Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5471

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-07-2009
Datum publicatie
19-08-2009
Zaaknummer
305919 / HA ZA 08-1051
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst met netbeheerder tot uitbreiding van capaciteit van elektriciteitsaansluiting. Strekking 18-wekentermijn artikel 23 E-wet. Ingebrekestelling. Positie als monopolist brengt niet mee dat ingebrekestelling niet nodig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 305919 / HA ZA 08-1051

Uitspraak: 22 juli 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DINO AUTOWAS B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

eiseres,

advocaat mr. M.A. de Oude,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STEDIN B.V., voorheen genaamd ENECO NETBEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. H.D.L.M. Schruer.

Partijen worden hierna aangeduid als "Dino" respectievelijk "Eneco".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 10 april 2008, met producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- conclusie van repliek, met producties;

- conclusie van dupliek, met producties;

- de bij gelegenheid van schriftelijk pleidooi door beide partijen overgelegde pleitnotities en de schriftelijke reacties op de pleitnotitie van de andere partij.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:

2.1 Dino exploiteert sinds juni 2006 een autowasstraat.

2.2 Ten behoeve van deze exploitatie heeft Dino op 24 januari 2006 bij Eneco een offerte aangevraagd voor een wijziging van haar elektriciteitsaansluiting. De aanvraag had betrekking op een verzwaring van de bestaande aansluiting tot 3x355 Ampère.

2.3 In daarop volgend overleg tussen Eneco en Dino heeft [persoon 1] (directeur van Dino) te kennen gegeven geen transformatorstation op het terrein van Dino te wensen.

2.4 Op 21 februari 2006 heeft Eneco aan Dino een offerte aangeboden. Naast een opgave van de te verrichten werkzaamheden bevat de offerte onder meer de volgende opmerkingen:

“Hoe lang duurt het?

Wij ramen de levertermijn na ontvangst van uw schriftelijke opdracht op circa 12 weken. De doorlooptijd van de uitvoerende werkzaamheden bedraagt circa 4 weken.

De levertermijn voor het aanpassen van het transformatorstation bedraagt circa 4 maanden. Deze termijn is onder meer afhankelijk van het verkrijgen van de vergunningen, de levering van materialen en de beschikbaarheid van capaciteit in het net. Na ontvangst van uw opdracht nemen wij contact met u op om de definitieve planning van de werkzaamheden met u af te stemmen.

Vervolgens sturen wij u een schriftelijke opdrachtbevestiging waarin de datum van oplevering van de aansluiting(en) is opgenomen.”

Een bijlage bij de offerte luidt – voor zover van belang – als volgt:

“Te realiseren

Tijdelijk

[…]

Doorlaatwaarde beveiliging : 3 x 200 Ampère

Definitief

[…]

Doorlaatwaarde beveiliging : 3 x 315 Ampère

[…]

Aanvullende voorwaarden bij deze aanbieding

Het door u gevraagde contractvermogen voor uw aansluiting is momenteel niet volledig leverbaar. Dit komt door tijdelijke transportbeperkingen in het transportnet.

Uw aansluiting is hierdoor beperkt tot 3 x 200 Ampère.

Na aanpassing van het transformatorstation wordt uw aansluiting definitief beveiligd met 3 x 315 Ampère.

Hiervoor worden de aansluitkabels in een nieuw te plaatsen station afgemonteerd.

De verwachting van deze werkzaamheden is gepland circa 16 weken na uw opdracht en inclusief de doorlooptijd van het aanvragen van een vergunning.”

2.5 De offerte van 21 februari 2006 verwijst voorts onder meer naar Algemene Voorwaarden Aansluiting en Transport ENECO NetBeheer Elektriciteit 2006 voor afnemers > 3x80A (niet zijnde producenten) (hierna: de algemene voorwaarden). Artikel 21 van deze algemene voorwaarden luidt onder meer als volgt:

“Artikel 21 – Aansprakelijkheid

1. De netbeheerder is tegenover de afnemer niet aansprakelijk voor schade, die ontstaat ten gevolge van:

a. onderbreking of beperking van het transport;

b. […]

c. handelen of nalaten in verband met de aansluiting […].

2. Het in het vorige lid gestelde lijdt uitzondering indien de schade ontstaat als gevolg van opzet of grove schuld van de netbeheerder, zijn werknemers […].”

2.6 Dino heeft de offerte voor akkoord ondertekend. De ondertekende offerte is op 28 februari 2006 door Eneco ontvangen.

2.7 In april of begin mei 2006 heeft Eneco de in de offerte voorziene verzwaring van de aansluiting tot 3 x 200 Ampère gerealiseerd.

2.8 In de periode mei tot en met december 2006 heeft Dino geen gebruik gemaakt van haar (tot 3 x 200 Ampère verzwaarde) aansluiting. Zij heeft de voor de wasstraat benodigde elektriciteit verkregen door middel van een gehuurde generator.

2.9 Ten behoeve van de gewenste verzwaring van de aansluiting tot 3 x 315 Ampère was een nieuw transformatorstation nodig. Voor de bouw daarvan behoefde Eneco een vergunning van de gemeente Zoetermeer. In verband met deze vergunningaanvraag heeft een medewerker van de gemeente op 13 juni 2006 aan [persoon 2] (de behandelend medewerker van Eneco) gemeld dat de gemeente niet akkoord gaat met de voorgestelde locatie voor het transformatorstation.

2.10 Bij brief van 28 augustus 2006 heeft Eneco een nieuwe vergunningaanvraag bij de gemeente ingediend, dit keer met het oog op een nieuwe locatie voor het transformatorstation. Op 1 september 2006 heeft de gemeente de gevraagde vergunning verleend.

2.11 Op 19 december 2006 heeft Eneco de verzwaarde aansluiting tot 3 x 315 Ampère gerealiseerd.

3 De vordering

De vordering luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Eneco te veroordelen tot betaling van € 51.147,78, met handelsrente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Dino aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Op grond van artikel 23 lid 3 Elektriciteitswet 1998 (E-wet) diende Eneco de verzwaring van de aansluiting tot 3 x 315 Ampère binnen achttien weken te realiseren. In dit geval heeft de verzwaring pas per 19 december 2006 plaatsgevonden, en dus elf maanden na het daartoe strekkende verzoek van Dino.

3.2 Eneco heeft onvoldoende voortvarend gehandeld bij het verkrijgen van de vereiste vergunning en bij het – na ontvangst van de vergunning – realiseren van de aansluiting. Daarbij is van belang dat Eneco wist dat Dino aan de tijdelijke aansluiting van 3 x 200 Ampère niet genoeg had voor de wasstraat. Ook het feit dat Eneco monopolist is had haar tot meer voortvarendheid moeten aanzetten.

3.3 Eneco is aldus tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst.

3.4 Om te voorzien in de benodigde energievoorziening, heeft Dino een generator moeten huren. Eneco dient de daarmee gemoeide kosten (huur en brandstof) als schade te vergoeden, met aftrek van het bedrag dat Dino aan energie kwijt zou zijn geweest als Eneco wél tijdig de aansluiting zou hebben gerealiseerd. Daarmee is een bedrag gemoeid van

€ 51.147,78.

3.5 Dino heeft voorts aanspraak op de wettelijke handelsrente per 20 december 2006.

3.6 Dino heeft buitengerechtelijke kosten gemaakt die tot een bedrag van € 1.788,= voor vergoeding door Eneco in aanmerking komen.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Dino in de kosten van het geding.

Eneco heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 De in artikel 23 E-wet genoemde termijn van achttien weken is niet van toepassing op de verzwaring van de aansluiting van Dino tot 3 x 315 Ampère. Voor het realiseren van een aansluiting van die omvang moest immers de capaciteit van het net ter plaatse worden vergroot. Op een dergelijke ingreep heeft artikel 23 E-wet geen betrekking. Op de onderhavige situatie is artikel 24 E-wet van toepassing, waaruit onder meer volgt dat de netbeheerder aan de verzoeker opgave doet van de maatregelen die nodig zijn om het net te versterken.

4.2 Overschrijding van de termijn van achttien weken leidt bovendien nog niet tot aansprakelijkheid in civielrechtelijke zin.

4.3 Op grond van artikel 21 van de algemene voorwaarden is Eneco alleen aansprakelijk in geval van opzet of grove schuld. Daarvan is geen sprake.

