Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2065

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-06-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
Zaak-/rolnummer: 231878 / HA ZA 05-257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzekering; uitleg van de term "putting in service" in een overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 231878 / HA ZA 05-257

Uitspraak: 17 juni 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BRUSH HMA B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

eiseres,

advocaat mr. J.F. van der Stelt,

- tegen -

de naamloze vennootschap HDI VERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. R.B. Gerretsen.

Partijen blijven verder aangeduid als "Brush" respectievelijk "HDI".

1 Het verdere verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het tussenvonnis van deze rechtbank van 23 mei 2007 en de daaraan ten grondslag

liggende processtukken;

- het op 22 november 2007 ter griffie van deze rechtbank ingekomen deskundigenbericht;

- de loonbepaling van 21 december 2007, waarbij de schadeloosstelling en het loon van de deskundigen is bepaald op € 17.082,11;

- de conclusie na deskundigenbericht van 12 november 2008 van Brush, met producties;

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van 21 januari 2009.

2 De verdere beoordeling

2.1 Bij tussenvonnis van 27 september 2006 onder 3.3 heeft de rechtbank als volgt overwogen:

"Naar de rechtbank ter zitting van 7 september 2006 van partijen heeft begrepen, is het de bedoeling van partijen dat de beoordeling door de rechtbank vooralsnog beperkt blijft tot de vraag of het evenement is gedekt onder de verzekering(en), als belichaamd in de verzekeringspolissen met nummers [verzekeringspolisnummer 1], [verzekeringspolisnummer 2] en [verzekeringspolisnummer 3]. Dat brengt mee dat de rechtbank de vordering zo begrijpt, dat wordt gevorderd te verklaren voor recht dat HDI ter zake van het evenement met de generator dat zich openbaarde op 11 maart 2002, voor haar risicodragend percentage van 30%, dekking dient te verlenen onder genoemde verzekering(en), een en ander met inachtneming van de polisvoorwaarden."

2.2 Een eerste geschilpunt tussen partijen betrof de vraag of er in de jaren 2000, 2001 en 2002 sprake was van één doorlopende verzekering, dan wel of er sprake was van drie verzekeringen, steeds betrekking hebbend op één kalenderjaar. Ten aanzien van dat geschilpunt heeft de rechtbank beslist dat er sprake is van één doorlopende (CAR-) verzekering (tussenvonnis van 27 september 2006 onder 3.11).

2.3 Vervolgens diende beoordeeld te worden of het evenement onder de CAR-verzekering is gedekt. De rechtbank heeft vastgesteld dat de garantiedekking is gelimiteerd tot 12 maanden en dat de ingangsdatum daarvan dient te worden vastgesteld op basis van hetgeen Brush en haar contractuele wederpartij Nuovo Pignone S.p.A. (hierna: "NP") met elkaar zijn overeengekomen omtrent de garantietermijn waarop NP jegens Brush aanspraak kan maken. Uit de tussen die partijen gesloten overeenkomst vloeit - geparafraseerd weergegeven - de volgende garantietermijn voort: The warranty period is (12) months from the date of putting in service and in no case over (24) months from the delivery date. Daaruit heeft de rechtbank afgeleid dat de contractuele garantietermijn verstrijkt 12 maanden "from the date of putting in service", tenzij reeds eerder de termijn van 24 maanden "from the delivery date" is verstreken. De rechtbank heeft vervolgens voorlichting door een of meer deskundigen noodzakelijk geacht omtrent de betekenis van de term "the date of putting in service" in de context van de overeenkomst tussen Brush en NP.

2.4 Bij tussenvonnis van 23 mei 2007 heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek door drie deskundigen bevolen ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Dient de term "putting in service" in de context waarin deze in de tussen Brush en NP gesloten overeenkomst is gehanteerd, te worden beschouwd als een technische term met een bepaalde betekenis en, zo ja, welke?

U wordt verzocht uw antwoord uitgebreid toe te lichten.

2. Op welk moment, dat wil zeggen na welke concrete verrichtingen, moet in uw visie in het geval van een generator als de onderhavige, de handeling of het proces "putting in service" geacht worden te zijn afgerond?

U wordt verzocht uw antwoord uitgebreid toe te lichten en daarbij aandacht te besteden aan alle handelingen, documenten en gevolgen die voor de bepaling van het relevante moment van belang zouden kunnen zijn. Voor zover partijen van oordeel zijn dat bepaalde handelingen, documenten of gevolgen van belang zijn, maar u die mening niet deelt, wordt u verzocht uw oordeel daarover ook te motiveren.

3. Welke opmerkingen zijn naar uw oordeel verder van belang ten behoeve van de door de rechtbank te nemen beslissing?

2.5 De deskundigen hebben een onderzoek ingesteld en verslag gedaan van hun bevindingen en conclusies. Beide partijen hebben gebruik gemaakt van de hen door de deskundigen geboden gelegenheid om vragen te stellen en/of opmerkingen te maken naar aanleiding van het conceptrapport. De reacties van partijen op het conceptrapport en de reactie van de deskundigen daarop hebben de deskundigen als bijlagen bij hun definitieve rapport gevoegd.

2.6 Nu beide partijen beschikken over het integrale rapport van de deskundigen zal de rechtbank hierna slechts enkele voor de verdere beoordeling van de zaak van belang zijnde passages van het rapport citeren.

