Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BI1533

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-04-2009
Datum publicatie
17-04-2009
Zaaknummer
10/651115-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Rotterdam

Promis:

De verdachte heeft tijdens zijn werkzaamheden voor een zorginstelling drie hoogbejaarde vrouwen verkracht en ontucht gepleegd met één hoogbejaarde vrouw. Gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en TBS met voorwaarden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 38
Wetboek van Strafrecht 38a
Wetboek van Strafrecht 38e
Wetboek van Strafrecht 242
Wetboek van Strafrecht 249
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/651115-08

Datum uitspraak: 7 april 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op xx-xx-1965 te [plaatsnaam], zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichtingen Rijnmond, Huis van bewaring De IJssel te Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. C.A. Busquet, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24 maart 2009.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Het ten laste gelegde komt er op neer dat de verdachte tijdens zijn werkzaamheden voor een zorginstelling drie hoogbejaarde vrouwen heeft verkracht en één hoogbejaarde vrouw heeft aangerand en/of ontucht met deze vrouwen heeft gepleegd, terwijl zij zich aan zijn zorg en hulp hadden toevertrouwd.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. De Jong heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde verkrachting en de onder 2 ten laste gelegde aanranding;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met voorwaarden.

BEWIJSMOTIVERING EN BEWEZENVERKLARING

Feit 1.

Aangezien de verdachte de onder 1 ten laste gelegde verkrachting, zoals hierna bewezen verklaard, heeft bekend, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

1. de aangifte door [naam aangeefster] ;

2. de processen-verbaal met daarin de bekennende verklaringen van de verdachte .

Feit 2.

Van het volgende wordt uitgegaan:

Op 31 juli 2008 heeft [naam aangeefster], geboren op xx-xx-1921, aangifte gedaan van aanranding op 28 juli 2008. Dit gebeurde in haar woning in een bejaardenflat te [plaatsnaam]. Zij maakt gebruik van thuiszorg van [naam thuiszorgorganisatie]. Een man van de thuiszorg was bij haar thuis en hij ging naast haar zitten op de leuning van haar stoel. Kort hierna voelde zij en zag zij dat de man haar rechterborst pakte en deze begon te kneden. Zij heeft gezegd dat hij dat niet moest doen. De man zei vervolgens: “oma ik vind het zo lekker”.

De verdachte heeft verklaard dat hij het niet meer precies weet, maar dat het best zou kunnen dat hij de borst van mevrouw [naam aangeefster] heeft aangeraakt toen hij met haar kroelde. Hij is bij haar op de stoelleuning gaan zitten en heeft haar geknuffeld. Hij heeft gezegd “dat hij het zo lekker vond” of iets dergelijks. Volgens de verdachte is hij te ver gegaan.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gedrag van de verdachte als aanranding moet worden aangemerkt.

De raadsman heeft gesteld dat zijn cliënt blijft ontkennen opzet te hebben gehad op het plegen van ontucht. De betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster wordt in twijfel getrokken omdat de verklaringen van zijn cliënt en die van aangeefster tegenstrijdig zijn. Daarbij komt dat aangeefster heeft verklaard dat zij cliënt één keer heeft gezien, terwijl uit de weekstaat en de verklaringen van zijn cliënt blijkt hij vaker bij haar is geweest. Gelet hierop wordt vrijspraak gevraagd van het onder twee ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt als volgt.

Anders dan de verdediging stelt, zijn de verklaringen van aangeefster en van de verdachte niet tegenstrijdig, maar grotendeels gelijkluidend. Zowel aangeefster als de verdachte verklaren dat hij bij een thuisbezoek naast haar is gaan zitten op de stoelleuning. Uit beider verklaringen blijkt ook dat aangeefster vervolgens op een door haar niet gewenste wijze is aangeraakt door de verdachte. De verklaring van aangeefster dat zij bij haar rechterborst is gepakt, is aannemelijk, mede gelet op de verklaring van de verdachte dat het best zou kunnen dat hij haar borst heeft aangeraakt; hij heeft voorts erkend dat hij ‘te ver’ is gegaan. Dat deze aanraking een door de verdachte bewust gewilde seksuele handeling was, leidt de rechtbank af uit de omstandigheid dat de verdachte, nadat aangeefster te kennen had gegeven daarvan niet gediend te zijn en hij zijn hand terug trok, heeft gezegd dat “hij het zo lekker vond”. Gezien het voorgaande heeft de handelwijze van de verdachte een ontuchtig karakter gehad en is zijn opzet daarop gericht geweest.

Niettegenstaande het vorenstaande is de ten laste gelegde aanranding van mevrouw [naam aangeefster], anders dan door de officier van justitie is gevorderd, niet wettig en overtuigend bewezen. Immers, niet is gebleken van (bedreiging met) geweld of van (bedreiging met) een andere feitelijkheid waardoor de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat mevrouw [naam aangeefster] moest dulden dat haar borst werd aangeraakt. Nu de voor een bewezenverklaring van aanranding vereiste dwang ontbreekt, dient de verdachte van het gedeelte van het onder 2 ten laste gelegde dat hierop betrekking heeft, te worden vrijgesproken.

Dit geldt evenwel niet voor de eveneens ten laste gelegde ontucht als bedoeld in artikel 249, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte was uit hoofde van zijn werkzaamheden als thuiszorgmedewerker bij aangeefster op bezoek. Hij heeft tijdens dit bezoek de hierboven vermelde ontuchtige handeling gepleegd, terwijl aangeefster zich aan zijn hulp en zorg had toevertrouwd. Gelet hierop is de onder 2 ten laste gelegde ontucht wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3.

Aangezien de verdachte de onder 3 ten laste gelegde verkrachting, zoals hierna bewezen verklaard, heeft bekend, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

1. de aangifte door [naam aangeefster] ;

2. de processen-verbaal met daarin de bekennende verklaringen van de verdachte .

Feit 4.

Van het volgende wordt uitgegaan:

Op 6 augustus 2008 heeft mevrouw [naam aangeefster] aangifte gedaan tegen de verdachte. Zij heeft verklaard dat hij werkt bij de thuiszorg van [naam thuiszorgorganisatie] en al twee jaar bij haar thuis in [plaatsnaam] komt om haar te verzorgen. Vorige week - aangeefster weet het niet meer precies maar het kan zijn dat het op 27 juli 2008 was - is de verdachte

’s ochtends vroeg langs gekomen om haar te wassen en aan te kleden. Hij heeft aangeefster toen uit bed gehaald en naar de badkamer gebracht, want zij kan niet meer zelfstandig lopen en ook met haar handen kan zij bijna niets meer. De verdachte heeft haar uitgekleed. Vervolgens is zij onder de douche gaan staan, waarbij zij steunde op de verdachte. Op een gegeven moment kneedde de verdachte haar onderbuik en haar vagina. Hierna voelde zij dat hij met zijn vingers tussen haar binnenste schaamlippen ging. Ze hoorde de verdachte nog tegen haar zeggen: “lekker hè”. Aangeefster heeft gezegd dat zij dit niet wilde, maar zij kon niets tegen hem doen.

De verdachte heeft verklaard dat hij mevrouw [naam aangeefster] tijdens de nachtdienst van 26 juli 2008 heeft gedoucht. Hij heeft haar meegenomen naar de badkamer en haar daar uitgekleed. Onder de douche heeft hij aangeefster onverwacht in haar kruis gepakt. Hij heeft haar clitoris gestimuleerd en haar gevingerd, zoals aangeefster heeft verklaard. Desgevraagd heeft hij bevestigd dat hij met zijn vingers in haar vagina is geweest.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde verkrachting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde verkrachting, omdat aangeefster heeft verklaard dat zijn cliënt niet met zijn vingers in haar vagina is geweest en zijn cliënt hierover warrig heeft verklaard. Eerst heeft zijn cliënt ontkend dat hij met zijn vingers in haar vagina is geweest, maar later heeft hij dit bekend.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit het vorenstaande blijkt dat de verdachte als thuishulp werkzaam is geweest bij [naam thuiszorgorganisatie] en in de uitoefening van die functie op 26 of 27 juli 2008 in de woning van aangeefster in [plaatsnaam] is geweest. Hij heeft haar naar de badkamer begeleid en haar daar geholpen met uitkleden en onder de douche geholpen, waarbij hij haar heeft ondersteund. Vervolgens heeft hij opeens haar vagina beetgepakt. Zodoende heeft de verdachte aangeefster door feitelijkheden gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, waarbij zij in een situatie is gebracht waarin zij zich niet meer tegen deze handelingen kon verzetten.

Afgaande op de verklaring van de verdachte is aangeefster door hem gevingerd, waarbij hij met zijn vingers in haar vagina is geweest en is er dus sprake geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van aangeefster. Dat daarvan sprake is geweest, wordt ook aangenomen op grond van de verklaring van aangeefster dat de verdachte met zijn vingers tussen haar binnenste schaamlippen ging, hetgeen bevestiging vindt in de verklaring van de verdachte dat hij haar clitoris heeft gestimuleerd. Deze handelingen merkt de rechtbank aan als seksueel binnendringen van het lichaam. De rechtbank acht derhalve de onder 4 ten laste gelegde verkrachting wettig en overtuigend bewezen.

