Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BI1747

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-04-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
271674 / HA ZA 06-3000
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

complexe vordering tegen groot aantal gedaagden- incidenteel vonnis ex 843aRv tegen enigen van hen-tevens regiecvp in hoofdzaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 271674 / HA ZA 06-3000

Uitspraak: 1 april 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de stichting PATRIMONIUMS WONINGSTICHTING TE DELFSHAVEN,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in de hoofdzaak in conventie,

verweerster in de hoofdzaak in reconventie,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J.E.Polet

- tegen -

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRANSFORMANAGEMENT B.V.,

gevestigd Hoek van Holland,

gedaagde,

advocaat mr. J.G.M. Roijers,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CHILSTON PARK B.V.

gevestigd te Tholen,

gedaagde,

advocaat mr. J.G.M. Roijers,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. S.L.Braam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VALTOP CONSULTANCY B.V.

gevestigd te Tholen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. S.L.Braam

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VALTOP BEHEER B.V.

gevestigd te Tholen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. S.L.Braam,

6. [gedaagde 6],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. J. Kneppelhout,

7. de vennootschap naar Antilliaans recht JAMABEL N.V.

gevestigd te Curaçao,

gedaagde in de hoofdzaak in conventie,

eiseres in de hoofdzaak in voorwaardelijke reconventie,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J. Kneppelhout,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZUIDSINGEL B.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde in de hoofdzaak in conventie,

eiseres in de hoofdzaak in voorwaardelijke reconventie,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J. Kneppelhout,

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BERKENDAAL B.V.,

gevestigd te Mook,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J. Kneppelhout,

10. [gedaagde 10],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J.B. Kloosterman,

11. [gedaagde 11],

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.B. Kloosterman,

12. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GIAM PROJECTADVIESBUREAU B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.B. Kloosterman,

13. [gedaagde 13],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J.F. Rense,

14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BUBUCO B.V.,

gevestigd te Woudenberg,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.F. Rense,

15. [gedaagde 15],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. R.B. Gerretsen,

16. [gedaagde 16],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. D. Vermaat.

Partijen worden hierna aangeduid als “PWS” respectievelijk “Transformanagement”, “Chilston”, “[gedaagde 3]”, “Valtrop Consultancy”, “Valtop Beheer”, “[gedaagde 10]”, “[gedaagde 11]”, “Giam”, “[gedaagde 6]”, “Jamabel”, “Zuidsingel”, “Berkendaal”, “[gedaagde 13]”, “Bubuco” , “[gedaagde 15]” en “[gedaagde 16]”.

1 Het verloop van het geding

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

dagvaardingen d.d. 27 juli 2006 en de door PWS overgelegde producties;

conclusie van antwoord zijdens Transformanagement en Chilston, met producties;

conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie zijdens [gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer, met producties;

conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie zijdens Zuidsingel met producties;

conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie zijdens [gedaagde 13] en Bubuco, met producties;

conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie zijdens [gedaagde 6] en Jamabel, met producties;

conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie zijdens [gedaagde 10], [gedaagde 11] en Giam, met producties;

conclusie van antwoord zijdens [gedaagde 16], met producties;

conclusie van antwoord tevens exceptie van gefaseerde procesvoering zijdens [gedaagde 15], met producties;

conclusie van repliek (voor wat betreft [gedaagde 3], Valtrop Consultancy, Valtop Beheer, [gedaagde 10], [gedaagde 11], Giam, [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel, Berkendaal, [gedaagde 13], Bubuco en [gedaagde 16] in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie), met producties;

incidentele conclusie houdende vordering ex art. 843a Rv zijdens [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal;

incidentele conclusie van antwoord in het incident zijdens PWS;

nadere akte in het incident zijdens [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal;

antwoordakte in het incident zijdens PWS;

conclusie van dupliek zijdens Transformanagement en Chilston;

conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in voorwaardelijke reconventie tevens vermeerdering van eis en antwoord wijziging van eis zijdens [gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer, met producties;

conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie zijdens [gedaagde 10], [gedaagde 11] en Giam;

conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie tevens wijziging van eis in reconventie zijdens [gedaagde 13] en Bubuco;

conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie zijdens [gedaagde 16], met productie;

stukken van de gelegde conservatoire beslagen.

