Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH8651

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-03-2009
Datum publicatie
27-03-2009
Zaaknummer
AWB 08/3274 BESLU-T1
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2009:BK3627, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Brief van burgemeester waarin eiseres wordt meegedeeld dat haar zoon deel uit maakt van een groep jongeren die baldadig gedrag vertonen. Wanneer de zoon overlast veroorzaakt of zich na 21.00 uur zonder begeleiding van één van de ouders op straat bevindt, zal hij door de politie of een andere toezichthouder worden meegenomen en bij eiseres worden thuis gebracht. Eiseres wordt verzocht ervoor zorg te dragen dat haar zoon geen overlast meer veroorzaakt en ’s avonds na 21.00 uur niet meer zonder begeleiding op straat aanwezig is. Wanneer de zoon van eiseres gedurende een periode van 3 maanden geen overlast meer heeft veroorzaakt zullen de maatregelen worden heroverwogen. Wanneer de overlast niet stopt, zal dit gemeld worden bij Jeugdzorg/Jeugdhulpverlening of de instelling die het gezin van eiseres al ondersteuning geeft.

De brief is geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De brief bevat niet meer dan een waarschuwing dat de politie of een andere toezichthouder tot feitelijk handelen kan overgaan. Voorts is de brief niet gestoeld op enige wettelijke grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 08/3274 BESLU-T1

Uitspraak in het geding tussen

(eiseres), wonende te (woonplaats), eiseres,

gemachtigde mr. R.H.P. Feiner, werkzaam bij het Advokatenkollectief Rotterdam,

en

de burgemeester van de gemeente Rotterdam, verweerder.

1 Ontstaan en loop van de procedure

Bij besluit van 14 augustus 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar gericht tegen een brief van 14 mei 2008 (hierna: de brief) niet-ontvankelijk verklaard. In deze brief heeft verweerder eiseres meegedeeld dat (de zoon van eiseres)deel uit maakt van een groep jonge kinderen die al geruime tijd (zeer) baldadig gedrag vertonen in (plaats). Wanneer de zoon van eiseres overlast veroorzaakt of zich na 21.00 uur zonder begeleiding van één van de ouders op straat bevindt, zal hij door de politie of een andere aan het toezichtmodel deelnemende partij worden meegenomen en bij eiseres thuis worden gebracht. Verzocht wordt aan eiseres om ervoor zorg te dragen dat haar zoon geen overlast meer veroorzaakt en ’s avonds na 21.00 uur niet meer zonder begeleiding op straat aanwezig is. Wanneer de zoon van eiseres gedurende een periode van 3 maanden geen overlast meer heeft veroorzaakt zullen de maatregelen worden heroverwogen. Wanneer de overlast niet stopt, zal dit gemeld worden bij Jeugdzorg/ Jeugdhulpverlening of de instelling die het gezin van eiseres al ondersteuning geeft.

Tegen het bestreden besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2009. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V. Wiegman. Voorts was aanwezig (naam) , jeugdconsul.

2 Overwegingen

2.1 Nu verweerder desgevraagd ter zitting heeft verklaard dat niet is uitgesloten dat eiseres in de toekomst wederom een brief van gelijke strekking zou kunnen ontvangen, acht de rechtbank voor eiseres een voldoende procesbelang aanwezig. Ook gelet op de onderbouwde stelling van eiseres dat zij (immateriële) schade heeft geleden door de brief van 14 mei 2008, nu de brief een grote uitwerking heeft op eiseres en haar gezin, is de rechtbank van oordeel dat eiseres een procesbelang heeft.

2.2 Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2.2.1 In geschil is de vraag of de brief aangemerkt dient te worden als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het geschil spitst zich hierbij toe op de vraag of de brief een (publiekrechtelijke) rechtshandeling betreft. Onder een rechtshandeling wordt verstaan een handeling gericht op enig rechtsgevolg.

2.2.2 De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt hiertoe dat de brief niet meer bevat dan een waarschuwing dat de politie of een andere toezichthouder tot feitelijk handelen kan overgaan. Voorts is de brief niet gestoeld op enige wettelijke grondslag. Al hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht, kan hieraan niet afdoen.

2.3 Gelet hierop kan het bestreden besluit in rechte standhouden en dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

2.4 Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.

3 Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr. J.H. de Wildt, rechter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Waal-de Vries, griffier.

De griffier: De rechter:

Uitgesproken in het openbaar op: 24 maart 2009.

Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiseres wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.

Afschrift verzonden op: