Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3683

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-06-2009
Datum publicatie
24-07-2009
Zaaknummer
977836
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze zaak betreft een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst, waarbij geen vergoeding wordt toegekend. De verstoorde arbeidsverhouding is veroorzaakt door de houding van de werkneemster en door de misplaatste en pedante toonzetting van de correspondentie van haar gemachtigde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0571
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak

de stichting

Stichting Laurens,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

gemachtigde: mr. H.S. Snijders,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster,

gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “Stichting Laurens” respectievelijk “[verweerster]”.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 22 april 2009;

- het verweerschrift, met bijlagen;

- de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen

van Stichting Laurens;

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 mei 2009. Ter zitting zijn namens Stichting Laurens verschenen de heer E. Strating, directeur, mevrouw S.L. Leerentveld, en mevrouw R. Schouten, bijgestaan door de gemachtigde mr. H.S. Snijders. [verweerster] is in persoon verschenen bijgestaan door haar gemachtigde mr. M.C.V. Dornstedt.

2. De feiten

- 2.1 [verweerster], geboren op [geboortedatum], is op 12 augustus 2002 in dienst getreden als receptioniste/telefoniste (later: servicebaliemedewerkster) bij Stichting Laurens. Laatstelijk was [verweerster] werkzaam in de functies van assistent-roosteraar (16 uren per week) en medewerkster servicebalie (8,05 uren per week). Het loon van [verweerster] bedraagt € 925,85 bruto per maand voor de functie van assistent-roosteraar en € 491,84 voor de functie van medewerkster servicebalie.

- 2.2 [verweerster] beoefent sinds september 2007 de functie van assistent-roosteraar. Op 15 oktober 2008 heeft een eerste evaluatiegesprek plaatsgevonden waarbij mevrouw S. Babolall, direct leidinggevende en mevrouw R. Schouten, inhoudsdeskundige van het roosterprogramma, hun zorgen hebben uitgesproken omtrent het functioneren van [verweerster]. Naar aanleiding hiervan is een plan van aanpak opgesteld met als doel het functioneren van [verweerster] te verbeteren. Op 8 december 2008 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden waarbij door Stichting Laurens werd geconstateerd dat het functioneren van [verweerster] niet noemenswaardig was verbeterd. Op 15 december 2008 is aan [verweerster] meegedeeld dat Stichting Laurens er geen vertrouwen in had dat [verweerster] de functie in de toekomst op een goede wijze uit zou kunnen voeren. Stichting Laurens wilde hierna het gesprek met [verweerster] aangaan om zo een voor haar passende functie binnen Stichting Laurens te vinden.

- 2.3 Op 7 januari 2009 ontving Stichting Laurens een brief van de advocaat van [verweerster]. In deze brief staat onder meer te lezen dat de geplande bespreking op vrijdag 9 januari 2009 geen doorgang zal kunnen vinden en dat hij “per omgaande kopie van het integrale personeelsdossier van [verweerster]” wenst te ontvangen. Verder deelt de advocaat mee:“Voorts mag ik u wel verzoeken om u in het vervolg van deze kwestie enkel rechtstreeks met mij te verstaan en niet (meer) met [verweerster] over deze zaak te spreken”.

- 2.4 In zijn brief van 12 januari 2009 maakt de advocaat van [verweerster] Stichting Laurens het verwijt dat er toch met zijn cliënte over de zaak gesproken is en meldt hij “Nu het nodig is dat verzoek te herhalen, doe ik dat hierbij uitdrukkelijk en geef ik u aan dat indien u zich van het verzoek (wederom) niets aantrekt, ik er niet aan ontkom om in een voorkomend geval de rechter daaromtrent te informeren.”

- 2.5 Bij brief van 13 januari 2009 worden door Stichting Laurens aan [verweerster] twee mogelijkheden ten aanzien van haar toekomst voorgesteld. De eerste mogelijkheid is [verweerster] niet meer de functie van assistent-roosteraar te laten uitoefenen en haar functie van medewerkster servicebalie met de hierdoor vrijkomende uren uit te breiden. De tweede mogelijkheid was handhaving van [verweerster] in de functie van assistent-roosteraar onder de voorwaarde dat een intensief begeleidingstraject opgezet zou worden om het functioneren van [verweerster] te verbeteren.

- 2.6 [verweerster] kiest in eerste instantie voor de eerste mogelijkheid maar stelt daarbij een aantal voorwaarden ten aanzien waarvan Stichting Laurens geen garanties kan bieden. Voorts wordt er door [verweerster] ook aan de tweede mogelijkheid, de intensieve begeleiding, verschillende eisen gesteld. Stichting Laurens geeft naar aanleiding hiervan aan dat van haar verwacht mag worden dat ze zoals het een goed werkgever betaamt, de begeleiding integer, deskundig en zorgvuldig zal uitvoeren. Met de betrokken personen binnen Stichting Laurens is een begeleidingsprogramma voor [verweerster] opgesteld. [verweerster] eist dat de begeleiding uitgevoerd wordt door een extern persoon of een mediator. Zij weigert haar medewerking te verlenen indien niet aan deze eis voldaan zou worden.

- 2.7 Na enige correspondentie tussen de advocaat van [verweerster] en Stichting Laurens, neemt de heer E. Strating, directeur Laurens Regio centrum ( verder “Strating”), de correspondentie over en bericht bij brief van 6 februari 2009 aan de advocaat van [verweerster] onder meer: “Inmiddels heb ik het dossier mij eigen gemaakt en ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de toonzetting hier en daar wat dreigt te derailleren. Dat lijkt mij niet in het belang van onze organisatie, noch in dat van uw cliënte”. (….) en “Graag hoor ik thans op korte termijn van u of, zonder verdere polemiek en aanvullende eisen, uw cliënte onomwonden de aangeboden tweede kans wil aangrijpen om samen en in goed overleg met de werkgever een zo veilig mogelijke herstart te maken”.

- 2.8 In de brief van 13 februari 2009 aan Strating reageert de advocaat van [verweerster] op een bericht van zijn cliënte omtrent een voorval met Strating, onder meer met de volgende opmerkingen: “Opvallend is dat waar u in uw brief van dezelfde datum het beginsel goed werkgeverschap noemt, dergelijk gedrag mijns inziens niet enkel niet past bij de statuur van een directeur van Laurens en zeer onprofessioneel is maar in casu de verhouding onnodig onder druk zet”. (……) en “Welnu, met een dergelijke opstelling wordt juist het tegenovergestelde bereikt en ik mag u wel oproepen om in het vervolg in uw (telefonische) contacten met [verweerster] de gepaste beleefdheid en omgangsvormen in acht te nemen. Wat dat betreft, behoud ik mij namens [verweerster] het recht voor dat aspect voor te leggen aan het Bestuur van Laurens en te verzoeken u daarop aan te spreken en gepaste maatregelen te nemen”.

-2.9 In een verdere briefwisseling wordt aan Strating door de advocaat geadviseerd om “het dossier niet zelf meer te behandelen maar over te dragen aan hetzij een medewerker binnen uw organisatie hetzij aan een door u in de arm genomen advocaat”.

- 2.10 Naar aanleiding van het advies van de bedrijfsarts heeft Stichting Laurens [verweerster] en haar advocaat uitgenodigd voor een gesprek op 16 maart 2009. Bij dit gesprek werd aan [verweerster] een begeleidingstraject aangeboden met het doel om haar vaardigheden op zodanig niveau te brengen dat zij in haar functie van assistent-roosteraar gehandhaafd kon worden. [verweerster] bleef volharden bij haar eis dat de begeleiding door een extern persoon/mediator zou moeten plaatsvinden en zo niet, zij geen medewerking zou verlenen.

- 2.11 [verweerster] is met ingang van 1 april 2009 (met behoud van loon) op non-actief gesteld.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 Het verzoek strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen zonder toekenning van enige vergoeding aan [verweerster].

3.2 Stichting Laurens heeft aan haar verzoek -zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang- het volgende ten grondslag gelegd.

3.3 Stichting Laurens heeft [verweerster], nadat zij had vastgesteld dat [verweerster] in haar functie van assistent-roosteraar niet ‘uit de verf’ kwam, zeer redelijke voorstellen gedaan. Op deze voorstellen heeft [verweerster] afwijzend gereageerd, althans zij heeft aan haar medewerking voorwaarden gesteld die indruisen tegen hetgeen als goed werkneemster van haar mag worden verwacht. De aanhoudende kritiek van [verweerster] op Stichting Laurens, op haar leidinggevenden, de inhoudsdeskundige, de opdrachtgevers en op haar andere collega’s, alsmede de offensieve en polemische wijze waarop dat onophoudelijk werd geventileerd, hebben er toe geleid dat van een vruchtbare samenwerking geen sprake meer kan zijn.

3.4 Nu [verweerster] met betrekking tot deze ontstane situatie een ernstig verwijt valt te maken, is volgens Stichting Laurens geen ruimte voor enige vergoeding.

4. Het verweer

4.1 Het verweer van [verweerster] strekt tot afwijzing van het verzoek.

4.2 [verweerster] heeft daartoe aangevoerd dat er geen gronden zijn voor beëindiging dan wel ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Stichting Laurens schetst slechts een sfeertekening.

4.3 [verweerster] heeft betwist dat zij de functie van assistent-roosteraar in de toekomst niet op goede wijze zou kunnen vervullen. Zij heeft onvoldoende ondersteuning gehad. Op 8 december 2008 werd [verweerster] door Stichting Laurens overvallen en werd haar verweten dat zij fouten zou maken in haar functie als assistent-roosteraar. Op 15 december 2008 werd het vertrouwen in [verweerster] opgezegd voor wat betreft haar functie van assistent-roosteraar. Op de inhoudelijke reactie hierop van [verweerster] van 27 december 2008 wordt door Stichting Laurens onvoldoende ingegaan.

