Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5744

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
21-08-2009
Zaaknummer
305920 /HA ZA 08-1052
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opdracht tot vervoer, overslag en opslag van containers met glas. Expeditie in ruime zin. Fenex-voorwaarden niet van toepassing. Problemen bij lossing. Extra kosten. Uitoefenen van retentierechten. Max. 255 karakters

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 305920 /HA ZA 08-1052

Uitspraak: 12 augustus 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STANDARD GLAS B.V.,

gevestigd te Kortgene, gemeente Noord-Beveland,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr E. Wilke,

- tegen -

[gedaagde],

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr B.S. Janssen,

Partijen worden hierna aangeduid als "Standard Glas" respectievelijk "[gedaagde]".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 9 april 2008 en de door Standard Glas overgelegde producties;

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in

reconventie, met producties;

- conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in

reconventie, met producties;

- conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in

reconventie, met producties;

- conclusie van dupliek in reconventie;

- akte houdende wijziging, althans vermeerdering van eis aan de zijde van [gedaagde];

- akte aan de zijde van Standard Glas.

2. De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

Ingevolge een in augustus 2007 door Standard Glas aan [gedaagde] gegeven opdracht zijn 22 containers, geladen met in kisten verpakt glas, vervoerd van Rotterdam naar Vlissingen, zijn de containers in Vlissingen gelost en is het glas aldaar opgeslagen.

2.2

[gedaagde] heeft ter uitvoering van de opdracht gecontracteerd met [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]). Voor het lossen van de containers en de opslag heeft [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]) ingeschakeld.

2.3

Bij het lossen van de containers door [bedrijf 2] is schade ontstaan. Er is een geschil gerezen over de kosten van het lossen. Toen Standard Glas weigerde de facturen van [gedaagde] te voldoen en ook [gedaagde] [bedrijf 1] niet betaalde, beriepen [bedrijf 1]/[bedrijf 2] respectievelijk [gedaagde] zich op een retentierecht. Het glas is vervolgens in elk geval tot augustus 2008 in opslag gebleven.

3. De vordering in conventie

3.1

De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

primair:

[gedaagde] te veroordelen aan Standard Glas te betalen € 57.503,32, vermeerderd met rente, met de nog nader te begroten kosten voor afvoer en vernietiging en met buitengerechtelijke kosten en de rente daarover,

subsidiair:

voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Standard Glas geleden schade ten gevolge van het foutief opslaan van de goederen in de loods, alsmede voor de door Standard Glas geleden schade ten gevolge van het uitleveren van beschadigde lading, een en ander op te maken bij staat,

primair en subsidiair met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2

Standard Glas heeft daaraan - kort samengevat - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

(a) het gebruik dat [gedaagde] heeft gemaakt van haar retentierecht was disproportioneel en onrechtmatig;

(b) als gevolg daarvan heeft Standard Glas schade geleden;

(c) de directe schade kan worden gesteld op de verkoopwaarde van het glas in november 2007 van € 57.503,32, vermeerderd met de kosten voor afvoer en vernietiging.

4. Het verweer in conventie

4.1

De conclusie strekt ertoe de vordering van Standard Glas te ontzeggen met haar veroordeling in de kosten van de juridische bijstand, alsmede in de kosten van het geding, uitvoerbaar bij voorraad.

4.2

[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

(a) [gedaagde] is opgetreden als expediteur van Standard Glas; op de rechtsverhouding tussen haar en Standard Glas waren de Fenex-voorwaarden van toepassing;

(b) de extra kosten die bij de lossing zijn ontstaan waren voor rekening van Standard Glas;

(c) [gedaagde] was gerechtigd haar retentierecht in te roepen overeenkomstig art. 8:69 BW

j° art. 19 Fenex-voorwaarden; van disproportionele uitoefening was geen sprake;

(d) ook de opslagkosten tijdens de uitoefening van het retentierecht waren voor rekening van Standard Glas;

(e) [gedaagde] is niet aansprakelijk voor schade aan de partij glas, evenmin als voor de uitlevering van gebroken glas aan afnemers;

(f) de gestelde schade wordt betwist.

5. De vordering in reconventie

5.1

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Standard Glas te veroordelen om aan [gedaagde] te betalen:

1. het factuurbedrag van € 37.504,34, althans de vergoeding voor de in de offerte van 27 [28] augustus 2007 opgenomen posten en/of de extra kosten verbonden aan de later vastgestelde wijze van lossing en/of de kosten van opslag ten tijde van uitoefening van het retentierecht, met rente,

2. de kosten van het terugladen van € 4.407,50, met rente,

3. de administratiekosten van 10% van de hoofdsom, met rente,

4. de buitengerechtelijke kosten van € 1.140,-, met rente,

5. de kosten van de juridische bijstand aan de zijde van [gedaagde],

6. de kosten van het geding,

7. de nakosten.

