Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BI6110

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-05-2009
Datum publicatie
03-06-2009
Zaaknummer
303220 / HA ZA 08-705
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAV; illegale werknemers; boete; regres; eigen schuld

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Burgerlijk Wetboek Boek 6 101
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Wet arbeid vreemdelingen
Wet arbeid vreemdelingen 1
Wet arbeid vreemdelingen 2
Wet arbeid vreemdelingen 15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0440
JAR 2009/178
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 303220 / HA ZA 08-705

Uitspraak: 20 mei 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RUBALAS ONROERENDE ZAAK B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.C. Moree,

- tegen -

[gedaagde] h.o.d.n. EURON-CLEAN,

wonende te Schiedam,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. F.L. van der Eerden.

Partijen worden hierna aangeduid als "Rubalas" respectievelijk "Euron-Clean".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

dagvaarding d.d. 6 maart 2008 en de door Rubalas overgelegde producties;

conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie;

conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie;

conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, met producties;

conclusie van dupliek in reconventie.

2 De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 Op 15 september 2006 heeft Euron-Clean aan Rubalas een offerte uitgebracht met nummer [012345] voor het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van een gevelrenovatie van een pand aan de Mathenesserlaan 480 te Rotterdam. Deze offerte is op 15 september 2006 ondertekend door [gedaagde] (“[gedaagde]”) van Euron-Clean en op 5 oktober 2006 door [eiser] (“[eiser]”) van Rubalas. In de offerte is met de hand een wijziging aangebracht op de totaalprijs en zijn - eveneens met de hand - de betalingstermijnen aangepast.

2.2 Eveneens op 5 oktober 2006 stuurt [eiser-1] (“[eiser-1]”) van Rubalas [gedaagde] een faxbericht met de volgende inhoud:

“Betreft: Gevelrenovatie Mathenesserlaan

Geachte heer [gedaagde],

Naar aanleiding van uw gesprek vanmorgen met onze heer [eiser], doen wij u de gewijzigde offerte toekomen.

De wijzigingen zijn:

Uw totale werk omschrijving in uw offerte blijft gehandhaafd behalve het eindbedrag voor al deze werkzaamheden. Deze is overeengekomen met u € 16.500,00 excl. BTW

Betalingscondities zullen zijn; 1e termijn 30% betaling bij aanvang werkzaamheden 2e termijn 30% betaling bij 80% gereed werkzaamheden 3e termijn 40% betaling bij 100% gereed en aflevering

We willen u bij deze benadrukken dat uw bedrijf de wet en regelgeving in acht neemt tijdens de werkzaamheden, benodigde verzekering zijn afgesloten voor uw bedrijf en ongeregeldheden direkt meld bij Rubalas Montage BV.

Met dank.

Rubalas Montage BV

[eiser-1]”

2.3 Bij brief van 6 oktober 2006 heeft Euron-Clean aan [eiser] het volgende geschreven:

“Betreft: Opdrachtbevestiging Mathenesserlaan 480 te Rotterdam

Ons kenmerk: werknummer [012345]

Geachte heer [eiser],

Naar aanleiding van de door ons ontvangen schriftelijke opdracht voor het uitvoeren van werkzaamheden aan de Mathenesserlaan 480 te Rotterdam, zoals genoemd in ons offerte [012345] d.d. 15 september 2006 aan de voor-, zij- en achtergevel, bevestigen wij bij dezen met dank uw opdracht.

De werkzaamheden zullen zoals afgesproken spoedig aanvangen.

De werkzaamheden zullen totaal 6 weken duren.

Zoals in de offerte is opgenomen sturen wij u hierbij de eerste termijn betaling.

Verder kunnen wij u het volgende mee delen:

Conform de overeenkomst stelt de VvE water en elektra ter beschikking.

De bewoners/eigenaren zullen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden de ramen en deuren sluiten zodat er geen beschadigingen kunnen ontstaan.

Er zal op werkdagen van 8.00 uur tot 17.00 uur worden gewerkt.

Tijdens de werkzaamheden hoeft u niet in uw woning aanwezig te zijn, de werkzaamheden vinden aan de buitenzijde van uw woning plaats.

Wel vragen wij u indien u in deze periode op vakantie bent, om een gemandateerde contactpersoon aan ons door te geven.

Werkplek zal schoon en opgeruimd worden opgeleverd.

Met vriendelijke groeten.

De heer [gedaagde]

Directeur”

2.4 Tijdens een inspectie op dinsdag 7 november 2006 is door inspecteurs van de Arbeidsinspectie geconstateerd dat het werk (onder andere) werd verricht door drie vreemdelingen in de zin van artikel 1 onder c van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV). Op grond hiervan is een boeterapport opgemaakt en heeft de Arbeidsinspectie bij brief van 26 maart 2007 aan Rubalas laten weten dat zij voornemens was een boete op te leggen van

€ 24.000,00. In deze boetekennisgeving is - voor zover van belang - het volgende vermeld:

“Omschrijving beboetbaar feit en betreffende artikel: Boetebedrag:

€ 24.000,-

Op een locatie gelegen aan de Mathenesserlaan 480 te Rotterdam liet u door drie arbeidskrachten, blijkens feiten of omstandigheden, arbeid verrichten bestaande uit het reinigen van een gevel, het vernieuwen van voegen en het uitladen van een bestelbus. Gelet op het vorenstaande was Rubalas Onroerende Zaak B.V. in dit geval de werkgever, zoals bedoeld in artikel 1, 1e lid, onder b sub 1 van de Wet arbeid vreemdelingen. De arbeidskrachten die voornoemde arbeid verrichtten waren niet in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of konden niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, aldus zijnde vreemdelingen zoals bedoeld in artikel 1 onder c van de Wet arbeid vreemdelingen. Het betrof de volgende vreemdelingen:

[vreemdeling-1],

[vreemdeling-2], en

[vreemdeling-3].

Allen met de nationaliteit Burger van India.

U kon niet aantonen dat voor de arbeid die u door drie vreemdelingen liet verrichten een tewerkstellingsvergunning was afgegeven, terwijl dat wel was vereist. Deze vreemdelingen mochten derhalve deze arbeid niet verrichten.

De werkgever liet vreemdelingen in Nederland arbeid verrichten zonder tewerkstellingsvergunning, aldus zijnde een overtreding van artikel 2, 1e lid van de Wet arbeid vreemdelingen, aangewezen als beboetbaar feit in artikel 18 lid 1 van dezelfde wet.”

2.5 Rubalas heeft op 3 mei 2007 haar zienswijze op deze kennisgeving naar voren gebracht. Omdat uit deze zienswijze volgens de Arbeidsinspectie niet bleek dat het geconstateerde feit Rubalas niet aan te rekenen zou zijn, heeft de Arbeidsinspectie bij beschikking van 19 juni 2007 Rubalas een boete opgelegd van € 24.000,00. Tegen deze beschikking heeft Rubalas bezwaar gemaakt, welk bezwaar - na de op 12 oktober 2007 gehouden hoorzitting - bij een beslissing van 29 januari 2008 ongegrond is verklaard.

2.6 Bij brief van 13 juli 2007 heeft (de raadsman van) Rubalas Euron-Clean gesommeerd binnen zeven dagen na dagtekening van de brief het boetebedrag van € 24.000,00 aan Rubalas te vergoeden alsmede een bedrag van € 1.190,00 aan haar te voldoen voor buitengerechtelijke kosten.

3 De vordering in conventie

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Euron-Clean te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 24.000,00 in hoofdsom en een bedrag van € 1.190,00 aan buitengerechtelijke kosten, met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Rubalas aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Euron-Clean is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van een verbintenis jegens Rubalas door - in weerwil van de opdracht van Rubalas van 5 oktober 2006, welke opdracht Euron-Clean heeft aanvaard - in strijd met de wet- en regelgeving illegale werknemers in te zetten bij de uitvoering van de werkzaamheden.

3.2 Euron-Clean heeft tevens onrechtmatig gehandeld jegens Rubalas door in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt drie illegale werknemers in te zetten en daarmee willens en wetens het risico in het leven te roepen dat in verband hiermee aan Rubalas een boete zou worden opgelegd.

3.3 Door het handelen van Euron-Clean heeft Rubalas schade geleden, bestaande uit de haar door de Arbeidsinspectie opgelegde boete ter hoogte van € 24.000,00. Voorts heeft Rubalas kosten moeten maken ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Zij verwijst naar de brief van haar raadsman van 13 juli 2007. Daarnaast heeft zij kosten gemaakt ter voorkoming of beperking van de schade door bezwaar aan te tekenen tegen de opgelegde boete. Rubalas vordert vergoeding van deze kosten als vermogensschade. Voor de hoogte van het gevorderde bedrag zoekt Rubalas aansluiting bij Rapport Voorwerk II.

3.4 Rubalas heeft Euron-Clean bij brief (van haar raadsman) van 13 juli 2007 aansprakelijk gesteld en gesommeerd tot betaling van de boete en de buitengerechtelijke kosten.

4 Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Rubalas in de kosten van het geding.

Euron-Clean heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Rubalas heeft niet expliciet bedongen dat Euron-Clean geen illegale werknemers zou inzetten. Het kan zo zijn dat de door Rubalas voor akkoord getekende offerte naar Euron-Clean is teruggezonden middels de als productie 2 bij dagvaarding overgelegde fax van 5 oktober 2006, maar aan deze fax komt geen betekenis toe, nu de onderhandelingen mondeling en telefonisch hebben plaatsgevonden, waarbij de inhoud van de slotzin in deze fax geen onderwerp van gesprek is geweest.

4.2 Een eventuele tekortkoming is Euron-Clean niet toerekenbaar, nu zij de op het werk aangetroffen illegale werknemers niet zelf heeft geworven en op het werk heeft ingezet. Euron-Clean heeft de afhandeling van de opdracht uitbesteed aan de heer [ABC], een oom van [gedaagde], en [ABC] heeft daarbij de illegale werknemers ingeschakeld.

4.3 Ingevolge de WAV rust op de opdrachtgever een eigen verantwoordelijkheid. Een dergelijke verantwoordelijkheid kan niet op de aannemer worden afgewenteld door te stellen dat deze op grond van hetzelfde feitencomplex toerekenbaar tekort is geschoten. Op deze wijze zou de boete voor [gedaagde] (Euron-Clean) - aan wie als natuurlijke persoon een boete is opgelegd van € 12.000,00 - meer dan verdubbelen.

4.4 Ook de vordering van Rubalas voor zover deze is gebaseerd op een onrechtmatige daad van Euron-Clean, faalt, nu Euron-Clean niet zelf drie illegale werknemers bij Rubalas heeft ingezet.

4.5 Euron-Clean is niet aansprakelijk voor de kosten verbonden aan het voeren van een tot mislukken gedoemde administratiefrechtelijke procedure. Het sturen van één incassobrief valt onder de proceskosten.

5 De vordering in reconventie

De vordering luidt - verkort weergegeven - om Rubalas te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 13.744,50 met rente vanaf 2 juli 2008 (datum instellen eis in reconventie) en kosten.

Aan deze vordering heeft Euron-Clean naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

Euron-Clean vordert nakoming door Rubalas van haar betalingsverplichtingen uit de overeenkomst. Na de inspectie van de Arbeidsinspectie heeft Euron-Clean het werk gewoon voltooid. Zij heeft op 12 februari 2007 respectievelijk op 21 maart 2007 twee facturen aan Rubalas gestuurd, voor de 2e (80% van het werk gereed) en de 3e termijn (oplevering) van de werkzaamheden, ieder ten bedrage van € 5.775,00 exclusief BTW (€ 6.872,25 inclusief BTW). Betaling buiten rechte kon niet worden verkregen.

