Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BI0636

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2009
Datum publicatie
09-04-2009
Zaaknummer
288321 / HA ZA 07-1786
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot levering van energie. Zorgplicht afnemer geschonden door onbekende derde toe te laten tot meterkast en hem gelegenheid te geven werkzaamheden te verrichten zonder te controleren wat hij deed en zonder energieleverancier op de hoogte te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 288321 / HA ZA 07-1786

Uitspraak: 8 april 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. M.A. Bosman,

- tegen -

1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENECO ENERGIE SERVICES B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENECO NETBEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.B. Kloosterman.

Eiser wordt hierna aangeduid als “[eiser]”. Gedaagden worden hierna gezamenlijk aangeduid als “Eneco”. Afzonderlijk worden zij aangeduid als “Eneco Energie Services” en als “Eneco Netbeheer”.

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 11 juli 2007, met producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 9 januari 2008, waarbij een comparitie van partijen

is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 10 september 2008.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [eiser] is woonachtig aan de [adres] te [woonplaats]. Ten behoeve van de levering van energie aan dat adres heeft [eiser] met Eneco Netbeheer een overeenkomst gesloten.

2.2 Op deze overeenkomst zijn van toepassing de Algemene voorwaarden Aansluiting en Transport ENECO NetBeheer Elektriciteit 2006 voor kleinverbruikers + Kwaliteitscriteria (hierna: de algemene voorwaarden). Deze algemene voorwaarden luiden voor zover relevant als volgt:

“Artikel 4 – Bijzondere verplichtingen van de contractant

[…]

2. De contractant is gehouden, voor zover zulks redelijkerwijs nodig is, aan de netbeheerder zijn medewerking te verlenen bij de toepassing en de uitvoering van het in de aansluit- en transportovereenkomst bepaalde en de controle op de naleving daarvan, en wel in het bijzonder door:

a. de netbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van door hem waargenomen of vermoede schade, gebreken of onregelmatigheden in het in het perceel aanwezige gedeelte van de aansluiting en/of de meetinrichting, verbreking van de verzegeling daaronder begrepen;

[…]

3. De contractant is gehouden het redelijkerwijs mogelijke te doen om schade aan het in het perceel aanwezige gedeelte van de aansluiting en/of de meetinrichting te voorkomen.

[…]

6. Het is de contractant niet toegestaan:

[…]

b. door of vanwege de netbeheerder of een erkende meetverantwoordelijke aangebrachte verzegelingen te verbreken of te doen verbreken;

c. handelingen te verrichten of te doen verrichten waardoor de hoeveelheid getransporteerde elektrische energie niet of niet juist kan worden vastgesteld, dan wel een situatie te scheppen waardoor het normaal functioneren van de meetinrichting of (andere) door de netbeheerder beheerde apparatuur wordt verhinderd […].

7. Indien de contractant toerekenbaar in strijd heeft gehandeld met een in dit artikel bedoelde verplichting, kan de netbeheerder hem indien er (mede) sprake is van niet door de meetinrichting geregistreerde energie een boete opleggen […]. In plaats van een boete kan de netbeheerder betaling van de kosten van transport vorderen en/of de kosten van feitelijke levering in rekening brengen en/of schadevergoeding verlangen. […]”

2.3 Met toestemming van [eiser] heeft een zekere [persoon 1] enkele keren werkzaamheden uitgevoerd aan de hoofdaansluitkast in de kelder onder zijn woning.

2.4 Op 28 maart 2007 is in het naastgelegen pand aan de [adres 2] een hennepkwekerij ontdekt. Bij die gelegenheid bleek dat de kwekerij van energie werd voorzien via een kabel die was aangesloten op de hoofdaansluitkast in de kelder van de woning van [eiser]. Voorts bleek dat deze kabel zich bevond vóór de elektriciteitsmeter van [eiser], zodat de door de kabel getransporteerde elektriciteit niet door de meter werd geregistreerd. Ook bleek bij deze gelegenheid dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast van [eiser] was verbroken en verwijderd.

