Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6152

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-07-2009
Datum publicatie
26-08-2009
Zaaknummer
298877 / HA ZA 08-97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop tweedehands auto. Teruggedraaide kilometerteller. Bedrog. Vordering verjaard? Max. 255 karakters

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 298877 / HA ZA 08-97

Uitspraak: 29 juli 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

- tegen -

[gedaagde],

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. E.G. Snoek te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiser]” respectievelijk “[gedaagde]”.

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 21 december 2007 en de door [eiser] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met één productie;

- conclusie van repliek, met één productie;

- conclusie van dupliek, met producties;

- akte uitlating producties aan de zijde van [eiser];

- de bij gelegenheid van de pleidooien door mr. H.M. Punt te Amsterdam ([eiser]) en mr. A. Ester te Zwijndrecht ([gedaagde]) overgelegde pleitnotities.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 Op 28 oktober 1995 heeft [eiser] bij [gedaagde] een auto gekocht, merk Mercedes, model S-klasse, uitvoering 3.2 300 SEL AUT U9, met kenteken [kenteken] tegen betaling van een koopsom van f 102.500,- (€ 46.513,-). Van dit bedrag is op 7 november 1995 f 10.000,- betaald en op 22 november f 92.500,-. De datum van de eerste afgifte van het kentekenbewijs is 19 februari 1992. De auto is verkocht met een kilometerstand van 24.717 op de datum van aflevering. Het kenteken staat sinds 24 november 1995 op naam van [eiser].

2.2 De auto is vóór de overdracht aan Roether steeds bij [gedaagde] in onderhoud geweest. De auto was in die tijd in eigendom van VDL Leasing B.V., een dochtervennootschap van [gedaagde]. In het onderhoudsboekje bij de auto is bij de onderhoudsbeurten steeds de kilometerstand vermeld. In de tijd dat de auto bij [gedaagde] in onderhoud was, zijn in het boekje de volgende gegevens vermeld:

kilometerstand Datum

1.520 24.02.1992

10.543 12.07.1995

24.717 02.11.1995

2.3 De Stichting Nationale Autopas (hierna: “NAP”) beheert een databank waarin kilometerstanden worden gekoppeld aan motorvoertuigen. Deze databank is bekend onder de naam: “Nationale Auto Pas”. Bij NAP aangesloten autodealers (onder wie [gedaagde]) geven met enige regelmaat kilometerstanden aan NAP door. Consumenten kunnen de NAP-databank slechts inzien door middel van een daartoe strekkend verzoek aan een bij NAP aangesloten autodealer. De dealers zelf hebben onbeperkt inzage in de databank van NAP.

2.4 Door een potentiële koper van de auto is [eiser] in juli 2007 gewezen op de desbetreffende kilometergegevens van NAP. De uitdraai van de de NAP-databank opgenomen kilometerstanden vermeldt als volgt:

km.stand datum km.stand datum km.stand Datum

1 19.02.1992 29.855 20.05.1996 54.983 10.01.2000

22.645 29.05.1992 34.059 13.12.1996 60.170 24.01.2001

48.553 08.09.1992 37.427 18.03.1997 63.721 04.02.2002

64.495 29.01.1993 41.311 13.08.1997 68.694 27.02.2003

13.542 29.04.1993 42.613 16.10.1997 73.592 31.03.2004

24.717 15.11.1995 44.475 12.01.1998 76.736 02.06.2005

24.801 23.11.1995 49.807 30.12.1998 80.726 24.05.2006

27.670 25.03.1996 53.567 11.09.1999 88.718 10.07.2007

2.5 De kosten die Roether voor de auto sinds de aankoop heeft gemaakt bedragen:

- voor onderhoud door [gedaagde] € 2.936,03 exclusief BTW

- voor onderhoud door [bedrijf 1] € 2.691,22 exclusief BTW

- voor de keuring van de auto in 2007 € 194,76 exclusief BTW

- voor Motorrijtuigenbelasting € 11.004,85

Totaal € 16.826,86

3 De vordering

De vordering luidt om bij vonnis voor zover mogelijke uitvoerbaar bij voorraad:

primair

1. de tussen [gedaagde] en [eiser] gesloten koopovereenkomst op grond van bedrog, subsidiair dwaling, te vernietigen;

