Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6254

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-08-2009
Datum publicatie
27-08-2009
Zaaknummer
322156 / HA ZA 09-102
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewijsopdracht gestelde toerekenbare tekortkoming assurantietussenpersoon, afbakening van rol en zorgplicht van assurantietussenpersoon, beroep op eigen schuld.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 101
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 401
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2009/153
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 322156 / HA ZA 09-102

Uitspraak: 26 augustus 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. F.R.H. Kuiper,

- tegen -

[gedaagde],

gevestigd te Rhoon, gemeente Albrandswaard,

gedaagde,

advocaat mr. W.J. Hengeveld.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiser]" respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 30 december 2008 en de door [eiser] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 11 maart 2009, waarbij een comparitie van partijen

is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 6 juli 2009;

- de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door [eiser] overgelegde productie.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [eiser] oefent in de vorm van een eenmanszaak een bedrijf uit op het gebied van agrarisch loonwerk, grond-, weg- en waterbouw, timmer- en metselwerken alsmede op het gebied van sloopwerken.

2.2 [eiser] heeft via [gedaagde] verschillende verzekeringen afgesloten ten behoeve van zijn bedrijf, waaronder een aantal werkmateriaalverzekeringen.

2.3 Per 7 juni 2007 is via [gedaagde] een nieuwe mobiele kraan, te weten een Hitachi Zaxis 180W van [eiser] (hierna: de kraan) middels een werkmateriaalverzekering met polisnummer [polisnummer] (hierna: de werkmateriaalverzekering) verzekerd.

2.4 Bij brief van 11 juni 2007 is namens [gedaagde] het volgende aan [eiser] bericht:

“(…)

Hierbij bevestigen wij u dat per 07-06-2007 de navolgende machine verzekerd is:

Soort object : graafmachine

Merk : Hitachi Zaxis 180 W

Serienummer : KJ6CCA04700010257

Bouwjaar : 2007

Dekking : WA/Brand/Diefstal/vandalisme

Nieuwwaarde : € 116.000,00 exclusief BTW

Indien in de bovenstaande gegevens onjuistheden zijn vermeld, dan verzoeken wij u ons dit zo spoedig mogelijk te laten weten, zodat wij de verzekeraar tijdig kunnen informeren.

(…)”

2.5 Op de polis van de werkmateriaalverzekering, die na voormelde brief van [gedaagde] aan [eiser] is toegestuurd, staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:

“Dekking Rubriek 1 Aansprakelijkheid

Rubriek 2 Casco (brand, diefstal, kwaadwillige beschadiging of baldadigheid)”

2.6 In april 2008 heeft I. [eiser], de echtgenote van [eiser] en degene die de administratie van zijn bedrijf regelt, een deel van een door [eiser] met [bedrijf 1] gesloten overeenkomst gefaxt naar [gedaagde]. Dit document luidt - voor zover relevant - als volgt:

“(…)

Verzekeringen

Het ingehuurde materieel/materiaal wordt door de verhuurder verzekerd voor zowel het aansprakelijkheidsrisico als het cascorisico, waarbij uitdrukkelijk wordt bepaald dat de huurder op deze verzekeringen is meeverzekerd. (…)”

2.7 Op 20 augustus 2008 is de kraan bij uitvoering van werkzaamheden omgevallen waardoor schade aan de kraan is ontstaan.

2.8 [bedrijf 2] heeft in verband met het herstel van de schade aan de kraan in totaal het bedrag van € 28.425,29 aan [eiser] in rekening gebracht middels de navolgende facturen:

- Factuur d.d. 26 augustus 2008 ad € 182,07, inclusief BTW

- Factuur d.d. 9 september 2008 ad € 193,97, inclusief BTW

- Factuur d.d. 29 september 2008 ad € 28.059,25, inclusief BTW

Voor elk van de facturen geldt een betalingstermijn van dertig dagen.

2.9 De schade aan de kraan wordt niet gedekt door de werkmateriaalverzekering aangezien de kraan beperkt casco is verzekerd.