1.2

De zaak tegen [gedaagde 15] is inmiddels ingetrokken.

2 De vaststaande feiten

In de hoofdzaak (in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie)

en in het incident

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen -voor zover van belang - het volgende vast:

2.1

PWS is een woningstichting, die een groot aantal onroerende goederen in eigendom heeft; zij verhuurt deze. PWS koopt en verkoopt geregeld onroerend goed en initieert ook de ontwikkeling daarvan.

2.2

Van juli 1998 tot oktober 2005 heeft [persoon 1] (hierna: [persoon 1]) als enig bestuurder van PWS gefungeerd. [persoon 1] legde verantwoording af aan de Raad van Toezicht van PWS. [persoon 1] is op 7 februari 2006 schriftelijk op staande voet ontslagen.

2.3

[gedaagde 6] was van september 1994 tot oktober 2004 voorzitter van de Raad van Toezicht. Van oktober 2004 tot oktober 2005 was hij vice-voorzitter.

2.4

[gedaagde 3] was in de periode 1998-2000 interim hoofd Projectontwikkeling binnen PWS.

3 Het geschil

In de hoofdzaak (in conventie voor wat betreft [gedaagde 3], Valtrop Consultancy, Valtop Beheer, [gedaagde 10], [gedaagde 11], Giam, [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel, Berkendaal, [gedaagde 13], Bubuco en [gedaagde 16])

3.1

De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

-Transformanagement (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 2.125.909,46, alsmede € 585.932,30;

-Chilston te veroordelen tot betaling van € 84.610,=;

-[gedaagde 3] (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 11.746.496,19;

-Valtop Consultancy en Valtop Beheer (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 2.504.216,90;

-[gedaagde 6] (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 11.746.496,19

-Jamabel (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 4.972.774,16;

-Zuidsingel (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 81.680,44;

-Berkendaal (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 918.806,09;

-[gedaagde 10] (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 2.937.969,23;

-[gedaagde 11] (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 2.672.108,46;

-Giam (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 726.048,35;

-[gedaagde 13] en Bubuco (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 2.125.909,46;

-[gedaagde 16] (met een aantal andere gedaagden hoofdelijk voor nader aangeduide bedragen) te veroordelen tot betaling van € 1.111.761,53,

steeds vermeerderd met rente en € 513.253,73 aan kosten.

Tegen de achtergrond van (een deel van) de vaststaande feiten heeft PWS aan de vordering, zeer verkort en zakelijk weergegeven ten grondslag gelegd dat zij is benadeeld door onrechtmatige gedragingen van de gedaagden jegens haar, bestaande uit betrokkenheid in diverse hoedanigheden bij doorleveringen van onroerend goed, andere onroerend goed transacties, betaling aan adviseurs van vergoedingen en het genieten van neveninkomsten van haar [persoon 1]. Als gevolg van deze onrechtmatige daden heeft PWS schade geleden.

Het gaat daarbij om betrokkenheid bij één of meer van de projecten Aelbrechtskade, Giam-pakketten, Rijnhotel, TKN-pakketten A+B, Vissersdijk, ATTA-pakket, Schoterbos, St. Jacobsplaats, Woonplus I en II, Slaakhuys, Ruijgrok, Pleinweg, Dunehold, Hooge Marinier en Branderspoort; deze hebben zich alle afgespeeld in de periode juli 1998- oktober 2005.

a) Transformanagement en Chilston zijn persoonlijke vennootschappen van [persoon 1]; zij zijn actief geweest bij benadeling van PWS terzake van de transacties Atta-pakket, Woonplus II en TKN-pakketten.