2. [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van de door [eiser] aan [gedaagde] onverschuldigd betaalde koopprijs van de auto (€ 46.513,-);

3. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de ten behoeve van de auto gemaakte kosten en schade ter zake onderhoud, Motorrijtuigenbelasting en keuring (totaal € 16.826,86, vermeerderd met (pro memorie) de verzekeringskosten en de toekomstige onderhoudskosten;

4. [gedaagde] te veroordelen tot afdracht van de vruchten van de ten onrechte door [gedaagde] gehouden koopsom, te begroten op de wettelijke rente over die koopsom, vanaf de datum van betaling van de termijnen van de aankoopsom tot aan de dag der algehele voldoening (op basis van de wettelijke rente tot en met 1 december 2007 een bedrag van € 43.884,57 belopend;

subsidiair

1. voor recht te verklaren dat [gedaagde] jegens [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten in de op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen geldende koopovereenkomst door een auto met een onjuiste kilometerstand te leveren, althans dat [gedaagde] jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld door aan [eiser] een auto te verkopen waarvan [gedaagde] wist, althans geacht moet worden te hebben geweten, dat de kilometerstand onjuist was, zonder [eiser] daarvan mededeling te doen;

2. [gedaagde] te veroordelen de dientengevolge door [eiser] geleden en nog te lijden schade te vergoeden, bestaande uit de koopprijs van de auto (€ 46.513,-) en de onderhoudskosten (€ 5.627,25), vermeerderd met (pro memorie) de toekomstige onderhoudskosten, alsmede met de wettelijke rente over de aankoopsom en de onderhoudskosten vanaf de datum van betaling van de termijnen van de aankoopsom respectievelijk de factuurdata, tot aan de dag der algehele voldoening;

primair en subsidiair

vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 1.788,- en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Vergelijking van het onderhoudsboekje bij de auto en de uitdraai uit de NAP-databank leert dat de kilometerstand van de auto ten minste twee maal, namelijk tussen 29 januari en 29 april 1993 en tussen 29 april 1993 en 12 juli 1995, is teruggedraaid. De auto heeft in de periode vóór de aankoop door [eiser] minstens 54.000 kilometer meer gereden dan de kilometerteller aangaf.

3.2 Gezien het feit dat 1) [gedaagde] bekend was met de onlogische kilometerstand; 2) het aantal met een auto gereden kilometers essentieel is voor de koper van een tweedehands auto; 3) op een autodealer de verplichting rust om eventueel afwijkende kilometerstanden bij verkoop aan de koper mede te delen; en 4) [gedaagde] door de verkoop financieel voordeel heeft behaald (de autos is immers voor meer geld verkocht dan wanneer de hogere kilometerstand bij de koper bekend was geweest), dient er vanuit gegaan te worden dat [gedaagde] [eiser] willens en wetens heeft misleid. Aan [eiser] komt een beroep toe zich op vernietiging wegens bedrog te beroepen.

3.3 [eiser] heeft tot de koop besloten onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken ter zake van het aantal afgelegde kilometers. [eiser] heeft het recht zich op dwaling te beroepen. Hem komt het recht toe de overeenkomst wegens dwaling te vernietigen.

3.4 De vernietiging werkt terug tot het tijdstip waarop de koopovereenkomst is gesloten. [gedaagde] is dientengevolge eigenaar van de auto gebleven. De koopsom is onverschuldigd betaald. [gedaagde] dient de koopsom aan [eiser] terug te betalen.

3.5 [eiser] heeft recht op vergoeding van alle ten behoeve van de auto gemaakte kosten. Zodra [eiser] beschikt over de documenten waaruit de hoogte van de verzekeringskosten blijkt, zal hij zijn vordering vermeerderen met het desbetreffende bedrag. Hetzelfde geldt voor eventuele onderhoudskosten die opkomen na de dag der dagvaarding.

