Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9255

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-09-2009
Datum publicatie
05-10-2009
Zaaknummer
338124 - FT 09/943
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schorsing executoriaal (derden) beslag ex artikel 287, vierde lid, Fw vanwege ingediend verzoekschrift 287a Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Rekestnummer: 338124 - FT 09/943

Beschikking van 24 september 2009

in de zaak van

[verzoekster]

wonende te [adres], [woonplaats],

verzoekster.

Op 8 september 2009 is door verzoekster ter griffie van deze rechtbank ingediend een verzoekschrift ex artikel:

- 284 Faillissementswet (hierna: Fw);

- 287, vierde lid, Fw strekkende tot het instellen van een voorlopige voorziening en

- 287a, Fw.

De gevraagde voorziening houdt in om het door General Motors Acceptance Corporation Nederland N.V. (hierna: GMAC) te Rotterdam bij exploit van 21 augustus 2009 onder de publiekrechtelijke rechtspersoon Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Amsterdam gelegde derdenbeslag ten laste van verzoekster gedurende een termijn van drie maanden op te heffen.

Bij faxbericht van 21 september 2009 van de griffier van deze rechtbank is GMAC voor de zitting van 23 september 2009 te 10:00 uur opgeroepen om te worden gehoord op de verzochte voorlopige voorziening.

Ter zitting van 23 september 2009 is verzoekster verschenen.

De rechtbank heeft uitspraak bepaald op heden.

1. Het verzoek

Verzoekster legt aan haar verzoek ten grondslag dat slechts twee schuldeisers, waarvan GMAC er één is, een vordering op haar hebben. Door schuldhulpverlening van de Gemeente Capelle aan den IJssel (hierna: SHV) wordt maandelijks € 48,00 van het inkomen van verzoekster gereserveerd ten behoeve van een door verzoekster aangeboden schuldregeling.

Naast genoemde reservering wordt door GMAC maandelijks € 60,00 op het inkomen van verzoekster verhaald door executie van een derdenbeslag. Het inkomen van verzoekster daalt hierdoor zodanig dat zij slechts € 40,00 per maand voor haar levensonderhoud beschikbaar heeft, hetgeen volgens verzoekster onvoldoende is.

2. Het verweer

Bij faxbericht van 21 september 2009 heeft GMAC de ontvangst van de oproep voor de zitting van 23 september 2009 bevestigd. GMAC heeft zich daarin niet uitgelaten over de verzochte voorlopige voorziening.

3. De beoordeling

Voor de toewijsbaarheid van verzoeken als de onderhavige is allereerst vereist dat verzoekster aantoont dat sprake is van een spoedeisende situatie.

Nu verzoekster onweersproken heeft gesteld dat zij over onvoldoende inkomen beschikt om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien, heeft verzoekster de spoedeisendheid van haar verzoek voldoende gesteld. Verzoekster zal dan ook kunnen worden ontvangen in haar verzoek.

Een verzoek als het onderhavige dient naar het oordeel van de rechtbank niet te worden toegewezen indien op voorhand onaannemelijk is dat verzoekster tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten. Daarvan is vooralsnog geen sprake.

Hiermee staat niet vast dat het verzoek om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal worden toegewezen.

Nu verzoekster in haar verzoek vraagt om een voorlopige voorziening voor de duur van drie maanden, zal de rechtbank het verzoek opvatten als een verzoek tot schorsing van de executie voor de duur van drie maanden.

Met betrekking tot de verzochte voorlopige voorziening dient de rechtbank een belangenafweging te maken tussen enerzijds de belangen van verzoekster en anderzijds de belangen van GMAC.

Het belang van verzoekster bestaat eruit dat zij in afwachting van een beslissing van deze rechtbank op het door haar ingediende verzoekschrift ex artikel 287a Fw gedurende welke periode de SHV maandelijks € 48,00 van het inkomen van verzoekster reserveert ten behoeve van haar gezamenlijke schuldeisers, in haar levensonderhoud kan blijven voorzien.

GMAC heeft zich, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet uitgelaten over haar belang in deze en heeft zich evenmin verzet tegen de verzochte voorlopige voorziening.

De rechtbank overweegt als volgt.

Sinds 1 januari 2008 is titel III van de Faillissementswet gewijzigd. Met deze wijziging heeft de wetgever onder andere voor schuldenaren de mogelijkheid geboden om de rechtbank te verzoeken om één of meer weigerachtige schuldeisers te bevelen om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.

Vaststaat dat verzoekster een dergelijk verzoek inmiddels bij deze rechtbank heeft ingediend en in afwachting is van de oproep voor de behandeling daarvan.

Uit de stukken blijkt dat verzoekster op 27 juli 2009 een schuldhulpverleningscontract met SHV heeft getekend. SHV beheert op basis daarvan het inkomen van verzoekster en reserveert maandelijks gelden ten behoeve van alle schuldeisers van verzoekster. De belangen van schuldeisers van verzoekster zijn hiermee gewaarborgd.

Uit de stukken blijkt voorts dat GMAC door verzoekster is geïnformeerd over de door haar aangeboden schuldregeling waarna door GMAC executoriaal derdenbeslag ten laste van verzoekster is gelegd.

Gelet op de bedoeling van de wetgever ligt het in de rede dat in een situatie als deze, waarbij verzoekster haar verplichtingen uit het schuldhulpverleningscontract dient na te komen en daardoor geen enkele extra financiële speelruimte meer heeft en bovendien de belangen van schuldeisers zoveel als mogelijk zijn gewaarborgd, schuldeisers een pas op de plaats dienen te maken totdat een beslissing ex artikel 287a, eerste lid, Fw dan wel een beslissing ex artikel 284 Fw in kracht van gewijsde is gegaan dan wel laatstgenoemd verzoek is ingetrokken.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat onder deze omstandigheden de belangen van verzoekster zwaarder moeten wegen dan die van GMAC.

De rechtbank zal dan ook een voorlopige voorziening geven zoals in het dictum is bepaald.

Op de verzoekschriften ex artikel 287a Fw en 284 Fw zal afzonderlijk worden beslist.

4. De beslissing

De rechtbank

- schorst de executie van het door GMAC gelegde executoriaal derdenbeslag d.d. 21 augustus 2009 onder de publiekrechtelijke rechtspersoon Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen gevestigd te Amsterdam ten laste van verzoekster voor een termijn van drie maanden;

- verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het anders of meer verzochte.

Aldus gegeven door mr. E.I. Batelaan-Boomsma, lid van de enkelvoudige kamer, en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.