2.5 Naar aanleiding van deze constateringen heeft Eneco de elektriciteitstoevoer aan [eiser] beëindigd en bij hem een bedrag van € 7.086,53 in rekening gebracht.

2.6 Teneinde weer te kunnen beschikken over elektriciteit heeft [eiser] het in 2.4 genoemde bedrag betaald, evenwel onder protest en voorbehoud van rechten.

2.7 In een emailbericht van 24 mei 2007 aan Eneco heeft [eiser] onder meer het volgende geschreven:

“Een vriend, een zekere [persoon 1], van [mijn bovenbuurman] was zo “vriendelijk” om me te helpen. Hij vertelde dat hij ooit voor de Eneco had gewerkt en het probleem zo kon oplossen. In een mum van tijd had hij, zonder eerst mijn toestemming te vragen, de hoofdzekering kast opengeschroefd en de zegel verbroken en de zekering gerepareerd. Ik besefte dat dit een overtreding was maar het kwaad was reeds geschied. […] In ieder geval herhaalde zich dit euvel meerdere malen. Hij had mijn vertrouwen gewonnen, en ik liet hem zijn gang gaan zonder dat ik over zijn schouder keek. […] Ik besef dat dit mij aan te rekenen valt in zoverre dat de zegel verbroken was, ik had dit moeten melden.”

2.8 Eneco Energie Services treedt op als lasthebber van Eneco Netbeheer.

3 De vordering

De vordering luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Eneco te veroordelen tot betaling van € 7.086,53 met instandhouding van de bestaande overeenkomst, met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 [eiser] heeft geen jegens Eneco bestaande verplichting geschonden. Hij wist niets af van de illegale aansluiting noch van de hennepkwekerij, die kennelijk door zijn toenmalige buurman werd geëxploiteerd. Nu [eiser] van een en ander niet op de hoogte was, heeft hij eventuele schade van Eneco niet kunnen voorkomen.

3.2 Subsidiair geldt dat Eneco geen schade heeft geleden. Ook ontbreekt causaal verband tussen het handelen van [eiser] en eventuele schade.

3.3 [eiser] heeft het door Eneco in rekening gebrachte bedrag van € 7.086,53 dus onverschuldigd betaald. Hij heeft aanspraak op terugbetaling.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [eiser] in de kosten van het geding.

Eneco heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 [eiser] is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst met Eneco. Uit hoofde van de overeenkomst rust op [eiser] een zorgplicht die inhoudt dat hij er voor zorg moet dragen dat de geleverde elektriciteit correct door de meter geregistreerd wordt. [eiser] heeft die zorgplicht geschonden door toe te staan dat de in 2.3 en 2.7 genoemde [persoon 1] aan de hoofdaansluitkast sleutelde. Hij heeft dus gehandeld in strijd met artikel 4 lid 3 en lid 6 van de algemene voorwaarden. Ook heeft [eiser] in strijd met artikel 4 lid 2 niet zo spoedig mogelijk melding gemaakt van de beschadiging van de verzegeling, zulks terwijl hij wist dat die beschadiging had plaatsgevonden.

4.2 [eiser] heeft bovendien onrechtmatig jegens Eneco gehandeld. De in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke zorgvuldigheid brengt mee dat [eiser] ervoor diende zorg te dragen dat met de hem door Eneco ter beschikking gestelde apparatuur geen ongeoorloofde handelingen konden plaatsvinden. Die zorgvuldigheid heeft hij niet betracht.

4.3 [eiser] is gehouden tot vergoeding van de door zijn tekortkoming en onrechtmatige daad door Eneco geleden schade. Die schade omvat het bedrag gemoeid met de buiten de elektriciteitsmeter om afgenomen energie en voorts uit de kosten verbonden aan het onderzoek, administratiekosten en de kosten van een nieuwe elektriciteitsmeter.

4.4 Er is causaal verband tussen het handelen van [eiser] en deze schade. Het illegaal afnemen van elektriciteit is immers het redelijkerwijs te verwachten gevolg van het ter beschikking stellen aan een onbekende derde van de elektriciteitsmeter en het voortzetten van het gebruik daarvan nadat de verzegeling is verbroken. In deze omstandigheden kan de schade aan [eiser] worden toegerekend, ook al heeft een ander de aanpassingen aan de elektriciteitsmeter verricht.

