Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BI2229

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2009
Datum publicatie
27-04-2009
Zaaknummer
956048
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een formeel werkgever, die afhankelijk is van subsidie, beëindigt de arbeidsovereenkomst met een werknemer nu de subsidie is stopgezet. De werknemer was arbeidsongeschikt. reïntegratie bij de formele werkgever behoort niet tot de mogelijkheden. Ook externe reïntegratie heeft (nog) niet tot succes geleid. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder toekenning van een vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0349
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak van:

de stichting

Stichting Werkgeversinstituut Sociaal Cultureel Werk Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

gemachtigde: mr A. Stamoulis,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster,

in persoon.

De processtukken en de loop van het geding

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling door verzoekster overgelegde stukken.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 maart 2009. Verweerster, die in persoon ter zitting is verschenen, vergezeld van haar vriendin mevrouw G. Sabper, heeft mondeling verweer gevoerd. Van het ter zitting verhandelde is aantekening gehouden.

Het verzoek en de grondslag daarvan

Het verzoek strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen zonder toekenning van een vergoeding aan verweerster.

Aan het verzoek is - zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

De arbeidsovereenkomst van verweerster wordt door de gemeente Rotterdam gesubsidieerd op basis van het Besluit In- en Doorstroombanen. De op basis van dit Besluit verleende zogeheten “ID-loonkostensubsidie” is destijds verleend om diegenen die zich in een zwakkere economische en sociale positie bevonden in staat te stellen om werkervaring op te doen. Uitsluitend vanwege deze subsidie heeft verzoekster verweerster in dienst kunnen nemen en het voortbestaan van haar arbeidsovereenkomst is onlosmakelijk verbonden met het voortduren van de financiering van haar arbeidsplaats. Verweerster is, net als andere werknemers van verzoekster, niet gedetacheerd bij een opdrachtgever, maar op verzoek van de gemeente Rotterdam geplaatst bij onderwijsinstellingen. In het geval van verweerster betreft dit de basisschool PCBS Het Plein. Verzoekster is een niet-commerciële organisatie, die slechts optreedt als de formele werkgever van haar werknemers en zij houdt zich niet bezig met het werven van personeel en het werven van projecten waar haar werknemers kunnen worden geplaatst.

In 2005 heeft de gemeente Rotterdam besloten om de ID-loonkostensubsidie geleidelijk af te bouwen. Op basis van een assessment werden de betrokken medewerkers ingedeeld in de categorieën “kansrijk” (indien men over voldoende kennis en vaardigheden beschikt om in een niet-gesubsidieerde baan te werken), “kansrijk op termijn” (indien men een wat langere termijn nodig heeft om uit te stromen) en “blijvers” (medewerkers die blijvend aangewezen zijn op gesubsidieerde arbeid). Verweerster is ingedeeld in de groep “kansrijk op termijn” en bij beschikking van de 7 februari 2006 heeft de gemeente besloten dat de ID-loonkostensubsidie voor verweerster nog gedurende 24 maanden zou worden voortgezet en dan nog maximaal met 12 maanden zou kunnen worden verlengd. De gemeente Rotterdam heeft bij brief van 18 april 2008 meegedeeld dat de ten behoeve van de arbeidsplaats van verweerster verstrekte ID-loonkostensubsidie per 1 maart 2009 eindigt.

Verweerster bleek in verband met haar arbeidsongeschiktheid niet in aanmerking te komen voor deelname aan een re-integratieproject, tot het instellen waarvan de gemeente Rotterdam zich tegenover de vakbonden heeft verplicht. Wel neemt verweerster deel aan een door verzoekster (onverplicht) voor haar ID-medewerkers die dienen uit te stromen geregeld re-integratietraject bij Tempo Team, in het kader waarvan wordt gewerkt aan de externe re-integratie van verweerster.

De arbeidsplaats van verweerster is door het eindigen van de ID-loonkostensubsidie per 1 maart 2009 en het als gevolg daarvan eindigen van de plaatsing verweerster bij PCBS Het Plein komen te vervallen. Verzoekster beschikt niet over de mogelijkheid om haar binnen haar organisatie een andere arbeidsplaats aan te bieden; aan externe re-integratie wordt gewerkt. Er is sprake van veranderingen in de omstandigheden op basis waarvan de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Verzoekster meent dat er geen termen zijn om aan verweerster een vergoeding toe te kennen.

Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van het verzoek.

Verweerster heeft tegen het verzoek - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd.

Verweerster meent dat onvoldoende inspanning is verricht om haar naar reguliere arbeid te laten doorstromen en zij vindt het tegen deze achtergrond onredelijk dat haar arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Verweerster heeft er in dit verband op gewezen dat haar arbeidsongeschiktheid haar parten heeft gespeeld, omdat ze anders vrijwel zeker bij PCBS Het Plein zou zijn aangenomen en voorts dat ze door haar arbeidsongeschiktheid al meteen niet in aanmerking kwam voor het door de gemeente Rotterdam in het leven geroepen re-integratietraject, dat haar – mede nu zij de opleiding voor SPW 4 heeft afgerond – meer kansen zou hebben geboden op uitstroom naar regulier werk. Verweerster voelt zich het slachtoffer van de situatie: zij is thans nog ziek en zij zou het liefst de kans krijgen om langzamerhand weer te re-integreren.

De beoordeling van het verzoek

1. Aan genoemde processtukken kunnen de volgende feiten worden ontleend:

- Verweerster, geboren op [geboortedatum], is sedert 17 april 2001 bij verzoekster in dienst, laatstelijk in de functie van Assistent Ouderbetrokkenheid.

- Het loon van verweerster bedraagt thans €?1.549,32 bruto per maand, bij een werkweek van 32 uur, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en 3,5% eindejaarsuitkering. Verweerster is sinds 18 april 2007 arbeidsongeschikt en ontvangt in verband hiermee thans 70% van het genoemde bruto loon.

2. Verzoekster heeft gesteld dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met een opzegverbod. Dit is door verweerster niet betwist en er is ook overigens geen aanleiding aan de juistheid van bedoelde stelling van verzoekster te twijfelen.

3. Vast staat dat de ID-loonkostensubsidie per 1 maart 2009 is geëindigd. Voorts is voldoende aannemelijk dat als gevolg hiervan de arbeidsplaats van verweerster is komen te vervallen en dat verzoekster intern geen mogelijkheden heeft om verweerster een andere functie aan te bieden. Pogingen om verweerster extern te re-integreren zijn nog gaande, maar niet aannemelijk is dat deze op korte termijn kans op succes bieden.

Er is mitsdien sprake van veranderingen in de omstandigheden van dien aard, dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of op korte termijn behoort te eindigen.

Hoezeer het, gelet op de toestand waarin verweerster verkeert, op zichzelf ook valt te betreuren dat er voor haar geen ander werk voorhanden is en waarschijnlijk op korte termijn ook niet zal komen, in de gegeven omstandigheden kan van verzoekster in redelijkheid niet worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst met verweerster blijft voortduren. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst daarom ontbinden, en wel met ingang van 18 april 2009. Dit, omdat bij regulier werk per genoemde datum de verplichting van verzoekster om het loon gedurende de eerste 24 maanden van arbeidsongeschiktheid zou eindigen en de kantonrechter het, gelet op de omstandigheden van het geval, gewenst acht om bij die regeling aansluiting te zoeken.

4. De kantonrechter acht echter geen termen aanwezig om aan verweerster ten laste van verzoekster een vergoeding toe te kennen, gelet op het bijzondere karakter van deze arbeidsverhouding, waarbij verzoekster slechts heeft gefungeerd als de formele werkgever en voor de betaling van het loon van verweerster volledig afhankelijk was van de door de gemeente verstrekte subsidie, op het feit dat verweerster - gezien de beschikking van de gemeente Rotterdam van 7 februari 2006, die, gelet op sommige passages in de tekst kennelijk ook rechtstreeks aan verweerder is gezonden - al sinds 2006 heeft geweten dat de ID-loonsubsidie, waarvan het voortbestaan van haar arbeidsplaats afhing, zou komen te vervallen, alsmede gelet op het feit dat verzoekster – formeel onverplicht – het financieel mogelijk heeft gemaakt dat verweerster deelneemt aan vorenbedoeld re-integratietraject bij Tempo Team, dat is gericht op externe re-integratie.

5. Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te melden wijze.

De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 18 april 2009;

bepaalt dat elk der partijen de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.F. Lubberink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.