Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5749

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-07-2009
Datum publicatie
21-08-2009
Zaaknummer
321296 /HA ZA 08-3144
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De contractant (gedaagde) van de energieleverancier (Eneco, eiseres) is jegens Eneco aansprakelijk voor fraude met c.q. diefstal van stroom via aansluiting. De aangetroffen situatie levert afdoende bewijs op voor de door Eneco gestelde omvang van de schade. (hennepkwekerij)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel

zaaknummer: 321296 /HA ZA 08-3144

uitspraak: 29 juli 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENECO SERVICES B.V., tevens zaakdoende onder de naam ENECO, voorheen genaamd ENECO ENERGIE SERVICES B.V., in haar hoedanigheid van lasthebber van na te noemen lastgevers:

I. de besloten vennootschap ENECO RETAIL B.V. en

II. de besloten vennootschap STEDIN B.V., als rechtsopvolgster van de besloten vennootschap ENECO NETBEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. T.A. Vermeulen,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. L.A.E. Timmer.

Partijen worden aangeduid als, Eneco Services, Eneco Retail, Stedin, tezamen te noemen Eneco (enkelvoud) en [gedaagde].

Het verloop van de procedure

De rechtbank wijst vonnis op de navolgende stukken:

1. de dagvaarding d.d. 16 december 2008;

2. de conclusie van antwoord;

3. het tussenvonnis;

4. het proces-verbaal van de comparitie van partijen;

5. de overgelegde bescheiden.

De feiten

1. Tussen partijen staat het volgende vast.

1.1. [gedaagde] is huurder van de garagebox staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats].

1.2. Tussen (de rechtvoorgangster van) Eneco Retail (de leverancier) en [gedaagde] is een overeenkomst gesloten, waarbij de leverancier aan [gedaagde], onder meer, energie heeft geleverd. Teneinde de levering mogelijk te maken, heeft [gedaagde] ook een overeenkomst met de netbeheerder, (de rechtvoorgangster van) Stedin, gesloten.

1.3. Op de overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden van Eneco Retail en Stedin van toepassing.

1.4. Eneco Services factureert en int als lasthebber namens Eneco Retail en Stedin en hanteert hun voorwaarden.

1.5. Op 22 september 2005 heeft een fraude-inspecteur van Eneco voormeld perceel bezocht om de elektriciteitsvoorziening te controleren, omdat daarin door de politie een hennepkwekerij was aangetroffen.

1.6. In de aangifte van diefstal elektriciteit, gedaan door voormelde fraude-inspecteur, staat, onder meer, het volgende vermeld:

“..

Bij controle van de netcomponenten (hoofdleiding, aansluiting en meetinrichting) van ENECO NetBeheer BV en elektrische installatie in de meterkast van dat pand hebben wij gezien dat de verzegelingen van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken waren.

…..

Wij zagen dat de hoofdzekering die bij het aansluiten van het pand op het elektriciteitsnet van ENECO NetBeheer BV aangebracht was door personeel van ENECO Energie Infra BV verzwaard was van een (1) X 35 Ampère naar een (1) X 50 Ampère.

….

Wij zagen dat er aan de bovenzijde van de hoofdzekering een twee(2) aderige elektriciteitsdraad was bijgeplaatst en aangesloten.

Deze elektriciteitsdraden zaten aangesloten voor de elektriciteitsmeter zodat alle elektriciteit die via deze elektriciteitdraden werd afgenomen niet door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd.

Bij het volgen van die elektriciteitsdraden zagen wij dat deze uitkwam in een onderverdeelinrichting van elektriciteit van waaruit de aanwezige hennepkwekerij onbemeten van elektriciteit werd voorzien.

Deze elektriciteitsdraden waren destijds bij het aansluiten van het pand op het elektriciteitsnet van ENECONetBeheerBV niet door personeel van ENECO Energie Infra BV geïnstalleerd.

Ook zagen wij dat de kappen van de in de hennepkwekerij aanwezige assimilatielampen onder een dikke laag stof zaten, waarop duidt dat deze al langere tijd aanwezig waren.

Het witte filtermateriaal van het aanwezige koolstoffilter was door het gebruik in de hennepkwekerij dermate vervuild op een wijze dat het filter minimaal twee(2) á drie(3) hennepoogsten in werking is geweest.

Het koolstoffilter was zwaar vervuild en dat blijkt uit het feit dat onder de banden waaraan dit koolstoffilter was opgehangen geen vervuiling is aangetroffen, dat de vervuiling ter plaatse is ontstaan.

Op de vloer in de hennepkwekerij hebben wij afvalbladeren en resten van hennepplanten zien liggen……

Toen wij in het watervat keken, dat dient voor de watertoevoer bestemd voor de hennepkwekerij zag ik dat er op verschillende waterniveau’s kalkaanslag op het watervat zat.

De in de hennepkwekerij aanwezig de hennepplanten waren ongeveer 45 dagen oud.

….

Wij zagen dat de in de hennepkwekerij aanwezige assimilatielampen een vermogen hadden van 600 Watt. Bij het in werking zijn van deze assimilatielampen van 600 Watt gebruikt het voorschakelapparaat 80 watt.

…..”

De vordering

2.1. Eneco vordert [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen aan Eneco te betalen een bedrag van € 7.122,59, vermeerderd met de wettelijke rente over

€ 6.067.83 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de voldoening met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

2.2. Ter adstructie van haar vordering heeft Eneco het volgende aangevoerd.

Aan [gedaagde] is het op grond van de overeenkomst verboden handelingen te verrichten of doen verrichten, waardoor de omvang van de levering niet of niet juist kan worden vast gesteld, dan wel een situatie te creëren waardoor normaal functioneren van de meetinrichting wordt verhinderd. [gedaagde] is volgens Eneco toerekenbaar te kort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst. [gedaagde] is dan ook aansprakelijk voor de schade welke Eneco heeft geleden als gevolg van het onbemeten stroom afnemen.

Subsidiair baseert Eneco de vordering op onrechtmatige daad.

2.3. Op basis van het hierboven onder 1.6. aangehaalde rapport heeft Eneco berekend dat 35276 kWh elektriciteit is weggenomen, ter waarde van € 5.704,83. Bij de berekening van de hoeveelheid afgetapte onbemeten stroom gaat Eneco op basis van de aangetroffen situatie en de algemene ervaringsregels uit van twee volledige hennepoogsten met een cyclus van 70 dagen en 45 dagen van de aangetroffen “kweek”. Daarnaast stelt zij een schade van

€ 363,- , zijnde de uren van de fraudemedewerkers, geleden te hebben.

De vordering omvat mede een bedrag van € 768,00 buitengerechtelijke kosten. Ter adstructie van dat onderdeel van de vordering heeft Eneco aangevoerd dat haar gemachtigde de werkzaamheden, welke verband houden met aanmaak van het dossier, heeft verricht en twee aanmaningen heeft verstuurd.

De rente berekend tot aan de dag der dagvaarding welke ook gevorderd wordt, berekent Eneco op € 286,76.

Het verweer

3.1. [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

[gedaagde] betwist dat hij handelingen heeft verricht of doen verrichten waardoor het normaal functioneren van de meetinrichting is verhinderd.

Hij heeft aangevoerd dat hij de garagebox in kwestie destijds, met ingang van 1 juli 2005 onderverhuurde aan een zekere [persoon 1] voor de duur van een jaar als tijdelijke opslagruimte.

[gedaagde] betwist bij de hennepkwekerij betrokken te zijn geweest, danwel daar wetenschap van gehad te hebben.

[gedaagde] betwist dan ook dat er een grondslag voor de vordering aanwezig is.

[gedaagde] wijst erop dat hij is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde “medeplichtigheid bij hennepteelt.”

3.2. [gedaagde] wijst er ook op dat Eneco eerst op 16 december 2008 tot dagvaarding is overgegaan, terwijl de hennepkwekerij al op 22 september 2005 is aangetroffen. Het oplopen van kosten valt dan ook [gedaagde] niet te wijten.

3.3. Tenslotte betwist [gedaagde] gemotiveerd dat er sprake is geweest van buitengerechtelijke werkzaamheden welke toewijzing van dat onderdeel van de vordering rechtvaardigen.

De beoordeling van het geschil

4.1. Eneco heeft niet betwist dat niet [gedaagde], maar diens huurder de hennepkwekerij in de litigieuze garagebox in werking heeft gesteld en geëxploiteerd en de wijzigingen aan de aansluiting en meetinrichting heeft aangebracht, zulks zonder medeweten van [gedaagde]. Hiervan dient dan ook in rechte te worden uitgegaan.

4.2. Als contractuele wederpartij van Eneco dient [gedaagde] er voor zorg te dragen dat niet door ongeoorloofde ingrepen in de aansluiting, zoals het verbreken van de zegels van de hoofdaansluitkast en het voor de meter aansluiten van kabels, in de garagebox elektriciteit wordt afgenomen zonder dat de meter dit registreert. Dit vloeit voort uit de redelijkheid en billijkheid alsmede de zorgvuldigheid die [gedaagde] als contractant jegens Eneco in acht dient te nemen.