4.5 Al met al was een rechtsgrond aanwezig voor de betaling door [eiser]. Van onverschuldigde betaling is geen sprake.

5 De beoordeling

5.1 [eiser] legt aan zijn vordering het standpunt ten grondslag dat hij het bedrag van € 7.086,53 zonder rechtsgrond en dus onverschuldigd aan Eneco heeft betaald. Eneco heeft het ontbreken van een rechtsgrond betwist. Het is aan [eiser] feiten te stellen en zonodig te bewijzen die kunnen leiden tot de conclusie dat een rechtsgrond voor de betaling ontbrak. Hij beroept zich immers op de rechtsgevolgen, te weten terugbetaling door Eneco.

5.2 [eiser] heeft gesteld dat op hem geen betalingsverplichting rustte, allereerst omdat hij niet is tekort geschoten in de nakoming van de onderhavige overeenkomst noch onrechtmatig jegens Eneco heeft gehandeld. Hij heeft daartoe gesteld dat hij nooit heeft geweten dat zijn buurman kennelijk een illegale aansluiting had aangelegd. In dit verband overweegt de rechtbank als volgt.

5.3 Uit de in 2.2 geciteerde bepalingen uit de toepasselijke algemene voorwaarden vloeit voort dat op [eiser] als contractuele wederpartij van Eneco een zorgplicht rust ten aanzien van het gebruik van de door Eneco geplaatste apparatuur. Deze zorgplicht houdt blijkens die bepalingen onder meer in dat hij zich dient in te spannen om schade aan de apparatuur te voorkomen, dat hij voorkomt dat elektriciteit buiten de meter om wordt geleverd en dat hij de aanwezige verzegeling ongemoeid laat. Ook rust op [eiser] de verplichting beschadiging aan de apparatuur te melden bij Eneco.

5.4 Gelet op de aldus inhoud gegeven zorgplicht van [eiser] is van belang dat hijzelf – zoals blijkt uit zijn email van 24 mei 2007 (zie 2.7) en zijn verklaring ter comparitie – een hem onbekende derde ([persoon 1]) heeft toegelaten tot de elektrische apparatuur, dat hij daarbij kennelijk heeft waargenomen dat deze [persoon 1] het zegel verbrak en dat hij deze [persoon 1] nadien nog enkele malen tot de apparatuur heeft toegelaten zonder te controleren wat deze precies deed. Door aldus te handelen heeft [eiser] stellig niet aan zijn zorgplicht voldaan. Hij heeft het integendeel mogelijk gemaakt dat er met de apparatuur geknoeid werd. Ook van belang is dat hij na het eerste bezoek van [persoon 1] – waarbij deze kennelijk nogal voortvarend te werk is gegaan – niet direct Eneco van de beschadigingen op de hoogte heeft gesteld. Ook dat is in strijd met de op [eiser] rustende verplichtingen. Dat klemt te meer, nu hij zich kennelijk terdege heeft gerealiseerd dat het handelen van [persoon 1] niet in de haak was. Blijkens zijn hierboven weergegeven email besefte hij immers dat het verbreken van de verzegeling een overtreding was.

5.5 Hieruit volgt dat [eiser] is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst met Eneco. Niet gebleken is van omstandigheden op grond waarvan hem deze tekortkoming niet zou kunnen worden toegerekend. Dat hij niet wist dat [persoon 1] een illegale aansluiting had gemaakt of dat zijn buurman een hennepkwekerij exploiteerde, doet er niet aan af dat het [eiser] moet worden toegerekend dat hij onvoldoende zorg heeft betracht om de illegale aansluiting te voorkomen. Het standpunt van [eiser] dat hij niet toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst is dus onjuist.

