Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2693

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-07-2009
Datum publicatie
15-07-2009
Zaaknummer
333527/KG ZA 09-619 en 333472/ KG ZA 09-617
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot instrueren van Algerijnse advocaat tot opheffing van in Algerije, op grond van een aldaar verleend beslagverlof gelegd beslag op Litouws zeeschip wegens bunkervorderingen. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Toepassing Beslagverdrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummers: 333527/KG ZA 09-619 en 333472/ KG ZA 09-617

Uitspraak: 13 juli 2009

VONNIS in kort geding in de zaak van:

1. de rechtspersoon naar vreemd recht Delphis HK Limited,

gevestigd te Hongkong (China),

2. de rechtspersoon naar vreemd recht Delphis N.V.,

gevestigd te Antwerpen (België)

eisers,

advocaat mr. A. Jumelet,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Matrans Finance B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. C. van Lynden.

en in de zaak van:

de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging Limarko Shipping Company AB,

gevestigd te Klaipeda (Litouwen),

eiseres,

advocaat mr. J.P. Eckoldt

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Matrans Finance B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. C. van Lynden.

Partijen worden hierna aangeduid als “Delphis HK”, “Delphis N.V.”, “Matrans” en “Limar-ko”. Wanneer Delphis HK en Delphis N.V. tezamen bedoeld zijn worden zij aangeduid als Delphis.

1 Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- exploten van dagvaarding d.d. 2 juli 2009, met producties;

- faxbericht van 2 juli 2009 van mr. Eckoldt met producties;

- faxbericht van 3 juli 2009 van mr. Jumelet met producties;

- faxbericht van 5 juli 2009 van mr. Eckoldt, met producties;

- producties van de zijde van Matrans;

- pleitnotities van mr. Jumelet;

- pleitnotities van mr. Eckoldt;

- pleitnotities van mr. Van Lynden.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 6 juli 2009.

2 De vaststaande feiten

In dit kort geding wordt van de navolgende vaststaande feiten uitgegaan.

2.1

In mei/juni 2008 zijn aan het motorschip de “EWL West Indies” bunkers geleverd. De fac-turen voor deze bunkers heeft Matrans aan EWL West Indië Lijnen B.V. (hierna: EWL) ge-zonden. Deze facturen zijn tot een bedrag van USD 792.757,18 ontbetaald gebleven. Ten tijde van de bunkerleveranties was het schip in tijdbevrachting bij EWL. Het schip was op dat moment eigendom van Delphis N.V.

2.2

Op de koopovereenkomsten met betrekking tot de bunkers genoemd onder 2.1 zijn de leve-ringsvoorwaarden van Matrans van toepassing. Deze voorwaarden heeft Matrans “overge-nomen” van de onderneming Oil Shipping, van wie Matrans de bewuste bunkers heeft ge-kocht. Matrans heeft de in de oorspronkelijke voorwaarden van Oil Shipping opgenomen keuze voor Amerikaans recht in haar eigen voorwaarden gewijzigd in Nederlands recht.

2.3

Bij koopovereenkomst van 12 juni 2008 heeft rederij Limarko van Delphis N.V. het onder 2.1 genoemde motorschip gekocht. Op 3 juli 2008 is het schip op grond van de hiervoor ge-noemde koopovereenkomst in eigendom overgedragen aan Limarko. De naam van het schip is daarbij gewijzigd in “Tokata”.

2.4

Limarko heeft de Tokata in tijdbevrachting gegeven aan Delphis HK. Delphis HK heeft het schip bevracht aan MSC.

2.5

Op of omstreeks 14 juli 2008 is EWL in staat van faillissement verklaard.

2.6

Op of omstreeks 21 juni 2009 heeft Matrans op grond van het Algerijnse recht beslag gelegd op de zich op dat moment in Algerijnse wateren bevindende Tokata. Als grondslag voor dat beslag heeft Matrans gesteld dat zij in juni 2008 bunkers aan het schip heeft geleverd die onbetaald zijn gebleven. In het bij de rechtbank van “Sidi-M’Hamed” ingediende verzoek tot het leggen van beslag heeft Matrans onder meer - volgens de in het geding gebrachte Engelse vertaling van dat oorspronkelijk in het Arabisch opgestelde stuk - onder meer het volgende aangevoerd:

“Since the delivery, the vessel EWL West Indies changed her name and is now called To-kata, according to the form referring to the vessel history (…) the Owners being now Li-marko (…).

