Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9569

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
07-10-2009
Zaaknummer
339684 KG ZA 09-1030, 339767 KG ZA 09-1037, 339769 KG ZA 09-1038
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beslagen op bunkers. Schip moet verhaald worden omdat het in de weg ligt. Eisen die gesteld kunnen worden aan de - ter opheffing van de beslagen - te stellen zekerheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Nadere uitwerking d.d. 7 oktober 2009 van de verkorte vonnissen in kort geding d.d. 5 oktober 2009

in zaaknummer / rolnummer: 339684 / KG ZA 09-1030

commanditaire vennootschap MAASVLAKTE OLIE TERMINAL C.V. (c.q. haar beherend vennoot de naamloze vennootschap MAASVLAKTE OLIE TERMINAL N.V.)

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

advocaat mr. J. Groen,

tegen

1. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging BUFFALO MARITIME SERVICES S.A.

gevestigd te Monrovia, Liberia,

gedaagde sub 1 in conventie,

advocaat mr. C.J.H. baron van Lynden,

2. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging MOTIVATION MARINE LIMITED,

gevestigd te Monrovia, Liberia,

gedaagde sub 2 in conventie,

advocaat mr. C.J.H. baron van Lynden,

3. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging ELENI EFTA SPECIAL MARITIME ENTERPRISES,

gevestigd te Pireaus, Griekenland,

gedaagde sub 3 in conventie,

advocaat mr. M. Wattel,

4. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

GULF SHEBA SHIPPING LIMITED,

gevestigd te Hong Kong, China,

gedaagde sub 4 in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.M. Koevoet,

5. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

GREAT ELEPHANT CORPORATION,

gevestigd te Taipei City, Taiwan,

gedaagde sub 5 in conventie,

advocaat mr. N.J. Margetson,

in welk geschil als tussengekomen partij optreedt:

de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

TMT Co Ltd.

gevestigd te Tapei, Taiwan,

advocaat mr. N.J. Margetson,

en in zaaknummer / rolnummer: 339767 / KG ZA - 1037

1. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging BUFFALO MARITIME SERVICES S.A.

gevestigd te Monrovia, Liberia,

eiseres sub 1,

advocaat mr. C.J.H. baron van Lynden,

2. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging MOTIVATION MARINE LIMITED,

gevestigd te Monrovia, Liberia,

eiseres sub 2,

advocaat mr. C.J.H. baron van Lynden,

3. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging ELENI EFTA SPECIAL MARITIME ENTERPRISES,

gevestigd te Pireaus, Griekenland,

eiseres sub 3,

advocaat mr. M. Wattel,

tegen

de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

GULF SHEBA SHIPPING LIMITED,

gevestigd te Hong Kong, China,

gedaagde,

advocaat mr. C.M. Koevoet,

en in zaaknummer / rolnummer: 339769 / KG ZA 09 - 1038

de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

GULF SHEBA SHIPPING LIMITED,

gevestigd te Hong Kong,

eiseres,

advocaat mr. C.M. Koevoet,

tegen

1. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging BUFFALO MARITIME SERVICES S.A.,

gevestigd te Monrovia, Liberia,

gedaagde sub 1,

advocaat mr. C.J.H. baron van Lynden,

2. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging MOTIVATION MARINE LIMITED,

gevestigd te Monrovia, Liberia,

gedaagde sub 2,

advocaat mr. C.J.H. baron van Lynden,

3. de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging ELENI EFTA SPECIAL MARITIME ENTERPRISES,

gevestigd te Pireaus, Griekenland,+

gedaagde sub 3,

advocaat mr. M. Wattel,

Partijen zullen hierna worden aangeduid als MOT, respectievelijk Buffalo, Motivation, Eleni, Gulf Sheba, Great Elephant en TMT. De m.t. “Gulf Sheba” wordt ook wel aangeduid als “het schip”.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 5 oktober jl. verkort uitspraak gedaan waarbij slechts enkele korte kernoverwegingen zijn gegeven. Daarbij was aangekondigd dat heden een nadere uitwerking van de vonnissen zou worden gegeven, waarbij zou worden ingegaan op de vraag aan welke voorwaarden de – ter opheffing van de beslagen – te verstrekken zekerheid zou moeten voldoen, indien partijen daarover dan nog geen overeenstemming zouden hebben bereikt. Deze vonnissen bevatten in 1.4 t/m 1.10 die nadere uitwerking. Desgewenst zal te zijner tijd, indien partijen dat wensen, een volledig uitgewerkte versie van de vonnissen aan partijen worden verstrekt.