b) [gedaagde 3] is bestuurder van Valtop Beheer; Valtop Beheer is enig aandeelhouder en bestuurder van Valtop Consultancy. [gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer zijn betrokken geweest bij de transacties Woonplus II, Ruijgrok en de TKN-pakketten A+B. [gedaagde 3] heeft samen gehandeld met onder meer [persoon 1] en [gedaagde 6].

c) [gedaagde 6] is enig bestuurder van Berkendaal. Jamabel is een vennootschap van [gedaagde 6] en is enig aandeelhouder van Berkendaal. Jamabel is enig aandeelhouder en bestuurder van Zuidsingel.

Jamabel is betrokken geweest bij Giam, St.Jacobsplaats, Dunehold, Slaakhuys, Rijnhotel en Pleinweg. Zuidsingel is betrokken geweest bij Woonplus II. Berkendaal is betrokken geweest bij het Atta-pakket.

d) [gedaagde 10] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde 11]. De echtgenote van [gedaagde 10] ([echtgenote van gedaagde 10]) is enig aandeelhouder en bestuurder van Giam. [gedaagde 11] is betrokken geweest bij Aelbrechtskade, Giam-pakketten, Woonplus I en II, Rijnhotel, Slaakhuys, Branderspoort en Hooge Marinier, althans in elk geval bij Rijnhotel, Slaakhuys, Woonplus II en Pleinweg. Giam is betrokken geweest bij de Giam-pakketten.

e) [gedaagde 13] is een zoon van [gedaagde 6] en enig aandeelhouder en bestuurder van Bubuco. Bubuco en [gedaagde 13] zijn betrokken geweest bij de doorlevering van TKN-pakketten A+B.

f) [gedaagde 16] is betrokken geweest bij St.Jacobsplaats in de rol van koper (via Jamabel).

3.2

Gedaagden voeren, gebundeld in de samenstelling als hiervoor (in 3.1) onder a tot en met f bedoeld, gemotiveerd verweer en hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering met veroordeling van PWS bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding.

Het geschil in de hoofdzaak in reconventie

In de zaken van [gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer (voorwaardelijk)

4.1

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, indien de rechtbank de vorderingen in conventie deels afwijst:

-de ten laste van [gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer gelegde beslagen op te heffen;

-voor recht te verklaren dat PWS onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer;

-PWS te veroordelen tot vergoeding van de daardoor geleden schade, nader op te maken bij staat;

met veroordeling van PWS in de proceskosten.

Tegen de achtergrond van (een deel van) de vaststaande feiten hebben [gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer aan de vordering, kort en zakelijk weergegeven ten grondslag gelegd:

-de beslagen zijn onrechtmatig, evenals de (in de media) geuite verdachtmakingen;

-[gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer hebben kosten voor verweer moeten maken;

-[gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer hebben als gevolg van het handelen van PWS schade geleden; een debiteur weigert bijvoorbeeld betaling, vermoedelijk na overleg met PWS.

4.2

PWS heeft gemotiveerd verweer gevoerd

In de zaken van [gedaagde 6] en Bubuco

5.1

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

-voor recht te verklaren dat PWS onrechtmatig heeft gehandeld en/of wanprestatie heeft gepleegd jegens [gedaagde 6] en Bubuco;

-PWS te veroordelen tot vergoeding van de daardoor geleden schade, nader op te maken bij staat;

-de ten laste van [gedaagde 6] en Bubuco gelegde beslagen direct op te heffen;

met veroordeling van PWS in de proceskosten.

Tegen de achtergrond van (een deel van) de vaststaande feiten hebben [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel, Berkendaal aan de vordering, kort en zakelijk weergegeven ten grondslag gelegd:

-het beslagrekest is onjuist en onvolledig, de beslagen zijn onrechtmatig en voldoen niet aan de wettelijke eisen;

-PWS heeft afspraken met [gedaagde 6] en Bubuco geschonden;

-[gedaagde 6] en Bubuco hebben als gevolg van het handelen van PWS schade geleden.