4.4 Eneco heeft voldoende voortvarend gehandeld. Veel vertraging is ontstaan doordat de gemeente geen vergunning gaf voor plaatsing van het transformatorstation op de bestaande locatie. Bovendien bleek bij het plaatsen van het nieuwe station dat veel extra werk in de grond nodig was en dat veel extra grondwater moest worden weggepompt. Ook dat kost tijd. Voor zover sprake is van termijnoverschrijdingen, zijn die het gevolg van omstandigheden die niet aan Eneco kunnen worden toegerekend.

4.5 Dino heeft geen schade geleden tot het door haar gevorderde bedrag. Zij heeft de schade onvoldoende onderbouwd.

4.6 Dino heeft ten onrechte een zware generator gehuurd en niet gekozen voor een goedkoper alternatief. Zij had gebruik kunnen maken van de bestaande aansluiting voor 3 x 200 Ampère met aanvulling van een gehuurde kleinere generator. Dat zou hebben volstaan voor de energiebehoefte van Dino, zeker omdat zij bij lange na niet een capaciteit van 3 x 315 Ampère nodig had.

4.7 Zou Dino hebben ingestemd met plaatsing van een transformatorstation op haar eigen terrein, dan zou de verzwaring tot 3 x 315 Ampère ruimschoots binnen de termijn van achttien weken zijn gerealiseerd.

4.8 Dino heeft Eneco niet in gebreke gesteld. Eneco wist ook niet dat de tijdelijke verzwaring tot 3 x 200 Ampère – waarmee Dino zelf had ingestemd – niet genoeg was. Zij wist ook niet dat Dino een aggregaat ging bijplaatsen. Dino heeft volledig op eigen houtje gehandeld.

4.9 Dino heeft geen aanspraak op de handelsrente. Het gaat hier immers niet om een handelsovereenkomst.

4.10 Dino heeft geen aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

5 De beoordeling

5.1 Tussen partijen is niet in geschil dat ter zake de verzwaring van de aansluiting van Dino tot (uiteindelijk) 3 x 315 Ampère sprake is van een overeenkomst. Dino heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Eneco is tekort geschoten in de nakoming van die overeenkomst. Eneco heeft onder meer als verweer aangevoerd dat Dino haar niet in gebreke heeft gesteld. Ten aanzien van dit verweer overweegt de rechtbank als volgt.

5.2 De rechtbank begrijpt de stellingen van Dino aldus dat Eneco in de visie van Dino is tekort geschoten in haar verbintenis bij de realisatie van de verzwaarde aansluiting van 3 x 315 Ampère voortvarend te handelen. Het bestaan van deze verbintenis heeft Eneco niet betwist, zodat daarvan moet worden uitgegaan. Op grond van artikel 6:74 BW bestaat de verplichting tot vergoeding van de schade als gevolg van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis slechts indien de schuldenaar in verzuim is, voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is. Gesteld noch gebleken is dat van deze laatste situatie in de hier relevante periode sprake was. Aldus kan op Eneco slechts een schadevergoedingsplicht rusten indien sprake is van verzuim.

5.3 Voor het intreden van verzuim is in beginsel een ingebrekestelling noodzakelijk (artikel 6:82 BW). Eneco heeft gesteld dat zij niet in gebreke is gesteld. Dino heeft dat niet betwist, zodat van het ontbreken van een ingebrekestelling moet worden uitgegaan.

5.4 Dino heeft echter gesteld dat Eneco bij de uitvoering van de overeenkomst de termijn van achttien weken als bedoeld in artikel 23 lid 3 E-wet heeft overschreden, zodat Eneco door het verstrijken van die termijn in verzuim is geraakt. De rechtbank begrijpt deze stelling aldus dat hiermee een voor voldoening bepaalde termijn ongebruikt is verstreken, zodat voor het intreden van het verzuim geen ingebrekestelling was vereist (artikel 6:83 onder a BW). Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt.

