Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ1672

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-07-2009
Datum publicatie
06-07-2009
Zaaknummer
10/660051-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Seksueel misbruik dochter op dag voorafgaande aan aangifte bewezen op grond van verklaringen slachtoffer en aangetroffen spermasporen. Door verdachte gegeven alternatieve scenario verworpen. Onvoldoende overtuigend bewijs voor seksueel misbruik in voorafgaande jaren; bewezen seksuele contact op dag voorafgaand aan aangifte daarvoor in dit geval onvoldoende.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 249
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/660051-08

Datum uitspraak: 1 juli 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op 1957 te [geboorteplaats]

wonende te [woonadres]

raadsvrouw mr. H.M.G. Peters, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting is aangevangen op 11 juni 2008 en is na een aantal schorsingen opnieuw aangevangen op 3 april 2009 en vervolgens voortgezet op 17 juni 2009.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen, zoals op vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de (gewijzigde) tenlasteleggingen is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. D.J. de Jong heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde en tot veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest.

BEWIJSMOTIVERING EN BEWEZENVERKLARING

Aangeefster [slachtoffer 1] (hierna: [s.o.1]), geboren op [geboortedatum] is een dochter van de verdachte . De verdachte is niet de biologische vader maar heeft haar als zijn kind erkend.

[s.o.1] is op 10 september 2007 naar de politie gegaan met de melding dat zij jarenlang seksueel was misbruikt door haar vader. Op 16 november 2007 heeft zij daarvan (formeel) aangifte gedaan en is zij door de politie verhoord. [S.o.1] is tevens door de politie gehoord op 10 januari 2008, 13 maart 2008, 28 maart 2008 en 13 mei 2008. Op 15 mei 2009 vond een verhoor van [s.o.1] plaats ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken. Op de zitting van 3 april 2009 heeft [s.o.1] onder ede een verklaring afgelegd.

De verklaringen van [s.o.1] zijn consistent en komen op hoofdlijnen en essentiële punten met elkaar overeen. De punten waarop de verklaringen van elkaar afwijken zijn veelal (ondergeschikte) detailpunten, dan wel afwijkingen waarvoor [s.o.1] een afdoende verklaring heeft gegeven.

De verklaringen op zich geven daarom geen reden om te twijfelen aan de juistheid daarvan.

[s.o.1] heeft -onder andere- verklaard dat de verdachte op 9 september 2007 in hun huis te Rotterdam zijn penis voor een ‘vluggertje’ in haar vagina heeft gebracht en vervolgens in haar vagina een zaadlozing heeft gehad. Na het seksueel contact met de verdachte heeft zij het sperma van de verdachte in een handdoek opgevangen en haar slip weer aangetrokken. De volgende morgen, op 10 september 2007, heeft zij een schone slip aangedaan. Later die dag is zij naar de politie gegaan en heeft daar melding gedaan van het seksuele misbruik door de verdachte. Zij is die dag door de Farr-arts onderzocht en heeft bij hem de slip die zij op dat moment droeg achtergelaten. De volgende dag is de slip die [s.o.1] kort na het seksueel contact had aangetrokken bij de politie of de Farr-arts ingeleverd. Ook is de handdoek waarin zij het sperma van de verdachte had opgevangen bij de Farr-arts ingeleverd. Tijdens het bezoek aan de Farr-arts is van [s.o.1] een zedenkit afgenomen waarbij de vulva, baarmoeder (uterus) en vagina zijn bemonsterd.

Deze bemonsteringen zijn, evenals de bemonsteringen van de slips en de handdoek, door het Nederlands Forensische Instituut (hierna: NFI) onderzocht. Daarbij zijn de monsters onder meer onderworpen aan een vergelijkend DNA-onderzoek. Bij het verrichte onderzoek is in de bemonsteringen van de vulva, uterus en vagina van [s.o.1] alsook in die van de kruisjes van de slips en van de handdoek sperma aangetroffen met een DNA-profiel dat afkomstig kan zijn van de verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het DNA-profiel dat is verkregen uit de monsters van de vulva, vagina, uterus en de slips is kleiner dan 1 op 1 miljard.

Op grond van de bevindingen van het NFI wordt geoordeeld dat sperma van de verdachte is aangetroffen in de vulva, uterus en vagina van [s.o.1] alsook in de kruisjes van de door [s.o.1] gedragen slips en de handdoek. Het aantreffen van het sperma van de verdachte op deze plaatsen sluit welhaast naadloos aan op de verklaring die door [s.o.1] is gegeven over de gebeurtenissen op 9 september 2009 te weten het:

- vaginaal seksueel contact met de verdachte;

- opvangen van sperma van de verdachte in een handdoek;

- dragen van 2 slipjes (kort) na het seksuele contact.