In accordance to the article 3 of the Brussels Convention relating tot the arrest of ships, (…) and to the article 154 of the Algerian Maritime Code that set it is possible to arrest “the particular ship in respect of which the maritime claim arose, (…) Matrans (…) request the arrest of the Vessel Takato.”

Bij het aan de Algerijnse rechter gerichte verzoek tot het leggen van beslag op de Tokata heeft Matrans (onder meer) een zogenaamd “Ship Overview” gevoegd, dat de historische eigenaars en namen van de Tokata weergeeft.

2.7

Op grond van een daartoe strekkend verlof verleend door de voorzieningenrechter van deze rechtbank d.d. 30 juni 2009, heeft Delphis N.V. ten laste van Matrans beslag gelegd onder de Rabobank. Delphis N.V. heeft dit beslag gelegd ter verzekering van de door haar gestelde schade ten gevolge van het door Matrans gelegde beslag. De vordering is door de voorzie-ningenrechter begroot op USD 1.000.000,-.

2.8

Matrans is een bodemprocedure begonnen in Algerije strekkende tot vanwaardeverklaring van het aldaar gelegde beslag en tot een veroordeling op grond waarvan de bunkervorderin-gen kunnen worden verhaald op de Tokata. De eerste zittingsdag is op 25 oktober 2009.

2.9

Delphis heeft een “legal opinion”, gedateerd 2 juli 2009, overgelegd van Dahmane Ben Ab-derrahmane, Algerijns professor in het recht, die, voor zover relevant, als volgt luidt:

“There is a possibility to introduce an “interlocutory procedure” in the Algerian tribunal against the party who arrested the vessel. However according the provision of the code of Algerian procedure the Owners who are domiciliated outside Algeria should be summoned the diplomatic channels. In practice this sole formality takes between 3 and 5 months. Be-side of this procedure regarding the arrest in Algeria would take at least 6 months if we in-clude a possible appeal.”

2.10

Namens Matrans heeft de Algerijnse advocaat Bachir Hadj Hamou op 3 juli 2009 schrifte-lijk het volgende verklaard:

“That what says the opponent party is wrong and scandalous when she says that urgent pro-ceedings in Algeria to obtain the release of the ship arrested may “last several months”.

If the opponent party deposits a guarantee or security, the release will be given in few hours or in one or two days in case of week-end.

The article 301 of Code of Civil and Administrative Procedure sets out that “in case of ex-treme urgency, the summons may been done from our to hour” and it’s usually what is practised to release the arrested ships.”

2.11

Limarko heeft een “legal opinion” d.d. 4 juli 2009 overgelegd van [A] (ju-rist in het zeerecht) en [Algerijns advocaat] (Algerijns advocaat), die, voor zover relevant, als volgt luidt:

“4. Measures tot lift the arrest in Algeria

It is possible to start interlocutory proceedings against the party who arrest the vessel. In that case, the Owners should summon the other party to attend emergency hearing through a ballif, and since the claimants are located abroad, the writ should be sent via a diplomatic channel. The actual proceedings will probably last three months. A judgment will be avail-able not earlier that approximately two months.”

3 Het geschil

3.1

Delphis heeft verkort weergegeven, na vermindering van eis, gevorderd bij vonnis uitvoer-baar bij voorraad primair om Matrans te bevelen haar Algerijnse advocaat te instrueren het in Algerije gelegde beslag op te heffen en om Matrans te verbieden in Algerije te procede-ren over de kwestie rond de bunkers. Subsidiair heeft Delphis gevorderd aan de primaire vordering de voorwaarde te verbinden dat Delphis zekerheid stelt, welke zekerheid slechts kan worden uitgewonnen na een onherroepelijk eindvonnis van een Belgische of Nederland-se rechter.

Delphis heeft daaraan het volgende ten grondslag gelegd.

3.1.1

Het beslag op de Tokata is onrechtmatig, beoordeeld naar het in dezen toepasselijke Neder-landse recht, omdat het Nederlands recht in een situatie als onderhavige voor de bunkervor-dering geen verhaalsrecht op het schip geeft. Delphis is geen debiteur van de bunkervorde-ring en de huidige eigenaar evenmin.