5.2

PWS heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

In de zaak van Zuidsingel (voorwaardelijk)

6.1

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, indien de rechtbank de vorderingen in conventie deels afwijst:

-voor recht te verklaren dat PWS onrechtmatig heeft gehandeld jegens Zuidsingel;

-PWS te veroordelen tot vergoeding van de daardoor geleden schade, nader op te maken bij staat;

-PWS te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schade ad € 10.000,=;

met veroordeling van PWS in de proceskosten.

Zij baseert die vordering op de stelling dat PWS onrechtmatig heeft gehandeld door haar ten onrechte in rechte te betrekken, waardoor Zuidsingel aanzienlijke kosten voor haar verdediging heeft moeten maken en aldus schade heeft geleden.

6.2

PWS heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

In de zaak van [gedaagde 10], [gedaagde 11] en Giam (voorwaardelijk)

7.1

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, indien de rechtbank de vorderingen in conventie deels afwijst:

-voor recht te verklaren dat PWS aansprakelijk is jegens [gedaagde 10] en/of [gedaagde 11] en/of Giam voor de schade als gevolg van de gelegde beslagen;

-de ten laste van [gedaagde 10], [gedaagde 11] en Giam gelegde beslagen direct op te heffen op straffe van een dwangsom,

met veroordeling van PWS in de proceskosten.

Zij baseren die vordering op de stelling dat door PWS onrechtmatig beslag is gelegd, welke beslagen tot grote (reputatie)schade hebben geleid.

7.2

PWS heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

In de zaak van [gedaagde 16]

8.1

[gedaagde 16] vordert, kort gezegd, opheffing van de gelegde beslagen en veroordeling van PWS tot betaling van de als gevolg van die beslagen door hem geleden schade ad

€ 371.639,50.

Hij baseert die vordering op de stelling dat door PWS onrechtmatig en vexatoir beslag is gelegd, welke beslagen gelet op bestaande verplichtingen tot grote schade hebben geleid.

8.2

PWS heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

In het incident ex art. 843a Rv

9.1

[gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal (hierna ook: [gedaagde 6] c.s.) hebben, bij incidentele conclusie, gevorderd om PWS, kort en zakelijk weergegeven, te veroordelen tot het verschaffen van afschriften van:

Primair :

a. agenda’s, notulen, agendastukken etc. met bijlagen van de Raad van Toezicht van PWS over de periode 15 juli 1998- 31 december 2005,

b. althans voor zover daarin sprake is van de projecten Aelbrechtskade, Giam-pakketten, Rijnhotel, TKN-pakketten A+B, Vissersdijk, ATTA-pakket, Schoterbos, St. Jacobsplaats, Woonplus I en II, Slaakhuys, Rijnhotel, Pleinweg, Dunehold, Hooge Marinier en Branderspoort, waarbij een onafhankelijke derde benoemd moet worden om erop toe te zien dat PWS daaraan voldoet,

subsidiair:

-(gedurende drie maanden) inzage te verstrekken in deze stukken,

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom.

De rechtbank begrijpt het standpunt van [gedaagde 6] c.s. zo, dat het daarbij uitsluitend gaat om de stukken waarover [gedaagde 6] c.s. blijkens de bij de incidentele conclusie gevoegde lijstjes niet beschikt.

[gedaagde 6] c.s. leggen aan die vordering in de kern ten grondslag dat zij pas in staat zijn hun verweer naar behoren te onderbouwen als zij over die stukken kunnen beschikken; aan de eisen van art. 843a Rv, met name het vereiste van voldoende bepaaldheid en een rechtmatig belang, is in hun visie voldaan.