3 De vordering

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Vlasblom te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 29.369,29 met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 [gedaagde] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen als assurantietussenpersoon. Een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon dient ervan uit te gaan dat een nieuwe machine, als de onderhavige kraan, een volledig casco verzekering behoeft. Dit was ook wat [eiser] [gedaagde] heeft verzocht in juni 2007. [gedaagde] heeft de kraan echter beperkt casco laten verzekeren. Zelfs wanneer [eiser] een verzoek aan [gedaagde] zou hebben gedaan om de kraan beperkt casco te laten verzekeren, geldt dat [gedaagde] [eiser] uitdrukkelijk had moeten wijzen op de mogelijk ernstige financiële gevolgen die uit deze keuze zouden kunnen voortvloeien. Nu zij dat niet heeft gedaan heeft [gedaagde] haar zorgplicht geschonden.

3.2 In april 2008 is het onder 2.6 geciteerde document van [bedrijf 1] (hierna: het [bedrijf 1] document) naar [gedaagde] gefaxt. [eiser] heeft [gedaagde] naar aanleiding van dit document verzocht om ervoor te zorgen dat de werkmateriaalverzekering de dekking bood die [bedrijf 1] wenste. [gedaagde] heeft hier echter niet voor zorg gedragen. Ook los van het verzoek van [eiser] aan [gedaagde] geldt dat van [gedaagde] verwacht mocht worden dat zij, naar aanleiding van het gefaxte [bedrijf 1] document, een proactieve houding had ingenomen en [eiser] zou hebben geattendeerd op het feit dat de dekking van de werkmateriaalverzekering niet overeenstemde met hetgeen [bedrijf 1] verlangde. [gedaagde] had [eiser] voorts terzake moeten adviseren. [gedaagde] heeft dit echter niet gedaan en heeft daarmee haar zorgplicht geschonden.

3.3 De schade die [eiser] heeft geleden als gevolg van het tekortschieten door [gedaagde], is het bedrag van € 28.435,29 dat [eiser] heeft moeten betalen aan van [bedrijf 2] Uitgaande van een eigen risico van € 250,- dient de schade met laatstgenoemd bedrag te worden verminderd. Vanaf het moment van opeisbaar worden van de vorderingen van [bedrijf 2], te weten dertig dagen na de factuurdata, maakt [eiser] aanspraak op wettelijke rente over de gefactureerde bedragen. Nu sprake is van blijvende onmogelijkheid in de nakoming van haar verplichtingen als assurantietussenpersoon door [gedaagde], geldt dat [gedaagde] van rechtswege in verzuim is geraakt.

3.4 [eiser] maakt tot slot aanspraak op een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, die volgens rapport voorwerk II in casu € 1.158,- bedragen.

4 Het verweer

Het verweer strekt - verkort weergegeven - tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [eiser] in de (na)kosten van het geding, te vermeerderen met wettelijke rente.

[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 [gedaagde] betwist dat zij toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen als assurantietussenpersoon. [eiser] heeft [gedaagde] in juni 2007 verzocht om de kraan beperkt casco te laten verzekeren en dat heeft [gedaagde] ook gedaan. Omdat [eiser] wel vaker voor jonge machines expliciet een beperkte casco dekking had aangevraagd, was dit voor [eiser] geen vreemde of afwijkende situatie die tot enige waarschuwing door [gedaagde] had moeten leiden. Voorts geldt dat [eiser] in april 2008 [gedaagde] niet heeft verzocht om de dekking van de werkmateriaalverzekering in overeenstemming te brengen met het gestelde in het [bedrijf 1] document. [gedaagde] betwist dat haar zorgplicht zover strekt dat, ook wanneer [eiser] een dergelijk verzoek niet heeft gedaan, van haar verwacht mocht worden dat zij [eiser] op eigen initiatief had geadviseerd een ruimere dekking voor de kraan te nemen naar aanleiding van het [bedrijf 1] document.

4.2 [gedaagde] doet een beroep op eigen schuld van [eiser]. [eiser] heeft niet gereageerd op de onder 2.4 aangehaalde brief en evenmin op de nadien aan hem verstuurde polis. Uit beide stukken blijkt dat de werkmateriaalverzekering slechts dekking biedt voor wettelijke aansprakelijkheid en beperkt casco.

4.3 [gedaagde] betwist dat zij eerder dan 20 oktober 2008 wettelijke rente zou zijn verschuldigd nu zij eerst op 20 oktober 2008 door [eiser] in gebreke is gesteld.

4.4 [gedaagde] wijst er voorts op dat [eiser] zijn vordering terzake van de buitengerechtelijke incassokosten in het geheel niet heeft onderbouwd.

