Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9768

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-09-2009
Datum publicatie
18-08-2010
Zaaknummer
336536/KG ZA 09-844
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

kort geding tussen gemeente en kerkgemeenschap

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 336536/KG ZA 09-844

Uitspraak: 25 september 2009

VONNIS in kort geding in de zaak van:

1. de Hervormde gemeente te Melissant,

2. de Diaconie van de Hervormde gemeente te Melissant,

beide woonplaats kiezende te Den Haag,

eisers,

advocaat mr. G.C.W. van der Feltz,

- tegen -

1. de kerkelijke rechtspersoon Hersteld Hervormde Gemeente van Melissant,

zetelende te Melissant,

2. de Diaconie van de Hersteld hervormde gemeente te Melissant,

zetelende te Melissant,

3. de stichting Stichting Vermogensbeheer Nederlandse Hervormde Gemeente Melis-sant,

zetelende te Dirksland,

gedaagden,

advocaat mr. P.J. den Boef.

Partijen worden hierna aangeduid als "de HG" respectievelijk "de HHG". Voorzover ge-daagde sub 3 afzonderlijk is bedoeld, wordt zij aangeduid als de Stichting Vermogensbe-heer.

1 Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 31 juli 2009, met producties;

- bij brief van 3 september 2009 van de zijde van de HHG toegezonden stukken;

- pleitnotities van mr. Van der Feltz;

- pleitnotities van mr. Den Boef.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 9 september 2009.

2 De vaststaande feiten

In dit kort geding wordt van de navolgende vaststaande feiten uitgegaan.

2.1

Op 1 januari 2003 waren er 857 personen inschreven als lid van de hervormde gemeente te Melissant. Hiervan waren circa 200 leden "kerkelijk meelevend", dat wil zeggen dat zij ac-tief deelnamen aan het kerkelijk leven te Melissant.

2.2

Op 1 mei 2004 zijn de Nederlandse hervormde kerk, de Gereformeerde Kerken in Neder-land en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden verenigd in de Protestantse Kerk in Nederland (hierna: PKN). Aan deze fusie ligt onder meer een besluit d.d. 12 december 2003 van (de generale synode van) de Nederlands hervormde kerk ten grondslag.

2.3

Vooruitlopend op de onder 2.2 hiervoor genoemde fusie is op 1 februari 2004 op grond van de (Overgangsbepalingen van de) (nieuwe) kerkorde voor de PKN (PKO) een commissie van bijzondere zorg met betrekking tot de hervormde gemeenten, de gereformeerde gemeen-ten en de Evangelisch-Lutherse gemeenten (hierna: CBZ) benoemd. Aan de CBZ is op grond van de (Overgangsbepalingen van de) PKO de taak toebedeeld om bijstand te verle-nen aan groepen gemeenteleden die tot de conclusie komen dat zij de overgang naar de PKN niet kunnen volgen. Op grond van de (Overgangsbepalingen van de) PKO is de CBZ be-voegd tot het treffen van maatregelen en voorzieningen.

2.4

Het toenmalige bestuur van de hervormde gemeente te Melissant heeft in 1995 de Stichting Vermogensbeheer opgericht en onroerende zaken in deze stichting ondergebracht, waaron-der het kerkgebouw van de hervormde gemeente aan de Julianalaan 2 te Melissant, het ver-enigingsgebouw "De Poort" aan de Voorstraat 14 te Melissant en de pastorie aan de Voor-straat 12 te Melissant. Uit de kadastrale gegevens volgt dat de Stichting Vermogensbeheer is geregistreerd als eigenaresse van deze panden.

2.5

De huidige HHG maakte tot 1 mei 2004 deel uit van de Nederlands hervormde kerk. Een groot gedeelte van de leden van de voormalige hervormde gemeente te Melissant heeft in 2004 kenbaar gemaakt geen lid te willen zijn van een hervormde gemeente die lid is van de PKN. Deze groep heeft de HHG gevormd. Het betreft hier in hoofdzaak de onder 2.1 ge-noemde circa 200 "kerkelijk meelevenden".

2.6

Op 28 september 2007 heeft de CBZ op grond van de (Overgangsbepalingen van de) PKO een "Definitieve Voorziening" vastgesteld. Deze Definitieve Voorziening komt er - kort weergegeven en voor zover hier van belang - op neer dat de HHG haar medewerking zou dienen te verlenen aan effectuering van voorzieningen zoals die in dit kort geding door de HG worden gevorderd.

2.7

Na mei 2004 heeft de HG meerderjarige personen uit het bestand van de hervormde ge-meente van voor 1 mei 2004 verzocht om zich schriftelijk op te geven indien men betrokken wilde blijven bij de HG (als onderdeel van PKN). 95 personen hebben zich destijds opgege-ven.