5.2

Aan deze vordering heeft [gedaagde] naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

(a) Standard Glas dient de haar door [gedaagde] bij factuur in rekening gebrachte kosten te voldoen; naast de kosten volgens de prijsopgave van augustus 2007 zijn ook de extra lossingskosten voor haar rekening, evenals de opslagkosten tijdens de uitoefening van het retentierecht;

(b) de kosten van het terugladen van de goederen op de auto van € 4.407,50 zijn eveneens verschuldigd, zoals genoemd in de prijsopgave;

(c) de vordering kan worden verhoogd met 10% administratiekosten ingevolge de Fenex-voorwaarden;

(d) aanspraak bestaat op buitengerechtelijke kosten ten belope van € 1.140,-.

5.3

Bij akte heeft [gedaagde] meegedeeld dat zij haar vordering wenst te vermeerderen, in dier voege dat zij de rechtbank tevens verzoekt voor recht te verklaren dat Standard Glas jegens [gedaagde] gehouden is tot betaling van de vernietigingskosten en de opslagkosten vanaf 10 juli 2008 tot en met de datum van vernietiging van de goederen.

Standard Glas heeft zich bij akte tegen deze eiswijziging verzet.

6. Het verweer in reconventie

6.1

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [gedaagde] in de kosten van het geding.

6.2

Naast hetgeen Standard Glas in conventie heeft betoogd, heeft zij daartoe het volgende aangevoerd:

(a) het door [gedaagde] gevorderde is niet conform de offerte van 29 augustus 2007; het terugladen van zaken op auto heeft niet plaatsgevonden en kan niet belast worden;

(b) de kosten van opslag gedurende de uitoefening van het retentierecht komen ten laste van [gedaagde], die het retentierecht ten onrechte, onrechtmatig en disproportioneel heeft uitgeoefend;

(c) de Fenex-voorwaarden zijn niet van toepassing; daarop gebaseerde kosten kunnen niet worden toegewezen; ook overigens zijn de gevorderde kosten niet onderbouwd en te hoog.

7. De beoordeling in conventie en in reconventie

7.1

Voorafgaande aan de op 29 augustus 2007 tot stand gekomen opdracht van Standard Glas aan [gedaagde] met betrekking tot de 22 containers met glas hadden partijen diverse contacten gehad, voornamelijk per e-mail.

Standard Glas had gevraagd om "een estimate van de kosten". [gedaagde] had vervolgens een opgave gedaan van "de kosten zoals gevraagd", respectievelijk van het vervoer Rotterdam - Vlissingen - Rotterdam, handling Vlissigen in en out, strippen van de containers, terugladen op truck/flat rack, opslagkosten en opmaken CMR, exclusief eventuele douanedocumentatie. Daarbij was door [gedaagde] aangegeven: "[gedaagde] & Zonen treedt in deze op als intermediair voor wat betreft vervoer en lossing en is als zodanig niet aansprakelijk voor eventuele schade".

Op kennelijk verzoek van Standard Glas heeft [gedaagde] bij de stuwadoor in Vlissingen ([bedrijf 2]/[bedrijf 1]) geïnformeerd of het opgegeven tarief voor het strippen niet kon worden gereduceerd, waarna [gedaagde] het van deze verkregen antwoord heeft doorgegeven aan Standard Glas.

7.2

Op 29 augustus 2007 berichtte Standard Glas aan [gedaagde]: "Hierbij de opdracht om 22 x 20'DV in te klaren, te bargen naar Vlissingen, te strippen en op te slaan bij [bedrijf 1] Terminals."

7.3

Diezelfde dag stuurde [gedaagde] aan Standard Glas een formulier "Overeenkomst/machtiging voor het optreden als direct vertegenwoordiger", opdat [gedaagde], als direct vertegenwoordiger van Standard Glas, in naam en voor rekening van Standard Glas aangifte ten invoer zou kunnen doen. In dat formulier was onder meer bepaald: "Tenzij anders overeengekomen, zijn op de verhouding tussen partijen de Nederlandse Expeditievoorwaarden van toepassing (...)".

Standard Glas heeft dit formulier ondertekend en meteen teruggestuurd. Volgens Standard Glas waren de bedoelde Fenex-voorwaarden - anders dan vermeld - niet bijgevoegd.

7.4

De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande en mede gelet op de inhoud van de overige overgelegde e-mails (waaronder een bericht van Standard Glas van 31 augustus 2007 waarin zij [gedaagde] aanduidt als "my forwarding agent"), dat tussen partijen een expeditie-overeenkomst in ruime zin tot stand is gekomen. Doorslaggevend daarbij acht de rechtbank dat [gedaagde] had aangegeven voor het vervoer en de lossing op te treden als intermediair en als zodanig niet aansprakelijk te zijn voor schade. De door Standard Glas naar voren gebracht omstandigheden ([gedaagde] heeft geen commissie opgegeven, [gedaagde] hanteert in de e-mails ook termen als "in verband met het vervoer") leggen onvoldoende tegenwicht in de schaal. Ook een expediteur/opdrachtnemer kan zich onder bepaalde omstandigheden beroepen op een retentierecht (vgl. art. 8:69 BW en voorts de algemene regels voor een retentierecht). Anders dan Standard Glas kennelijk meent, behoeft de expediteur/opdrachtnemer bij het ter uitvoering van zijn opdracht sluiten van overeenkomsten tot vervoer, overslag en opslag niet te contracteren in naam van zijn opdrachtgever, doch kan hij dat ook in eigen naam doen.

7.5

De Fenex-voorwaarden kunnen niet gelden als tussen partijen overeengekomen voor zover de opdracht strekte tot vervoer, overslag en opslag van de containers met glas. Bij en voor het geven van de opdracht zijn deze voorwaarden niet aan de orde geweest, noch werd daarnaar in enig stuk of bericht verwezen. De toepasselijkverklaring van de Fenex-voorwaarden in het formulier machtiging directe vertegenwoordiging zag kennelijk specifiek op het door [gedaagde] in naam van Standard Glas verrichten van werkzaamheden als douane-expediteur en daaraan kan niet de veel ruimere strekking worden gegeven dat deze ook betrekking had op anderssoortige werkzaamheden die [gedaagde] voor Standard Glas verrichtte. Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden nopen zijn niet gesteld of gebleken. In het aan Standard Glas toegezonden en door haar ondertekende formulier is bovendien niet [gedaagde] maar "Consultants for International Transports (C.I.T.) b.v." vermeld als expeditieonderneming/direct vertegenwoordiger en wederpartij van Standard Glas.

7.6

De kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen als expeditie in ruime zin, inhoudende dat Standard Glas aan [gedaagde] opdracht gaf tot het regelen van het vervoer, de lossing en de opslag van de containers, aan welke opdracht [gedaagde] kennelijk uitvoering heeft gegeven door (in eigen naam) te contracteren met [bedrijf 1], betekent dat [gedaagde] zich tegenover Standard Glas niet had verbonden als vervoerder, stuwadoor en bewaarnemer.

7.7

De problemen hebben zich voorgedaan met de lossing van de containers in Vlissingen.

Vaststaat dat [bedrijf 2] op 13 september 2007 met de lossing van de kisten met glas uit de containers is begonnen en wel met behulp van vorkheftrucks en kettingen. Deze wijze van lossen kwam overeen met tevoren door Standard Glas aan [gedaagde] overhandigde foto's en strookte kennelijk met de door Standard Glas gewenste wijze van lossen ([gedaagde] had bij de prijsopgave ook een foto aan Standard Glas gestuurd van de wijze waarop gelost zou gaan worden; niet blijkt dat daarop is gereageerd).

7.8

Bij de lossing van de eerste twee containers bleek dat de laatste paar kisten omvielen waardoor breukschade ontstond. [bedrijf 2] heeft de lossing toen gestopt. Er heeft rechtstreeks contact plaatsgevonden tussen [bedrijf 2] en Standard Glas. Afgesproken werd dat er een "losjuk" zou worden ontwikkeld en gemaakt teneinde bij de andere containers soortgelijke schade te voorkomen. De kosten van het "losjuk" van ca. € 1.200 zijn door Standard Glas aanvaard.

Het "losjuk" is gemaakt en blijkbaar is ook nog in elke container een "geleidesysteem" aangebracht. Daarna is de lossing van de containers zonder problemen verlopen. De lossing was op of omstreeks 21 september 2007 voltooid.

7.9

Vanaf 19 september 2007 hebben [gedaagde] en Standard Glas contact gehad over extra kosten van het lossen van de containers. Door [bedrijf 2]/[bedrijf 1] werd nu een bedrag opgegeven van € 32,50 per ton, wat neerkwam op 21 x € 32,50 = € 682,50 per container. Standard Glas stemde daarmee niet in.

