Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2435

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-07-2009
Datum publicatie
14-07-2009
Zaaknummer
AWB 07/ 3368 T2-WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaar was niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-ondertekend bezwaarschrift.

Het antwoordstrookje in verband met hoorzitting was wel ondertekend.

Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar dient achterwege te blijven in een dergelijk geval indien de identiteit van de indiener van het bezwaar op andere wijze kan worden vastgesteld dan wel aan diens identiteit niet wordt getwijfeld.

De combinatie van verschillende onderwerpen in één brief en redactie brief veroorzaakt verwarring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 07/3368 T2-WWB

Uitspraak in het geding tussen

[Eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder.

1 Ontstaan en loop van de procedure

Bij besluit van 3 september 2007 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 12 juli 2007 (hierna: het primaire besluit) niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen het bestreden besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2009. Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door C. van Bochove.

2 Overwegingen

Verweerder heeft bij het bestreden besluit het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij haar bezwaarschrift niet heeft ondertekend.

Bij brief van 13 augustus 2007 heeft verweerder eiseres een ontvangstbevestiging met betrekking tot het door haar ingediende bezwaarschrift gestuurd. In deze ontvangst¬bevestiging is tevens aangegeven dat zij voor de afhandeling van haar bezwaarschrift kan worden uitgenodigd voor het geven van een mondelinge toelichting. Indien zij daarvan gebruik wenst te maken dient zij het bijgeleverde strookje in te vullen en terug te sturen.

In dezelfde brief is zij verzocht om verweerder vóór 27 augustus 2007 een ondertekend bezwaarschrift toe te sturen. Een kopie van het bezwaarschrift is bijgevoegd. Tussen haakjes is vermeld dat het bijgevoegde strookje, waarop zij kan aangeven dat zij geen prijs stelt op een uitnodiging om gehoord te worden, niet in de plaats komt van de ondertekening van het bezwaarschrift.

Tenslotte is in deze brief aangegeven dat indien de gevraagde gegevens niet voor de gestelde datum zijn ontvangen, het bezwaarschrift op grond van artikel 7:3 van de Awb niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Eiseres heeft het desbetreffende antwoordstrookje ingevuld en ondertekend aan verweerder teruggestuurd, die dit strookje op 22 augustus 2007 heeft ontvangen. De kopie van haar bezwaarschrift heeft zij niet (ondertekend) teruggestuurd.

Vervolgens heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Uit de artikelen 6:5 en 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) volgt dat een bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en dat, indien een bezwaarschrift niet is ondertekend, het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

Eiseres heeft, hoewel gewezen op het risico niet-ontvankelijk verklaard te worden, het bezwaarschrift niet binnen de haar gestelde termijn ondertekend, zodat verweerder in beginsel de bevoegdheid toekomt het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat een niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar in een dergelijk geval achterwege dient te blijven indien de identiteit van de indiener van het bezwaar op andere wijze kan worden vastgesteld dan wel aan diens identiteit niet wordt getwijfeld. Indien geen ondertekend bezwaarschrift is ingediend, maar wel een ondertekend antwoordstrookje over het al of niet bijwonen van de hoorzitting, dient verweerder een afweging te maken of hij in redelijkheid gebruik kan maken van zijn bevoegdheid om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

Ter zitting is door verweerders gemachtigde verklaard dat er in dit concrete geval geen twijfel is over de identiteit van eiseres. Er bevinden zich in het (bijstands)dossier van verweerder door eiseres ondertekende stukken waardoor er geen grond is om aan de authenticiteit van de handtekening onder het antwoordstrookje te twijfelen.

De rechtbank van oordeel dat, nu de ondertekening van het antwoordstrookje voldoende is om aan te nemen dat de identiteit van de indiener van het bezwaar bekend is en dit ondertekende antwoordstrookje voor het einde van de hersteltermijn door verweerder is ontvangen, verweerder niet in redelijkheid gebruik had kunnen maken van zijn bevoegdheid om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het verzoek om een kopie van het bezwaarschrift ondertekend te retourneren is gedaan bij dezelfde brief waarin de ontvangst van het bezwaar is bevestigd en waarbij eiseres is verzocht om te laten weten of wel of geen prijs wordt gesteld op een uitnodiging voor het geven van een mondelinge toelichting. Door het combineren van verschillende onderwerpen in een brief, als ook door de wijze waarop de brief is geredigeerd heeft verweerder zelf verwarring veroorzaakt over hetgeen precies van eiseres werd verlangd en welk stuk of welke stukken nu voor de in de brief genoemde datum ondertekend geretourneerd dienden te worden.

Het beroep dient gegrond verklaard te worden en het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 6:6 van de Awb. Verweerder dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak, hetgeen er in dit geval op neerkomt dat verweerder inhoudelijk zal moeten ingaan op de door eiseres naar voren gebrachte bezwaren.

Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.

3 Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt het bestreden besluit,

bepaalt dat de gemeente Rotterdam aan eiseres het betaalde griffierecht van € 39,- vergoedt.

Aldus gedaan door mr. A. Verweij, voorzitter, en mr. T. Damsteegt en mr. M. Schoneveld, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.T. van de Erve, griffier.

De griffier: De voorzitter:

Uitgesproken in het openbaar op: 2 juli 2009.

Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiseres wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.

Afschrift verzonden op: