Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5641

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-07-2009
Datum publicatie
20-08-2009
Zaaknummer
301654 / HA ZA 08-502
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijwaring. Uitleg overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 301654 / HA ZA 08-502

Uitspraak: 1 juli 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

T FOR TELECOM FRANCHISE BEHEER B.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Rotterdam,

eiseres in vrijwaring,

advocaat mr. A.A.H.J. Huizing,

- tegen -

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RETAIL DEVELOPMENT COMPANY B.V.,

gevestigd te Breukelen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MESTROM HOLDING B.V.,

gevestigd te Leiden,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TELEFUTURE B.V.,

gevestigd te Breukelen,

gedaagden in vrijwaring,

advocaat mr. A.P.M. Henket.

Eiseres in vrijwaring wordt hierna aangeduid als “T4T Beheer”. Gedaagden in vrijwaring worden hierna tezamen - in vrouwelijk enkelvoud - aangeduid als “RDC c.s.” en afzonderlijk als “RDC”, “Mestrom” respectievelijk “Telefuture”.

1. Het verloop van het geding

1.1

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- vonnis van deze rechtbank d.d. 23 januari 2008 in de zaak met zaak-/rolnummer: 293517 / HA ZA 07-2555 (gewezen tussen mr. A.R.M. Berntsen q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Z&F Tell-Me B.V., als eiser in de hoofdzaak/verweerder in het incident (hierna: “de curator”) en T4T Beheer als gedaagde in de hoofdzaak/eiseres in het incident) (hierna: “de hoofdzaak”), waarbij het T4T Beheer in het vrijwaringsincident is toegestaan om RDC c.s. in vrijwaring op te roepen;

- dagvaarding d.d. 8 februari 2008 en de daarbij door T4T Beheer overgelegde producties;

- conclusie van antwoord;

- vonnis van deze rechtbank d.d. 18 juni 2008, waarbij in de onderhavige vrijwaringszaak een comparitie van partijen is gelast, welke gelijktijdig met de comparitie van partijen in de hoofdzaak zal dienen plaats te vinden;

- een brief d.d. 16 september 2008 aan de zijde van T4T Beheer, met producties;

- nadere akte aan de zijde van T4T Beheer;

- een brief d.d. 25 maart 2009 aan de zijde van RDC c.s., met productie;

- proces-verbaal van de zowel in de hoofdzaak als in de vrijwaringszaak op 16 april 2009 gehouden comparitie van partijen.

1.2

In de vrijwaringszaak is (tussen)vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1

Op 18 november 2005 is tussen T for Telecom B.V. als koper en RDC c.s. als verkoper een in de Engelse taal opgestelde ‘Share Purchase Agreement’ getekend ter zake van - onder meer - de koop/verkoop door RDC en Mestrom aan T for Telecom B.V. van alle geplaatste aandelen in Tell Me Beheer B.V. (hierna: “de SPA”).

Tell Me Beheer B.V. was (in elk geval) op het moment van het tekenen van de SPA enig aandeelhouder in Tell Me Franchise B.V. Na het tekenen van de SPA is de naam van Tell Me Beheer B.V. gewijzigd in T for Telecom Franchise Beheer B.V., zoals hiervoor reeds vermeld thans aangeduid als T4T Beheer, en die van Tell Me Franchise B.V. in T for Telecom Franchise B.V.

2.2

In de SPA staat, voor zover thans van belang, het volgende vermeld:

“6 REPRESENTATIONS AND WARRANTIES, INDEMNIFICATIONS

(…)

6.3 Indemnifications. Each of the Sellers hereby irrevocably agrees to jointly and severally indemnify the Purchaser and its Affiliates, and the Companies, and shall hold the Purchaser and its Affiliates, and the Companies harmless against:

a. Any and all claims vis-à-vis the Companies for current pending procedures (litigation), and/ or claim filed with the Companies with respect to the Business, insofar as not scheduled on Annex 6.3.a hereto, upto the Closing Date;”

2.3

De in voornoemd artikel vermelde “Annex 6.3.a” (hierna: “de annex”) is niet bijgesloten.

3. Het geschil

3.1

T4T Beheer vordert - verkort weergegeven - dat de rechtbank, indien en voor zover de in de hoofdzaak ingestelde vorderingen worden toegewezen, voor zover mogelijk gelijktijdig met het vonnis in de hoofdzaak en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, RDC c.s. hoofdelijk veroordeelt - des de één betalend de anderen zullen zijn bevrijd - om aan T4T Beheer te betalen datgene waartoe T4T Beheer in de hoofdzaak jegens de curator mocht worden veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, met hoofdelijke veroordeling van RDC c.s. in de kosten van de vrijwaring.

3.2

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft T4T Beheer aan de vordering ten grondslag gelegd dat RDC c.s. ingevolge artikel 6.3 sub a van de SPA gehouden is T4T Beheer te vrijwaren tegen de geldelijke claims van de curator in de hoofdzaak (hierna: “de claim”).

3.3

RDC c.s. heeft gemotiveerd verweer gevoerd strekkende tot afwijzing van de vordering van T4T Beheer, met veroordeling van T4T Beheer in de kosten van de vrijwaring. Dit verweer zal hierna - voor zover van belang - onder 4. worden weergegeven en besproken.

4. De beoordeling

4.1

Kernpunt van het geschil tussen partijen in de vrijwaring betreft de vraag of RDC c.s. op grond van artikel 6.3 van de SPA (inleiding en sub a) gehouden is T4T Beheer te vrijwaren tegen de claim.

4.2

Niet in geschil is dat de claim behoort tot de claims als bedoeld in artikel 6.3 sub a van de SPA. Voorts staat vast dat de annex ontbreekt. Partijen twisten evenwel over de uitleg van artikel 6.3 sub a van de SPA en over wat - in verband daarmee en gelet op de omstandigheden - de consequentie moet zijn van het ontbreken van de annex.

T4T Beheer meent dat de tekst van voornoemde bepaling van de SPA duidelijk is: van de vrijwaring zijn slechts uitgezonderd die claims die zijn vermeld in de annex. Dat de annex ontbreekt, is voor rekening en risico van RDC c.s. als verkoper, nu zij heeft verzuimd zorg te dragen voor uitsluiting van de claim en daarmee voor beperking van haar vrijwaringsplicht, aldus T4T Beheer.

RDC c.s. heeft ten verwere aangevoerd dat de strekking van artikel 6.3 van de SPA is de koper te behoeden voor lopende procedures en reeds ingediende claims voor zover deze vóór de ‘Closing Date’ (d.d. 18 november 2005) nog niet ontdekt waren. Nu T4T Beheer op de ‘Closing Date’ bekend was met de claim had deze in de annex vermeld behoren te staan, zodat RDC c.s. niet tot vrijwaring jegens T4T Beheer is gehouden. Daarbij heeft RDC c.s. erop gewezen dat de SPA eenzijdig door T4T Beheer is opgesteld.

4.3

De rechtbank stelt voorop dat het hier gaat om de uitleg van een geschrift waarin de verhouding tussen partijen is geregeld. Die uitleg kan niet alleen worden gegeven op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen ervan, maar daarbij komt het tevens aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkanders verklaringen en gedragingen en aan de bepalingen van dat geschrift mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Voorts geldt dat bij de uitleg van een dergelijk geschrift telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, alsmede dat in praktisch opzicht vaak van groot belang is de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben. Verder zijn bij de uitleg van belang de aard van de transactie, de omvang en gedetailleerdheid van het contract, de wijze van totstandkoming ervan - waarbij van belang is of partijen werden bijgestaan door (juridisch) deskundige raadslieden - en de overige (relevante) bepalingen ervan.

4.4

Aan de hand van deze maatstaven legt de rechtbank het betreffende beding uit. Daartoe overweegt zij als volgt.

Naar de rechtbank begrijpt uit hetgeen partijen - die als professioneel kunnen worden aangemerkt - ter comparitie, gehouden op 16 april 2009, hebben verklaard, is de SPA opgesteld door één advocaat, die in beginsel slechts optrad voor T for Telecom B.V., doch wel het vertrouwen van alle bij de SPA betrokken partijen genoot. Voorts hebben beide partijen (namens T4T Beheer haar statutair directeur de heer Padding en namens Telefuture haar statutair directeur de heer Schwirtz, welke laatste ter comparitie tevens optrad als gevolmachtigde van RDC en Mestrom en in dat kader bevoegd was RDC en Mestrom aldaar te vertegenwoordigen) ter comparitie verklaard dat zij, alvorens zij tot ondertekening van de SPA zijn overgegaan, hebben onderhandeld over de SPA en daarbij per franchisenemer de problemen hebben besproken. Onder deze omstandigheden kan de tekst van dit overnamecontract, mede gelet op de aard van de transactie en de omvang en gedetailleerdheid van de SPA, geacht worden een belangrijke factor bij de uitleg ervan te zijn. Verondersteld mag worden dat bij een met behulp van juridische bijstand uitonderhandeld contract tussen zakelijke partijen zorgvuldig naar de formulering daarvan is gekeken en dat dit contract dus de bedoeling van partijen goed weergeeft. Beslissend gewicht moet dan ook worden toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de bewoordingen van artikel 6.3 inleiding en sub a van de SPA.

Hiervan uitgaande is de zinsnede “(…) insofar as not scheduled on Annex 6.3.a hereto (…)” moeilijk anders te verstaan dan dat uitsluitend die claims die in de annex voorkomen uitgezonderd zijn van vrijwaring. Het verweer van RDC c.s. dat de claim reeds omdat deze op de ‘Closing Date’ bekend was uitgezonderd is van vrijwaring, wordt dan ook verworpen.

4.5

Vervolgens ligt voor de vraag wat de consequentie moet zijn van het ontbreken van de annex.

In dit kader is allereerst van belang dat, zoals hiervoor onder r.o. 4.4 reeds aan de orde is gesteld, tijdens de onderhandelingen over de SPA de problemen per franchisenemer zijn besproken, derhalve ook de claim. Voorts is van belang dat uit de stellingen over en weer kan worden afgeleid dat het niet aannemelijk is dat de annex bewust is weggelaten, bijvoorbeeld omdat men geen enkele claim wilde uitsluiten; beide partijen gaan uit van een omissie. Nu zij bovendien werden bijgestaan door slechts één (min of meer gezamenlijke) advocaat is de rechtbank van oordeel dat de redelijkheid en billijkheid zich er tegen verzet deze omissie zonder meer voor rekening en risico van de ene of de andere partij te laten komen. Gelet op voornoemde omstandigheden ligt het in de rede de consequentie van het weglaten van de annex te laten afhangen van de inhoud van de onderhandelingen als gevoerd voorafgaand aan de totstandkoming van de SPA en in het bijzonder van de bedoeling van partijen met betrekking tot de claim. Anders dan T4T Beheer kennelijk meent, staat een taalkundige interpretatie van het litigieuze beding daaraan niet in de weg.

Vooralsnog is evenwel niet vast komen te staan wat de bedoeling van partijen is geweest met betrekking tot de claim. De raadsman van RDC c.s. heeft in dat verband ter comparitie van partijen aangegeven dat de bedoeling van partijen duidelijk was: nu de claim is besproken had deze in de annex moeten worden opgenomen, hetgeen door T4T Beheer geacht kan worden te zijn weersproken. De ter zitting aanwezige vertegenwoordigers van partijen hebben desgevraagd verklaard dat zij zich niet meer wisten te herinneren in welke zin de claim is besproken en of deze nu juist wel of niet in de annex zou (moeten) worden vermeld.

4.6

Nu RDC c.s. zich beroept op de rechtsgevolgen van haar stelling dat het de bedoeling van partijen is geweest de claim in de annex te vermelden en deze zo uit te sluiten van vrijwaring, zal zij - overeenkomstig haar aanbod daartoe - worden toegelaten tot het bewijs daarvan.

4.7

Indien RDC c.s. niet slaagt in het haar opgedragen bewijs is de vordering van T4T Beheer in beginsel toewijsbaar. Alsdan dient de rechtbank nog te oordelen over de weren als vermeld in de conclusie van antwoord onder de punten 10 en 14, waarop T4T Beheer nog niet heeft kunnen reageren. Beide partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld hierop nader in te gaan bij conclusie na enquête.

4.8

Indien RDC c.s. slaagt in het haar opgedragen bewijs dient de vordering van T4T Beheer te worden afgewezen.

4.9

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

laat RDC c.s. toe tot het bewijs van haar stelling dat het de bedoeling van partijen is geweest de claim in de annex te vermelden en deze zo uit te sluiten van vrijwaring;

bepaalt dat indien RDC c.s. dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. H.W. Vogels;

bepaalt dat de advocaat van RDC c.s. binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden juli, augustus en september 2009 en dat de advocaat van T4T Beheer binnen dezelfde termijn opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Heevel.

Uitgesproken in het openbaar.

1734/1515