4.4 [verweerster] wenst ten aanzien van haar keuze om haar functie van assistent-roosteraar te handhaven, de voorwaarde stellen dat er sprake is van een faire begeleiding en een faire toetsing. Mevrouw Babolall en mevrouw Schouten hebben eerder naar eer en geweten de conclusie getrokken dat [verweerster] niet naar behoren functioneert als assistent-roosteraar. Dit betekent per definitie dat deze vertegenwoordigers, om de integriteit van deze medewerkers te bewaren, hun eigen toetsing niet over kunnen doen. [verweerster] heeft hiermee niet de deskundigheid van de beoordelaars, mevrouw Babolall en mevrouw Schouten, in twijfel getrokken.

4.5 Omdat partijen niet tot een oplossing kwamen, heeft [verweerster] voorgesteld een mediator in te schakelen. Deze zou met partijen kunnen bespreken of het standpunt van [verweerster] redelijk is en deze zou kunnen bijdragen aan het vinden van een oplossing. Het is evident dat deze mediator niet in staat is het functioneren van [verweerster] als assistent-roosteraar te beoordelen. Stichting Laurens weigert, zonder dat te onderbouwen, een mediationtraject op te starten.

4.6 [verweerster] betwist dat zij door de gekozen toonzetting een dusdanige polemische discussie heeft gevoerd dat de beslissing van Stichting Laurens om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen onvermijdelijk zou zijn.

4.7 De verhoudingen tussen Stichting Laurens en [verweerster] zijn niet verstoord. Dat de verhoudingen tussen Strating en [verweerster] verstoord zijn, kan evenmin betekenen dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst onvermijdelijk zou zijn.

4.8 De discussie tussen partijen concentreert zich op de functie van assistent-roosteraar. Daarmee is niet gegeven dat ook de functie van medewerkster servicebalie zou moeten komen te vervallen.

4.9 Het belang van [verweerster] bij behoud van haar betrekking, gelet op haar leeftijd en haar loonbaankansen, dient zwaarder te wegen dan de kennelijk in de afgelopen periode door Stichting Laurens ervaren irritaties.

4.10 Aangezien een beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet aan de orde kan zijn en [verweerster] voortzetting van de arbeidsverhouding wenst, is een bespreking en een verzoek in verband met het toekennen van een beëindigingvergoeding niet aan de orde.

5. De beoordeling

5.1 De kantonrechter heeft zich ervan gewist dat het verzoek van Stichting Laurens geen verband houdt met het bestaan van enig opzegverbod.

5.2 De werkgever is gerechtigd om binnen de grenzen die het goedwerkgeverschap stelt, zich een oordeel te vormen over de kwaliteit van het functioneren van de werknemer en om, indien hij daartoe een gegronde aanleiding ziet, van de werknemer te verlangen dat deze meewerkt aan een ‘verbetertraject’. Indien in dit verband geen onredelijke eisen aan de werknemer worden gesteld, is de werknemer in beginsel gehouden zich in te spannen om tot de gewenste verbetering te komen en verkeert hij niet in de positie daaraan voorwaarden te stellen.

5.3 Gelet op genoemd uitgangspunt kon en mocht Stichting Laurens in dit geval van [verweerster] in redelijkheid verlangen dat zij haar medewerking zou verlenen aan het begeleidingsprogramma ter verbetering van haar functioneren en heeft [verweerster] haar hand overspeeld om daaraan de voorwaarde te verbinden dat dit moest plaatsvinden onder regie van een extern persoon of met de aanstelling van een professionele mediator. Door aan [verweerster] de keuze te laten tussen een uitbreiding van haar taken als servicebaliemedewerkster en handhaving van haar huidige functie mits met medewerking aan een ‘verbetertraject’ onder intern begeleiding, heeft Stichting Laurens zich geduldig, coulant en redelijk opgesteld jegens [verweerster]. De door de onredelijke houding van [verweerster] ontstane impasse, resulterend in haar op non-actiefstelling, is dan ook volledig toe te rekenen aan de opstelling van [verweerster].

5.4 De mede daardoor definitief verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen wordt aangemerkt als een zodanige verandering in de omstandigheden dat deze een gewichtige reden vormt voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek tot ontbinding wordt daarom toegewezen.

5.5 Voor de vraag of er grond is om aan [verweerster] ten laste van Stichting Laurens een vergoeding toe te kennen dient beoordeeld te worden aan welke partij en in welke mate de wijziging van omstandigheden is te verwijten dan wel toe te rekenen.

5.6 Hierboven is reeds overwogen dat het ontstaan van de ontslaggrond aan de houding van [verweerster] te wijten is. De verstoring van de arbeidsverhouding wordt echter tevens in belangrijke mate mede veroorzaakt door de pedante en misplaatste toonzetting van de correspondentie van de zijde van [verweerster] die de relatie tussen partijen onnodig onder druk heeft gezet. Bovendien is er geen regel die de werkgever verbiedt om rechtstreeks contact te hebben en te houden met zijn werknemer over een aangelegenheid als de onderhavige, ook indien de werknemer zich laat bijstaan door een advocaat. In het licht van de gegeven omstandigheden is er geen grond voor een vergoeding aan [verweerster] ten laste van Stichting Laurens.

5.4 Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te melden wijze.

6. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 2009;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Vlaswinkel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.