5.5 Op grond van artikel 23 lid 3 E-wet is de netbeheerder verplicht degene die daarom verzoekt binnen een redelijke termijn te voorzien van een aansluiting op het elektriciteitsnet. Die redelijke termijn is blijkens deze bepaling in ieder geval verstreken na achttien weken. Een beroep op deze bepaling kan Dino echter niet baten. Vast staat dat Dino akkoord is gegaan met een tijdelijke verzwaring tot 3 x 200 Ampère. Vast staat ook dat die tijdelijke verzwaring is gerealiseerd binnen de termijn van achttien weken. Aldus heeft Eneco voldaan aan haar verplichting uit hoofde van artikel 23 lid 3 E-wet. Een redelijke uitleg van deze bepaling kan niet meebrengen dat Eneco als netbeheerder gehouden zou zijn iedere gewenste aansluiting – ongeacht de daarmee gemoeide capaciteit – binnen achttien weken te realiseren, in elk geval niet in de situatie waarin de verzoeker (zoals in dit geval Dino) expliciet akkoord is gegaan met een tijdelijke, minder belastende verzwaring die wél binnen de genoemde termijn is gerealiseerd. Uit de parlementaire geschiedenis ten aanzien van artikel 23 E-wet kan niet worden afgeleid dat de wetgever een andere uitleg voor ogen heeft gestaan. Aldus moet worden geoordeeld dat de in artikel 23 lid 3 E-wet genoemde termijn van achttien weken niet kan worden beschouwd als termijn bepaald voor de voldoening van de verbintenis een aansluiting van 3 x 315 Ampère te realiseren. Van een situatie als bedoeld in artikel 6:83 onder a BW is dus geen sprake.

5.6 Dino heeft voorts gesteld dat een ingebrekestelling niet nodig was omdat Eneco de enige is bij wie Dino voor de gewenste verzwaring van de aansluiting terecht kon. De rechtbank deelt dit standpunt niet. Het enkele feit dat een partij een positie als monopolist bekleedt doet er immers niet aan af dat zij een rechtens te respecteren belang heeft bij een ordelijke ingebrekestelling. Net als iedere andere partij heeft een monopolist er immers belang bij te weten tot welk moment zij nog kan nakomen zonder dat van een tekortkoming sprake is. Juist in dat belang is de strekking van een ingebrekestelling gelegen. Gelet op dit belang aan de zijde van Eneco valt niet in te zien op welke grond haar beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

5.7 Niet gebleken is van feiten die om andere redenen zouden moeten leiden tot de conclusie dat een ingebrekestelling niet nodig was om het verzuim te doen ingaan. Gelet op de strekking van een ingebrekestelling vormt een dergelijke omstandigheid niet het – door Eneco betwiste – feit dat Dino medewerkers van Eneco meermalen heeft gewezen op de spoed gemoeid met het realiseren van de verzwaarde aansluiting van 3 x 315 Ampère. Evenmin is gebleken van mededelingen van de zijde van Eneco met de strekking dat zij niet of niet zonder tekortkoming zal nakomen (vergelijk artikel 6:83 onder c BW). Ook is niet van belang of medewerkers van Eneco op de hoogte waren van het feit dat Dino in afwachting van de verzwaring van de aansluiting tot 3 x 315 Ampère een zware generator huurde. Ook als de desbetreffende medewerkers daarvan wisten impliceert dat niet dat Dino (zonder ingebrekestelling) de kosten van huur en gebruik van die generator als schade op Eneco kan verhalen.

5.8 Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Eneco niet in verzuim is komen te verkeren. Het ontbreken van verzuim staat aan toewijsbaarheid van de vordering in de weg. De overige stellingen behoeven dus geen bespreking.

5.9 Als de in het ongelijk gestelde partij zal Dino worden veroordeeld in de proceskosten. De nakosten zullen voorwaardelijk worden toegekend.

6 De beslissing

De rechtbank,

wijst af de vorderingen van Dino;

veroordeelt Dino in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco bepaald op € 1.125,= aan vast recht en op € 2.682,= aan salaris voor de advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 Burgerlijk Wetboek daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt Dino tot betaling van € 131,-- aan nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 Burgerlijk Wetboek daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der voldoening, verhoogd met € 68,-- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt; vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 Burgerlijk Wetboek daarover vanaf de datum van de betekening tot aan de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.Veling.

Uitgesproken in het openbaar.

1980/204