Gelet op het bovenstaande is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 28 juli 2008 te [plaatsnaam] door feitelijkheden iemand, te weten

[naam aangeefster] geboren op xx-xx-1915, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het brengen en houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster], waarbij die feitelijkheden hebben bestaan uit het vanuit zijn hoedanigheid als oproepkracht van [naam thuiszorgorganisatie], masseren van de rug en schouders en vervolgens de borsten en de schaamstreek van die [naam aangeefster] en daardoor een situatie creëren als gevolg waarvan die [naam aangeefster] zich niet tegen seksuele handelingen van verdachte kon verzetten en vervolgens onverhoeds zijn, verdachtes vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster] te brengen en te houden;

2.

hij op 28 juli 2008 te [plaatsnaam] terwijl hij toen werkzaam was als oproepkracht bij [naam thuiszorgorganisatie], ontucht heeft gepleegd met [naam aangeefster]geboren op xx-xx-1921, die zich als patiënt aan verdachtes hulp en zorg had toevertrouwd, immers heeft hij onverhoeds de rechterborst van die [naam aangeefster] aangeraakt;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 01 juli 2008 tot en met

4 augustus 2008 te [plaatsnaam] meermalen door feitelijkheden naam aangeefster] geboren op xx-xx-1918, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het brengen en houden van zijn, verdachtes vinger(s) en/of penis in de vagina van die [naam aangeefster], waarbij die feitelijkheden hebben bestaan uit het vanuit zijn hoedanigheid als oproepkracht bij [naam thuiszorgorganisatie] onderzoeken en betasten van het lichaam van die [naam aangeefster] en onder meer daardoor een situatie creëren als gevolg waarvan die [naam aangeefster] zich niet tegen seksuele handelingen van verdachte kon verzetten en vervolgens onverhoeds zijn verdachtes vinger(s) en/of penis in de vagina van die [naam aangeefster] te brengen en te houden;

4.

hij in de periode van 26 tot en met 27 juli 2008 te [plaatsnaam] door feitelijkheden [naam aangeefster] geboren op xx-xx-1922, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het brengen en houden van zijn, verdachtes vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster] waarbij die feitelijkheden hebben bestaan uit het terwijl hij als oproepkracht werkzaam was bij [naam thuiszorgorganisatie] die [naam aangeefster] in de badkamer ondersteunde en daardoor een situatie creëerde als gevolg waarvan die [naam aangeefster] zich niet meer tegen seksuele handelingen kon verzetten en waarbij hij, verdachte vervolgens onverhoeds) zijn, verdachtes vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster] heeft gebracht en gehouden .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1. verkrachting;

2. ontucht plegen als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, met iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd;

3. verkrachting;

4. verkrachting.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING / MOTIVERING MAATREGEL

De straf en de maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft drie hoogbejaarde vrouwen verkracht en met één hoogbejaarde vrouw ontucht gepleegd, tijdens bezoeken aan hen als thuiszorgmedewerker. De slachtoffers werden als het ware overvallen door de seksuele handelingen van de verdachte, aan wiens hulp en zorg zij zich hadden toevertrouwd. Zij konden hem niet of nauwelijks fysieke weerstand bieden. Zodra zij te kennen gaven niet gediend te zijn van zijn handelingen, stopte de verdachte overigens wel daarmee.

De verdachte heeft zijn lustgevoelens bevredigd, ondanks dat hij zich bewust was van het laakbare van zijn handelen en ten koste van de slachtoffers. Zodoende heeft hij niet alleen de lichamelijke integriteit van de slachtoffers op grove wijze geschonden, maar ook hun vertrouwen in hem als zorg- en hulpverlener. Dit heeft geleid tot boosheid en verdriet bij de slachtoffers. Mogelijk zullen zij als gevolg van wat hen is overkomen voortaan angstig zijn en wantrouwend ten opzichte van anderen en dat terwijl zij steeds meer afhankelijk zullen worden van anderen. Feiten zoals de verdachte heeft gepleegd, veroorzaken ook beroering in de samenleving en dragen bij aan een gevoel van onveiligheid.

Op dergelijke feiten zal de rechtbank onder meer reageren met het opleggen van een gevangenisstraf van geruime duur.

