Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BI9153

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-06-2009
Datum publicatie
22-06-2009
Zaaknummer
273095 /HA ZA 06-3206
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvaring in haven IJmuiden nadat ferry bij storm is losgeslagen van haar trossen en tegen ander schip aandrijft; deskundigenbericht nodig over wijze waarop ferry was afgemeerd/had moeten zijn afgemeerd gelet op alle omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 273095 /HA ZA 06-3206

Uitspraak: 3 juni 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RIO ZAND EN GRIND B.V.,

gevestigd te Breskens,

2. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging SUNDERLAND MARINE MUTUAL INSURANCE COMPANY LIMITED,

gevestigd te Aykley Heads, Durham, Verenigd Koninkrijk,

eiseressen,

advocaat mr T. Roos,

- tegen -

1. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging ACE EUROPEAN GROUP LIMITED,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

2. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging BOA RO-RO,

gevestigd te Trondheim, Noorwegen,

gedaagden,

advocaat mr O.E. Meijer.

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk "Rio B.V.", "Sunderland", "ACE" en "BOA".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 20 oktober 2006 en de door eiseressen overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 11 juli 2007, waarbij een comparitie van partijen

is gelast;

- brieven van de raadsman van eiseressen d.d. 28 december 2007, 4 januari 2008 en

9 januari 2008 en de daarbij toegezonden producties;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 17 januari 2008 met de

daaraan gehechte aantekeningen van de raadslieden van partijen.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

In de nacht van 24 op 25 november 2005 lag de onder Noorse vlag varende zeegaande ferry Envoy afgemeerd aan de westelijke zijde van de IJmondhaven (ook genoemd Derde Haven) te IJmuiden. De Envoy was toen eigendom van Kystlink A/S en in oktober 2006 van BOA.

2.2

Aan de oostelijke zijde van de IJmondhaven lag toen de onder Nederlandse vlag varende sleephopperzuiger Rio afgemeerd. De Rio was eigendom van Rio B.V. en voor haar cascoschade verzekerd bij Sunderland.

2.3

In die nacht is tijdens een noordwesterstorm de Envoy van haar ligplaats losgebroken doordat haar trossen braken, eerst die van het voorschip en later die van het achterschip. De Envoy is naar de overkant van de haven verdaagd, waar het schip schade heeft toegebracht aan de Rio en aan de kade. Door het schroefwater van de op verzoek van de Envoy ter plaatse gekomen sleepboten Thetis en Marken is de Rio van haar trossen geslagen. Doordat de Rio vervolgens weer tegen de kade werd teruggeworpen, beschadigde dit schip zichzelf en de kade.

2.4

Door ACE is naar aanleiding van het ongeval een garantie d.d. 28 december 2005 afgegeven op het Rotterdams Garantieformulier 2000 voor een bedrag van (bij dagvaarding)

€ 241.000,- ten gunste van Rio B.V. en/of haar verzekeraars.

Kystlink A/S is inmiddels gefailleerd. Ingevolge de garantie kunnen eiseressen de betalings-verplichting van Kystlink A/S doen vaststellen in een procedure tegen ACE.

Later is door ACE een aanvullende garantie gesteld.

3. De vordering

3.1

De vordering (bij dagvaarding) luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

gedaagden hoofdelijk te veroordelen om aan eiseressen te betalen € 181.542,56 en

€ 99.681,22 plus PM en met wettelijke rente;

subsidiair:

a. een betalingsverplichting als bedoeld in het Rotterdams garantieformulier 2000 vast te stellen van Kystlink A/S jegens eiseressen van € 181.542,56 en € 99.681,22 plus PM en met wettelijke rente;

b. gedaagden hoofdelijk te veroordelen om aan eiseressen te betalen € 241.000,-;

c. BOA te veroordelen om aan eiseressen te betalen het saldo van het sub a minus het sub b gevorderde;

meer subsidiair:

a. een betalingsverplichting als bedoeld in het Rotterdams garantieformulier 2000 vast te stellen van Kystlink A/S jegens eiseressen van € 181.542,56 en € 99.681,22 plus PM en met wettelijke rente;

b. ACE te veroordelen om aan eiseressen te betalen € 241.000,-;

c. BOA te veroordelen om aan eiseressen te betalen het saldo van de sub a vastgestelde betalingsverplichting minus € 241.000,-;

nog meer subsidiair:

a. een betalingsverplichting als bedoeld in het Rotterdams garantieformulier 2000 vast te stellen van Kystlink A/S jegens eiseressen van € 181.542,56 en € 99.681,22 plus PM en met wettelijke rente;

b. ACE te veroordelen om aan eiseressen te betalen € 241.000,-;

c. BOA te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat eiseressen het totale bedrag van de sub a vastgestelde betalingsverplichting, athans het eventueel na betaling door ACE resterende bedrag op de Envoy verhalen;

alles met veroordeling van gedaagden in de kosten.