5.6 [eiser] heeft zich bij dagvaarding voorts op het standpunt gesteld dat Eneco geen schade heeft geleden, zodat ook om die reden een rechtsgrond voor de betaling ontbreekt. [eiser] heeft deze stelling bij dagvaarding niet onderbouwd. Bij conclusie van antwoord heeft Eneco gesteld dat zij wel schade heeft geleden, te weten tot het door [eiser] betaalde bedrag van € 7.086,53. Zij heeft daartoe gesteld dat de schade bestaat uit kosten van de buiten de meter om geleverde energie, vermeerderd met de kosten van onderzoek, administratie en een nieuwe elektriciteitsmeter. Eneco heeft blijkens haar stellingen de omvang van de buiten de meter om geleverde energie berekend op basis van het vermogen van de in de hennepkwekerij aangetroffen apparatuur, het aantal uren per dag dat die apparatuur blijkens de aangetroffen tijdschakelaars werd gebruikt en de periode dat de kwekerij in gebruik is geweest. Dat laatste stelt Eneco onder andere te hebben vastgesteld op basis van een door de Universiteit van Wageningen ontwikkelde rekenmethode. Eneco heeft haar stellingen onderbouwd met verschillende stukken, waaronder een rekenopstelling, een rapport van de aangetroffen situatie en het genoemde rapport van de Universiteit van Wageningen. [eiser] is ter comparitie niet meer teruggekomen op zijn standpunt dat Eneco geen schade heeft geleden. Gelet op de uitvoerige en met stukken onderbouwde stellingen van Eneco in dit verband had zulks wel van [eiser] mogen worden verwacht. Aldus moet worden aangenomen dat hij zich niet langer op het standpunt stelt dat Eneco geen schade heeft geleden. Bij de beoordeling van de vordering van [eiser] moet daarom als vaststaand worden aangenomen dat Eneco tot een bedrag van € 7.086,53 schade heeft geleden.

5.7 In de visie van [eiser] ontbreekt een rechtsgrond voor de betaling ook omdat het causaal verband ontbreekt tussen zijn tekortkoming en de schade van Eneco. Eneco heeft deze stelling betwist. In dit verband moet voorop gesteld worden dat zonder de tekortkoming van [eiser] de in 5.6 besproken schade niet zou zijn ontstaan. In zoverre is dus causaal verband aanwezig. De rechtbank begrijpt de stellingen van [eiser] echter ook in deze zin, dat de schade niet aan hem kan worden toegerekend omdat niet hij maar zijn buurman en [persoon 1] de illegale aansluiting hebben gerealiseerd en de hennepkwekerij hebben geëxploiteerd. De rechtbank volgt [eiser] echter niet in dit betoog. De op [eiser] rustende zorgplicht zoals omschreven in artikel 4 van de algemene voorwaarden strekt er klaarblijkelijk toe te voorkomen dat niet alle geleverde energie correct door de elektriciteitsmeter wordt geregistreerd. Het schenden van de zorgplicht door [eiser] heeft precies dat gevolg gehad: elektriciteit is onbemeten afgenomen. Aldus moet worden geoordeeld dat de schade (de totale hoeveelheid onbemeten energie, met nevenposten) in zodanig nauw verband staat met de aard van de geschonden zorgplicht, dat de schade aan [eiser] kan worden toegerekend. Of hij al dan niet wist van de aansluiting en de kwekerij doet dus niet ter zake.

5.8 Uit het voorgaande volgt dat [eiser] toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van zijn overeenkomst met Eneco alsook dat het door [eiser] aan Eneco betaalde bedrag de schade vormt die het gevolg is van die tekortkoming. Daarmee staat vast dat die betaling niet zonder rechtsgrond is geschied. Degene die toerekenbaar tekort schiet is immers gehouden de daardoor geleden schade te vergoeden (artikel 6:74 BW). [eiser] heeft dus niet onverschuldigd betaald. Zijn vordering zal worden afgewezen.

5.9 Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of [eiser] (ook) onrechtmatig jegens Eneco heeft gehandeld.

5.10 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiser] worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

6 De beslissing

De rechtbank,

wijst af de vordering van [eiser];

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco bepaald op € 300,= aan vast recht en op € 768,= aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis voorzover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling.

Uitgesproken in het openbaar.

1980/1581