4.3. De gedragingen van de huurder, die zonder twijfel onrechtmatig zijn tegenover Eneco c.s., komen op grond van de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van [gedaagde] als contractant van Eneco. Het is immers redelijk dat het risico van frauduleuze handelingen als de onderhavige voor rekening komen van de contractant van Eneco, omdat hij beter dan Eneco in staat is om toezicht te houden op hetgeen met de aansluiting gebeurt, althans van hem mag worden verwacht dat hij voorafgaande aan de verhuur van de ruimte waarvoor de elektriciteit wordt geleverd beziet of hij dat toezicht voldoende inhoud kan geven door het treffen van fysieke maatregelen ten aanzien van de aansluiting of het maken van afspraken met de huurder. Voorts kan de contractant ter vermijding van het risico van aansprakelijkheid voor frauduleuze handelingen van een huurder de aansluiting op naam van de huurder laten zetten.

4.4. Vast staat dat door ongeoorloofde ingrepen in de aansluiting in de garagebox buiten de registratie van de meter om elektriciteit is afgenomen ten behoeve van de daar geëxploiteerde hennepkwekerij. Uit het vorenstaande volgt reeds dat dit een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] in de nakoming van de overeenkomsten met Eneco oplevert en dat hij op grond daarvan aansprakelijk is voor de schade die Eneco daardoor heeft geleden. Dat [gedaagde] mogelijk is vrijgesproken in de strafrechtelijke procedure waarin hem medeplichtigheid bij hennepteelt ten laste zou zijn gelegd, maakt dat niet anders.

4.5. Op grond van het vorenstaande is [gedaagde] jegens Eneco in ieder geval aansprakelijk voor de kosten voor werkzaamheden van de fraudemedewerkers. [gedaagde] heeft niet gemotiveerd bestreden dat die kosten, zoals door Eneco berekend, in totaal € 363,- bedragen. Deze schadepost ligt derhalve voor toewijzing gereed.

4.6. De hoogte van de schade, voor zover deze betrekking heeft op buiten de meter om afgenomen elektriciteit, kan niet nauwkeurig worden vastgesteld. Niet in geschil is dat gedurende de exploitatie van de hennepkwekerijen in de garagebox ten behoeve van die hennepkwekerij elektriciteit buiten de meter om is afgenomen. Nu door het illegaal aftappen van stroom Eneco niet in staat is de exacte afgenomen hoeveelheid vast te stellen, is het redelijk dat Eneco de over dat tijdvak afgenomen hoeveelheid elektriciteit in redelijkheid schat naar ter beschikking staande gegevens hieromtrent. Eneco is daarbij aangewezen op de constateringen over de situatie ten tijde van het aantreffen van de hennepkwekerij in de garagebox.

Eneco schat dat in de hennepkwekerij in de garagebox minimaal twee volledige hennepoogsten hebben plaatsgevonden en baseert dat op de constateringen van hun fraudemedewerker zoals hiervoor onder 1.6. aangegeven. Ten bewijze van die aangetroffen situatie heeft Eneco foto’s overgelegd. [gedaagde] heeft niet betwist dat die in de garagebox zijn genomen op 22 september 2005, op de dag dat de fraudemedewerker in aanwezigheid van politieambtenaren in de garagebox de hennepkwekerij aantrof.

4.7. In hun schatting van de buiten de meter om afgenomen elektriciteit gaat Eneco uit van een groeiperiode van hennepplanten van 70 dagen en een instelling van de tijdschakelaar van 12 uur per dag. Eneco baseert deze uitgangspunten op het door hen als productie 2 overgelegde rapport van de Universiteit van Wageningen uit 1997. Eneco kan de schatting in redelijkheid op voormelde uitgangspunten baseren, welke uitgangspunten niet worden bestreden.

4.8. Aan het verweer van [gedaagde], dat de kwekerij pas per 1 juli 2005 gestart kan zijn, omdat hij vanaf die datum de garagebox onderverhuurde, wordt voorbij gegaan.

Op de foto’s zijn de aangetroffen planten zichtbaar. Die planten zijn ouder dan 15 dagen, nu deze al in bloei staan. Daarnaast zijn er vuilniszakken met plantenresten aangetroffen. Niet aannemelijk is dat het afval van een andere kwekerij naar de garagebox in kwestie is gebracht. Gelet op de mate van vervuiling van de filters en lampen komt de door Eneco aangehouden duur van 185 niet onaannemelijk voor.

4.9. Een en ander leidt ertoe dat het bedrag van € 5.704,83 eveneens voor toewijzing gereed ligt.

4.10. De buitengerechtelijke kosten zullen niet worden toegewezen, nu door de gemachtigde geen werkzaamheden zijn verricht waarvoor de in de artikelen 237-240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten niet een vergoeding plegen in te sluiten.

4.11. Eneco heeft om haar moverende redenen [gedaagde] eerst op 16 december 2008 gedagvaard en niet is gesteld of gebleken op welke eerdere datum zij [gedaagde] heeft aangesproken. De wettelijke rente zal dan ook slechts worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

4.12. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De rechtbank:

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen aan Eneco een bedrag van € 6.067,83, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco vastgesteld op € 381,80 aan verschotten en € 768,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

2090