Aangezien de rechtbank de onder 2 ten laste gelegde aanranding niet bewezen acht en daarnaast geen grond ziet voor het oordeel dat de verdachte geweld heeft toegepast bij de feiten, zal een kortere gevangenisstraf worden opgelegd dan geëist.

De verdachte is niet eerder veroordeeld, maar wel eerder in aanraking is geweest met justitie in verband met een zedenmisdrijf, hetgeen destijds heeft geleid tot een sepot onder de voorwaarde dat de verdachte behandeling zou ondergaan. De rechtbank houdt hier rekening mee.

Tevens houdt de rechtbank rekening met hetgeen over de verdachte is gerapporteerd door de geraadpleegde deskundigen en de reclassering.

Psychiater Guijt heeft - verkort weergegeven - vastgesteld dat bij de verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Dit was ook het geval ten tijde van het plegen van de strafbare feiten, indien bewezen. Hij moet als verminderd toerekeningsvatbaar daarvoor worden beschouwd. Als de verdachte niet wordt behandeld bestaat er een verhoogde kans op recidive van (soortgelijke) feiten. Een eerdere ambulante behandeling voor plegers van seksuele delicten gericht op het gedrag van de verdachte en met behulp van medicatie heeft onvoldoende effect gehad. De verdachte heeft een langdurige intensieve klinische behandeling nodig, voornamelijk gericht op impulscontrole, waarbij veel structuur wordt geboden en mogelijk ook medicatie. Vanwege het feit dat de verdachte zijn medewerking aan behandeling toezegt, wordt in overweging gegeven dit te doen in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Klinisch psycholoog drs. Van Giessen heeft overeenkomstig geoordeeld en heeft eveneens een terbeschikkingstelling met voorwaarden geadviseerd.

De reclassering deelt de meningen en de adviezen van de deskundigen, maar uit tevens zorgen over het voorgestelde traject, gelet op het bagatelliseren door de verdachte van het delictgedrag, waarbij hij zich niet geremd heeft gevoeld door de leeftijd van de slachtoffers. De reclassering heeft een plan van aanpak gemaakt en voorwaarden geformuleerd die aan een terbeschikkingstelling verbonden kunnen worden. De verdachte kan worden opgenomen in de Forensisch Psychiatrische Afdeling [plaatsnaam].

Alles afwegend wordt, naast een gevangenisstraf, het opleggen van de maatregel van ter beschikkingstelling met voorwaarden passend en geboden geacht. In dit verband is relevant dat de delicten ter zake waarvan de maatregel wordt opgelegd misdrijven betreffen die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Voorts is van belang dat de verdachte heeft verklaard dat hij behandeld wil worden en dat hij de te stellen voorwaarden zal naleven.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 38, 38a, 38e, 242 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen i s verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 2 (twee) jaar;

- gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

- stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

1. hij laat zich klinisch opnemen in de GGZ op een Forensisch Psychiatrische Afdeling waar hij zich aan de aanwijzingen houdt van zijn behandelaar(s);

2. hij ondergaat een medicamenteuze behandeling indien dit aangewezen is in het kader van de behandeling;

3. hij stelt zich begeleidbaar en behandelbaar op en hij laat zich na de klinische opname ambulant begeleiden;

4. hij geeft openheid van zaken op alle leefgebieden;

5. wijzigingen in de leefsituatie (wonen/werk) vinden in nauw overleg met de reclassering plaats;

6. hij houdt zich aan de afspraken met en de aanwijzingen van de reclassering;

7. hij komt niet meer met justitie in aanraking.

- geeft aan de reclassering opdracht de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Wiersinga, voorzitter,

en mrs. Van der Kaaij en Verloop, rechters,

in tegenwoordigheid van Van der Heijde, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 april 2009.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van 7 april 2009.

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 27 juli tot en met 28 juli 2008 te [plaatsnaam] door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met

geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten

[naam aangeefster] (geboren op xx-xx-1915), heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster], waarbij dat geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (vanuit zijn hoedanigheid als zorgverlener/medewerker/oproepkracht van [naam thuiszorgorganisatie], masseren van de rug en/of schouders en/of vervolgens de borsten en/of de schaamstreek van die [naam aangeefster] en/of (onder meer) daardoor een situatie creëren als gevolg waarvan die [naam aangeefster] zich niet tegen (verdergaande) seksuele handelingen van verdachte kon verzetten/verzette en/of (vervolgens) onverhoeds zijn, verdachtes vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster] heeft gebracht en/of gehouden;

en/of

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 27 juli 2008 tot en met 28 juli 2008 te [plaatsnaam] terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke

zorg, namelijk als zorgverlener/medewerker van zorginstelling/oproepkracht bij [naam thuiszorgorganisatie], ontucht heeft gepleegd met [naam aangeefster] (geboren op xx-xx- 1915), die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij

- de rug en/of schouders en/of de borst(en) en/of (vervolgens) de buik en/of de schaamstreek van die [naam aangeefster] gemasseerd/betast en/of (vervolgens)

- (onverhoeds) zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster] gebracht en/of gehouden;

(art. 242/249 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 28 juli 2008 te [plaatsnaam] door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam aangeefster] (geboren op xx-xx-1921), heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het kneden en/of strelen, althans betasten en/of aanraken van de borst(en), waarbij dat geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het onverhoeds (vanuit zijn hoedanigheid van zorgverlener/medewerker/oproepkracht van [naam thuiszorgorganisatie] vastpakken bij de borst(en) over de kleding;

en/of

hij op of omstreeks 28 juli 2008 te [plaatsnaam] terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, als zorgverlener/medewerker/oproepkracht bij [naam thuiszorgorganisatie], ontucht heeft gepleegd met [naam aangeefster] (geboren op xx-xx-1921), die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij (onverhoeds) de borst(en) van die [naam aangeefster] gekneed en/of gestreeld, althans betast en/of aangeraakt;

(art. 246/249 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2008 tot en met

4 augustus 2008 te [plaatsnaam] meermalen, althans eenmaal, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten (telkens) [naam aangeefster] (geboren op xx-xx- 1918), heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (telkens) bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (telkens) brengen en/of houden van zijn, verdachtes vinger(s) en/of penis in de vagina van die [naam aangeefster], waarbij dat geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging

met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) (telkens) heeft/hebben bestaan uit het (vanuit zijn hoedanigheid als zorgverlener/medewerker/oproepkracht bij [naam thuiszorgorganisatie] onderzoeken en/of betasten van het lichaam van die [naam aangeefster] en/of (onder meer) daardoor een situatie creëren als gevolg waarvan die

[naam aangeefster] zich niet tegen (verdergaande) seksuele handelingen van verdachte kon verzetten/verzette en/of (vervolgens) (telkens) onverhoeds zijn verdachtes vinger(s) en/of penis in de vagina van die [naam aangeefster] heeft gebracht en/of gehouden;

en/of

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 01 juni 2008 tot en met 4 augustus 2008 te [plaatsnaam], meermalen, althans eenmaal, terwijl hij toen (telkens) werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, namelijk als zorgverlener/medewerker/oproepkracht bij [naam thuiszorgorganisatie], (telkens) ontucht heeft gepleegd met [naam aangeefster] (geboren op xx-xx-1918), die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij (telkens) het lichaam van die [naam aangeefster] onderzocht en/of betast en/of (vervolgens) (onverhoeds) zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis in de vagina van die [naam aangeefster] gebracht en/of gehouden;

(art. 242/249 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op een tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 26 tot en met 27 juli 2008 te [plaatsnaam] door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam aangeefster] (geboren op xx-xx-1922), heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het sexueel binnendringen van het lichaam, namelijk het brengen en/of houden van zijn, verdachtes vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster] waarbij dat geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of (de bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft bestaan uit het (terwijl hij als zorgverlener/medewerker/oproepkracht werkzaam was bij [naam thuiszorgorganisatie] die [naam aangeefster] in de badkamer hielp/ondersteunde en

daardoor een situatie creeerde als gevolg waarvan die [naam aangeefster] zich niet meer tegen (verdergaande) seksuele handelingen kon verzetten/verzette en/of waarbij hij, verdachte (vervolgens)(onverhoeds) zijn, verdachtes vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster] gebracht en/of gehouden en/of de schaamplippen/vagina heeft betast;

en/of

hij op een tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 26 tot en met 27 juli 2008 te [plaatsnaam] terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke

zorg, als zorgverlener/medewerker/oproepkracht bij [naam thuiszorgorganisatie],

ontucht heeft gepleegd met [naam aangeefster] (geboren op xx-xx-1922), die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij (onverhoeds) zijn, verdachtes vinger(s) in de vagina van die [naam aangeefster] gebracht en/of de schaamlippen/vagina van die [naam aangeefster] gekneed en/of gestreeld, althans betast en/of aangeraakt;

(art. 242/249 Wetboek van Strafrecht)