Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6343

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-08-2009
Datum publicatie
28-08-2009
Zaaknummer
06/662 F (2)
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikelen 184, 185 en 186 Fw. Ontvankelijkheid verzet. Doel uitdelingslijst. Kostenveroordeling. Niet gesteld of gebleken is dat de curator bij het opstellen en indelen van de uitdelingslijst in strijd met de wettelijke voorschriften heeft gehandeld en de vordering van <opposante> conform haar opgave is erkend, dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Een toezegging door de curator, zoals door <opposante> gesteld, kan overigens niet leiden tot verhoging van het aan een schuldeiser uit te keren bedrag, zoals door <opposante> gewenst. Dat zou immers tot effect hebben dat de door de wet voorgeschreven gelijke behandeling van schuldeisers met een gelijke rang zou worden doorbroken. Voor een kostenveroordeling is in een procedure als onderhavige geen plaats, tenzij (a) het verzet wordt gebruikt door een niet-geverifieerde schuldeiser die met het in verzet komen enkel beoogt alsnog verificatie van zijn vordering te bewerkstelligen en (b) niet tevens door een ander op de voet van 184 Fw verzet is gedaan. Van die uitzonderingssituatie is hier geen sprake, zodat voor een kostenveroordeling geen plaats is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Insolventienummer: 06/662 F

Uitspraak: 4 augustus 2009

Beschikking van de enkelvoudige kamer

op het bezwaarschrift ex artikel 184 lid 1 Fw van:

[opposante],

gevestigd te Limmen,

opposante,

in het faillissement van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WATERWORLD B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

curator [de curator],

rechter-commissaris mr. I.C. de Prenger-de Kwant (eerder mr. E.I. Batelaan-Boomsma).

Betrokken partijen worden hierna aangeduid als “[opposante]”, “gefailleerde”, “curator” respectievelijk “rechter-commissaris”.

1. Het verloop van de procedure

1.1 De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het bezwaarschrift van [opposante] van 8 juli 2009;

- het verweerschrift van de curator van 27 juli 2009;

- de brief van [opposante] van 31 juli 2009;

- het schriftelijke rapport ex artikel 185 lid 2 Fw van de rechter-commissaris van 4 augustus 2009.

1.2 De rechter-commissaris heeft bepaald dat het verzet op de openbare terechtzitting van 4 augustus 2009 om 11.00 uur zal worden behandeld. De rechtbank heeft [opposante] en de curator hiervan bij brief van 15 juli 2009 op de hoogte gesteld.

1.3 Bij brief van vrijdag 31 juli 2009, door de rechtbank ontvangen op maandag 3 augustus 2009, heeft [opposante] verzocht om uitstel van de behandeling van het verzet, omdat haar advocaat op dat moment in het buitenland was. De rechtbank heeft het verzoek om uitstel niet gehonoreerd, vanwege de in artikel 185 Fw – ten behoeve van de bij afwikkeling van faillissementen gewenste spoed – voorgeschreven termijn van behandeling van het verzet, alsmede vanwege de termijn waarop het verzoek om uitstel de rechtbank bereikte, te weten één dag voor de geplande zitting.

1.4 De rechtbank heeft het verzet van [opposante] (alsmede dat van een andere opposant) behandeld ter openbare terechtzitting op 4 augustus 2009 om 11.00 uur. De curator is ter zitting verschenen. De curator heeft zijn standpunt ter zitting nader toegelicht. Na afloop van de behandeling heeft de rechtbank ter zitting, mondeling, uitspraak gedaan.

2. De feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Bij vonnis van 22 augustus 2006 van deze rechtbank is de gefailleerde in staat van faillissement verklaard met benoeming van de curator als zodanig. De rechter-commissaris is als zodanig bij beschikking van 26 juni 2009 benoemd.

2.2 [opposante] heeft een concurrente vordering van € 80.393,35 ter verificatie bij de curator ingediend.

2.3 De verificatievergadering is gehouden op 19 december 2008. Blijkens het proces-verbaal van de verificatievergadering is de vordering van [opposante] integraal erkend.