De verdachte heeft ieder seksueel misbruik van [s.o.1] ontkent. Als mogelijke verklaring voor het aantreffen van zijn sperma in de diverse bemonsteringen heeft de verdachte gesuggereerd dat zijn sperma door [s.o.1] is weggenomen van handdoek(en) die hij gebruikte voor het opvangen van spontane nachtelijke ejaculaties. [S.o.1] zou dit sperma hebben gebruikt om de sporen in- en aan te brengen.

Deze suggestie voor de aanwezigheid van het aangetroffen sperma van de verdachte is onaannemelijk.

Vooropgesteld daarbij wordt dat niet is komen vast te staan, noch aannemelijk is geworden dat de verdachte spontane ejaculaties had, hetgeen voor het slagen van de door verdachte geopperde suggestie als verweer een noodzakelijke voorwaarde is. Van de zijde van de verdediging zijn de spontane ejaculaties niet met medische stukken, noch op andere wijze onderbouwd, terwijl daarvan ook anderszins niet is gebleken. Zo al sprake is geweest van spontane ejaculaties bij de verdachte is bovendien niet aannemelijk geworden dat [s.o.1] daarvan wetenschap had. De verklaring van de verdachte dat hij zijn hele gezin van zijn ejaculatieproblematiek op de hoogte had gebracht vindt in het dossier geen steun.

Daarnaast is ook het achter deze suggestie schuilgaande alternatieve scenario verre van aannemelijk. In dat scenario zou [s.o.1], (kort) na een spontane nachtelijke ejaculatie van haar vader heimelijk een handdoek met sperma uit de kamer van haar vader hebben moeten wegnemen. Zij zou vervolgens daarvan sperma hebben moeten afhalen en dit (diep) in haar vagina hebben moeten inbrengen, alsook een tweetal slips hiermee hebben moeten insmeren. Eén en ander met in haar achterhoofd dat zij diezelfde dag nog aan haar moeder zou gaan opbiechten dat zij al jarenlang door de verdachte werd misbruikt, dat zij die dag de politie daarvan op de hoogte zou stellen en daarbij een zedenonderzoek zou bewerkstelligen. Het dossier bevat geen enkel houvast voor dit op zichzelf al zeer vergaande scenario. Bovendien geeft het dossier ook geen aanknopingspunten waarom [s.o.1] haar vader op een dergelijke sluwe en planmatige wijze zou willen laten opdraaien voor iets wat niet is gebeurd. Dat de verdachte, naar eigen zeggen, in de opvoeding ‘te moeilijk deed’ kan niet als een dergelijk aanknopingspunt worden beschouwd.

Ten slotte wordt opgemerkt dat ook de verklaring van de getuige-deskundige van het NFI, afgelegd op de zitting, geen steun biedt aan het in de suggestie van de verdachte besloten liggende alternatieve scenario. De getuige-deskundige heeft namelijk verklaard dat op grond van de plaatsen waar het sperma bij [s.o.1] is aangetroffen dan wel op basis van de aangetroffen hoeveelheid sperma, geen uitspraak kan worden gedaan over de wijze waarop het sperma op die plaatsen is terechtgekomen.

Gelet op het voorgaande biedt de verklaring van [s.o.1] omtrent de gebeurtenissen van 9 september 2009 in samenhang met het technische bewijs dat voortvloeit uit het onderzoek van het NFI een voldoende basis om te komen tot een wettige en overtuigende bewezenverklaring van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde op die wijze dat:

hij

op

09 september 2007

te Rotterdam,

met zijn minderjarig kind, zijn dochter [s.o.1], geboren op [geboortedatum], ontucht heeft gepleegd, namelijk

het brengen en gedurende enige tijd houden van zijn, verdachtes penis

in de vagina van die [s.o.1]

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

[s.o.1]

Naast het hiervoor bewezenverklaarde seksueel contact van 9 september 2007 wordt de verdachte verweten dat hij [s.o.1] ook vanaf 1 januari 2000 tot 9 september 2007 seksueel heeft misbruikt. De verdachte zou gedurende die jaren -kort gezegd- (meermalen) de vagina en borsten van [s.o.1] hebben betast en haar voorts (meermalen) met zijn penis en andere voorwerpen hebben gepenetreerd in vagina, anus en/of mond.

Behalve de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen ontbreekt voor dit verwijt ieder ander -ondersteunend- bewijs.

