Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9313

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
05-10-2009
Zaaknummer
AWB 08/3899 WW44-T1 en AWB 08/4124 WW44-T1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft op de zitting geconstateerd dat het bouwplan waarvoor op 29 juni 2009 een bouwvergunning eerste fase is aangevraagd zodanig verschilt van het bouwplan waarvoor op 18 juli 2006 een bouwvergunning eerste fase is aangevraagd dat er geen sprake is van wijzigingen van ondergeschikte aard. Het besluit van 15 augustus 2007 waarmee de nieuwe bouwvergunning eerste fase is verleend houdt derhalve geen wijziging in van het door eiser bestreden besluit van 16 september 2008, waarmee de eerste bouwvergunning eerste fase in stand is gelaten. Het besluit van 15 augustus 2007 is daarom geen besluit als bedoeld in artikel 6:18 van de Awb, zodat er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb. Eisers beroep wordt daarom niet mede gericht geacht tegen laatstgenoemd besluit.

Eiser heeft bij zijn beroep tegen het besluit van 16 september 2008 geen belang meer, nu verweerder het onderliggende primaire besluit van 5 oktober 2006 heeft ingetrokken. Dit beroep wordt daarom niet ontvankelijk verklaard.

Het andere beroep tegen het besluit van 17 september 2008, waarmee de bouwvergunning tweede fase van 27 februari 2008 voor het nieuwe bouwplan in stand is gelaten, wordt ongegrond verklaard, nu de gronden die eiser bij dit beroep heeft aangevoerd het bestreden besluit niet raken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nrs AWB 08/3899 WW44-T1

AWB 08/4124 WW44-T1

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

gedaan op 23 september 2009 in het geding tussen

[naam], wonende te Rotterdam, eiser,

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie, verweerder.

Aan de gedingen hebben mede als partij deelgenomen

[naam],

gemachtigde mr. D.A. Cleton, en

[naam],

gemachtigde mr. R.D. Rischen.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 23 september 2009 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

rechtdoende:

verklaart het beroep tegen het besluit van 16 september 2008 niet-ontvankelijk,

verklaart het beroep tegen het besluit van 17 september 2008 ongegrond

Gronden

Naar aanleiding van een aanvraag van 18 juli 2006 heeft verweerder bij besluit van 5 oktober 2006 een bouwvergunning eerste fase verleend voor de bouw van een kantoorgebouw bij Rotterdam Airport. Eiser heeft hiertegen op 21 bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 16 september 2008 ongegrond is verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Op verzoek van vergunninghoudster heeft verweerder bij besluit van 11 maart 2009 het besluit van 5 oktober 2006 ingetrokken.

Naar aanleiding van een nieuwe aanvraag van 29 juni 2009 heeft verweerder bij besluit van 15 augustus 2007 een bouwvergunning eerste fase verleend voor de bouw van een kantoorgebouw op dezelfde locatie. Eiser heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 27 februari 2008 heeft verweerder voor dit bouwplan een bouwvergunning tweede fase verleend. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 17 september 2008 ongegrond is verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft op de zitting geconstateerd dat het bouwplan waarvoor op 29 juni 2009 een bouwvergunning eerste fase is aangevraagd zodanig verschilt van het bouwplan waarvoor op 18 juli 2006 een bouwvergunning eerste fase is aangevraagd dat er geen sprake is van wijzigingen van ondergeschikte aard. Het besluit van 15 augustus 2007 waarmee de nieuwe bouwvergunning eerste fase is verleend houdt derhalve geen wijziging in van het door eiser bestreden besluit van 16 september 2008, waarmee de eerste bouwvergunning eerste fase in stand is gelaten. Het besluit van 15 augustus 2007 is daarom geen besluit als bedoeld in artikel 6:18 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zodat er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb. Eisers beroep wordt daarom niet mede gericht geacht tegen laatstgenoemd besluit. Dit besluit laat de rechtbank buiten beoordeling nu eiser daartegen geen rechtsmiddelen heeft aangewend.

Eiser heeft bij zijn beroep tegen het besluit van 16 september 2008 geen belang meer, nu verweerder het onderliggende primaire besluit van 5 oktober 2006 heeft ingetrokken. Dit beroep wordt daarom niet ontvankelijk verklaard.

Het andere beroep tegen het besluit van 17 september 2008, waarmee de bouwvergunning tweede fase van 27 februari 2008 voor het nieuwe bouwplan in stand is gelaten, wordt ongegrond verklaard, nu de gronden die eiser bij dit beroep heeft aangevoerd het bestreden besluit niet raken.

De rechtbank ziet geen aanleiding een van de partijen te veroordelen in de proceskosten.

Aldus gedaan door mr. A.I. van Strien, voorzitter, en mr. R.H.L. Dallinga en mr. A.C. Hendriks, leden, in tegenwoordigheid van M.B. van Zantvoort, griffier.

De griffier: De voorzitter:

Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiser wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.

Afschrift verzonden op: