Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3270

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-01-2009
Datum publicatie
22-07-2009
Zaaknummer
286293 / HA ZA 07-1561
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Revindicatie, bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid, goede trouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 286293 / HA ZA 07-1561

Uitspraak: 21 januari 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J. Kneppelhout,

- tegen -

de naamloze vennootschap HDI VERZEKERINGEN N.V. h.o.d.n.

HANNOVER INTERNATIONAL INSURANCE (Nederland),

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. W.M. van Rossenberg.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiseres]" respectievelijk "HDI".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d.13 juni 2007 en de door [eiseres] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in

reconventie, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 31 oktober 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 16 april 2008;

- akte aan de zijde van HDI, met producties;

- akte aan de zijde van [eiseres], met producties.

2 De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet, niet langer, of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1 In juli 2000 heeft de [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]) een viool van [de vioolbouwer] (hierna: de viool) die aan haar in eigendom toebehoorde, met strijkstok en vioolkist op zicht meegegeven aan een man die aangaf dat hij geïnteresseerd was in de aankoop van de viool. De man heeft de viool niet meer teruggebracht.

2.2 Namens [bedrijf 1] is op 31 juli 2000 aangifte van verduistering c.q. oplichting gedaan.

2.3 De verzekeraar van [bedrijf 1] (HDI) heeft de ontstane schade ad f 70.252,50 aan [bedrijf 1] vergoed en is gesubrogeerd in haar rechten jegens derden, terwijl HDI tevens de eigendomsrechten met betrekking tot de viool heeft verkregen.

2.4 In 2003 is van de zijde van [eiseres] de viool ter veiling ingebracht bij Veilinghuis Dorotheum te Wenen (Oostenrijk). Dit veilinghuis heeft de viool in haar veilingcatalogus opgenomen.

2.5 Namens HDI is beslag op de viool gelegd, waarna deze in gerechtelijke bewaring is genomen.

3 De vordering in conventie

De vordering luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat de viool, zoals deze door [eiseres] in september 2001 van [persoon 1] is gekocht, in eigendom toebehoort aan [eiseres];

II. HDI te veroordelen om binnen 30 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, haar medewerking te verlenen aan de afgifte van de viool, met vaststelling van een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan gedurende welke HDI dit vonnis niet of niet volledig nakomt;

III. HDI te veroordelen in de kosten van het geding.

[eiseres] heeft aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 [eiseres] is eigenaresse geworden van de viool, nu zij deze in september 2001 van

[persoon 1] (hierna: [persoon 1]) heeft gekocht en geleverd gekregen.

3.2 HDI heeft rond 4 april 2003 ten onrechte beslag op de viool doen leggen.

3.3 HDI dient haar medewerking te verlenen aan de afgifte van de viool aan [eiseres].

Deze medewerking kan zij verlenen door er voor zorg te dragen dat het beslag op de viool wordt opgeheven.

4 Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

HDI heeft daartoe aangevoerd dat niet [eiseres], maar zijzelf eigenaresse is van de viool.

5 De vordering in reconventie

De vordering luidt om bij vonnis te verklaren voor recht, dat de viool, in eigendom toebehoort aan HDI en [eiseres] te veroordelen om haar medewerking te verlenen aan de afgifte van de viool, met vaststelling van een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan gedurende welke [eiseres] met de nakoming van haar verplichtingen terzake in gebreke blijft, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

Aan deze vordering heeft HDI naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

5.1 HDI is eigenaresse van de viool geworden door de overdracht van [bedrijf 1]. Zij heeft daarom recht op afgifte van de viool.

5.2 Voor het geval [eiseres] zich toch met succes op artikel 3:86 lid 1 BW zou kunnen beroepen, beroept HDI zich op het recht op revindicatie als bedoeld in 3:86 lid 3 BW.

6 Het verweer in reconventie

In de stellingen die [eiseres] in conventie heeft ingenomen, ligt besloten dat zij concludeert tot afwijzing van de reconventionele vordering.

7 De beoordeling in conventie en reconventie

7.1 Gelet op de nauwe samenhang zullen de vorderingen in conventie en reconventie gezamenlijk worden behandeld.

7.2 De kern van dit geschil is of [eiseres] of HDI eigenaresse van de viool is.

7.3 Vaststaat dat degene die de viool niet aan [bedrijf 1] heeft teruggebracht, onbevoegd was om over de viool te beschikken. Dit geldt (in beginsel) ook voor zijn eventuele rechtsopvolgers. [eiseres] stelt dat zij eigenaresse is geworden van de viool. Zij voert daartoe weliswaar aan dat [persoon 1] beschikkingsbevoegd was, maar onderbouwt dit niet.

De rechtbank is van oordeel dat [eiseres], in het licht van de omstandigheden waaronder de viool uit de macht van [bedrijf 1] is geraakt, onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit de beschikkingsbevoegdheid van [persoon 1] kan worden afgeleid. Het moet er daarom voor worden gehouden dat [eiseres] de viool van een niet beschikkingsbevoegde heeft verkregen. Dit betekent dat niet is voldaan aan de vereisten die artikel 3:84 lid 1 BW aan een rechtsgeldige overdracht stelt.

7.4 Op grond van artikel 6 Wet conflictenrecht goederenrecht worden de rechtsgevolgen van de verkrijging van een zaak van een beschikkingsonbevoegde beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich ten tijde van die verkrijging bevond. Nu [eiseres] stelt dat zij de viool in Amsterdam heeft verkregen en gesteld noch gebleken is dat de viool zich ten tijde van de verkrijging door [eiseres] niet in Nederland bevond, zal de rechtbank

- gelijk partijen doen - ten aanzien van dit geschil Nederlands recht toepassen.

7.5 Vervolgens dient te worden beoordeeld of [eiseres], ondanks het ontbreken van beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder, niettemin rechtsgeldig eigenaresse van de viool is geworden. Daarvoor is, op grond van artikel 3:86 lid 1 BW, vereist dat [eiseres] de zaak anders dan om niet verkreeg en dat zij op het moment van levering te goeder trouw was. Voor goede trouw in de zin van artikel 3:86 lid 1 BW is niet alleen nodig dat de verkrijger ten tijde van de levering aan hem de onbevoegdheid van zijn voorganger niet kende, maar ook dat niet gezegd kan worden dat hij die onbevoegdheid behoorde te kennen (artikel 3:11 BW). De sanctie op onvoldoende onderzoek is dat de verkrijger niet als te goeder trouw is aan merken en dat hem dus geen bescherming toekomt door 3:86 lid 1 BW mocht naderhand blijken dat de vervreemder niet beschikkingsbevoegd was.

7.6 Ter onderbouwing van haar beroep op 3:86 lid 1 BW stelt [eiseres] dat zij de haar onbekende [persoon 1] heeft ontmoet tijdens een taxatiedag voor instrumenten in Amsterdam bij de dependance van veilinghuis Christie’s. Zowel [persoon 1] en [eiseres] waren daar om violen te laten taxeren. Vervolgens heeft [eiseres] de viool van [persoon 1] -onderhands-, tegen contante betaling van f. 12.000,-- en onder inruiling van een andere viool gekocht en geleverd gekregen, aldus [eiseres]. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [eiseres] erkend dat zij niets wist van de achtergrond of identiteit van [persoon 1].

7.7 In het licht van hetgeen in r.o 7.5 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] niet als te goeder trouw is aan te merken. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om nader onderzoek te verrichten naar de identiteit van de verkoper en de herkomst van de viool. Zeker nu het een openbare taxatiedag betrof waar kostbare voorwerpen worden getoond en waar aantrekkingskracht voor allerlei mensen, dus ook voor diegenen die te kwader trouw zijn, vanuit gaat. Het feit dat een waardevolle viool tegen contante betaling werd aangeboden, had [eiseres] tot extra voorzichtigheid en nader onderzoek moeten nopen. Dat zij dit heeft nagelaten komt voor haar eigen risico. De slotsom is dat het beroep van [eiseres] op artikel 3:86 lid 1 BW faalt en dat zij geen eigenaresse is geworden van de viool, zodat het door haar gevorderde zal worden afgewezen.

7.8 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat HDI eigenaresse van de viool is gebleven.

Op grond van artikel 5:2 BW, dat bepaalt dat een eigenaar van een zaak bevoegd is om haar van een ieder die haar zonder recht houdt op te eisen, kan zij haar eigendom revindiceren. Aldus zullen de reconventionele vorderingen worden toegewezen, met dien verstande dat de rechtbank aanleiding ziet om de gevorderde dwangsommen als volgt te matigen.

Aan de te verbeuren dwangsommen zal bovendien een maximum worden verbonden.

7.9 Nu [eiseres] zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk is gesteld, zal zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

8 De beslissing

De rechtbank,

in conventie:

- wijst af de vorderingen van [eiseres];

- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van HDI

bepaald op € 251,-- aan vast recht en op € 1.130,-- aan salaris voor de advocaat;

in reconventie:

- verklaart voor recht dat de litigieuze Vuillaume-viool in eigendom toebehoort aan HDI;

- veroordeelt [eiseres] om haar medewerking te verlenen aan de afgifte van de Vuillaume-

viool;

- bepaalt dat [eiseres] voor iedere dag dat zij nalaat aan de hiervoor bepaalde

veroordeling gevolg te geven, HDI een dwangsom verbeurt ter hoogte van € 500,-- per

dag, zulks tot een bedrag van € 50.000,-- in totaal;

- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van HDI

bepaald op € 226,-- aan salaris voor de advocaat;

In conventie en reconventie:

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. van Essen.

Uitgesproken in het openbaar.

1995/196