2.7 In reactie op vraag 1 rapporteren de deskundigen onder meer als volgt:

"(…) De betekenis van de zinsnede "the date of putting in service" uit de garantiebepaling van het contract tussen Brush en NP is op grond van de ervaringen van de deskundigen dan ook volstrekt helder:

Deze terminologie geeft het moment aan waarop het inbedrijfstellingsproces is afgerond en het onderwerp van de overeenkomst door de (eind)klant formeel wordt afgenomen respectievelijk in gebruik genomen kan worden. (…)"

2.8 In reactie op vraag 2 rapporteren de deskundigen onder meer als volgt:

"(…) Aangezien Al Furat Petroleum Company per fax van 15/8/2001 bevestigt dat zij per 1 augustus 2001 het Provisional Acceptance Certificate verleent voor de levering, kennelijk na afloop van de 60 dagen test, is het volstrekt logisch en correct, om de datum van 1 augustus 2001 te kenmerken als de datum waarop "putting in service" een feit is.

1 augustus is daarmee de datum die in het contract tussen Brush en NP wordt aangeduid als "the date of putting in service".

2.9 Uit de conclusie na deskundigenbericht blijkt dat Brush instemt met voornoemde oordelen. HDI is het, zo blijkt uit de antwoordconclusie na deskundigenbericht, daarmee niet eens.

2.10 HDI wijst er nogmaals op dat het in deze zaak uitsluitend gaat om de contractuele relatie tussen NP en Brush. Haars inziens hebben de deskundigen ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen de levering van de gehele installatie (gasturbine en generator) aan Al Furat Petroleum Company (hierna: "Al Furat") en de levering van de generator door Brush aan NP. HDI blijft van oordeel dat als "date of putting in service" moet worden aangemerkt de datum waarop de generator door NP feitelijk in gebruik kon worden genomen.

2.11 De deskundigen hebben in reactie op opmerkingen van HDI naar aanleiding van het conceptrapport onder meer het volgende gerapporteerd:

"(…) Deskundigen hebben de langjarige relatie tussen Brush en NP in overweging genomen en geconcludeerd dat voor beide partijen de term 'putting in service' duidelijk was. (…)

Deskundigen menen dat die overdracht (opm. rb.: bedoeld wordt de overdracht van NP aan de hoofdaannemer en van de hoofdaannemer aan Al Furat) niet geheel losstaat van de tussen NP en Brush gemaakte afspraken.

Die overdracht, in dit geval gemarkeerd door de Provisional Acceptance, is in de visie van de deskundigen het moment van 'putting in service' en daar ligt de relatie met (de garantievoorwaarden van) het contract tussen NP en Brush. (…)

Het gaat er juist om dat de Provisional Acceptance door de eindklant gezien moet worden als 'putting in service'.

Of NP de generator nu wel of niet eerder dan die Provisional Acceptance kan afnemen speelt geen rol in de beantwoording van de vraag wat 'putting in service' betekent.

Deskundigen merken daarbij op dat de derde alinea van de garantievoorwaarden vermeldt: "Any authorization for shipment by our inspectors or test engineers cannot be considered as relieving you of the responsibilities deriving from the above-mentioned warranty."

Daarmee voorkomt NP dat Brush de 'delivery date' (= dag van aanleveren aan schip in Rotterdam) zou kunnen uitleggen als de datum waarop NP de levering van de generator formeel accepteert. (…)"

2.12 De rechtbank is van oordeel dat de deskundigen hun oordelen deugdelijk hebben gemotiveerd en dat zij op heldere wijze hebben gereageerd op de vragen en opmerkingen die partijen aan hen hebben voorgelegd naar aanleiding van het conceptrapport. De rechtbank neemt voornoemde oordelen van de deskundigen over. Het standpunt van HDI wordt verworpen. Dit behoeft gelet op hetgeen de deskundigen daaromtrent reeds hebben overwogen, zoals hiervoor weergegeven, geen nadere motivering.

2.13 Hetgeen hiervoor is overwogen brengt, in combinatie met hetgeen reeds was overwogen in het tussenvonnis van 27 september 2006 onder 3.3 tot en met 3.23, mee dat de gevorderde verklaring van recht, zoals deze door de rechtbank is begrepen (zie onder 2.1 hiervoor), toewijsbaar is.

2.14 De vordering van Brush om HDI te veroordelen tot vergoeding van bij staat op te maken schade dient te worden afgewezen. Immers, de regeling van artikel 612 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft betrekking op wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding, niet op uit verzekeringsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen om met inachtneming van polisvoorwaarden dekking te verlenen.

2.15 HDI zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

3 De beslissing

De rechtbank,

verklaart voor recht dat HDI jegens Brush ter zake van het evenement met de generator dat zich openbaarde op 11 maart 2002, voor haar risicodragend percentage van 30%, dekking dient te verlenen onder de verzekering, als belichaamd in de verzekeringspolissen met nummers [verzekeringspolisnummer 1], [verzekeringspolisnummer 2] en [verzekeringspolisnummer 3], een en ander met inachtneming van de polisvoorwaarden;

veroordeelt HDI in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Brush bepaald op € 241,00 aan vast recht, op € 17.152,51 aan overige verschotten en op € 2.260,00 aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman.

Uitgesproken in het openbaar.

1729/1582