3.6 [eiser] heeft recht op vergoeding van de afgescheiden burgelijke vruchten van de koopsom. Omdat [eiser] geen inzicht heeft op de wijze waarop [gedaagde] de geldsom heeft laten renderen, dienen de vruchten te worden begroot op de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW. De wettelijke rente over de aankoopsom tot aan 1 december 2007 beloopt een bedrag van € 43.884,57.

3.7 Subsidiair en op grond van dezelfde feiten en omstandigheden is [gedaagde] tekort¬geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst, althans heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld. [gedaagde] is uit dien hoofde verplicht de door [eiser] geleden schade te vergoeden. [gedaagde] heeft zich jegens [eiser] immers verplicht om een Mercedes te leveren die het aantal kilometers heeft gereden dat overeenstemt met de kilometerteller in de auto en met de in het onderhoudsboekje opgenomen kilometerstand. Aan die verplichting heeft [gedaagde] niet voldaan. [gedaagde] is dus tekortgeschoten in de verplichtingen uit de overeenkomst. Het verkopen van een auto, waarvan de verkoper weet, althans geacht moet worden te weten dat de kilometerstand onjuist is, is zonder daarvan aan de koper mededeling te doen, in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt en dus onrechtmatig jegens de koper.

3.8 Het is louter aan [gedaagde] te wijten dat de werkelijke waarde van de auto bij aankoop niet kan worden vastgesteld. Het dient er dan ook voor worden gehouden dat de auto bij aankoop waardeloos was. De door [eiser] geleden schade beloopt derhalve de volledige aankoopprijs vermeerderd met de onderhoudskosten (die immers nodeloos zijn gemaakt) en de wettelijke rente over de aankoopprijs en de onderhoudskosten.

3.9 Roether heeft buitengerechtelijke incassokosten gemaakt ten bedrage van € 1.788,- die voor vergoeding in aanmerking komen.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [eiser] in de kosten van het geding.

[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Roether heeft de auto destijds gekocht voor zijn eenmanszaak. Later heeft hij deze ingebracht in zijn besloten vennootschap. De desbetreffende besloten vennootschap is dus eigenaar van de auto en zou mitsdien de eisende partij moeten zijn. [eiser] privé is daarom niet-ontvankelijk in zijn vorderingen.

4.2 De op bedrog en dwaling gebaseerde vorderingen zijn verjaard. Het is ongeloofwaardig dat [eiser] pas na 12 jaar na de aankoop op de hoogte is geraakt van de onjuiste kilometer¬stand.

4.3 De reden voor de onjuiste vermelding van de kilometerstanden in de NAP-databank is onduidelijk. Uit de ingevoerde onlogische kilometerstanden in 1993 en 1995 kan niet per definitie worden afgeleid dat de kilometerteller is teruggedraaid.

4.4 Aan [gedaagde] was niet kenbaar dat de kilometerstand voor [eiser] essentieel was.

4.5 Gezien het tijdsverloop kan een eventueel onjuiste kilometerstand ten tijde van de verkoop 12 jaar na dato niet tot gevolg hebben dat alle prestaties volledig ongedaan worden gemaakt.

4.6 Uit het kostenoverzicht van [eiser] blijkt dat de kosten voor een auto als de onder¬havige bijzonder laag zijn geweest. De kosten terzake onderhoud en keuring hebben immers inclusief de plaatsing van een autoradio gemiddeld € 485,- exclusief BTW per jaar bedragen.

4.7 Uitgaande van een te lage kilometerstand zijn er drie schadefactoren aan te wijzen:

1) Een te hoge aanschafprijs wegens het feit dat de kilometerstand ten tijde van de aankoop hoger moet zijn geweest. Uitgaande van een kilometerstand die 54.000 hoger zou zijn geweest, zou de auto destijds € 1.350,- inclusief BTW minder waard zijn geweest. Een dergelijk verschil in waarde rechtvaardigt niet een algehele vernietiging van de koopovereenkomst.

2) Extra kosten terzake onderhoud als gevolg van het feit dat de auto statistisch bezien eerder slijtageklachten zou moeten vertonen bij een hogere kilometerstand dan bij de kilometerstand op de teller ten tijde van de verkoop. De onderhoudskosten die [eiser] heeft gehad waren zeer laag. Van extra kosten is dus geen sprake geweest.

3) Verminderde waarde van de auto op het moment dat [eiser] deze wenste te verkopen in 2007. Na 15 jaar is de restwaarde van de auto op basis van de huidige markt¬waarde circa € 4.000,- inclusief BTW. Dit zou bij een kilometerstand van 50.000 meer nauwelijks verschil maken.

4.8 [eiser] is al volledig schadeloos gesteld. Hij heeft in de periode van 12 jaar het genot van de auto gehad tegen zeer lage kosten. Die kosten had [eiser] ook bij een andere auto gemaakt. Dit geldt ook voor de wegenbelasting en de verzekering.

4.9 De schadevergoedingseis is onredelijk.

4.10 De kosten zijn door [eiser] ook opgevoerd in het kader van zijn bedrijfsvoering. Als gevolg daarvan zijn deze ten laste van de verlies- en winstrekening gekomen. Daarmee heeft hij ook minder vennootschaps-/inkomstenbelasting betaald. Die bedragen dienen in mindering te strekken op hetgeen [eiser] vordert. Ten aanzien van de koopprijs geldt dat de BTW daarin verwerkt was, die door [eiser] in vooraftrek zal zijn genomen. Dit betreft dus geen schadefactor voor [eiser].

4.11 [gedaagde] heeft te goeder trouw gehandeld. Er is dus geen grondslag voor het aan [eiser] toekennen van de wettelijke rente over de koopsom over een periode van 12 jaar. Dit te meer niet, omdat [eiser] een tegenprestatie heeft genoten, te weten het ongestoord genot van een voertuig van een hoge kwaliteit tegen lage kosten. [gedaagde] heeft geen burgerlijke vruchten genoten van het genoemde bedrag.

4.12 Van onrechtmatig handelen door [gedaagde] is geen sprake geweest.

4.13 Er is geen aanleiding voor het toekennen van buitengerechtelijke incassokosten.

5 De beoordeling

5.1 [gedaagde] heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat Roether geen eigenaar van de auto is en dat hij daarom niet-ontvankelijk in zijn vordering moet worden verklaard. Vast staat dat [eiser] de auto destijds heeft gekocht. Dat hij die auto kocht in hoedanigheid van ondernemer (ten behoeve van zijn eenmanszaak TMF) doet niet ter zake. Hij is destijds de verbintenis met [gedaagde] aangegaan, dus aan hem komt een vordering tot vernietiging of ontbinding van die verbintenis/overeenkomst toe. Nu voorts vast staat dat het kenteken sinds 24 november 1995 steeds op naam heeft gestaan van [eiser], ook nadat diens eenmanszaak TMF is over¬gegaan in de besloten vennootschap TMF Air Marine B.V., wordt voorbij gegaan aan de aanname van [gedaagde] dat de auto door [eiser] in die besloten vennoot¬schap is ingebracht. Dit verweer is onvoldoende onderbouwd om de conclusie te rechtvaar¬digen dat [eiser] geen voldoende belang bij de door hem ingestelde vorderingen heeft.

5.2 [eiser] heeft zijn primaire vorderingen primair gegrond op bedrog. Bedrog is krachtens artikel 3: 44 lid 3 Burgerlijk Wetboek (onder meer) aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door het opzettelijk daartoe verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen.

5.3 Zoals onder 2.2 is vastgesteld, vermelde het onderhoudsboekje op 12 juli 1995 een kilometerstand van 10.543 en op 2 november 1995 een kilometerstand van 24.717. Zoals onder 2.4 is vastgesteld is in de NAP-databank op 29 mei 1992 al een kilometerstand van 22.645, op 8 september 1992 48.553 en op 29 januari 1993 64.495 geregstreerd en is op 29 april 1993 13.542 en op 15 november 1995 24.717 geregistreerd. In de NAP-databank was de kilometerstand op 29 april 1993 50.953 lager dan op 29 januari 1993. Vergelijking met het onderhoudsboekje leert dat de daarin geregistreerde kilometerstand op 12 juli 1995 53.952 lager was dan op 29 januari 1993 in de NAP-databank was geregistreerd. Hieruit leidt de rechtbank af dat de kilometerteller van de auto in de periode tussen 29 januari 1993 en 2 november 1995 minstens met 53.952 kilometer is teruggezet en hoogstwaarschijnlijk met meer, omdat moet worden aangenomen dat ook in de tussen¬liggende periode met de auto is gereden. De rechtbank passeert het verweer van [gedaagde] dat fouten zijn gemaakt bij het registreren in de NAP-databank. Dit standpunt is ongeloof¬waardig. Indien [gedaagde] in dit verweer gevolgd zou worden, leidt dat er immers toe dat van aanvang af niet één keer een juiste registratie van de kilometerstand heeft plaatsgehad.