3.2

Eiseressen hebben (bij dagvaarding) aan de vordering, kort weergegeven, de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.2.1

Aansprakelijkheid van de eigenaar van de Envoy staat vast, tenzij deze bewijst dat de aanrakingen en schades niet zijn veroorzaakt door schuld van de Envoy. Het is echter duidelijk dat sprake is van schuld van de Envoy.

De Envoy heeft ondanks aangekondigde slechte weersomstandigheden nagelaten voldoende voorzorgsmaatregelen te treffen om aan haar ligplaats te kunnen blijven liggen, door na te laten voldoende trossen van voldoende sterkte correct te zetten en te gebruiken en adequaat gebruik te maken van haar eigen mogelijkheden en die van derden. Doordat de Envoy dientengevolge uit haar trossen is gewaaid, is sleepbootassistentie nodig geworden, op zodanige wijze dat de sleepboten om erger te voorkomen met veel geweld van schroefwater de Envoy in bedwang hebben moeten krijgen, waardoor verdere schade is ontstaan aan de Rio en de kade waaraan deze was afgemeerd.

3.2.2

De door het losbreken van de Envoy veroorzaakte schade bedraagt: € 181.542,56 wegens cascoschade Rio, € 64.242,- wegens tijdverlet Rio, € 23.611,25 wegens de vordering van de haven op de Rio terzake van reparatiekosten kade, PM vordering Boskalis wegens schade aan fenders, € 11.480,53 + PM wegens expertisekosten en € 347,44 wegens beslagkosten, in totaal € 281.223,78 + PM te vermeerderen met rente.

Een deel daarvan is onder de cascoverzekering door Sunderland aan Rio B.V. betaald.

3.2.3

BOA moet op grond van zaaksgevolg van de vorderingen van eiseressen op de Envoy uitwinning van die vorderingen op de Envoy gedogen, hetgeen neerkomt op een betalingsverplichting van BOA jegens eiseressen.

4. Het verweer

4.1

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met hoofdelijke veroordeling van eiseressen, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding.

4.2

Gedaagden hebben daartoe het volgende aangevoerd:

4.2.1

De Envoy is niet aansprakelijk. Zij heeft alle in de gegeven omstandigheden redelijke maatregelen genomen om schade te voorkomen. Het maximaal aantal trossen van goede kwaliteit is gezet. Daarnaast heeft zij haar anker laten zakken. De storm was aanzienlijk heviger dan voorspeld. De Envoy werd geconfronteerd met en verrast door extreme golfbewegingen in de IJmondhaven, waarvoor zij niet was gewaarschuwd. Direct na het losbreken van de eerste trossen heeft de Envoy juist gehandeld door sleepbootassistentie te verzoeken. Ondanks inzet van de de snel ter plaatse gekomen sleepboten kon de schade niet worden voorkomen, omdat ook de sleepboten niet waren opgewassen tegen de extreme omstandigheden.

De schade is ontstaan buiten schuld van de Envoy zodat met succes een beroep kan worden gedaan op overmacht.

4.2.2

De gestelde schadecijfers worden deels betwist.

5. De beoordeling

5.1

Op de vordering is Nederlands recht van toepassing, met inbegrip van de regels van het Brussels Aanvaringsverdrag 1910. Ter plaatse gold het Binnenvaartpolitiereglement (versie 2004).

5.2

Partijen hebben onder meer de volgende stukken in het geding gebracht:

(a) berichten van het KNMI in het Nederlands en het Engels;

(b) gegevens van het windverloop bij het meetpunt van Rijkswaterstaat op de kop van de pier in IJmuiden;

(c) proces-verbaal van de Waterpolitie te IJmuiden van het KLPD d.d. 8 december 2006, met bijlagen (waaronder windmeetgegevens Haven Operatie Centrum - buitenhaven);

(d) expertiserapport d.d. 18 april 2006 van [bedrijf 1], ingeschakeld door de belanghebbenden bij de Rio, met bijlagen;

(e) expertiserapport d.d. 22 juni 2006 van [bedrijf 1], met bijlagen;

(f) expertiserapport d.d. 6 november 2006 van The Salvage Association, ingeschakeld door de belanghebbenden bij de Envoy, met bijlagen;

(g) verklaringen van [persoon 1], kapitein van de Rio, d.d. 25 november 2005 en 6 december 2007;

(h) verklaringen van de CVV-vletterlieden [persoon 2], [persoon 3], [persoon 4], [persoon 5] en

[persoon 6];

(i) verklaring van [persoon 7], havenwachter te IJmuiden, d.d. 25 november 2005;

(j) verklaring van [persoon 8], kapitein van de Envoy, d.d. 28 november 2005;

(k) verklaring van [persoon 9], tweede stuurman op de Envoy;

(l) verklaring van [persoon 10], bootsman op de Envoy;

(m) tekeningen van de trossen waarmee het voor- en achterschip van de Envoy zouden zijn afgemeerd;

(n) brief d.d. 6 maart 2007 van [bedrijf 1], met bijlagen (productie 16 bij repliek in conventie in de procedure 269419/HA ZA 06-2659);

(o) brief d.d. 3 augustus 2007 van BMT Marine & Offshore Surveys Ltd. (productie G22 bij dupliek (in conventie) in juistgenoemde procedure).

