Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2094

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-07-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
319355 / HA ZA 08-2882
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

hennepkwekerij; aansprakelijkheid voor handelen derden; algemene voorwaarden; bevoegdheid; relatie geschillencommissie-rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 319355 / HA ZA 08-2882

Uitspraak: 1 juli 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap ENECO SERVICES B.V. in haar hoedanigheid van lasthebber van de lastgever Stedin B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. M.H. de Lange,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. B.G.M. de Ruijter.

Partijen worden hierna aangeduid als "Eneco" respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het verdere verloop van het geding

Hiervoor verwijst de rechtbank naar het op 28 januari 2009 gewezen tussenvonnis. In dit vonnis is een comparitie van partijen gelast, welke heeft plaatsgevonden op 13 mei 2009. Aanwezig waren [persoon 1], namens Eneco en de heer [gedaagde] in persoon. Beide partijen werden door de advocaten bijgestaan. De griffier heeft aantekening gehouden van het verhandelde ter zitting en proces verbaal opgemaakt. Voorafgaand aan de comparitie van partijen heeft Eneco nog stukken in het geding gebracht en ter zitting heeft zij kleurenfoto’s overgelegd.

2 Het geschil

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 11.605,13 inclusief BTW te verhogen met rente en kosten.

[gedaagde] heeft de vordering van Eneco gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Eneco in de kosten van het geding.

3 De vaststaande feiten

De aan het geschil ten grondslag liggende feiten kunnen, voor zover erkend dan wel niet of onvoldoende weersproken, alsook voor zover blijkende uit de overgelegde en in zoverre niet betwiste producties, voor zover thans van belang, als volgt worden samengevat.

[gedaagde] is huurder van de woonruimte aan [adres]. Op 22 augustus 2008 is in het gehuurde een hennepkwekerij aangetroffen in twee van de drie kamers. Op 22 augustus 2008 bestond een contractuele relatie voor de levering van elektriciteit in het gehuurde tussen [gedaagde] en Eneco, althans Stedin. De hennepkwekerij werd van elektriciteit voorzien buiten de meter om. Daartoe werd de zekering van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken en werd een elektriciteitskabel aangesloten buiten de elektriciteitsmeter om. [gedaagde] was op het moment van ontdekken van de kwekerij niet in het gehuurde woonachtig. Hij had het gehuurde aan een derde onderverhuurd.

4 De beoordeling

4.1 Allereerst zal de rechtbank het beroep van [gedaagde] op niet ontvankelijkheid van Eneco in haar vordering beoordelen. [gedaagde] baseert dit verweer op de algemene voorwaarden van Stedin 2008. Eneco heeft niet weersproken dat deze voorwaarden op 22 augustus 2008 van toepassing waren op de contactuele relatie tussen partijen zodat van de toepasselijkheid van deze voorwaarden wordt uitgegaan.

Op grond van het bepaalde in artikel 18 van de algemene voorwaarden kan de contractant die een klacht heeft over de totstandkoming of uitvoering van een aansluit- en transportovereenkomst deze klacht voorleggen aan de netbeheerder. Wanneer het indienen van de klacht niet tot een bevredigende oplossing van het geschil leidt kan het geschil worden voorgelegd aan de geschillencommissie Energie en water. Het beroep op de algemene voorwaarden kan [gedaagde] om drie redenen niet baten.

Allereerst is er in casu is geen sprake van een klacht van de contractant. Niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] een klacht heeft voorgelegd aan Eneco of Stedin. Daardoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het voorleggen van een geschil aan de geschillencommissie.

In de tweede plaats heeft te gelden dat de onderhavige vordering is gebaseerd op de niet nakoming door [gedaagde] van de contractsvoorwaarden. Deze niet nakoming kan door Eneco zondermeer aan de gewone rechter worden voorgelegd. De algemene voorwaarden nopen Eneco op geen enkele wijze om de niet nakoming als een klacht te beschouwen, welke allereerst aan de geschillencommissie moet worden voorgelegd. Uit de definitie van artikel 18 van de algemene voorwaarden blijkt immers dat een klacht en derhalve ook een geschil beperkt blijft tot een klacht over de totstandkoming en uitvoering van de overeenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank valt het niet nakomen door de contractant van de overeenkomst niet onder deze definitie.

Ten slotte is het de Rechtbank, na raadpleging van het reglement van de Geschillencommissie Energie en Water, gebleken dat [gedaagde], ware een geschil aanhangig gemaakt, ambtshalve niet ontvankelijk zou zijn verklaard door de geschillencommissie. Op grond van artikel 5 eerste lid onder d dient de geschillencommissie zich ambtshalve niet ontvankelijk te verklaren wanneer het financiële belang het bedrag van € 5.000,-- te boven gaat. Nu de vordering dit bedrag verre overstijgt moet worden vastgesteld dat de gang naar de geschillencommissie voor [gedaagde] in geen geval zou hebben opengestaan.