7.10

In de prijsopgave die [gedaagde] vóór het sluiten van de overeenkomst met Standard Glas had gedaan was voor het strippen van de containers € 235,- per container genoemd. Toen Standard Glas had gevraagd of dat bedrag niet kon worden gereduceerd, had [gedaagde] aan Standard Glas meegedeeld - kennelijk na ruggespraak met [bedrijf 1]/[bedrijf 2] in Vlissingen - dat deze hadden laten weten dat het hier ging om een hun niet bekend artikel en dat zij met het tarief een risico namen; het tarief kon voor hen ook negatief uitvallen; bij een volgende zending zou dan opnieuw over de kosten kunnen worden gesproken.

7.11

De rechtbank begrijpt dit voorshands aldus, dat het tarief van € 235,- per container door [bedrijf 1]/[bedrijf 2] aan [gedaagde] was opgegeven en dat zij ermee rekening hielden dat dit tarief voor hen negatief kon uitvallen, maar dat dit dan voor hun risico zou komen.

Daaruit volgt dan dat [bedrijf 1]/[bedrijf 2] in beginsel aan dat tarief waren gebonden. Dat zou onder omstandigheden anders kunnen zijn, met name indien de tevoren verstrekte informatie niet juist bleek te zijn. Volgens [gedaagde] was dit het geval.

7.12

[gedaagde] heeft gesteld dat zij in eigen naam heeft gecontracteerd met [bedrijf 1] en dat [bedrijf 1] een deel van de werkzaamheden heeft uitbesteed aan [bedrijf 2]. De aard en inhoud van deze rechtsverhoudingen zijn niet nader toegelicht.

7.13

Standard Glas had op 29 augustus 2007 aan [gedaagde] gevraagd aan [bedrijf 1] te laten weten dat ze contact moesten opnemen met Standard Glas voordat de eerste container gestript werd en dat Standard Glas er dan zelf naartoe zou gaan om advies te geven en om te kijken of het ging zoals Standard Glas in gedachten had.

Niet is duidelijk of een vertegenwoordiger van Standard Glas vóór en/of bij het begin van de lossing in Vlissingen aanwezig was. Op enig moment is blijkbaar [persoon 1] van Standard Glas bij de lossing komen kijken, maar uit de stukken volgt niet wanneer dat was en wat er toen is gebeurd en besproken.

Evenmin is zeker dat Standard Glas vóór de lossing van de containers de juiste maten van de kisten waarin het glas was verpakt en de positie waarin de kisten in de container waren geplaatst had opgegeven. Standard Glas stelt dat [persoon 1] de maten van de kisten op 23 augustus 2007 heeft meegedeeld aan [gedaagde]. [gedaagde] voert aan dat de werkelijke maten van de kisten in de containers niet bleken te kloppen met de opgegeven maten en dat daardoor de afgesproken wijze van lossing niet mogelijk was.

Partijen hebben foto's uitgewisseld waarop kennelijk lossingswerkzaamheden te zien waren. Er is tevens sprake van een door Standard Glas aan respectievelijk [gedaagde] en [bedrijf 2] afgegeven DVD, waarop "de lossing van een identieke partij glas" te zien was. Het is niet geheel duidelijk wat het belang is van die DVD.

Partijen hebben niet aangegeven hoe de lossing precies in zijn werk is gegaan, vóór en na de eerste twee containers en in hoeverre de wijze van lossing afweek en moest afwijken van hetgeen - op basis van de verstrekte informatie en beelden - oorspronkelijk de bedoeling was. Men is het blijkbaar oneens over het aantal mensen dat daarmee bezig was.

Ook staat niet vast wat de oorzaak was van het omvallen van de laatste kisten, zoals andere maten of een andere positie van de kisten dan tevoren was opgegeven.

Ten processe blijkt niet voldoende welke factoren de (veel) hogere kosten hebben veroorzaakt, hoe deze kosten waren opgebouwd, of deze redelijk waren en voor wiens rekening deze zouden moeten komen.

7.14

Omdat - kort gezegd [bedrijf 2]/[bedrijf 1] aanspraak maakten en bleven maken op extra kosten volgens het hogere tarief en Standard Glas weigerde dit te betalen - ontstond de situatie dat [bedrijf 2]/[bedrijf 1] en [gedaagde] zich vanaf 30 november 2007 beriepen en bleven beroepen op een retentierecht, waardoor de partij glas in opslag bleef en het glas niet in gedeelten kon worden afgeleverd aan afnemers van Standard Glas. Bovendien zou tijdens de langdurige opslag schade aan het glas zijn opgetreden (doordat de wijze van opslag niet juist zou zijn en doordat de loods onverwarmd was) en zou de marktwaarde daarvan zijn gedaald. Het retentierecht is blijkbaar uitgeoefend tot 10 juli 2008.

7.15

Er zijn blijkbaar gedurende de periode van de retentie diverse voorstellen gedaan om tot overeenstemming te komen, doch zonder resultaat. Standard Glas heeft ook niet de kosten betaald die zij volgens de opdracht van 29 augustus 2007 in elk geval aan [gedaagde] zou moeten betalen (met opslagkosten tot 30 november 2007).

Zoals te verwachten viel, liepen de kosten van de opslag verder op en ontstond ook overigens schade.

7.16

Om te kunnen beoordelen of het (voortgezette) hanteren van een retentierecht al dan niet gerechtvaardigd en proportioneel was, behoeft de rechtbank nadere informatie.

Deze informatie heeft in de eerste plaats betrekking op de hiervoor onder 7.11 tot en met 7.14 genoemde punten.

7.17

Verder kan worden bezien of al vóór het beroep op een retentierecht schade was ontstaan aan het glas. Volgens Standard Glas heeft de wijze van opslag breukschade teweeggebracht, omdat de instructies van [persoon 1] aan [bedrijf 2] niet waren opgevolgd. [gedaagde] betwist dat en merkt op dat de schade waarschijnlijk veroorzaakt is door de gebrekkige verpakking van het glas.

Er zou voorts schade zijn ontstaan doordat (in oktober 2007) door [bedrijf 2] deelzendingen met gebroken glas werden afgegeven aan afnemers van Standard Glas, die daarvoor creditnota's stuurden.

7.18

Tevens is van belang wat de schadelijke gevolgen waren van de retentie van het glas.

Daarbij spelen kennelijk diverse factoren een rol: overeenkomsten met afnemers konden niet worden nagekomen, de marktwaarde zou uiteindelijk zijn afgenomen tot de waarde voor recycling verminderd met de kosten van afvoer.

Standard Glas vordert uiteindelijk vergoeding van de totale verkoopwaarde per november 2007, vermeerderd met de kosten van afvoer en vernietiging. Deze verkoopwaarde moet nader worden onderbouwd, mede gelet op het verweer van [gedaagde] dat het bewuste glas incourant was. De kosten van afvoer en vernietiging moeten nog worden opgegeven (de rechtbank gaat ervan uit dat het glas inmiddels is afgevoerd).

Ook over deze punten dient meer informatie te worden verschaft.

7.19

De vordering van [gedaagde] in reconventie behoeft eveneens toelichting, in het bijzonder waar het gaat om "de kosten van het terugladen van de goederen op de auto" ad € 4.407,50 en redelijke buitengerechtelijke kosten.

7.20

Het bezwaar dat Standard Glas heeft gemaakt tegen de vermeerdering van eis wordt afgewezen. Het gaat daarbij om de opslagkosten vanaf 10 juli 2008 tot de vernietiging van het glas en de kosten van de vernietiging. Het ligt voor de hand dat deze kosten worden betrokken bij de totale beoordeling (de kosten van vernietiging worden ook al door Standard Glas gevorderd). Standard Glas zal in de gelegenheid zijn zich daarover uit te laten.

7.21

De rechtbank zal een comparitie van partijen bevelen voor het verkrijgen van nadere inlichtingen. Ten behoeve van een efficiente behandeling dienen partijen uiterlijk twee weken voor deze comparitie een op schrift gestelde nadere toelichting op alle hiervoor genoemde punten, vergezeld van stukken die deze kunnen onderbouwen, toe te zenden aan de rechter en aan de raadsman van de wederpartij.

De comparitie kan tevens dienen voor het beproeven van een minnelijke regeling.

8. De beslissing

De rechtbank,

in conventie en in reconventie

alvorens verder te beslissen:

beveelt partijen, deugdelijk vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is, vergezeld door hun raadslieden, te verschijnen in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr A.N. van Zelm van Eldik op: dinsdag 3 november 2009 te 13.30 uur;

verzoekt de raadslieden van partijen uiterlijk twee weken voor deze datum de onder 7.21 genoemde stukken toe te zenden aan de rechter en de raadsman van de wederpartij;

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.