De vraag die derhalve moet worden beantwoord is of de redengevende feiten en omstandigheden die uit die bewijsmiddelen blijken zodanig overtuigend zijn dat op grond daarvan buiten iedere redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat het seksueel misbruik van [s.o.1] zich ook vanaf 1 januari 2000 tot 9 september 2007 heeft voorgedaan, op de wijze zoals door [s.o.1] in haar verklaringen is beschreven.

Bij de beantwoording van die vraag wordt vooropgesteld dat die overtuiging slechts in zeer beperkte mate kan voortvloeien uit het technische bewijs dat mede de grondslag heeft gevormd voor de bewezenverklaring van het seksueel misbruik van 9 september 2007. In concrete zin bewijzen deze technische gegevens immers niets over ander misbruik dan dat van 9 september 2007. Slechts omdat het technisch bewijs ondersteuning biedt aan de verklaringen van [s.o.1] omtrent het seksueel misbruik op die datum kan hieruit ook enige overtuiging voor het seksueel misbruik in de daaraan voorafgaande periode voortvloeien.

De overtuiging dat de verdachte zich ook gedurende die periode aan dat misbruik heeft schuldig gemaakt zal daarom alleen kunnen worden gebaseerd op de -zoals is overwogen- slechts in beperkte mate door het technische bewijs ondersteunde verklaringen van [s.o.1].

De verklaringen van [s.o.1] geven, zoals hiervoor reeds gememoreerd, geen aanleiding om daaraan te twijfelen wanneer deze op zichzelf worden beschouwd.

Mede gezien de stellige ontkenning door de verdachte bieden die verklaringen echter onvoldoende overtuigende kracht, wanneer deze verklaringen worden geplaatst in het licht en tegen de achtergrond van de volgende feiten en omstandigheden.

- Door zowel [s.o.1] als de verdachte wordt het huis aan de [adres] beschreven als klein en gehorig. Niemand heeft echter verklaard iets te hebben gezien, gehoord of gemerkt van enig seksueel misbruik, waarbij betrokken dient te worden dat [s.o.1] heeft verklaard dat tijdens de helft van het aantal keren dat zij is misbruikt iemand anders in de woning aanwezig is geweest.

- [s.o.1] heeft in de periode tussen 1 januari 2000 en 9 september 2007 meermalen de gelegenheid gehad om onder -relatief- veilige omstandigheden, Raad voor de Kinderbescherming (2007 en 2005) bij de vertrouwens- en huisarts, te spreken over het misbruik, waartoe zij niet is overgegaan.

- De druk van, of de angst voor de verdachte waarover [s.o.1] heeft verklaard wordt door haar nauwelijks onderbouwd en door andere (direct) betrokkenen niet of nauwelijks ondersteund en vindt ook overigens in het dossier geen steun.

Bovengenoemde vraag wordt dan ook ontkennend beantwoord zodat niet kan worden bewezen dat de verdachte in de periode van 1 januari 2000 tot 9 september 2007 [s.o.1] seksueel heeft misbruikt. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

[s.o.2]

Aangeefster [s.o.2] (hierna: [s.o.2]) heeft op 15 mei 2008 een informatief gesprek bij de politie gehad. Daarna heeft zij op 5 juni 2008 (formeel) aangifte gedaan. Daarnaast is zij door de politie op 31 januari 2008 gehoord als getuige in de zaak van [s.o.1]. Op de zitting van 3 april 2009 heeft ook [s.o.2], onder ede een verklaring afgelegd.

In die verklaringen heeft [s.o.2] aangegeven dat zij door de verdachte gedurende een aantal jaar seksueel is misbruikt. Dit zou hebben plaatsgehad in de jaren 1987-1992. [s.o.2] heeft in haar verhoren steeds een viertal situaties beschreven die haar 15 tot 20 jaar na dato nog voor ogen stonden. De officier van justitie noemde deze door [s.o.2] beschreven situaties zeer treffend losse herinneringen, flarden en scènes.

Dergelijke flarden van herinneringen kunnen zeer wel bijdragen aan het bewijs in zedenzaken als de onderhavige. Daarbij is echter van belang dat een zekere, enigszins betrouwbare, onderbouwing van dergelijk vage feiten en omstandigheden plaatsheeft. Dit wordt in toenemende mate van belang naarmate de herinneringen langer geleden zijn.

De verklaringen van [s.o.2] over de gebeurtenissen in de jaren 1987-1992 worden echter maar in zeer beperkte mate ondersteund. De (voormalig) huisarts van [s.o.2] herinnert zich een uitspraak van een vijf /zes jarige [s.o.2] over dat zij de penis van haar vader moest vasthouden en dat hij die tegen haar snats aanhield. Daarnaast zijn er slechts vermoedens over seksueel misbruik geuit door de toenmalige gezinsvoogd [naam gezinsvoogd] en beschreven in oude stukken van (jeugd)hulpverleningsinstellingen.