6 Het verweer in reconventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Euron-Clean in de kosten van het geding.

Naast hetgeen Rubalas in conventie heeft betoogd, heeft Rubalas daartoe het volgende aangevoerd:

6.1 Rubalas heeft Euron-Clean na het ingrijpen van de Arbeidsinspectie niet meer terug gezien en Euron-Clean heeft de haar opgedragen werkzaamheden niet opgeleverd. Dit is de reden dat Rubalas de betreffende facturen niet heeft voldaan. De facturen zijn door Rubalas nooit ontvangen.

6.2 Tot het moment van het indienen van de eis in reconventie heeft Euron-Clean ook geen aanspraak gemaakt op betaling van de facturen.

7 De beoordeling

in conventie

7.1 Rubalas grondt haar vordering primair op artikel 6:74, lid 1, Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge voornoemd artikel verplicht iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend.

7.2 De rechtbank is met Rubalas van oordeel dat Euron-Clean jegens Rubalas is tekortgekomen in de nakoming van een verbintenis door de door Rubalas aan Euron-Clean opgedragen werkzaamheden te laten verrichten door drie vreemdelingen in de zin van artikel 1, onder c, WAV voor welke vreemdelingen geen tewerkstellingsvergunning was afgegeven, terwijl dat wel was vereist.

7.3 Het verweer van Euron-Clean dat Rubalas niet "zeer expliciet" heeft "geconditioneerd" dat Euron-Clean geen illegale werknemers zou inzetten, kan haar niet baten. Bij het onder 2.2 hiervoor weergegeven faxbericht van 5 oktober 2006 van Rubalas aan Euron-Clean heeft Rubalas een aantal wijzigingen naar aanleiding van de eerder door Euron-Clean uitgebrachte offerte vastgelegd. Voorts vermeldt dat faxbericht:

"We willen u bij deze benadrukken dat uw bedrijf de wet en regelgeving in acht neemt tijdens de werkzaamheden, benodigde verzekering zijn afgesloten voor uw bedrijf en ongeregeldheden direkt meld bij Rubalas Montage BV."

7.4 Bij haar onder 2.3 hiervoor weergegeven brief van 6 oktober 2006 heeft Euron-Clean de ontvangst van de "schriftelijke opdracht" van Rubalas bevestigd. De stelling van Euron-Clean dat de laatste onderhandelingen over de prijs telefonisch en mondeling zijn gevoerd en dat het faxbericht van 5 oktober 2006 van Rubalas in dat licht geen bijzondere betekenis heeft, acht de rechtbank onjuist. Dat mondeling overleg plaatsvindt over prijzen betekent uiteraard niet dat geen betekenis toekomt aan de schriftelijke vastlegging daarvan, alsmede van de eventuele overige voorwaarden die in de praktijk niet uitputtend plegen te worden besproken, maar niettemin door aanbod, en de aanvaarding daarvan, deel gaan uitmaken van de overeenkomst. Indien Euron-Clean niet akkoord was met de inhoud van het faxbericht van 5 oktober 2006 van Rubalas dan had zij dat in haar brief van 6 oktober 2006 dan wel op andere wijze tot uitdrukking moeten brengen. Bij gebreke daarvan mocht Rubalas erop vertrouwen dat Euron-Clean instemde met de inhoud van het faxbericht van 5 oktober 2006 van Rubalas en dat hetgeen daarin was geformuleerd deel uitmaakte van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst.

7.5 Ook indien Rubalas jegens Euron-Clean niet zou hebben "benadrukt" dat Euron-Clean de wet en regelgeving in acht diende te nemen tijdens de werkzaamheden, had Rubalas daar in beginsel op mogen vertrouwen. Ook in dat geval zou Euron-Clean jegens Rubalas zijn tekortgekomen indien zij het werk zou hebben doen verrichten door illegale werknemers. Dit zou naar het oordeel van de rechtbank anders zijn indien Rubalas wist of - bijvoorbeeld gelet op een Euron-Clean gehanteerde extreem lage prijs - er serieus rekening mee diende te houden dat Euron-Clean voornemens was bij het doen verrichten van de werkzaamheden illegale werknemers in te schakelen. Dat zich feiten of omstandigheden voordeden die voor Rubalas reden hadden moeten zijn om er rekening mee te houden dat Euron-Clean bij het verrichten van de werkzaamheden illegale werknemers zou inschakelen, is echter gesteld noch gebleken.

7.6 Het verweer van Euron-Clean dat zij de afhandeling van de opdracht heeft uitbesteed aan een oom van [gedaagde] en dat deze de illegale werknemers heeft ingeschakeld, kan Euron-Clean jegens Rubalas niet disculperen. Door de opdracht van Rubalas te aanvaarden, heeft Euron-Clean jegens Rubalas de verplichting op zich genomen de werkzaamheden met inachtneming van de geldende wet en regelgeving, en derhalve zonder gebruik te maken van illegale werknemers, uit te voeren. Bovendien heeft Euron-Clean haar (impliciete) stelling dat zij er niet van de hoogte was dat het werk onder haar naam door [ABC] en drie illegale werknemers werd uitgevoerd onvoldoende gemotiveerd. Immers, aangenomen mag worden dat Euron-Clean ten tijde van het uitbrengen van de offerte en het sluiten van de overeenkomst wist door welke personen de werkzaamheden zouden worden uitgevoerd. Immers, zij offreerde en kwam vervolgens overeen om bepaalde werkzaamheden binnen een bepaalde termijn voor een bepaalde prijs te verrichten. Het lag dan ook op de weg van Euron-Clean om haar (impliciete) stelling dat niet zij maar louter [ABC] verantwoordelijk was voor het inschakelen van illegale werknemers deugdelijk te motiveren. Dat heeft zij nagelaten.

7.7 De stelling van Euron-Clean dat ook aan haar een administratieve boete is opgelegd en wel voor een bedrag van € 12.000,00, doet niet af aan haar aansprakelijkheid voor de door Rubalas geleden schade. De rechtbank overweegt in dit verband het volgende.

7.8 Ingevolge artikel 1, onderdeel b, onder 1o, WAV wordt onder werkgever in de zin van deze wet verstaan degene die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf een ander arbeid laat verrichten. Dit brengt met zich dat meerdere personen kunnen worden aangemerkt als werkgever en dat meer dan één werkgever voor hetzelfde feit kan worden beboet. Ingevolge artikel 2 WAV is degene die een vreemdeling in Nederland arbeid laat verrichten vergunningplichtig werkgever en daarmee te allen tijde verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op het al dan niet aanwezig zijn van de benodigde tewerkstellingsvergunning. In artikel 15, lid 1, WAV is bepaald dat een werkgever die door een vreemdeling arbeid laat verrichten waarbij die arbeid feitelijk wordt verricht bij een andere werkgever, er zorg voor dient te dragen dat die andere werkgever onverwijld een afschrift van een identiteitsdocument van de vreemdeling ontvangt. Ingevolge artikel 15, lid 2, WAV stelt de werkgever die het afschrift van het identiteitsbewijs ontvangt, aan de hand van dat document de identiteit van de vreemdeling vast en neemt deze het afschrift op in de administratie.

7.9 Aldus heeft iedere werkgever in de keten uit hoofde van de WAV een eigen verplichting om de identiteit van een vreemdeling te controleren. Iedere werkgever is derhalve verplicht zich er steeds zelfstandig van te vergewissen of een tewerkgestelde werknemer gerechtigd is arbeid in de zin van de wet te verrichten.