3 Het geschil

3.1

De HG heeft - zakelijk weergegeven - gevorderd HHG te gebieden medewerking te verle-nen aan de uitvoering van de Definitieve Voorziening van de CBZ van 28 september 2007 en in dat kader a 1) de HG in staat te stellen om kerkdiensten te houden in het kerkgebouw aan de Julianalaan 2 en om het verenigingsgebouw "De Poort" te gebruiken, a 2) mee te werken aan het uitleggen van de verhouding tussen partijen bij de Rabobank, b 3) zich niet in te laten met het beheer van de pastorie, c 4) diverse kerkelijke registers aan de HG over te dragen, c 5) de HHG te gebieden € 10.000,- aan HG te betalen, c 6) de Diaconie van de HHG te gebieden € 20.000,- te betalen aan de Diaconie van de HG en d 7) mee te werken aan de overdracht van de onroerende zaken genoemd in de Definitieve Voorziening (kerk-gebouw, verenigingsgebouw en pastorie) aan de HG, alles met veroordeling van de HHG in de proceskosten.

3.2

De HG heeft aan haar vorderingen, tegen de achtergrond van de hiervoor vermelde vast-staande feiten, kort weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

De HG is dezelfde als de hervormde gemeente te Melissant die voor 1 mei 2004 onderdeel was van de Nederlandse hervormde kerk. De HG is als zodanig enig rechthebbende tot de eigendom van het hier bedoelde kerkgebouw, de pastorie en het verenigingsgebouw. Dat is in verschillende, vergelijkbare zaken tussen andere (hersteld) hervormde gemeenten door de civiele rechter erkend. Op grond van de, ook op de HHG van toepassing zijnde (Overgangs-bepalingen van de) PKO is een Definitieve Voorziening gegeven door de CBZ. De HHG heeft tegen de Definitieve Voorziening, hoewel daartoe de mogelijkheid bestond, geen be-zwaar ingesteld. De Definitieve Voorziening is dan ook onherroepelijk. Ondanks sommaties daartoe is de HHG in gebreke gebleven met de uitvoering van de Definitieve Voorziening.

3.2.2

De HG heeft er belang bij dat de Definitieve Voorziening spoedig wordt uitgevoerd. Het is thans onmogelijk voor de HG om de kerkdiensten in Melissant te hervatten, het gemeentele-ven voort te zetten en kerkelijke activiteiten te organiseren. Aan het kerkgebouw en het ver-enigingsgebouw dienen bovendien dringend werkzaamheden verricht te worden. De HHG laat na deze werkzaamheden uit te (doen) voeren.

3.3

Het verweer van de HHG strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van de HG, althans tot af-wijzing van hun vorderingen, met veroordeling van de HG in de kosten van de procedure.

Op het verweer van de HHG wordt hierna onder de beoordeling, voor zover noodzakelijk, ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

De grondslag van de vorderingen van de HG is de door de CBZ getroffen "Definitieve Voorziening". De HG heeft aangevoerd dat door de CBZ in overeenstemming met de daar-toe strekkende regels en de onderliggende kerkelijke besluitvorming een redelijke voorzie-ning is getroffen, waarbij rekening is gehouden met de verhoudingen tussen het aantal kerk-leden dat is overgestapt naar de HHG en het aantal kerkleden dat heeft gekozen voor de on-der de PKN vallende HG. De HG heeft er voorts, onder verwijzing naar een uitspraak van het Gerechtshof te Den Haag van 7 maart 2002, op gewezen dat de overdracht van onroe-rend goed en vermogen van de voormalige hervormde gemeente te Melissant aan de Stich-ting Vermogensbeheer die in 1995 heeft plaatsgevonden, niet was toegestaan op grond van de toenmalige kerkorde van de Nederlands Hervormde kerk en dat deze eigendommen daar-om terug moeten worden overgedragen aan de HG.

4.1.1

Op zichzelf kan voorshands worden aangenomen dat de eigendom van het bedoelde onroe-rend goed en vermogen bij de HG, als onderdeel van de PKN, berust, althans rechtens be-hoorde te berusten ten tijde van, en na de fusie. Aangenomen moet immers worden dat een kerk of kerkelijke gemeente als zodanig zich niet los kon maken van de Nederlandse Her-vormde kerk en dat slechts individuele leden dat konden. Gelet op de bij partijen bekende jurisprudentie die in dit kader reeds is gevormd en hetgeen hierna wordt beslist, zal de voor-zieningenrechter hier niet nader op ingaan. Dat individuele leden geen eigendommen van de Nederlandse Hervormde kerk hebben kunnen meenemen bij hun "afsplitsing", spreekt voor zich. Dat de activa in het verleden is ondergebracht bij de Stichting Vermogensbeheer acht de voorzieningenrechter voor de beoordeling van het geschil tussen partijen in het kader van dit kort geding niet relevant. De rechtspersonen die in deze procedure gezamenlijk als de HHG worden aangeduid kunnen voor zover in het kader van dit kort geding van belang worden vereenzelvigd.