5.3

Op grond van deze stukken en gelet op de stellingen van partijen, een en ander in onderling verband bezien, kan kan met betrekking tot de toedracht het navolgende worden vastgesteld.

(a) met de Envoy (18.653 BRT, lengte 150,02 m, breedte 23,90 m) werd een veerdienst onderhouden tussen IJmuiden en Harwich;

(b) met het oog hierop was in 2005 in de IJmondhaven aan de westelijke zijde een ro-ro faciliteit gerealiseerd, onder meer met een ponton en een oprijbrug; op de kade waren bolders geplaatst, waarvan de capaciteit en de plaatsing waren afgestemd op de Envoy, zulks in overleg met de exploitant van de veerdienst, Nedlines B.V.; op 20 september 2005 was de Envoy voor het eerst in de IJmondhaven en daarna vonden regelmatig afvaarten plaats;

(c) op 21 november 2005 was de Envoy afgemeerd en uit de vaart genomen voor reparaties aan de beide hoofdmotoren; in de nacht van 24 op 25 november 2005 waren beide hoofdmotoren buiten bedrijf gesteld; van de drie boegschroeven (in totaal 2.460 kW) kon er één worden gebruikt; onder het achterschip bevond zich een 360° draaibare azimuth thruster (1.000 kW);

(d) door het KNMI was voor de nacht van 24 op 25 november 2005 een weeralarm afgegeven, met een waarschuwing voor een westerstorm kracht 9 Bft. en voor zeer zware windstoten bij winterse buien tot 110 km/uur; ook de scheepvaart in de sector IJmuiden werd gewaarschuwd voor west tot noordwest 8-9 Bft. met winterse buien;

(e) de westelijke zijde van IJmondhaven, waar de Envoy met haar bakboordzijde langs de kade was afgemeerd op een ligging van 22°, was dichtbij zee en nagenoeg zonder enige beschutting;

(f) vanaf het voor- en achterschip van de Envoy was een groot aantal trossen uitgebracht; volgens opgave van de kapitein uiteindelijk acht vanaf het voorschip en acht vanaf het achterschip; het bakboordanker zou met 22 m ketting op de havenbodem zijn gelegd;

(g) omstreeks 1:50 uur zijn de trossen bij het voorschip gebroken, waarna het voorschip van de kade afzwaaide in de richting van de Rio;

(h) de Rio (1.584 BRT, lengte 82,35 m, breedte 16,30 m) lag deugdelijk afgemeerd aan de oostelijke zijde van de haven; tussen de Rio en de kade bevonden zich enige fenders;

(i) de Envoy kwam met het stuurboord voorschip in aanraking met het bakboord voorschip van de Rio;

(j) op verzoek van de Envoy zijn de sleepboten Marken en Thetis ter plaatse gekomen; de Marken heeft vastgemaakt op het voorschip van de Envoy en is dit in westelijke richting gaan trekken; de Thetis is in de stuurboordzijde van de Envoy gaan duwen;

(k) door het hevige schroefwater van de sleepboten, dat ook onder de Rio door stroomde, werd de Rio losgeslagen van haar trossen; daarna werd de Rio weer teruggeworpen tegen de fenders en de kade;

(l) ook de achtertrossen van de Envoy zijn gebroken; het achterschip van de Envoy ging nu ook in oostelijke richting; de Thetis was genoodzaakt om snel weg te varen;

(m) de Envoy is vlak langs de Rio naar de oostelijke kade gedreven en daarmee in aanraking gekomen; uiteindelijk (vanaf 3:17 uur tot 5:30 uur) is de Envoy langs de oostelijke kade, vóór de Rio, afgemeerd;

(n) als gevolg van een en ander is schade ontstaan aan de Rio, de oostelijke kade en de fenders tussen de Rio en de kade;

(o) volgens de gegevens van Rijkswaterstaat van het meetpunt op de pier bedroeg de gemiddelde windsnelheid over 10 minuten op 25 november 2005 tussen circa 1:00 uur en circa 5:30 uur ten hoogste ongeveer 23 m/sec (83 km/uur) en werden in windstoten windsnelheden gemeten tot ongeveer 30 m/s (108 km/uur); volgens de gegevens van het HOC-buitenhaven IJmuiden was de windsnelheid gemiddeld ten hoogste 23,47 m/s en waren er windstoten tot 29,24 m/s;

windkracht 9 Bft. is van 20,8 tot 24,4 m/s (75 - 88 km/uur), 11 Bft. is van 28,5 tot 32,6 m/s (103 - 117 km/uur);

rond het tijdstip dat de voortrossen van de Envoy braken was de wind in korte tijd zeer sterk toegenomen.