9.2

PWS heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij is van oordeel dat niet aan de eisen die ingevolge art. 843a Rv aan een dergelijke vordering gesteld moeten worden is voldaan, met name omdat [gedaagde 6] c.s. geen rechtmatig belang hebben bij afschrift of inzage en omdat de stukken in kwestie onvoldoende bepaald zijn. Bovendien acht zij de vordering onnodig of in elk geval prematuur, omdat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder exhibitie gewaarborgd is, en toewijzing voor haar (administratief) zo belastend is, dat haar belang bij afwijzing moet prevaleren.

10. De beoordeling

in het incident

10.1

De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat [gedaagde 6] c.s. aangemerkt moeten worden als partij bij de rechtsbetrekking, zodat in zoverre voldaan is aan de eisen van art. 843a Rv. De kern van het geschil is gelegen in de vraag of [gedaagde 6] c.s. voldoende rechtmatig belang bij afschrift van of inzage in die stukken hebben.

In het algemeen kan daaromtrent worden opgemerkt, dat, hoewel juist is dat het Nederlandse recht geen algemene exhibitieplicht kent, de strenge eisen die aan een verzoek ex art. 843 a Rv in de jurisprudentie en literatuur waarop PWS zich beroept worden gesteld, met name zien op situaties waarin het de eisende partij in de (veelal nog aanhangig te maken) procedure was die een dergelijk verzoek deed. In die situaties doet zich het risico van de fishing expedition immers het meest gevoelen. Als, zoals in dit geval, gedaagden in een reeds aangevangen procedure een dergelijk verzoek doen, vloeit het rechtmatig belang veel sneller voort uit het gegeven dat, ook als de bewijslast bij de eisende partij ligt, een verweer gemotiveerd en onderbouwd moet worden om te kunnen voorkomen, dat de vordering aanstonds wordt toegewezen. Het verzoek dient uiteraard wel te voldoen aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

In dit geval acht de rechtbank van belang, dat PWS een zeer substantiële schadevergoeding van [gedaagde 6] c.s. vordert uit hoofde van onrechtmatige daad. Nu de verwijten van PWS met name zien op de invulling die [gedaagde 6] gaf aan zijn positie als (vice)voorzitter van de Raad van Toezicht ten opzichte van bepaalde projecten en [gedaagde 6] zich op het standpunt stelt dat die invulling niet onrechtmatig is geweest, lijken de notulen en vergaderstukken van de vergaderingen waar de betreffende projecten aan de orde zijn geweest voorshands rechtstreeks van belang te kunnen zijn voor de beoordeling van die vordering en van het verweer daartegen. In zoverre acht de rechtbank dan ook voldoende rechtmatig belang aanwezig. Vanzelfsprekend kan in dit stadium niet verder vooruitgelopen worden op de uit die stukken mogelijk te trekken conclusies.

Voor wat betreft de subsidiariteit geldt, dat niet valt uit te sluiten dat ook getuigenverhoren omtrent hetgeen ter vergadering is voorgevallen deels dezelfde informatie zouden kunnen opleveren; op de inhoud van verhoren kan thans niet worden vooruitgelopen. De getuigen zijn dan echter niet gehouden de stukken die ter vergadering zijn besproken over te leggen (als zij daarover nog zouden beschikken). Gelet op de aard van die stukken -kennelijk (ook) financiële stukken, berekeningen etc.- kan getuigenbewijs op dat punt redelijkerwijs niet als een zinvol alternatief worden beschouwd.

Tenslotte is -mede in het kader van de proportionaliteit- van belang, dat uit de stellingen van partijen lijkt voort te vloeien dat het gaat om stukken die [gedaagde 6] in elk geval ten dele in een eerder stadium heeft gehad of had kunnen ontvangen in het kader van zijn functie als (vice)voorzitter van de Raad van Toezicht van PWS; PWS beroept zich ook niet expliciet op een zwaarwegend belang dat aan overlegging in de weg zou staan. Voor zover haar betoog dat het om een aanzienlijke hoeveelheid stukken gaat die moeten worden opgezocht hetgeen haar organisatie zeer zou belasten is gehandhaafd, kan dat niet als zodanig gelden. Een professionele organisatie moet haar bedrijfsprocessen zo geordend hebben dat dit soort stukken eenvoudig te traceren is.

10.2

De rechtbank acht, tegen de achtergrond van hetgeen hiervoor onder 10.1 werd overwogen, de primaire vordering onder a niet toewijsbaar, maar die onder b ten dele wel, zoals hierna in het dictum weer te geven, op grond van het navolgende.

De omschrijving onder a is erg ruim, zo ruim dat ernstig betwijfeld kan worden of de stukken wel voldoende bepaald zijn; dat punt mist echter belang, omdat de doorslag geeft dat (mede gelet op de hiervoor omschreven eisen, waaronder de proportionaliteitseis) niet valt in te zien waarom [gedaagde 6] belang zou hebben bij alle stukken behorende bij alle genoemde vergaderingen. Dat is ook niet behoorlijk toegelicht.

Voor wat betreft de vordering onder b geldt, dat [gedaagde 6] gelet op hetgeen hiervoor werd overwogen voldoende belang heeft bij de agenda’s en notulen en bij de bijlagen bij de agenda en de agendastukken (waaronder de rechtbank verstaat: alle stukken die op de betreffende vergadering ter tafel waren), doch alleen voor zover daarin (eventueel zijdelings) één of meer van de projecten genoemd worden waaromtrent PWS thans [gedaagde 6] c.s. verwijten maakt.

Daarbij zij opgemerkt dat de rechtbank [gedaagde 6] zo begrijpt dat hij beschikt over de agenda en notulen van de vergaderingen waarbij dat is aangegeven op de als productie 1 bij de conclusie van eis in het incident gevoegde lijst. Die lijst vermeldt geen data meer na 12 juni 2003. Hoewel de incidentele eis ook nog een periode daarna (tot oktober 2005) bestrijkt, is daaromtrent niets specifieks gesteld terwijl toch van [gedaagde 6] verwacht mocht worden dat hij in elk geval aan zou geven, met datum of met nummer van de vergadering, of daarna nog vergaderingen hebben plaatsgevonden ter zake waarvan stukken worden gevraagd. Nu dat niet is gebeurd zijn de gevorderde stukken in zoverre onvoldoende bepaald, zodat de vordering op dat punt wordt afgewezen.

10.3

In redelijkheid valt niet in te zien -en PWS heeft dat ook niet (gemotiveerd) betoogd- waarom zou moeten worden volstaan met inzage in plaats van afgifte van kopieën; PWS zal dus veroordeeld worden tot het verschaffen van afschriften.

De rechtbank acht een termijn van 20 werkdagen voor het verschaffen van die afschriften redelijk.

[gedaagde 6] zal de kosten van de afschriften hebben te voldoen. De rechtbank gaat ervan uit, dat PWS bij het aanleveren van de afschriften een gespecificeerde nota van die kosten voegt, die [gedaagde 6] binnen 30 dagen daarna zal betalen. Het spreekt daarbij vanzelf dat de in rekening te brengen kosten redelijk dienen te zijn.

10.4

De figuur van de toezichthoudende derde die [gedaagde 6] benoemd wenst te zien kent de wet niet. Daargelaten of een dergelijke constructie mogelijk zou zijn, de rechtbank acht de noodzaak daarvan onvoldoende aannemelijk, nu enerzijds [gedaagde 6] aanwezig is geweest bij de vergaderingen en dus in elk geval de stukken in grote lijnen op volledigheid kan beoordelen en anderzijds de stukken ook overigens eenvoudig te controleren zullen zijn (uit de agenda en notulen valt immers, naar moet worden aangenomen, af te leiden welke agendastukken er moeten zijn die op de betreffende projecten zien). Indien mocht blijken dat PWS, ondanks de veroordeling, niet alle stukken overlegt zal de rechtbank daaraan bovendien consequenties kunnen verbinden.

Op mutatis mutandis dezelfde gronden ziet de rechtbank geen aanleiding een dwangsom op te leggen; de gang van zaken in het kader van de strafzaak doet daaraan niet af.

De betreffende delen van de vordering worden dus afgewezen.

10.5

Nu PWS geen aparte aandacht heeft besteed aan de positie van Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal en tussen partijen kennelijk vast staat dat dit vennootschappen zijn die gecontroleerd worden door [gedaagde 6] en de verwijten van PWS jegens die vennootschappen daar ook geheel op gebaseerd zijn, moeten zij eveneens geacht worden voldoende belang te hebben en zal hun incidentele vordering op dezelfde wijze als die van [gedaagde 6] worden toegewezen.

In de hoofdzaak,

tegen Transformanagement, Chilston, [gedaagde 3], Valtrop Consultancy, Valtop Beheer, [gedaagde 10], [gedaagde 11], Giam, [gedaagde 13], Bubuco en [gedaagde 16],

voor wat betreft [gedaagde 3], Valtrop Consultancy, Valtop Beheer, [gedaagde 10], [gedaagde 11], Giam, [gedaagde 13], Bubuco en [gedaagde 16] in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

10.6

Zoals eerder gezegd hebben Transformanagement en Chilston hun verweer gebundeld, evenals respectievelijk [gedaagde 3], Valtop Consultancy en Valtop Beheer, [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal, [gedaagde 13] en Bubuco en tenslotte [gedaagde 10], [gedaagde 11] en Giam; aan de zijde van gedaagden (in conventie) zijn aldus, als van Bruggen als groep wordt gerekend, in totaal zes groepen te onderscheiden. De aard en omvang van de verweren lopen daarbij uiteen.

In (voorwaardelijke) reconventie zijn aan de zijde van eisers vier groepen te onderscheiden.

[gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal hebben, zoals uit het voorgaande blijkt, een incidentele vordering ingesteld, zodat wat betreft hun zaken het inhoudelijke debat -tot en met conclusie van dupliek in (re)conventie- nog niet is afgerond en na dit vonnis zal moeten worden voortgezet. Bij de anderen is dat debat wel afgerond, nu PWS kennelijk geen behoefte heeft aan het nemen van een conclusie van dupliek in reconventie.

10.7

Mede tegen de achtergrond van deze procedurele situatie komt het de rechtbank geraden voor dat, in de zaken tegen Transformanagement, Chilston, [gedaagde 3], Valtrop Consultancy, Valtop Beheer, [gedaagde 10], [gedaagde 11], Giam, [gedaagde 13], Bubuco en [gedaagde 16], een comparitie van partijen wordt gelast teneinde met partijen te overleggen over de voortgang van de procedure en te bezien of op sommige punten overeenstemming bereikt kan worden.

Daarbij zullen in elk geval de volgende onderwerpen aan de orde zijn:

-de stand van zaken in de strafrechtelijke procedures, de relevantie daarvan en de vraag of daarin het vonnis moet worden afgewacht;

-de stand van zaken in de civiele procedure tegen [persoon 1], de relevantie daarvan en de vraag of daarin het arrest moet worden afgewacht;

-de beslagen;

-eventueel in te winnen deskundigenberichten omtrent de waarde van de betrokken objecten;

-de vraag of uit proceseconomische overwegingen afspraken te maken zijn over de voortgang van de procedure, bijvoorbeeld in die zin dat begonnen wordt met (bewijslevering omtrent) een of enkele projecten, en dat het debat over de omvang van de schade voorlopig wordt geparkeerd.

Indien partijen er de voorkeur aan geven dat deze comparitie eerst plaatsvindt nadat ook de zaken tegen [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal zijn afgeconcludeerd kunnen zij dat de rechtbank laten weten.

Elke verdere beslissing wordt in dit stadium aangehouden.

In de hoofdzaak in conventie en in reconventie voorts

ten aanzien van [gedaagde 6] c.s.

10.8

De zaak wordt naar de rol verwezen van 30 juni 2009 voor conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie; de rechtbank gaat ervan uit dat [gedaagde 6] c.s. daarmee voldoende tijd hebben om de stukken die PWS als gevolg van de incidentele veroordeling uiterlijk 20 werkdagen na heden, dus uiterlijk op 4 mei 2009, dient te verschaffen te bestuderen. De rechtbank is thans voornemens om, nadat [gedaagde 6] c.s. hebben geconcludeerd (of, indien PWS daaraan in dit geval wel behoefte heeft, PWS haar conclusie van dupliek in reconventie heeft genomen) een comparitie te gelasten.

Zoals uit rechtsoverweging 10.7 volgt zal in beginsel reeds eerder een comparitie plaatsvinden in de zaken tegen de andere gedaagden. De rechtbank heeft er geen bezwaar tegen dat [gedaagde 6] c.s. bij die comparitie aanwezig zijn en daar in voorkomend geval ook het woord voeren voor zover dat in het belang van de goede proceseconomie dienstig is.

11 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

In het incident ex art. 843a Rv

veroordeelt PWS om, binnen 20 werkdagen na heden, aldus uiterlijk op 4 mei 2009, aan [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal te verstrekken afschriften van

alle agenda’s en notulen van de Raad van Toezicht van PWS van de 27e vergadering (op 16 september 1998), de 28e vergadering (op 25 november 1998), de 31e vergadering (op 23 juni 1999), de 33e vergadering (op 2 februari 2000), de 35e vergadering (op 17 mei 2000), de 36e, 37e en 38e vergadering, de 39e vergadering (op 21 mei 2001), de 41e en 42e vergadering en de 43e vergadering (op 17 juni 2002);

voor wat betreft de 27e tot en met de 46e vergadering, telkens alle bijlagen bij de agenda en alle agendastukken, in het bijzonder memo’s, adviezen of schriftelijke mededelingen door het bestuur van PWS aan de Raad van Toezicht alles voor zover daarin één of meer van de volgende projecten worden genoemd: Aelbrechtskade, Giam-pakketten, Rijnhotel, TKN-pakketten A+B, Vissersdijk, ATTA-pakket, Schoterbos, St. Jacobsplaats, Woonplus I en II, Slaakhuys, Ruijgrok, Pleinweg, Dunehold, Hooge Marinier en Branderspoort;

veroordeelt [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal om op deugdelijke opgave van PWS de kosten van deze afschriften binnen 30 dagen na die opgave te voldoen;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

reserveert de kosten tot het eindvonnis in de hoofdzaak;

In de hoofdzaak,

in conventie en in reconventie

in de zaken van [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal

verwijst de zaak naar de rol van 30 juni 2009 voor conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie zijdens [gedaagde 6], Jamabel, Zuidsingel en Berkendaal;

in de zaken van Transformanagement en Chilston,

en in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

in de zaken van [gedaagde 3], Valtrop Consultancy, Valtop Beheer, [gedaagde 10], [gedaagde 11], Giam, [gedaagde 13], Bubuco en [gedaagde 16],

beveelt partijen, in persoon voor zover zij natuurlijke personen zijn, deugdelijk vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is voor zover zij rechtspersonen zijn, vergezeld door hun raadslieden te verschijnen in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. Hofmeijer-Rutten, op woensdag 8 juli 2009 van 9.30 u tot 12.30 u teneinde als onder 10.7 voormeld;

bepaalt dat bescheiden die op de zaak betrekking (kunnen) hebben en die nog niet in de procedure zijn overgelegd door de partij die deze ter gelegenheid van de comparitie ter sprake wil brengen uiterlijk twee weken vóór de zitting aan de rechter (sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 [gedaagde 10] Rotterdam) en aan de wederpartij dienen te worden toegezonden;

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten.

Uitgesproken in het openbaar.

106/204