7.10 Dat de hiervoor genoemde bepalingen van de WAV voor iedere werkgever een eigen verplichting inhouden, brengt echter niet mee dat een werkgever in de zin van de WAV een ingevolge deze wet opgelegde boete niet op een andere werkgever in de zin van deze wet kan verhalen. Indien, zoals in dit geval, de contractuele wederpartij van een partij aan wie een boete is opgelegd, jegens die schuldeiser is tekortgekomen in de nakoming van een verbintenis, en indien het opgelegd worden van de boete uit dat tekortschieten voortvloeit, dan vormt de boete schade die door de tekortkoming wordt geleden. De schuldenaar die is tekortgekomen, is dan verplicht die schade te vergoeden.

7.11 Bij hetgeen hiervoor is overwogen, neemt de rechtbank in aanmerking dat de boete aan Rubalas is opgelegd ter zake van overtreding van artikel 2, lid 1, WAV:

"Het is een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning."

7.12 Evident is dat de boete die aan Rubalas is opgelegd een direct gevolg is van het feit dat Euron-Clean de werkzaamheden door illegale werknemers heeft doen verrichten.

7.13 De visie van Euron-Clean dat het niet de bedoeling (van de administratieve wetgever) kan en mag zijn dat de boete voor de aannemer - Euron-Clean - nog eens meer dan zou kunnen verdubbelen doordat aan de opdrachtgever - Rubalas - een regresrecht toekomt, deelt de rechtbank niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de administratieve wetgever beoogd een systeem tot stand te brengen dat het mogelijk maakt de tewerkstelling van vreemdelingen zonder vereiste tewerkstellingsvergunning effectief te bestrijden. Een dergelijk systeem zou niet effectief zijn indien slechts de formele werkgever zou kunnen worden beboet, onder meer omdat het denkbaar is dat die formele werkgever geen verhaal biedt, zodat opgelegde boetes niet zouden kunnen worden geïncasseerd. Het systeem van de WAV met een ruim werkgeverbegrip en met verplichtingen die worden opgelegd aan verschillende mogelijke schakels in de eventuele contractuele keten die zich in de administratiefrechtelijke rechtsgang niet eenvoudig kunnen disculperen, wordt niet doorkruist door in het civiele recht aan de opdrachtgever een regresrecht toe te staan.

7.14 Uiteraard is denkbaar dat de schade die voortvloeit uit het opgelegd zijn van een boete mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend. In een dergelijk geval kan ingevolge artikel 6:101 BW de vergoedingsplicht worden verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist.

7.15 De stelling van Euron-Clean dat ingevolge de WAV ook op de opdrachtgever - Rubalas - een eigen verantwoordelijkheid rust, merkt de rechtbank aan als een beroep op eigen schuld aan de zijde van Rubalas. In dit verband is van belang dat inderdaad gesteld noch gebleken is dat Rubalas op enigerlei wijze invulling heeft gegeven aan haar eigen verplichtingen uit de WAV. Aan de stelling van Rubalas - wat hier al van zij - dat het van een opdrachtgever onmogelijk kan worden verlangd om een “snel wisselende personele bezetting van werkzame ZZP’ers in de gaten te houden”, gaat de rechtbank voorbij. Immers, daargelaten of een dergelijke omstandigheid Rubalas van haar verplichtingen zou kunnen ontslaan, is gesteld noch gebleken dat daar in dit geval sprake van is geweest. Niettemin acht de rechtbank geen grond aanwezig om de vergoedingsplicht van Euron-Clean jegens Rubalas te verminderen. De omstandigheid die aan Rubalas kan worden toegerekend, is dat zij geen zelfstandige controle heeft uitgeoefend ten aanzien van de identiteit van de werknemers door wie Euron-Clean de werkzaamheden deed verrichten. Aan Euron-Clean kan echter worden toegerekend dat zij de werkzaamheden door illegale werknemers deed verrichten. Voor zover er al reden zou kunnen zijn om de vergoedingsplicht van Euron-Clean te verminderen, eist de billijkheid wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakt fouten dat deze volledig in stand blijft.