1. De beoordeling

1.1. Voor een verbod tot het niet verlaten van de territoriale wateren is geen noodzaak nu dat zolang de beslagen liggen uit de wet voortvloeit en als de beslagen zijn opgeheven niet voor toewijzing in aanmerking komt.

Wel is er, nu het schip de haven verlaat, reden voor het tijdelijk verstrekken van aanvullende zekerheid in de vorm van het tijdelijk in bewaring geven van de Certificaten.

1.2. Bij het door haar onder iv gevorderde heeft Gulf Sheba onvoldoende belang.

1.3. Onvoldoende aannemelijk is dat TMT en niet Great Elephant eigenaar van de bunkers is, alsmede dat Gulf Sheba een retentierecht heeft.

1.4. Uiteraard dienen de beslagen opgeheven te worden als genoegzame zekerheid wordt gesteld. De beslagen zijn gelegd door Buffalo, Motivation en Eleni (en Gulf Sheba) voor diverse onbetwiste vorderingen die zij hebben op Great Elephant. Het is dus in beginsel aan Great Elephant om zekerheid te stellen, maar ter zitting is voldoende aannemelijk geworden, dat Great Elephant daartoe thans geen mogelijkheden heeft. (Inmiddels is overigens door de beslagleggers opnieuw beslagverlof ter zake van de bunkers gevraagd, voor andere vorderingen).

1.5. Van de beslagleggers mag in die situatie, mede gelet op een afweging van de betrokken belangen, worden verwacht dat zij meewerken aan een constructie waarbij ofwel

Gulf Sheba als eigenaar van het schip zelf zekerheid stelt voor de vorderingen van Buffalo, Motivation en Eleni ten behoeve van Great Elephant ofwel, en dat ligt gelet op de vordering die Gulf Sheba zelf op Great Elephant heeft aanmerkelijk meer in de rede, dat Gulf Sheba de bunkers van Great Elephant overneemt zodat op die wijze middelen worden verschaft aan Great Elephant.

1.6. Die verkoop zal niet rechtsgeldig kunnen geschieden terwijl de beslagen nog liggen. Dat Gulf Sheba tijdelijk de certificaten heeft moeten afgeven brengt mee, dat de beslagleggers zonder risico voor het wegvaren van het schip de beslagen (ook de “nieuwe”) kunnen opheffen om die verkoop mogelijk te maken, waarna onmiddellijk – binnen een uur – de aldus gegenereerde gelden door Great Elephant op een escrow-rekening bij een eerste klas handelsbank gestort kunnen worden (indien die storting uitblijft bieden de reeds verstrekte verloven voldoende grond om de dan opgeheven beslagen weer te leggen).

1.7. Als er, door middel van daartoe strekkende afspraken tussen partijen, in wordt voorzien dat alleen de raadslieden van Great Elephant, Buffalo, Motivation, Eleni en Gulf Sheba gezamenlijk betaling van die rekening kunnen accorderen enerzijds en dat zij tot het geven van een zodanig akkoord gehouden zijn zodra ofwel een schikking is bereikt, ofwel een beslissing in arbitrage is verkregen die ertoe strekt dat Great Elephant dient te betalen anderzijds, moet een dergelijke constructie in dit specifieke geval worden aangemerkt als genoegzame zekerheid en zijn partijen in redelijkheid gehouden daaraan mee te werken.

1.8. Voor het verder afschermen van dit geld tegen andere beslagleggers of voor het bedingen van enigerlei vorm van voorrang voor wie dan ook bestaat geen redelijke grond, nu ook de beslagen, als zij zouden blijven liggen, een dergelijke extra zekerheid niet zouden bieden; dat arbitrale beslissingen of schikkingen niet noodzakelijkerwijs tegelijk worden genomen/getroffen, is een probleem dat zich bij beslag evenzeer voordoet.