5.4

Voor aansprakelijkheid van de eigenaar van de Envoy is vereist dat de aanvaring is veroorzaakt door de schuld van de Envoy, in het bijzonder doordat de schade het gevolg was van een fout van de bemanning van de Envoy of de ingeschakelde sleepboten. Aansprakelijkheid bestaat ook indien de schade is te wijten aan gebreken aan het schip, daaronder begrepen de gebruikte middelen om de Envoy af te meren. Het feit dat de (hoofd)motoren van de Envoy niet konden worden gebruikt leidt op zichzelf niet tot aansprakelijkheid (doch zie hierna onder 5.7).

5.5

Bij het oordeel of sprake was van een fout van de bemanning van de Envoy dient als

uitgangspunt te gelden dat een stilliggend schip zodanig moet zijn afgemeerd dat dit door verandering van positie geen gevaar of hinder voor andere schepen kan vormen, dan wel dat daardoor geen schade aan kades en dergelijke kan ontstaan, waarbij met name rekening moet worden gehouden met wind, stroom, verandering van waterstand, zuiging en golfslag (art. 7.01 lid 3 BPR). De bemanning dient zich tevens te gedragen naar de eisen van de goede zeemanschap (art. 4 BPR).

5.6

Op zichzelf is niet betwist dat de eigenaar van de Envoy aansprakelijk is voor de gevolgen van de heftige waterbeweging die door (één van) de ingeschakelde sleepboten in de nabijheid van de Rio werd opgewekt, te weten het losslaan van de Rio van haar ligplaats en het daarna weer terugwerpen van de Rio tegen de kade.

5.7

Partijen zijn het erover oneens of de Envoy deugdelijk was afgemeerd gelet op de omstandigheden waarmee in redelijkheid rekening moest worden gehouden.

Daarbij gaat het in de eerste plaats om de wijze van afmeren en de daarvoor gebruikte middelen: het aantal meertrossen, hun configuratie, op welke lengte en onder welke hoek deze waren vastgemaakt op welke bolders aan de wal en op welke lieren en bolders aan boord, de wijze waarop deze aan boord waren belegd, de spanning op de trossen en het regelen en bijstellen daarvan, alsmede de kwaliteit van de trossen en hun onderlinge verschillen.

Verder is van belang op welke omstandigheden de wijze van afmeren en de gebruikte middelen dienden te zijn afgestemd, zoals de windrichting en windkracht met zware windstoten, de waterhoogtes, de golven en golfpatronen (inclusief de zgn. 'seiches'), een en ander mede gelet op de eigenschappen van het schip (zoals afmetingen en windvang) en op de bijzonderheden van de IJmondhaven waar de Envoy haar vaste ligplaats had en die bij de bemanning/exploitant van het schip bekend waren of redelijkerwijs bekend konden zijn.

Bij de beoordeling zal tevens moeten worden nagegaan welke omstandigheden zich in feite hebben voorgedaan.

Ook speelt een rol welke andere mogelijke voorzorgsmaatregelen er eventueel nog waren, niet alleen voor de wijze van vastleggen van het schip, al dan niet met extra trossen, maar ook het op voorhand bestellen van sleepboten om zonodig assistentie te verlenen.

Het feit dat de hoofdmotoren en twee van de boegschroeven niet konden worden gebruikt (om het schip bij de wal te houden) zou wellicht eveneens in aanmerking moeten worden genomen. Mogelijk hadden de derde boegschroef en de azimuth-thruster bij het achterschip eerder moeten worden ingezet.

5.8

De rechtbank acht het tegen de achtergrond van deze factoren noodzakelijk dat een deskundigenrapport wordt uitgebracht over de oorzaak van het losbreken van de Envoy, met inbegrip van de vraag of en in hoeverre dit te wijten was aan buitengewone, gevaarlijke omstandigheden in de IJmondhaven.

De zaak zal worden verwezen naar de rol opdat partijen bij akte voorstellen kunnen doen over het aantal deskundigen, wie als zodanig zou(den) moeten worden benoemd en de voor te leggen vragen. De rechtbank geeft partijen in overweging zich met elkaar te verstaan om zo mogelijk met eensluidende voorstellen te komen.

6. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen:

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 5 augustus 2009 voor akte aan de zijde van eiseressen.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.