3.1.2

Ook naar Algerijns recht, voor zover al van toepassing, heeft de bunkervordering geen “droite de suite”. Dat betekent dat het beslag ook naar het recht van Algerije onrechtmatig is. Dat het beslagverlof toch is verleend door de Algerijnse rechter is het gevolg van door Matrans verstrekte onjuiste informatie.

3.1.3

Het is niet mogelijk het beslag middels een procedure in Algerije op korte termijn opgehe-ven te krijgen. Dat zou maanden gaan duren. Bovendien is het zeer de vraag of de Algerijn-se rechter een uitspraak zal doen die recht doet aan de positie van Delphis en Limarko, aan-gezien er vraagtekens geplaatst moeten worden bij de integriteit van de Algerijnse recht-bank.

Een opheffing van het beslag door het stellen van zekerheid is niet mogelijk. Een buiten-landse partij kan in Algerije geen zekerheid stellen.

3.1.4

Matrans handelt onrechtmatig door uitsluitend de aangeboden garantie te accepteren onder de voorwaarde dat de procedure in Algerije wordt voortgezet. Matrans heeft geen redelijk belang bij een procedure in Algerije. Immers, de vraag of verhaal op het schip mogelijk is wordt niet beheerst door Algerijns recht terwijl ook geen van de betrokken partijen rechtens relevante banden heeft met Algerije.

3.1.5

De acties en houding van Matrans leveren misbruik van recht, althans strijd met de Neder-landse openbare orde op. Matrans heeft bewust beslag gelegd in Algerije op een schip van een volstrekte derde. Matrans, een Nederlands bedrijf, miskent daarmee dat zij in haar eigen voorwaarden expliciet heeft gekozen voor het Nederlandse recht.

3.1.6

Door het onrechtmatig handelen van Matrans leidt Delphis grote schade. MSC dreigt met grote schadeclaims. Voorts vinden zich containers met bederfelijke waar aan boord van het schip.

3.2

Limarko heeft - zakelijk weergegeven - gevorderd Matrans bij vonnis, uitvoerbaar bij voor-raad, te gelasten om haar Algerijnse advocaat te instrueren het hier bedoelde beslag op te heffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom en om geen nieuwe (rechts)maatregelen te treffen totdat in een Nederlandse bodemprocedure over de bewuste vordering is beslist, dat laatste eveneens op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Limarko heeft daar het volgende aan ten grondslag gelegd.

3.2.1

Het door Matrans in Algerije gelegde beslag op de aan Limarko in eigendom behorende To-kata is onrechtmatig. Limarko kan niet worden aangemerkt als de schuldenaar van de vorde-ring terzake van de bunkerleveranties, omdat Limarko ten tijde van de levering van de bun-kers het schip niet (nog) in eigendom had. Voorts is noch naar Nederlands recht noch naar Algerijns recht sprake van een recht tot verhaal op de schip. Het lijkt er volgens Limarko op dat Matrans door doelbewust beslag in Algerije te leggen tracht een vorderingsrecht op het schip te creëren. Mogelijk slaagt zij hier zelfs in, aangezien niet is uit te sluiten dat Matrans in Algerije een voor haar gunstig vonnis kan “kopen”.

3.2.2

Limarko leidt aanzienlijke schade door het beslag. Gevreesd moet worden dat MSC de be-vrachtingsovereenkomst verbreekt. Niet ondenkbaar is dat dat, in het huidige financiële kli-maat, het einde van Limarko betekent.

3.3

Het verweer van Matrans strekt ertoe dat de voorzieningenrechter zich onbevoegd verklaard, althans dat Delphis en Limarko niet ontvankelijk worden verklaard. Voor zover de voorzie-ningenrechter tot een inhoudelijke beoordeling mocht komen, concludeert Matrans tot af-wijzing van de vorderingen van Delphis en Limarko. In alle gevallen dienen Delphis en Li-marko te worden veroordeeld in de kosten van de onderhavige gedingen.

Matrans heeft het volgende aangevoerd.