5 De beoordeling

5.1 Volgens [eiser] is [gedaagde] op twee momenten tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als assurantietussenpersoon, te weten eerst bij het sluiten van de werkmateriaalverzekering in juni 2007 en opnieuw in april 2008 naar aanleiding van het door [eiser] aan [gedaagde] gefaxte [bedrijf 1] document. [gedaagde] betwist dat zij zich op deze momenten niet heeft gedragen als van een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon mag worden verwacht. De rechtbank zal allereerst hetgeen partijen hebben aangevoerd terzake het sluiten van de werkmateriaalverzekering in juni 2007 beoordelen.

5.2 [persoon 1] heeft ter comparitie verklaard dat zij in juni 2007 [gedaagde] heeft verzocht om de kraan volledig casco te laten verzekeren, hetgeen [gedaagde], in weerwil van het verzoek van [eiser], niet heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank leidt deze stelling, indien deze komt vast te staan, tot het oordeel dat [gedaagde] zich niet als een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon heeft gedragen nu vast staat dat [gedaagde] de kraan beperkt casco heeft laten verzekeren. [gedaagde] betwist echter gemotiveerd dat zij in strijd met een verzoek van [eiser] heeft gehandeld. Volgens haar heeft [eiser] juist expliciet verzocht om de kraan beperkt casco te laten dekken, hetgeen zij aldus heeft gedaan. Gelet op deze betwisting kan de rechtbank de juistheid van de stelling van [eiser] thans niet vaststellen. Nu [eiser] zich beroept op de rechtsgevolgen van zijn stelling, zal de rechtbank hem in de gelegenheid stellen deze te bewijzen.

5.3 Indien [eiser] slaagt in zijn bewijs geldt dat in rechte ervan uit moet worden gegaan dat [eiser] [gedaagde] heeft verzocht om de kraan volledig casco te laten verzekeren en [gedaagde] desondanks, in strijd met hetgeen van haar als assurantietussenpersoon mocht worden verwacht, de kraan beperkt casco heeft laten verzekeren.

5.4 Indien [eiser] niet slaagt in zijn bewijs, gaat zijn stelling niet op dat hij [gedaagde] verzocht heeft om de kraan volledig casco te laten verzekeren. De rechtbank komt dan toe aan de stelling van [eiser] dat, wanneer ervan uit moet worden gegaan dat [eiser] [gedaagde] heeft verzocht om de kraan beperkt casco te laten verzekeren, [gedaagde] [eiser] uitdrukkelijk had moeten wijzen op de mogelijk ernstige financiële gevolgen die uit deze keuze zouden kunnen voortvloeien. De rechtbank begrijpt deze stelling van [eiser] vervolgens aldus dat als [gedaagde] [eiser] had gewezen op de mogelijk ernstige financiële gevolgen hij, gelet op dat advies, alsnog gekozen zou hebben voor een werkmateriaalverzekering met volledige casco dekking. [gedaagde] voert tegen de stelling van [eiser] aan dat weliswaar het uitgangspunt is dat een kraan als de onderhavige volledig casco wordt verzekerd maar dat [eiser] [gedaagde] uitdrukkelijk verzocht heeft om dat niet te doen. [gedaagde] heeft vervolgens conform het verzoek van [eiser] gehandeld. Van [gedaagde] kon niet meer worden verwacht. Zij wijst er daarbij op - kort en zakelijk samengevat - dat [eiser] geen leek is op het gebied van (werkmateriaal)verzekeringen en zijn verzoek niet vreemd of afwijkend was, gelet op zijn verzekeringsportefeuille. De rechtbank overweegt als volgt.