Deze onderbouwing is indirect en onvoldoende zodat dit niet de noodzakelijke onderbouwing biedt aan de herinneringen van [s.o.2].

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde misbruik van [s.o.2].

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

Ontucht plegen met zijn minderjarig kind.

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft ontucht gepleegd met zijn, destijds 16-jarige dochter door haar vaginaal te penetreren. De verdachte heeft aldus op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn dochter en haar vertrouwen in hem ernstig beschaamd.

De verdachte heeft louter oog gehad voor de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens zonder zich te bekommeren om de schadelijke gevolgen van zijn gedrag voor het slachtoffer.

De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke delicten, nog zeer lange tijd de nadelige psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden.

Een gevangenisstraf wordt daarom nodig geacht. Bij het bepalen van de duur daarvan is, behalve met de aard en ernst van het gepleegde delict, tevens in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. [datum uittreksel] niet eerder is veroordeeld.

Verder is gelet op het omtrent de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d. [datum rapport].

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht. Die straf is lager dan door de officier van justitie is geëist, nu - anders dan waarvan de officier van justitie bij zijn eis is uitgegaan - uitsluitend het onder 2 subsidiair tenlastegelegde bewezen wordt geacht.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ [benadeelde partij 1] SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 1], wonende te [adres benadeelde partij 1], raadsvrouw mr. N. Stolk, terzake van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 8.250,--.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid thans worden vastgesteld op € 2.000,-- zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.

De vordering van de benadeelde partij is voor het overige niet van zo eenvoudige aard, dat dit onderdeel van de vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal daarin in zoverre niet ontvankelijk worden verklaard.

Nu de vordering van de benadeelde partij (ten dele) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ [benadeelde partij 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 2], domicilie kiezende op het adres Kapellerlaan 40 te Roermond, ten kantore van haar raadsvrouw

mr. Oelmeijer-Naus, terzake van de onder 3 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 10.000,--.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte ter zake van deze feiten geen straf of maatregel zal worden opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet zal worden toegepast.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 24c, 36f en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 20 (twintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 2.000,-- en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan [benadeelde partij 1], [adres benadeelde partij 1], te betalen € 2.000,-- (zegge: tweeduizend euro);

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ten aanzien van de rest van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen € 2.000,--zegge: tweeduizend euro, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Janssen, voorzitter,

en mrs. Asscheman-Versluis en De Vreede, rechters,

in tegenwoordigheid van Van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juli 2009.

Bijlage bij vonnis van 1 juli 2009:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen

in of omstreeks de periode van 01 januari 2000 tot en met 05 augustus 2003

te Rotterdam en/of Roermond, althans in Nederland

meermalen, althans éénmaal (telkens)

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [s.o.1], zijnde de (stief)dochter van verdachte (geboren op [geboortedatum s.o.1]),

handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (telkens)

- (met kracht) brengen en/of (gedurende enige tijd) houden van zijn,

verdachtes, penis en/of vinger(s) in de mond en/of vagina en/of anus van die

[s.o.1] en/of

- (met kracht) brengen en/of (gedurende enige tijd) houden van een fles en/of

een komkommer en/of een vibrator, althans één of meer (harde) voorwerp(en)

in de anus van die [s.o.1] en/of

- laten aftrekken van verdachte door die [s.o.1];

2.

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen

in of omstreeks de periode van 06 augustus 2003 tot en met 05 augustus 2007

te Rotterdam en/of Roermond, althans in Nederland

meermalen, althans éénmaal (telkens)

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had

bereikt, te weten met [s.o.1], zijnde de (stief)dochter van

verdachte (geboren op [geboortedatum s.o.1]), buiten echt ontuchtige handelingen

heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam, namelijk het (telkens)

- (met kracht) brengen en/of (gedurende enige tijd) houden van zijn,

verdachtes, penis en/of vinger(s) in de mond en/of vagina en/of anus van die

[s.o.1] en/of

- (met kracht) brengen en/of (gedurende enige tijd) houden van een fles en/of

een komkommer en/of een vibrator, althans één of meer (harde) voorwerp(en)

in de anus van die [s.o.1] en/of

- laten aftrekken van verdachte door die [s.o.1];

en/of

hij

op een of meer tijdstippen gelegen

in of omstreeks de periode van 06 augustus 2007 tot en met 09 september 2007 te Rotterdam, in elk geval in Nederland

meermalen, althans eenmaal (telkens)