3.3.1

Het Brusselse Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regels betreffende het con-servatoire beslag op zeeschepen van 10 mei 1952 (hierna: het Beslagverdrag) is te dezen toepasselijk. Op grond van artikel 5 van het Beslagverdrag is de beslagrechter de bevoegde rechter om kennis te nemen van geschillen betreffende het beslag. Dat betekent dat alleen de Algerijnse rechter bevoegd is te oordelen over een vordering tot opheffing van het beslag, waar de vorderingen van Delphis en Limarko feitelijk op neerkomen. De voorzieningen-rechter dient zich dan ook onbevoegd te verklaren althans dient Delphis en Limarko niet in hun vorderingen te ontvangen.

3.3.2

Alle vragen van aansprakelijkheid en de (vermeende) onrechtmatigheid van het beslag moe-ten worden beantwoord naar Algerijns recht. Op grond van het Algerijnse recht heeft Ma-trans een “actio in rem”, een verhaalsrecht op het schip, voor de onderhavige maritieme claim. Het beslag is dan ook niet onrechtmatig. De Algerijnse rechter, die volledig is inge-licht, heeft het beslag dan ook terecht toegestaan.

4 De beoordeling

4.1

De vorderingen van Delphis en Limarko zijn gericht op de vrijgave van de Tokata. Aanne-melijk is dat Delphis en Limarko (aanzienlijke) schade leiden doordat zij thans niet over de Tokata kunnen beschikken. Daarmee is het spoedeisende belang bij hun vorderingen vol-doende gegeven.

4.2

Delphis en Limarko hebben aan hun vorderingen onrechtmatig handelen van Matrans ten grondslag gelegd. Matrans is een vennootschap naar Nederlands recht, die is gevestigd in Rotterdam. Voorts dient de door Matrans gevorderde voorziening, het instrueren van de Al-gerijnse advocaat, in Nederland te worden getroffen. Onder deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter zich bevoegd van de vorderingen kennis te nemen.

4.3

De door Delphis en Limarko ingestelde vorderingen komen - materieel bezien - neer op een opheffing van het in Algerije gelegde beslag. In die zin zal de voorzieningenrechter de vor-deringen dan ook beoordelen. De vraag die hier beantwoording behoeft is of de Nederlandse voorzieningenrechter bevoegd is een voorziening te treffen die er feitelijk toe leidt dat een door een Algerijnse rechter toegestaan en in Algerije gelegd beslag wordt opgeheven.

Volgens Matrans moet deze vraag worden beantwoord aan de hand van de bepalingen van het Beslagverdrag. In dat verband wordt het volgende overwogen.

4.3.1

In het Beslagverdrag worden zekere voorschriften gegeven voor conservatoir beslag op zee-schepen. Zowel Nederland als Algerije is partij bij dit Verdrag. Krachtens artikel 8 lid 1 en lid 2 van dit verdrag kan in een bij het verdrag aangesloten Staat beslag gelegd worden voor een “zeerechtelijke vordering”. Artikel 1 lid 1 van het Beslagverdrag geeft een opsomming van wat in het kader van het Beslagverdrag wordt aangemerkt als een zeerechtelijke vorde-ring. Sub k van genoemd artikellid luidt: “leveranties aan een schip van goederen of materi-aal ten behoeve van de exploitatie of het onderhoud van het schip, ongeacht de plaats van levering.” Daaronder vallen bunkerleveranties als hier aan de orde. Dat betekent dat de aan het beslag ten grondslag liggende vordering een zeerechtelijke vordering is waarop het Be-slagverdrag toepassing vindt.

4.3.2

De opheffing van het beslag op een zeeschip wordt op grond van artikel 5 van het Beslag-verdrag overgelaten aan het gerecht van de Staat binnen wiens rechtsgebied op het schip beslag is gelegd. Dat betekent dat het in beginsel aan de Algerijnse rechter is zich te buigen over de (on)rechtmatigheid en de opheffing van het beslag.

4.3.3

Dat zou anders kunnen zijn indien de beslissing van de Algerijnse rechter tot het verlenen van beslagverlof in strijd met de openbare orde zou zijn, evidente feitelijke of juridische misslagen bevat, of wanneer op voorhand aannemelijk is dat een bij de Algerijnse rechter in te stellen vordering tot opheffing van het beslag tot een beslissing in strijd is met de openba-re orde zou leiden.

Delphis heeft aangevoerd dat Matrans de Algerijnse rechter in het beslagrekest onjuist heeft voorgelicht door slechts te spreken van een wijziging van de naam van het schip en de ei-gendomsoverdracht niet expliciet te noemen. Hoewel deze mededeling in het beslagrekest misleidend zou kunnen zijn, is dat op zichzelf vooralsnog onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat de Algerijnse rechter zijn beslissing heeft gebaseerd op onjuiste informa-tie. Matrans heeft immers aangevoerd dat zij bij het beslagrekest een groot aantal aanvullen-de stukken heeft verstrekt, waaronder het onder 2.6 bedoelde Ship Overview. Uit het Ship Overview kan worden opgemaakt dat het schip van eigenaar is gewisseld na de bunkerleve-ranties. Vooralsnog zijn geen gronden aanwezig om aan te nemen dat de Algerijnse rechter hier geen acht op heeft geslagen.

Evenmin aannemelijk geworden is dat in Algerije geen onpartijdige en op algemeen aan-vaarde rechtsbeginselen gebaseerde beslissing kan worden verkregen. Delphis en Limarko hebben suggestieve stellingen omtrent de rechtspraak in Algerije onvoldoende onderbouwd. Voorshands moet er dan ook vanuit gegaan worden dat de Algerijnse rechter zich in het ka-der van een vordering tot opheffing van het beslag zal buigen over de vraag of de bunker-vordering van Matrans verhaalbaar is en naar welk recht - Nederlands, Algerijns of Litouws - dat beoordeeld moet worden, en tot een deugdelijke beslissing zal komen. Van strijd met de openbare orde is dan ook niet gebleken.

4.3.4

Ingrijpen zou voorts gerechtvaardigd kunnen zijn wanneer aannemelijk is dat in Algerije niet binnen een redelijke termijn een adequate voorziening te verkrijgen is. Volgens Delphis en Limarko doet die situatie zich hier voor, nu een procedure tot opheffing van het beslag in Algerije, vanwege de buiten Algerije gevestigde partijen, dient te worden ingeleid langs di-plomatieke weg. Dat zou maanden duren volgens Delphis en Limarko, die in dat kader wij-zen op de legal opinions genoemd onder 2.9 en 2.11. Dat wordt evenwel uitdrukkelijk weer-sproken door de door Matrans geconsulteerde Algerijnse advocaat. Deze stelt dat naar Alge-rijns recht in een spoedeisende situatie een dagvaarding op zeer korte termijn mogelijk is. Voorshands kan er dan ook niet vanuit gegaan worden dat het verkrijgen van een spoedige voorziening in Algerije volstrekt onmogelijk is.

4.3.5

De conclusie van het voorgaande is dat thans geen gronden aanwezig zijn om in deze situa-tie de bevoegdheid van de Algerijnse rechter om een oordeel te geven over de rechtmatig-heid van het beslag te doorkruisen. De enkele omstandigheid dat voor Delphis en Limarko grote financiële belangen op het spel staan, maakt dat niet anders. Wanneer vast mocht ko-men te staan dat Matrans onrechtmatig heeft gehandeld door beslag te leggen in Algerije, zal zich dit te zijner tijd dienen te vertalen in een schadevergoeding, ter verzekering waar-van reeds beslag is gelegd ten laste van Matrans.

4.4

De vorderingen van Delphis en Limarko worden mitsdien afgewezen. Delphis en Limarko worden daarbij veroordeeld in de proceskosten, welke bestaan uit het door Matrans te beta-len vastrecht in beide procedures en uit het salaris voor de advocaat van Matrans. Er worden geen gronden aanwezig geacht het gebruikelijke salaris van € 816,- te verdubbelen vanwege

de omstandigheid dat twee afzonderlijke kort gedingen tegen Matrans zijn ingesteld. Ma-trans heeft het verweer in beide zaken immers geconcentreerd.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter,

wijst de vorderingen van Delphis en Limarko af;

veroordeelt Delphis en Limarko in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Matrans bepaald op € 524,- aan verschotten en op € 816,- aan salaris voor de advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Moerman-Lankhaar, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

1861/676