5.5 Van een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon mag worden verwacht dat hij bij het afsluiten van een verzekering ervoor zorg draagt dat deze verzekering aansluit bij de behoeften en/of situatie van zijn klant. In dit kader stelt de rechtbank het volgende vast. [eiser] heeft meerdere verzekeringen afgesloten ten behoeve van zijn bedrijf via [gedaagde], waaronder een aantal werkmateriaalverzekeringen. [eiser] heeft de stelling van [gedaagde] niet betwist dat hij voor een aantal van deze werkmateriaalverzekeringen specifiek om een beperkte casco dekking heeft gevraagd, zodat dit vast staat. [persoon 1] heeft in dit kader ter comparitie aangevoerd dat de reden dat zij de dekking van een machine uit 2005 van volledige casco naar beperkt casco heeft laten omzetten, erin was gelegen dat er een aanzienlijk premieverschil was tussen beide vormen van dekking. Zij heeft voorts aangegeven dat zij zich ervan bewust was dat zij voor een lagere premie minder dekking kreeg, alhoewel zij naar eigen zeggen niet precies wist wat er wel en niet onder die nieuwe dekking viel. Wat er ook van dat laatste zij, van belang is dat uit het voorgaande volgt dat [eiser] op de hoogte is van de financiële gevolgen van zijn risicoafweging terzake de hoogte van de dekking. Anderzijds volgt uit het vorengaande dat in het geval ervan uit moet worden gegaan dat [eiser] een verzoek heeft gedaan om een nieuwe kraan als de onderhavige beperkt casco te laten verzekeren, dit voor hem, vanuit [gedaagde] bezien, geen vreemde of afwijkende situatie opleverde. Dit alles in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde], door op verzoek van [eiser] een werkmateriaalverzekering voor de kraan af te sluiten met beperkte casco dekking, een verzekering heeft afgesloten die aansloot bij de behoefte van [eiser] en deze verzekering tevens paste in de situatie van [eiser], gelet op zijn overige verzekeringsportefeuille. Gelet hierop heeft [gedaagde] niet in strijd gehandeld met hetgeen van een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon kon worden verwacht door op verzoek van [eiser] een werkmateriaalverzekering af te sluiten met beperkte casco dekking en niet anderszins te adviseren.

5.6 De rechtbank zal zich vervolgens buigen over de vraag of [gedaagde] in april 2008 is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als assurantietussenpersoon, hetgeen [eiser] stelt en [gedaagde] gemotiveerd betwist.

5.7 [persoon 1] heeft ter comparitie van partijen verklaard dat zij naar aanleiding van het door haar naar [gedaagde] gefaxte [bedrijf 1] document [gedaagde] heeft gebeld en heeft verzocht om ervoor te zorgen dat de werkmateriaalverzekering de dekking bood die [bedrijf 1] wenste. Tussen partijen is niet in geschil dat uit het [bedrijf 1] document volgt dat [bedrijf 1] volledige casco dekking van de kraan wenste, hetgeen niet in overeenstemming was met de beperkte casco dekking van de kraan. [gedaagde] betwist dat [eiser] haar het door hem gestelde verzoek heeft gedaan. Gelet op deze betwisting van [gedaagde] kan de rechtbank thans niet de juistheid van de stelling van [eiser] vaststellen. Nu hij zich beroept op de rechtsgevolgen daarvan zal hij in de gelegenheid worden gesteld deze stelling te bewijzen.

5.8 Indien [eiser] slaagt in deze tweede bewijsopdracht staat daarmee vast dat [eiser] [gedaagde] heeft verzocht om ervoor te zorgen dat de werkmateriaalverzekering de dekking bood die [bedrijf 1] wenste, waaruit volgt dat [gedaagde] de dekking van de werkmateriaalverzekering had moeten wijzigen van beperkt casco naar volledig casco of althans [eiser] op deze consequentie had moeten wijzen waarna [eiser] ter zake een beslissing had kunnen nemen. Vast staat dat dat niet is gebeurd. Dit betekent dat [gedaagde] niet gehandeld heeft als van een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon mocht worden verwacht.

5.9 Indien [eiser] niet in zijn bewijsopdracht slaagt moet ervan uit worden gegaan dat [eiser] [gedaagde] niet gevraagd heeft om de werkmateriaalverzekering in overeenstemming te brengen met de eisen van [bedrijf 1]. In dat geval komt de rechtbank toe aan zijn stelling dat [gedaagde] [eiser] erop had moeten wijzen dat de dekking van de werkmateriaalverzekering niet in overeenstemming was met de eisen die [bedrijf 1] daaraan stelde en dat [gedaagde] [eiser] terzake had moeten adviseren. Nu [gedaagde] dat niet heeft gedaan, heeft zij niet gehandeld als van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mocht worden verwacht, aldus nog altijd [eiser]. [gedaagde] betwist dat dit het geval is. Volgens haar gaat haar zorgplicht niet zover dat dat zij naar aanleiding van het [bedrijf 1] document op eigen initiatief [eiser] had moeten adviseren een ruimere dekking voor de kraan te nemen, zonder dat [eiser] een verzoek terzake de wijziging van de verzekeringsdekking had gedaan. De rechtbank overweegt als volgt.