5.4 Nu vast staat dat [gedaagde] in de periode vóór de aankoop door [eiser] de auto steeds in onderhoud heeft gehad en de auto in die periode steeds in eigendom is geweest van (een dochtervennootschap) van [gedaagde], moet worden aangenomen dat [gedaagde] wist dat de kilometerstand op de teller ten tijde van de verkoop aan [eiser] niet overeenkwam met de werkelijk met de auto gereden kilometers. Het is een feit van algemene bekendheid dat voor wie een gebruikte auto koopt het aantal gereden kilometers van essentieel belang is. Niet betwist is dat [eiser] de auto niet, althans niet voor de betaalde prijs, gekocht zou hebben indien hij had geweten dat de auto tenminste 54.000 kilometer meer (en waarschijn¬lijk nog meer) had gereden. Op grond van deze feiten oordeelt de rechtbank dat [gedaagde] [eiser] heeft bedrogen. Het bedrog van [gedaagde] bestaat daaruit dat zij opzettelijk heeft verzwegen wat zij de koper als voor hem essentiële informatie had moeten vertellen, namelijk dat het aantal kilometers op de teller niets zei over het werkelijk aantal gereden kilometers.

5.5 De subsidiaire vordering van [eiser] is gegrond op wanprestatie, althans onrechtmatige daad. Voor zover dat in verband met het navolgende van belang is, oordeelt de recthbank op grond van de onder 5.4 weergegeven feiten en omstandigheden dat [gedaagde] jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld en mitsdien schade¬plichtig is.

5.6 Volgens [gedaagde] is de vordering van [eiser] verjaard. Zij stelt daartoe dat het garage¬bedrijf dat de auto sinds de overdracht aan [eiser] in onderhoud heeft gehad, [bedrijf 1] te Hazerswoude, in die periode van twaalf jaar diverse malen aan NAP de kilometer¬stand heeft doorgegeven. Zij moet op enig moment een melding hebben gekregen uit het NAP-systeem dat sprake was van een trendbreuk. Volgens [gedaagde] is ongeloof¬waardig dat [bedrijf 1] de geconstateerde trendbreuk niet aan [eiser] kenbaar heeft gemaakt. Roether stelt dat zij pas in juli 2007 op de hoogte is gesteld van de trendbreuk door de potentiële koper van de auto en dat hij voordien daarvan niet heeft geweten.

5.7 Ingevolge artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder c BW verjaren rechts¬vorderingen tot vernietiging onder andere in geval van bedrog drie jaren nadat het bedrog is ontdekt. Relevant is de daadwerkelijke ontdekking; een eventueel ‘behoren te ontdekken’ is niet aan de orde. Krachtens artikel 3:310 lid 1 BW verjaart de rechts¬vordering tot schadevergoeding door verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden.

5.8 De dagvaarding is op 21 december 2007 uitgebracht. Niet gesteld of gebleken is dat de verjaring voordien rechtsgeldig is gestuit. Indien [eiser] dus vóór 21 december 2004 van de trendbreuk heeft geweten, is zijn vordering tot vernietiging van de overeenkomst op grond van bedrog in beginsel verjaard evenals de overige uit de vernietiging voortvloeiende primaire vorderingen. Indien [eiser] al vóór 21 december 2002 van de trendbreuk heeft geweten, is ook de subsidiaire vordering tot schadevergoeding in beginsel verjaard.