7.16 Ter zake van het door Rubalas gevorderde bedrag van € 1.190,00 vanwege "de kosten van rechtsbijstand en schadebeperkende maatregelen" heeft Euron-Clean zich verweerd met de stellingen (a) dat de door Rubalas gevoerde administratiefrechtelijke procedure gedoemd was te mislukken zodat de daartoe gemaakte kosten (schadebeperkende maatregelen) zinloos waren en (b) dat geen buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, anders dan kosten ter inleiding van de procedure. Nu Rubalas deze stellingen niet voldoende gemotiveerd heeft weersproken, zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen.

7.17 Het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat de vordering van Rubalas in conventie tot een bedrag van € 24.000,00 zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat de verbeurde boete aan de arbeidsinspectie is voldaan, te weten 19 juni 2007. Euron-Clean zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in conventie worden veroordeeld.

in reconventie

7.18 In reconventie heeft Euron-Clean aanspraak gemaakt op betaling door Rubalas van haar facturen van 12 februari 2007 respectievelijk 21 maart 2007, voor de 2e (80% van het werk gereed) en de 3e termijn (oplevering) van de werkzaamheden, ieder ten bedrage van

€ 5.775,00 exclusief BTW (€ 6.872,25 inclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 juli 2008 (datum instellen eis in reconventie). Euron-Clean stelt dat zij na het ingrijpen van de Arbeidsinspectie haar werkzaamheden naar genoegen van Rubalas heeft afgemaakt en dat Rubalas de haar toegezonden facturen zonder protest heeft behouden.

7.19 Rubalas betwist dat Euron-Clean haar werkzaamheden heeft afgemaakt. Zij stelt dat zij Euron-Clean nimmer heeft terug gezien nadat door de Arbeidsinspectie was ingegrepen. Voorts stelt zij dat zij de betreffende facturen eerst bij de conclusie van repliek in reconventie heeft ontvangen.

7.20 Ingevolge de overeenkomst tussen Rubalas en Euron-Clean diende Rubalas de tweede termijn te voldoen op het moment dat de werkzaamheden voor 80% gereed waren en diende zij de derde termijn te voldoen bij oplevering. Gelet op de gemotiveerde betwisting door Rubalas dient Euron-Clean, als de partij die zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten beroept, te bewijzen dat zij de door Rubalas aan haar opgedragen werkzaamheden, zoals omschreven in haar offerte van 15 september 2006, (volledig) heeft afgemaakt en dat oplevering van het werk heeft plaatsgevonden. De rechtbank zal Euron-Clean - conform haar aanbod daartoe - in de gelegenheid stellen het bewijs dienaangaande te leveren. Indien Euron-Clean niet slaagt in dit bewijs, is haar vordering niet opeisbaar in de zin van artikel 6:39 BW en zal deze worden afgewezen. Indien Euron-Clean daarentegen wel slaagt in dit bewijs, zal haar vordering - als overigens onbestreden - in beginsel worden toegewezen.

7.21 De rechtbank houdt iedere verdere beslissing in reconventie aan in afwachting van de uitkomst van bewijslevering als bedoeld onder 7.20 hiervoor.

8 De beslissing

De rechtbank,

in conventie

veroordeelt Euron-Clean om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Rubalas te betalen het bedrag van € 24.000,00 (zegge: vierentwintig duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 BW over dit bedrag vanaf 19 juni 2007 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt Euron-Clean in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Rubalas bepaald op € 555,00 aan vast recht, op € 74,55 aan kosten dagvaarding en op € 1.158,00 aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer gevorderde;

in reconventie

alvorens verder te beslissen,

draagt Euron-Clean op te bewijzen dat zij de door Rubalas aan haar opgedragen werkzaamheden, zoals omschreven in haar offerte van 15 september 2006, (volledig) heeft afgemaakt en dat oplevering van het werk heeft plaatsgevonden;

bepaalt dat indien Euron-Clean dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. C. Bouwman;

bepaalt dat de advocaat van Euron-Clean binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in de maanden juni tot en met oktober 2009 en dat de advocaat van Rubalas binnen dezelfde termijn opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd;

houdt in reconventie iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman.

Uitgesproken in het openbaar.

1729; 1582