5.10 De assurantietussenpersoon heeft een zorgplicht met betrekking tot de verzekeringen die door de bemiddeling van hem tot stand zijn gekomen. Hij dient te waken voor de belangen van de verzekeringnemer in relatie tot de voor hem afgesloten verzekering(en) aldus dat de dekking van de verzekering gewaarborgd wordt en blijft.

De rechtbank stelt vast dat het [bedrijf 1] document geen consequenties had voor het bestaan en behoud van de dekking van de werkmateriaalverzekering en enkel betrekking had op de relatie tussen [bedrijf 1] en [eiser]. Ongeacht de inhoud van het [bedrijf 1] document bleef de werkmateriaalverzekering immers beperkte casco dekking bieden aan [eiser]. Vanwege het ontbreken van implicaties voor de dekking van de werkmateriaalverzekering was [gedaagde] niet gehouden om [eiser] naar aanleiding van het [bedrijf 1] document te adviseren. Zover strekte haar zorgplicht niet.

5.11 De rechtbank buigt zich tot slot over het beroep dat [gedaagde] op eigen schuld aan de zijde van [eiser] heeft gedaan. De rechtbank stelt daarbij voorop dat dit beroep enkel relevant is voor de situatie dat [eiser] slaagt in zijn onder 5.2 weergegeven bewijsopdracht maar niet slaagt in zijn onder 5.7 weergegeven bewijsopdracht. Immers, hetgeen [gedaagde] ter onderbouwing van haar beroep op eigen schuld heeft aangevoerd, waarop hierna wordt ingegaan, ziet enkel op de periode dat de werkmateriaalverzekering werd gesloten in of omstreeks juni 2007. [gedaagde] heeft ter comparitie nog aangevoerd dat zij na ontvangst van het [bedrijf 1] document een polisblad heeft gestuurd naar [eiser] waarop was weergegeven dat de kraan beperkt casco was verzekerd. Indien [gedaagde] hiermee een beroep op eigen schuld wenst te doen, dat relevant is voor de periode april 2008, is de rechtbank van oordeel dat het enkel toezenden van een polisblad aan [eiser], zonder enige toelichting daarop, niet als een juiste en voldoende zorgvuldige wijze van informatieverstrekking kan gelden richting [eiser]. Het niet reageren op dit polisblad door [eiser] leidt dan ook niet tot het oordeel dat een deel van de schade op grond van eigen schuld voor zijn rekening moet blijven. [gedaagde] heeft terzake april 2008 geen overige feiten en omstandigheden aangevoerd die tot het oordeel kunnen leiden dat sprake is van eigen schuld aan de zijde van [eiser].

5.12 [gedaagde] onderbouwt haar beroep op eigen schuld met de stelling dat [eiser] de onder 2.4 weergegeven bevestigingsbrief heeft ontvangen waarin onder meer de wijze van dekking van de verzekering staat weergegeven. [eiser] is in deze brief verzocht [gedaagde] zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van onjuistheden die in de brief staan vermeld, op welk verzoek [eiser] niet heeft gereageerd. [gedaagde] wijst er voorts op dat [eiser] evenmin heeft gereageerd op het nadien toegestuurde polisblad waarin eveneens de vorm van casco dekking staat weergegeven. Volgens [eiser] kan hem echter geen verwijt worden gemaakt dat hij niet heeft gereageerd op de correspondentie met betrekking tot de werkmateriaalverzekering nu hij naar eigen zeggen een zelfstandig ondernemer is, die zijn broodwinning niet haalt uit het nalezen van verzekeringspolissen. De rechtbank overweegt als volgt.