5.9 Op grond van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) draagt [gedaagde] de bewijslast van haar stelling dat [eiser] vóór 21 december 2002, althans vóór 21 december 2004 wist dat sprake was van de trendbreuk met betrekking tot de door [gedaagde] doorgegeven in de NAP-databank opgenomen kilometerstanden van de auto. Overeenkomstig haar daartoe strekkend aanbod zal [gedaagde] dit bewijs worden opgedragen.

5.10 In geval [gedaagde] niet slaagt in het bewijs dat [eiser] vóór 21 december 2004 wist dat sprake was van de hiervoor bedoelde trendbreuk, is de vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst toewijsbaar. Ingevolge artikel 3:53 lid 1 BW werkt de vernietiging terug tot het tijdstip waarop de rechtshandeling is verricht. Dit brengt mee dat de op basis van de te vernietigen koopovereenkomst verrichte prestatie tot betaling van de koopsom onverschuldigd is geweest. In beginsel kan de betaalde koopsom als onverschuldigd betaald worden teruggevorderd. Het geval kan zich evenwel voordoen dat toewijzing van een zodanige vordering - in de bewoordingen van art. 6:2 lid 2 BW - in de gegeven omstandig¬heden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

5.11 [gedaagde] heeft terecht betoogt dat hiervan in het onderhavige geval sprake is. Daarbij is naar het oordeel van de rechtbank met name van belang de omstandigheid dat [eiser] gerekend tot aan de datum van de dagvaarding gedurende 12 jaar zonder noemenswaardige problemen in de auto heeft gereden en dus genot van de auto heeft gehad, althans niet gesteld of gebleken is dat [eiser] problemen heeft ondervonden met de auto. [eiser] heeft weliswaar onderhoudskosten aan de auto gehad, maar evenmin is gesteld of gebleken dat die kosten het gebruikelijke onderhoud te boven zijn gegaan. Sterker nog, het bedrag aan onderhoudskosten ad € 5.600,- in twaalf jaar lijkt voor een auto als de onderhavige aan de lage kant. Van belang is voorts dat [eiser] de auto niet kan teruggeven in de staat waarin deze zich bij aankoop bevond, waartoe hij op grond van artikel 3:53 lid 1 BW wel verplicht is. De auto is immers inmiddels bijna veertien jaar ouder en heeft vanaf de aankoop in november 1995 tot aan 10 juli 2007 – zo staat vast – 64.000 kilometer gereden en nadien waarschijnlijk nog meer. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden ertoe moeten leiden dat als onverschuldigd betaald slechts kan worden teruggevorderd het bedrag dat de auto bij de aankoop minder waard was als gevolg van de onjuiste kilometerstand en dus de te hoge prijs die [eiser] voor de auto heeft betaald. Daarbij is niet alleen van belang de hoeveelheid kilometers die de auto méér heeft gereden – wat overigens niet meer is vast te stellen, in zoverre zijn partijen het eens – maar ook het feit dát met de kilometer¬teller is geknoeid. De verminderde waarde is niet nauwkeurig vast te stellen. De rechtbank schat die verminderde waarde op € 8.000,- inclusief BTW.

5.12 [eiser] vordert voorts betaling van de door hem gemaakte kosten op grond van artikel 6:206 juncto 3:120 BW. [gedaagde] heeft tegen dit deel van de vordering als verweer gevoerd dat [eiser] door de voordelen die hij heeft genoten door het bezit van de auto gedurende twaalf jaar volledig schadeloos is gesteld en dat [eiser] deze kosten ook bij een andere auto zou hebben gemaakt en dat dus de gemaakte kosten niet als schade is aan te merken. Op dit specifieke verweer heeft [eiser] niet gereageerd. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook als onvoldoende (gemotiveerd) gehandhaafd afwijzen. De stellingen over en weer aangaande door [eiser] al dan niet genoten belastingvoordelen behoeven daarom geen bespreking.