De door [gedaagde] in het geding gebrachte uitspraak van het Gerechtshof Den Bosch van 30 september 2008 (rolnummer HD 103.004.970) wordt door de rechtbank niet onderschreven. Hoewel dit uit het arrest niet met zoveel woorden blijkt is aannemelijk dat in het door het Gerechtshof behandelde geval wel eerst een klacht werd ingediend door de contractant. Voorts heeft te gelden dat de rechtbank geen kennis draagt van de algemene voorwaarden van de netbeheerder in het door het gerechtshof berechte geval. Het kan niet worden uitgesloten dat de algemene voorwaarden van Essent afwijken van die van Eneco(Stedin), waardoor een andere uitkomst van de beide geschillen verklaarbaar is.

Eneco is ontvankelijk in haar vorderingen.

4.2. [gedaagde] heeft het gehuurde onderverhuurd aan een niet met name genoemde derde. De rechtbank begrijpt het verweer aldus dat [gedaagde] stelt dat hem het gebruik van elektriciteit buiten de meter om niet kan worden toegerekend, omdat hij er alles aan heeft gedaan om fraude te voorkomen. Uit de contractuele relatie tussen Eneco en [gedaagde] vloeit voort dat het verboden is handelingen te verrichten of te doen verrichten waardoor de omvang van de energielevering niet juist kan worden vastgesteld of een situatie te scheppen waardoor het normaal functioneren van de meetinrichting wordt verhinderd. Deze contractuele verplichting brengt met zich mee dat [gedaagde] niet alleen zelf de meter niet mag manipuleren, maar dat hij ook anderen niet in de gelegenheid mag stellen dat te doen. [gedaagde] blijft verantwoordelijk voor het correct nakomen van de leveringsovereenkomst ook wanneer hij het gehuurde onderverhuurt. Ook wanneer die derde zich legitimeert met een paspoort blijft [gedaagde] aansprakelijk. [gedaagde] stelt dat hij in juni 2008 nog in het gehuurde is geweest en toen niets heeft gezien. Dat dit daadwerkelijk het geval is geweest staat niet vast. Dat [gedaagde] niets heeft gezien kan worden verklaard door het feit dat uit één van de overgelegde foto’s blijkt dat de hennep werd gekweekt in de beide slaapkamers en niet in de woonkamer, terwijl [gedaagde] heeft verklaard alleen in de hal en de woonkamer te zijn geweest. De kans dat [gedaagde] een op dat moment wel al aanwezige kwekerij niet heeft gezien is daarom zeer groot. Het verbreken van de verzegeling en het aanbrengen van een elektriciteitskabel buiten de meter om kan aan [gedaagde] worden toegerekend.

4.3. De door Eneco geleden schade kan worden afgeleid uit de door Eneco overgelegde aangifte bij de regiopolitie Rotterdam Rijnmond en het rapport van waarneming, dat is opgesteld door [fraudespecialist], fraudespecialist van Eneco. Een berekening van het verbruik maakt deel uit van deze rapportage. In de stukken wordt uitgegaan van twee volledige oogsten van 70 dagen en een nog niet geoogst gewas dat ongeveer 63 dagen is gegroeid. In de aangifte wordt door de fraude-expert toegelicht hoe hij tot zijn bevindingen is gekomen. Ter zitting heeft de collega fraude-expert van de aangever, [persoon 1], een en ander toegelicht. [gedaagde] betwist de schade. Voorzover deze betwisting is gegrond op de waarneming van [gedaagde] tijdens zijn bezoek aan het gehuurde in juni 2008 wordt daar aan voorbij gegaan met verwijzing naar het in 4.2. overwogene. Het staat niet vast dat [gedaagde] zich enige moeite heeft getroost om het gehuurde volledig te controleren. De bevindingen van Eneco zijn gebaseerd op de aangetroffen situatie. Het gaat om een inschatting, omdat nu eenmaal exacte gegevens ontbreken. Dat deze gegevens ontbreken is het gevolg van het niet nakomen door [gedaagde] van zijn zogplicht ten aanzien van de bemetering. Dat de schade in de gegeven omstandigheden is geschat, is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 6:97 BW. De rechtbank komt tot het oordeel dat Eneco het in deze vereiste bewijs van de schade heeft geleverd, behoudens door [gedaagde] te leveren tegenbewijs. [gedaagde] heeft aangeboden te bewijzen dat hij in juni 2008 in het gehuurde is geweest en dat hij daarna lange tijd in een ziekenhuis heeft verbleven. In de gegeven omstandigheden kan het bewijs van deze feiten niet tot een ander oordeel leiden, nu [gedaagde] ter zitting reeds heeft verklaard dat hij de beide slaapkamers in juni 2008 niet heeft gezien. Het bewijsaanbod van [gedaagde] is voor het overige onvoldoende specifiek. De schade is daarom toewijsbaar.

4.4. De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, nu niet is gesteld of gebleken dat de advocaat van Eneco meer werkzaamheden heeft verricht dan de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om dit geding te kunnen voorbereiden. Deze kosten worden geacht te zijn begrepen in de kostenveroordeling.

4.5. Als de in het ongelijk gesteld partij wordt [gedaagde] belast met de kosten van het geding.

5 De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eneco te betalen het bedrag van € 11.605,13(inclusief BTW) (zegge: elfduizend zeshonderdvijf euro en dertien eurocent, vermeerderd met de wettelijke rente over € 11.605,13 vanaf 1 september 2008 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco bepaald op € 394,80 aan vast recht en op € 904,-- aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. van Die.

Uitgesproken in het openbaar.

1458