5.13 Onbestreden is dat [eiser] ten behoeve van zijn bedrijf meerdere verzekeringen heeft afgesloten, waaronder werkmateriaalverzekeringen. Vast staat dat in ieder geval een aantal van deze werkmateriaalverzekeringen op het verzoek van [eiser] volledige dan wel beperkte casco dekking hebben. Voorts staat vast dat [eiser] de verzekeringsdekking van een machine uit 2005 heeft gewijzigd van volledig casco naar beperkt casco. Uit deze omstandigheden volgt dat [eiser] enige kennis mag worden toegedicht terzake werkmateriaalverzekeringen, en meer in het bijzonder terzake van het verschil tussen beperkte danwel volledige casco dekking. De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat blijkens de polis van een verzekering van een andere dan de in deze procedure aan de orde zijnde kraan van [eiser] waarvoor een werkmateriaalverzekering met volledige cascodekking is afgesloten (productie 3 bij dagvaarding) de omschrijving van een volledige cascodekking anders luidt dan de omschrijving van de beperkte cascodekking, welke blijkt uit de onder 2.5 weergegeven polis. Dit is tussen partijen ook niet in geschil.

Gelet op het vorengaande had het voor [eiser] voldoende duidelijk kunnen en moeten zijn dat de dekking die in de bevestigingsbrief van [gedaagde] was vermeld niet overeenstemde met een volledige cascodekking. [gedaagde] heeft [eiser] in voormelde brief uitdrukkelijk verzocht om [gedaagde] te informeren wanneer één van de in de brief opgenomen gegevens onjuist was. Met deze brief heeft [gedaagde] [eiser] op een juiste en voldoende zorgvuldige wijze van informatie voorzien en [eiser] voldoende duidelijk om een reactie, indien nodig, gevraagd. Van [eiser] mocht redelijkerwijs worden verwacht dat hij op deze brief had gereageerd en [gedaagde] op haar fout met betrekking tot de dekking van de verzekering had geattendeerd. Vast staat dat [eiser] niet gereageerd heeft op de bevestigingsbrief van [gedaagde]. [eiser] heeft aldus de gestelde fout van [gedaagde], door niet conform het verzoek van [eiser] de kraan volledig casco te laten verzekeren, in stand gehouden. Tussen partijen is niet in geschil dat deze gestelde fout de door [eiser] gestelde schade van € 28.175,29 tot gevolg heeft gehad.

5.14 Op grond van het vorengaande is de rechtbank van oordeel dat, wanneer [eiser] enkel slaagt in zijn onder 5.2 weergegeven bewijsopdracht waardoor vast staat dat [gedaagde] in juni 2007 niet heeft gehandeld als van een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon mag worden verwacht, er sprake is van eigen schuld aan de zijde van [eiser] met betrekking tot de door hem geleden schade als gevolg van het toerekenbare tekortschieten van [gedaagde]. Naar het oordeel van de rechtbank dient [gedaagde] in dat geval het grootste aandeel, te weten 75 %, te dragen van de door [eiser] geleden schade nu deze schade zonder haar fout niet was geleden. Daarnaast geldt dat de zorgplicht die een assurantietussenpersoon heeft naar zijn aard tot strekking heeft zijn klant te beschermen tegen het gevaar van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht (HR 23 mei 1997, NJ 1998/192). Het overige deel van de schade, te weten 25 %, dient op grond van eigen schuld voor rekening van [eiser] te blijven.

5.15 Indien [eiser] slaagt in zijn onder 5.7 weergegeven bewijsopdracht is [gedaagde] volledig aansprakelijk voor de door [eiser] geleden schade van € 28.175,29.

5.16 De rechtbank overweegt tot slot reeds nu dat de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten voor afwijzing gereed ligt, nu gesteld noch gebleken is dat [eiser] werkzaamheden heeft verricht die meeromvattend zijn dan de verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237-240 van het Wetboek van Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.

5.17 De rechtbank houdt in afwachting van de bewijslevering iedere nadere beslissing aan.

6 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt [eiser] op het bewijs van zijn stellingen dat:

- mevrouw [eiser] in juni 2007 [gedaagde] heeft verzocht om de kraan volledig casco te laten verzekeren;

- mevrouw [eiser] in april 2008 naar aanleiding van het gefaxte [bedrijf 1] document [gedaagde] heeft verzocht om ervoor te zorgen dat de werkmateriaalverzekering de dekking bood die [bedrijf 1] wenste;

bepaalt dat indien [eiser] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. T.F. Hesselink;

bepaalt dat de advocaat van [eiser] binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in de maanden september tot en met december 2009 en dat de advocaat van [gedaagde] binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd;

beveelt partijen, [eiser] in persoon en [gedaagde] deugdelijk vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is, daarbij aanwezig te zijn tot het zonodig verstrekken van inlichtingen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Witkamp.

Uitgesproken in het openbaar.

2054/1582