5.13 [eiser] vordert voorts veroordeling tot afdracht van de burgerlijke vruchten in de zin van artikel 6:206 juncto 3:121 BW door [gedaagde] over de koopsom genoten. [eiser] begroot de burgerlijke vruchten op de wettelijke rente, die tot de dag van de dagvaarding ruim € 43.000,- beloopt. [gedaagde] meent dat hij niet als bezitter niet te goeder trouw is aan te merken, zodat [eiser] geen recht op afgifte van burgerlijke vruchten heeft. Voorts heeft [gedaagde]gemotiveerd betwist dat zij over de koop¬som die zij van [eiser] heeft ontvangen burgerlijke vruchten heeft genoten tot het beloop van ruim € 43.000,-. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat zij de opbrengst van afzonderlijk verkochte auto’s niet separeert om tegen rente weg te zetten, doch dat zij die opbrengst verwerkt in de totale omzet van haar bedrijf en dat de liquide middelen die uit een dergelijke verkoop voortvloeien worden gebruikt om de lasten van het bedrijf te betalen.

5.14 Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van hetgeen onder 5.4 en 5.11 van dit vonnis is overwogen de conclusie gerechtvaardigd dat [gedaagde] ten aanzien van de door haar verkregen koopsom als bezitter niet te goeder trouw is aan te merken. Zij is dus overeen¬komstig artikel 6:206 juncto 3:121 BW verplicht de burgerlijke vruchten van de koopsom aan [eiser] af te dragen. Overeenkomstig artikel 3:9 BW zijn renten van geldsommen volgens verkeersopvatting als burgelijke vruchten te beschouwen. [eiser] kan in dit geval rente vorderen over het bedrag van € 8.000,-, omdat aangenomen moet worden dat hij die rente zou hebben genoten als hij dat bedrag van € 8.000,- niet aan de koop van de auto zou hebben hoeven besteden. De rechtbank is voorts van oordeel dat voor de hoogte van de rente moet worden aangesloten bij de wettelijke rente, die tot aan de dag van de dagvaarding wordt berekend op € 7.600,- (afgerond).

5.15 In geval [gedaagde] slaagt in het bewijs dat [eiser] vóór 21 december 2004 wist dat sprake was van de hiervoor bedoelde trendbreuk, maar niet slaagt in het bewijs dat [eiser] hiervan wist vóór 21 december 2002 wordt toegekomen aan de inhoudelije beoordeling van de subsidiaire vordering tot vergoeding van schade.

5.16 [eiser] stelt dat de schade die hij heeft geleden bestaat uit de koopprijs, vermeerderd met de wettelijke rente, omdat zou moeten worden aangenomen dat de auto bij aankoop waardeloos was, alsmede de onderhouds¬kosten. Gelet op de omstandigheid dat [eiser] gerekend tot aan de dag der dagvaarding gedurende twaalf jaar probleemloos met de auto heeft gereden, is de stelling dat de auto bij aankoop waardeloos was onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. De rechtbank heeft onder 5.11 van dit vonnis de verminderde waarde van de auto ten tijde van de aankoop geschat op € 8.000,-. Tot zover is de subsidiaire vordering in voorkomend geval toewijsbaar. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de datum dat [eiser] het te hoge bedrag heeft betaald, dus (gelet op 2.1 van dit vonnis) vanaf 22 november 1995. De gevorderde onderhoudskosten zijn niet als schade aan te merken, omdat [eiser] eraan voorbij gaat dat moet worden aangenomen dat hij deze kosten ook gemaakt zou hebben als hij de auto voor een lager bedrag had gekocht of als hij een andere vergelijkbare auto zou hebben gekocht.

5.17 In afwachting van het door [gedaagde] onder 5.9 van dit vonnis bedoelde te leveren bewijs houdt de rechtbank iedere beslissing aan.

6 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt [gedaagde] op het bewijs dat dat [eiser] vóór 21 december 2002, althans vóór 21 december 2004 wist dat sprake was van de trendbreuk met betrekking tot de door [gedaagde] doorgegeven in de NAP-databank opgenomen kilometerstanden van de auto;

bepaalt dat indien [gedaagde] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. S.C.C. Hes Bakkeren;

bepaalt dat de advocaat van [gedaagde] binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinder¬data van de betrokkenen aan zijn zijde in de maanden oktober tot en met december 2009 en dat de advocaat van [eiser] binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinder¬data van de betrokkenen aan zijn zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren.

Uitgesproken in het openbaar.

336