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d( en) en/of door bedreiging met

geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten

[s.o.1], zijnde de (stiet)dochter van verdachte (geboren op [geboortedatum s.o.1]) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

namelijk het (telkens)

(met kracht) brengen en/of (gedurende enige tijd) houden van zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de mond en/of vagina en/of anus van die [s.o.1] en/of laten aftrekken van verdachte door die [s.o.1],

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met

geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben

bestaan uit:

het gedurende een lange voorafgaande periode (vanaf 01 januari 2000) op gelijksoortige wijze seksueel misbruiken van [s.o.1] door verdachte en/of

het uitoefenen van (stiet)ouderlijk overwicht door verdachte op [s.o.1];

(art. 242 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij

op een of meer tijdstippen gelegen

in of omstreeks de periode van 06 augustus 2007 tot en met 09 september 2007

te Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens)

met zijn minderjarig (stiet)kind, te weten zijn (stiet)dochter [s.o.1], geboren op geboortedatum s.o.1], ontucht heeft gepleegd, namelijk (telkens)

het (met kracht) brengen en/of (gedurende enige tijd) houden van zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de mond en/of vagina en/of anus van die [s.o.1] en/of

het laten aftrekken van verdachte door die [s.o.1];

3.

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen

in of omstreeks de periode van 01 januari 1987 tot en met 31 december 1992

te Roermond, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal (telkens)

door geweld of bedreiging met geweld iemand, te weten zijn dochter, [s.o.2] (geboren op [geboortedatum s.o.2]), heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden

van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk (telkens)

- het met zijn, verdachtes, (ontblote) lichaam tegen het (ontblote) lichaam

van die [s.o.2] aan gaan liggen en/of wrijven en/of

- het met zijn hand(en) strelen van de (ontblote) schaamstreek en/of het

(ontblote) lichaam van die [s.o.2] en/of

- het laten strelen door die [s.o.2] van zijn (ontblote) lichaam

en/of

- het door die [s.o.2] laten vastpakken en/of vasthouden en/of

aftrekken van zijn penis en/of

- het door die [s.o.2] laten kussen en/of in, althans tegen, haar

mond houden van zijn penis en/of

- het duwen van zijn vinger in de vagina van die [s.o.2] en/of

- het tegen de vagina van die [s.o.2] brengen van zijn penis en/of

(vervolgens) heen en weer bewegen van zijn penis tegen haar vagina, althans

tussen haar benen,

het geweld en/of de bedreiging met geweld heeft/hebben bestaan uit (telkens)

- het slaan met zijn, verdachtes, hand van die [s.o.2] in het

gezicht, althans tegen het lichaam en/of

- het leggen van zijn hand op de mond van die [s.o.2] en/of

- het in een geopend raam (op de vensterbank) laten zitten van die [s.o.2] en haar (vervolgens) naar voren duwen, terwijl hij die [s.o.2] onder haar oksels vast hield en/of

- het dreigen tegen die [s.o.2] dat hij die [s.o.2]

en/of haar moeder zou vermoorden en/of dat hij die [s.o.2]

(daadwerkelijk) uit het raam zou gooien/duwen en/of dat hij die [s.o.2] iets zou aandoen, althans woorden van gelijk dreigende aard of strekking,

en/of

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen

in of omstreeks 01 januari 1987 tot en met 31 december 1992

te Roermond, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal (telkens)

met zijn minderjarig kind/stiefkind/pleegkind, te weten zijn dochter [s.o.2], geboren op [geboortedatum s.o.2], ontucht heeft gepleegd, namelijk

(telkens)

- het met zijn, verdachtes, (ontblote) lichaam tegen het (ontblote) lichaam

van die [s.o.2] aan gaan liggen en/of wrijven en/of

- het met zijn hand(en) strelen van de (ontblote) schaamstreek en/of het

(ontblote) lichaam van die [s.o.2] en/of

- het laten strelen door die [s.o.2] van zijn (ontblote) lichaam

en/of

- het door die [s.o.2] laten vastpakken en/of vasthouden en/of

aftrekken van zijn penis en/of

- het door die [s.o.2] laten kussen en/of in, althans tegen haar

mond houden van zijn penis en/of

- het duwen van zijn vinger in de vagina van die [s.o.2] en/of

- het tegen de vagina van die [s.o.2] brengen van zijn penis en/of

(vervolgens) heen en weer bewegen van zijn penis tegen haar vagina, althans

tussen de benen van die [s.o.2];