4.1.2

De CBZ heeft evenwel, vanwege de omstandigheid dat een groot deel van de gemeenteleden van de voorheen Nederlands Hervormde kerk te Melissant geen deel wensten uit te maken van de PKN, aanleiding gezien een voorziening te treffen, onder meer ten aanzien van de bedoelde eigendommen.

De HHG heeft gemotiveerd betwist dat de CBZ met deze voorziening de redelijke belangen van de HHG voldoende in acht heeft genomen. De stellingen van de HHG in dit verband komen erop neer dat aan haar een Definitieve Voorziening is opgelegd die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is in de zin van artikel 7:904 lid 1 BW. De HHG wijst er met name op dat van de leden van de HHG te Melissant en de HG te Melis-sant tezamen, feitelijk slechts een relevant deel van de leden van de HHG "meelevend" lid van de kerk is, in die zin dat zij werkelijk geïnteresseerd zijn in het actief deelnemen aan het kerkelijk leven. Daarmee behoorde in de visie van de HHG rekening te worden gehouden. Indien daarmee rekening wordt gehouden, is het naar het oordeel van de HHG duidelijk dat de wijze van verdeling van de eigendommen en het vermogen zoals deze door de CBZ in de Definitieve Voorziening is vastgesteld, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid on-aanvaardbaar is.

De HG heeft hetgeen de HHG heeft aangevoerd omtrent de massale overstap van "kerkelijk meelevende" leden te Melissant van de HG naar de HHG niet gemotiveerd betwist. HG stelt weliswaar dat er 95 handtekeningen zijn geplaatst door personen die desgevraagd kenbaar hebben gemaakt betrokken te willen blijven bij de HG als onderdeel van PKN en dat men daar de minderjarige gezinsgenoten nog bij op kan tellen, maar gesteld noch gebleken is dat van die personen - op zich reeds een klein gedeelte van de ingeschreven leden - een substan-tieel deel actief zou willen deelnemen aan kerkelijk leven te Melissant. Weliswaar stelt de HG dat een aantal van deze mensen nu in Dirksland, Sommelsdijk, Goedereede en Stellen-dam naar de kerk gaat en dat zij er naar uit zien weer in het eigen dorp te kerken, maar die stelling is in het geheel niet gesubstantieerd. Voorshands acht de voorzieningenrechter niet onaannemelijk dat slechts een (wellicht te) klein aantal leden van de HG te Melissant geïnte-resseerd is in actieve deelname aan een nog te organiseren kerkelijk leven van de HG te Me-lissant. De beoordeling van de vraag of, mede gezien deze verhoudingen, sprake is van een Definitieve Voorziening die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, leent zich niet voor kort geding. Het standpunt van de HHG hieromtrent kan evenwel voorshands niet als volstrekt onjuist en kansloos in een bodemprocedure worden aange-merkt. Dat leidt ertoe dat het door de HG in dit kort geding gevorderde, gebaseerd op de Definitieve Voorziening, (grotendeels) niet toewijsbaar is.

Daarbij komt dat ten aanzien van een groot deel van de vorderingen onvoldoende is geble-ken van een spoedeisend belang dat toewijzing van die vorderingen in kort geding zou kun-nen rechtvaardigen. De HG heeft weliswaar gesteld dat zij er spoedeisend belang bij heeft om spoedig over het kerkgebouw en het verenigingsgebouw te kunnen beschikken vanwege daaraan te plegen onderhoud dat door de HHG niet wordt uitgevoerd, doch de HHG heeft dat belang gemotiveerd betwist. De HHG heeft aangevoerd dat zij vanwege de blokkering van de bankrekeningen door de HG eenvoudigweg niet over de middelen beschikt om groot onderhoud uit te voeren. Voorts geeft zij aan dat noodzakelijke reparaties wel worden ver-richt. De HG heeft dit niet betwist. Het had op de weg van de HG gelegen meer specifiek te onderbouwen welke dringende werkzaamheden verricht zouden moeten worden aan de ge-bouwen, tot het verrichten waarvan de HHG, bij het beschikbaar zijn van financiële midde-len, niet bereid is gebleken. De voorzieningenrechter merkt hierbij op dat niet ondenkbaar zou behoren te zijn dat partijen met elkaar in overleg treden teneinde vast te stellen welke werkzaamheden op korte termijn dienen te worden verricht, waarna afspraken zouden kun-nen worden gemaakt omtrent vrijgave daartoe van in beginsel beschikbare, maar thans nog geblokkeerde gelden. Dat partijen enig initiatief in deze richting hebben ondernomen, is ge-steld noch gebleken.