1.9. Vanzelfsprekend dienen, onmiddellijk na het voltooien van deze transactie, de certificaten terug te gaan naar Gulf Sheba, dat wil zeggen naar het schip.

1.10. Opmerking verdient nog, dat het verlof tot het leggen van beslag ten laste van TMT is gegeven op basis van de stelling dat niet Great Elephant, maar TMT eigenares van de bunkers is. Nu – inmiddels, na dat beslagverlof – is beslist dat die stelling onvoldoende aannemelijk is gemaakt, moet het ervoor worden gehouden dat Great Elephant eigenares is en moet het beslag ten laste van TMT geacht worden geen doel te hebben getroffen.

1.11. Bij wijze van ordemaatregel wordt als volgt beslist.

2. De beslissing

De voorzieningenrechter

in zaaknummer / rolnummer: 339684 / KG ZA 09-1030

in conventie

2.1. veroordeelt Gulf Sheba en Great Elephant om, onder handhaving van de gelegde beslagen, binnen 24 (vierentwintig) uur na betekening van dit vonnis, de m.t. Gulf Sheba te verhalen naar ankergebied 4 (vier) in Maasmond, in de Noordzee, met dien verstande dat binnen 12 uur na betekening het verhalen zo ver gevorderd moet zijn dat een ander tankschip kan aanmeren waar thans de m.t. Gulf Sheba ligt, en bepaalt dat het schip behoudens een noodsituatie dit ankergebied niet zal verlaten voordat de beslagen zijn opgeheven;

2.2. bepaalt dat Gulf Sheba en Great Elephant, ieder voor zich, een dwangsom verbeuren van € 150.000,-- (zegge: éénhonderdvijftigduizend euro) voor iedere dag dat Gulf Sheba en/of Great Elephant niet aan het onder 2.1 omschreven gebod voldoen, waarbij een gedeelte van een dag als een gehele dag zal hebben te gelden, met een maximum aan verbeurde dwangsommen van € 2.000.000,-- per gedaagde;

2.3. veroordeelt Buffalo, Motivation en Eleni om te gehengen en te gedogen dat de m.t. Gulf Sheba wordt verhaald naar ankergebied 4 (vier) in Maasmond, in de Noordzee;

2.4. bepaalt dat de kosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

tussenkomst

2.5. wijst de vordering van TMT tegen Buffalo, Motivation, Eleni en Gulf Sheba af;

2.6. veroordeelt TMT in de kosten van Buffalo en Motivation, begroot op € 408,-- voor salaris advocaat;

2.7. veroordeelt TMT in de kosten van Eleni, begroot op € 408,-- voor salaris advocaat;

2.8. veroordeelt TMT in de kosten van Gulf Sheba, begroot op € 408,-- voor salaris advocaat;

in reconventie

2.9. wijst de vordering van Gulf Sheba tegen MOT af;

2.10. bepaalt dat de kosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

in zaaknummer / rolnummer: 339767 / KG ZA – 1037

2.11. bepaalt dat Gulf Sheba, voordat de m.t. Gulf Sheba conform het in 2.1 omschreven gebod verhaald wordt, de Certificaten van het schip, met uitzondering van de Port Clearances, tot ten hoogste 14 (veertien) dagen na betekening in bewaring geeft bij deurwaarder R.A.M. Vismans te Rotterdam (of een door alle partijen gezamenlijk schriftelijk aan te wijzen derde), met achterlating van kopieën van die Certificaten aan boord van het schip, een en ander totdat tussen partijen overeenstemming is bereikt over de te verstrekken zekerheden;

2.12. wijst het onder iii en iv gevorderde af;

2.13. bepaalt dat de kosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

en in zaaknummer / rolnummer: 339769 / KG ZA 09 - 1038

2.14. wijst de vordering van Gulf Sheba tegen Buffalo, Motivation, Eleni en Great Elephant af;

2.15. bepaalt dat de kosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Kalmthout, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

1775/106