2.4 De uitdelingslijst, waaraan de rechter-commissaris op de voet van artikel 180 Fw goedkeuring heeft verleend, is op 30 juni 2009 op de griffie van de rechtbank ter inzage gelegd. De vordering van [opposante] is daarin, overeenkomstig de opgave door [opposante], opgenomen. De uitdelingslijst vermeldt voorts een totaalbedrag van € 811.567,46 aan concurrente schuldeisers en dat voor uitdeling aan deze schuldeisers een bedrag van € 41.404,92 beschikbaar is, zodat het uitkeringspercentage (afgerond) 5,1% beloopt.

3. Het verzet en de grondslag ervan

[opposante] heeft gesteld dat de curator onzorgvuldig heeft gehandeld in de afhandeling van het faillissement van Waterworld B.V. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de curator in oktober 2008 aan [opposante] heeft toegezegd dat aan haar te zijner tijd een bedrag van ongeveer € 34.400,-, minus enige kosten van de curator, zou worden uitgekeerd. [opposante] is van mening dat zij als grootste crediteur nu wordt afgescheept met een fooi en eist een beter voorstel.

4. Het standpunt van de curator

De curator heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De curator verzoekt het verzet van [opposante] af te wijzen, met veroordeling van [opposante] in de kosten van de procedure.

5. Het standpunt van de rechter-commissaris

De rechter-commissaris refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

6. De beoordeling

6.1 De rechtbank heeft de hiervoor genoemde brief van [opposante] van 8 juli 2009, per fax door de rechtbank ontvangen op 8 juli 2009, aangemerkt als een bezwaarschrift in de zin van artikel 184 lid 1 Fw. Het verzet is daarmee tijdig, te weten binnen tien dagen nadat de uitdelingslijst ter griffie van de rechtbank ter inzage is gelegd, ingesteld.

6.2 [opposante] is een schuldeiser met een erkende vordering in het onderhavige faillissement.

6.3 Het doel van een uitdelingslijst is om het aandeel van een schuldeiser in de verdeling van het faillissementsactief vast te stellen en te waarborgen. Middels het doen van verzet kunnen schuldeisers hun beklag doen over (onder meer) de handelswijze van de curator, indien en voor zover deze bij het opstellen en indelen van de uitdelingslijst in strijd met de wettelijke voorschriften heeft gehandeld.

[opposante] baseert haar verzet op een (mondelinge) toezegging van de curator, waarbij aan haar een hoger bedrag zou zijn toegezegd dan het thans aan crediteuren uit te keren bedrag zoals dat blijkt uit de uitdelingslijst. De curator heeft dit gemotiveerd betwist. Tijdens de verificatievergadering is bovendien gebleken dat niet [opposante] maar World Holding B.V. met een vordering van € 718.847,= de grootste concurrent schuldeiser is in het onderhavige faillissement. De rechtbank acht daardoor niet aannemelijk dat de curator de gestelde toezegging aan [opposante] heeft gedaan. Nu voorts niet gesteld of gebleken is dat de curator bij het opstellen en indelen van de uitdelingslijst in strijd met de wettelijke voorschriften heeft gehandeld en de vordering van [opposante] conform haar opgave is erkend, dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Een toezegging door de curator, zoals door [opposante] gesteld, kan overigens niet leiden tot verhoging van het aan een schuldeiser uit te keren bedrag, zoals door [opposante] gewenst. Dat zou immers tot effect hebben dat de door de wet voorgeschreven gelijke behandeling van schuldeisers met een gelijke rang zou worden doorbroken.

6.3 Ten aanzien van de door de curator gevorderde kostenveroordeling overweegt de rechtbank als volgt. Voor een kostenveroordeling is in een procedure als onderhavige geen plaats, tenzij (a) het verzet wordt gebruikt door een niet-geverifieerde schuldeiser die met het in verzet komen enkel beoogt alsnog verificatie van zijn vordering te bewerkstelligen en (b) niet tevens door een ander op de voet van 184 Fw verzet is gedaan. Van die uitzonderingssituatie is hier geen sprake, zodat voor een kostenveroordeling geen plaats is.

7. De beslissing

De rechtbank,

- verklaart het verzet van [opposante] ongegrond.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.W. Vogels in aanwezigheid van mr. L.T.A. van Eck als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

2057/1954