Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ7678

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-07-2009
Datum publicatie
06-10-2009
Zaaknummer
987809
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar titulair directeur. Er bestaan familiebanden tussen de directeur en bestuursleden. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding aan werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0746

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Brielle

Beschikking ex artikel 7:685 Burgerlijk Wetboek

in de zaak van

de stichting

Stichting Multicultureel Dagverzorging Zuid-Hollandse Eilanden,

gevestigd te Nijmegen,

verzoekster,

gemachtigde: mr. F.E.J. Janzing,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. J.C. Zevenberg.

Partijen worden aangeduid als “MCDV” en “[verweerder]”, tenzij anders is vermeld.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

1. verzoekschrift, ontvangen op 20 mei 2009,

2. verweerschrift met bijlagen,

3. brief d.d. 8 juli 2009 van mr. Janzing met aanvullende bijlagen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juli 2009 in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden. Gelijktijdig werd het door MCDV aangevangen kort geding (zaaknummer 914911) behandeld. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden.

2. De vaststaande feiten

2.1. [verweerder], geboren op [geboortedatum], is met ingang van 1 juli 2006 bij MCDV in loondienst getreden als directeur. Hij verdient thans een salaris van € 4.807,99 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering.

2.2. [verweerder] is sinds medio 2004 bij de stichting betrokken. Eerst als mede-oprichter en later als voorzitter.

3. Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de arbeidsovereenkomst wegens veranderde omstandigheden wordt ontbonden, zonder toekenning van vergoeding aan [verweerder] en met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.

4. Het verweer

Primair bepleit [verweerder] afwijzing van het verzoek. Subsidiair is hij van mening dat bij toewijzing een vergoeding dient te worden betaald van € 46.563,00 bruto.

5. De beoordeling

Opzegverbod

5.1. Niet is gebleken dat sprake is van een relevant opzegverbod.

Ontbinding

5.2. In het kader van voormeld kort geding hebben er zittingen plaatsgevonden op 2 september 2008 en 13 januari 2009. Op aanraden van de kantonrechter hebben partijen vervolgens een mediator ingeschakeld. Partijen hebben de kantonrechter bericht dat de mediation niet is geslaagd.

5.3. Het is de kantonrechter gebleken dat [verweerder] destijds als directeur in dienst is getreden op basis van zijn eigen verwachting dat hij daarna weer zou aantreden als voorzitter. Verder bestaan er familiebanden tussen [verweerder] en bestuursleden. [verweerder] beroept zich op deze verwachting en betwist dat het bestuur rechtsgeldig is benoemd; het zou slechts gaan om tijdelijke benoemingen.

5.4. De kantonrechter overweegt dat meer dan een verwachting niet is komen vast te staan. De notulen d.d. 14 juni 2006 reppen slechts van:

“Harry wil weer het voorzitterschap, zodra hij geen directeur functie heeft bij van deze stichting.”

5.5. De kantonrechter kan in het kader van deze procedure geen deugdelijk onderzoek uitvoeren naar de vraag of het bestuur in overeenstemming met wet en statuten als zodanig fungeert. De argumenten van [verweerder] zijn daar overigens ook onvoldoende op toegespitst. Er wordt dus van uitgegaan dat het bestuur wel rechtgeldig fungeert.

5.6. Gelet op de mislukte mediation en de ter zittingen alsmede uit de processtukken blijkende verstandhouding van partijen dient de arbeidsovereenkomst te worden ontbonden. Er is onvoldoende basis voor verdere samenwerking.

Vergoeding

5.7. MCDV maakt [verweerder] ernstige verwijten. Deze zien op de aard en de uitoefening van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die behoren bij zijn functie. Zo wordt [verweerder] nagedragen dat hij gelden van MCDV op privé-rekeningen overmaakt, hij financiële stukken achterhoudt, bestuursleden door hem de toegang tot de kantoren wordt ontzegd, het kantoorpand onbevoegd heeft gehuurd van een vennootschap die hij zelf bestiert en onbevoegd familieleden in dienst heeft genomen en nog een aantal andere verwijten.

5.8. [verweerder] betwist dit alles uitvoerig en gedetailleerd.

5.9. Overwogen wordt dat deze procedure er niet voor is bedoeld deze strijdpunten te beslechten. Overheersend is dat de communicatie niet meer mogelijk is en dat dit mogelijk is te wijten aan een weeffout; te weten de familieband die in het algemeen niet passend kan worden geacht bij stichtingen die uit de publieke middelen worden gefinancierd. Daarnaast is het de kantonrechter gebleken dat [verweerder], met instemming van de overige bestuursleden, gemakkelijk heeft kunnen overstappen naar de functie van bezoldigd directeur, hetgeen bepaald niet gebruikelijk is. Tot slot is wel duidelijk dat [verweerder] MCDV zeer toegewijd is, maar aan die toewijding op een solistische manier uitvoering heeft gegeven. Er is sprake van een langdurige verbintenis tussen [verweerder] en MCDV.

5.10. In deze zaak zal de kantonrechter zich niet bekreunen om de door [verweerder] opgeworpen vraag of de oude of de nieuwe kantonrechtersformule van toepassing is. Daarvoor wijkt deze zaak te veel af van de “gemiddelde arbeidszaak”. Partijen hebben de problemen in belangrijke mate over zichzelf afgeroepen. Om alle voormelde redenen wordt de vergoeding naar billijkheid vastgesteld op € 15.000,00 bruto.

Intrekkingstermijn

5.11. Aan MCDV dient een intrekkingstermijn te worden vergund.

Proceskosten

5.12. Partijen dienen de proceskosten voor eigen rekening te houden.

6. De beslissing

De kantonrechter:

geeft MCDV tot en met 31 juli 2009 de gelegenheid om het verzoek in te trekken,

en,

voor het geval het verzoek niet wordt ingetrokken,

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2009 en kent aan [verweerder] een vergoeding toe van € 15.000,00 (zegge vijftienduizend euro) bruto,

veroordeelt MCDV dit bedrag op een door [verweerder] aan te geven wijze aan hem uit te betalen,

en, ongeacht of het verzoek wordt ingetrokken of niet,

bepaalt dat partijen de proceskosten ieder voor eigen rekening dienen te houden.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J. van Rijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.