4.2

Voor de aspecten van het geschil die wel voldoende spoedeisend zijn, zal de voorzieningen-rechter een voorziening treffen. Dat betreft uitsluitend het onder a 1) gevorderde. Het is wenselijk dat de HG in staat wordt gesteld gebruik te maken van de kerk en het vereni-gingsgebouw voor kerkelijke activiteiten, ook al om in de praktijk te kunnen beoordelen welke behoefte er bij haar achterban bestaat aan actieve deelname aan kerkelijk leven te Me-lissant. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden toegewezen. Het daarbij door de HG gewenste tijdstip van zondagochtend 11.00 uur voor het exclusieve gebruik van het kerkgebouw komt de voorzieningenrechter echter problematisch - en vooralsnog niet ge-rechtvaardigd - voor. De HHG heeft onbetwist aangevoerd dat zij afhankelijk is van gast-predikanten en dat haar zondagochtenddiensten daardoor noodzakelijkerwijs wisselende aanvangstijden hebben. Gelet hierop en omdat vooralsnog onduidelijk is of (ook) de HG een substantieel aantal leden voor regelmatig kerkbezoek te Melissant zal kunnen interesseren, zal het uiterste tijdstip waarop de HG desgewenst de beschikking over het kerkgebouw krijgt, vooralsnog worden vastgesteld op 12.00 uur. Het gebruik van het kerkgebouw en het verenigingsgebouw door de HG zal steeds in overleg tussen partijen dienen plaats te vinden, waarbij de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat de HG op zondagen het gebruik van het kerkgebouw op een eerder tijdstip dan 12.00 uur zal krijgen, steeds wanneer dat in verband met de planning van de zondagochtenddiensten door de HHG mogelijk is.

4.3

Voor toewijzing van de onder a 2) en/of c 5) geformuleerde vordering is in dit kort geding vooralsnog geen plaats. De voorzieningenrechter realiseert zich dat de HG de voor haar be-schikbaar komende gelden wellicht onder meer zou willen aanwenden om het kerkelijk le-ven van de HG te Melissant invulling te geven, maar de voorzieningenrechter is er voor-alsnog niet van overtuigd dat de aan de HHG opgelegde verdeling conform Definitieve Voorziening naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is. Mede gelet op het tijdsverloop sedert 1 mei 2004 is bovendien het spoedeisende karakter van dit onderdeel van de vordering niet evident. Dit geschilpunt zal in een eventuele bodemprocedure dienen te worden beslecht.

4.4

Voor toewijzing van de vordering onder b 3), ertoe strekkende dat de HHG wordt verboden zich in te laten met het beheer van de pastorie is geen plaats. Dat zou slechts anders zijn in-dien evident zou zijn dat deze vordering in een bodemprocedure zou worden toegewezen. Daarvan is geen sprake. Deze vordering is gegrond op de Definitieve Voorziening van de CBZ. Verwezen wordt naar hetgeen hiervoor onder 4.1.2 is overwogen omtrent de Defini-tieve Voorziening.

4.5

De HG heeft voorts gevorderd de HHG te gebieden bepaalde kerkelijke registers over te dragen. De HHG heeft hier tegenover gesteld dat met de CBZ reeds is afgesproken dat de registers zullen worden overgedragen aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband te Goeree-Overflakkee en dat beide partijen toegang zullen krijgen. Dit is door de HG niet be-twist. Voor het treffen van een voorziening ziet de voorzieningenrechter vooralsnog dan ook geen aanleiding.

4.6

Voor het overige worden de vorderingen van de HG, onder verwijzing naar hetgeen hier-voor onder 4.1.2 is overwogen, afgewezen.

4.7

Nu partijen over en weer ten dele in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten ge-compenseerd op de wijze als hierna vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter,

gebiedt de HHG om de HG in staat te stellen om, onder overhandiging van de betreffende sleutels:

- op zondagmorgen en op de ochtend van iedere christelijke feestdag die niet op zondag valt, het kerkgebouw aan de Julianalaan 2 te Melissant exclusief te gebruiken voor een kerkdienst vanaf uiterlijk 12.00 uur en op zondagmiddag- of avond, steeds met in achtneming van de tijdstippen waarop de HHG haar kerkdiensten houdt;

- het verenigingsgebouw De Poort aan de Voorstraat 14 te Melissant één avond per week exclusief te gebruiken;

- na overleg met de HHG trouw- en rouwdiensten en bid- en dankstonden te houden in het hiervoor genoemde kerkgebouw of in verenigingsgebouw De Poort;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Moerman-Lankhaar, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

1861/1729