.

4. De beslissing

wijst af het verzoek tot wraking van [naam kantonrechter].

Deze beslissing is gegeven op 23 oktober 2009 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. H. van Lokven-van der Meer, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. V.A. Versloot, griffier.

De voorzitter is buiten staat deze beslissing te ondertekenen, namens deze, mr. H. van Lokven-van der Meer, jongste rechter.