Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH7630

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-03-2009
Datum publicatie
25-03-2009
Zaaknummer
321625/KG ZA 08-1196
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Hoewel gedaagde niet juridisch eigenaar is van betreffende internetsite, kan zij wel worden aangemerkt als degene die met betrekking tot deze website het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt. Publiceren op internet zonder toestemming van eiser van zijn persoonsgegevens is onrechtmatig want in strijd met de wet bescherming persoonsgegevens en met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Onrechtmatigheid kan niet worden ontnomen wegens zwaarder wegen van recht op vrije meningsuiting ten opzichte van recht op persoonlijke levenssfeer. Publicatie werkt immers eigenrichting in de hand, hetgeen ernstige gevolgen heeft of kan hebben voor eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 321625/KG ZA 08-1196

Uitspraak: 24 maart 2009

VONNIS in kort geding in de zaak van:

eiser

wonende te Arnhem,

eiser,

advocaat mr. P.C. Kaiser,

- tegen -

gedaagde

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. A.P. van Elswijk.

1. Het verloop van het geding

1.1

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 6 januari 2009 met producties;

- pleitnotities van mr. Kaiser;

- pleitnotities en producties van mr. Van Elswijk.

1.2

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van

14 januari 2009. Op deze zitting zijn partijen met elkaar overeengekomen dat zij elkaar voortaan niet langer zullen benaderen langs welke weg ook en dat zij alles in het werk zul-len stellen om binnen een maand na de zittingsdatum alle negatieve uitlatingen over elkaars persoon van het internet te halen. Om te bezien of partijen zich aan de minnelijke regeling zouden houden is de zitting op verzoek van partijen aangehouden tot 14 februari 2009 pro forma.

1.3

Bij faxbericht van 13 februari 2009 heeft mr. Kaiser namens zijn cliënt vonnis gevraagd, omdat gedaagde zich niet zou houden aan hetgeen zij op de zitting van 14 januari 2009 zijn overeengekomen. In reactie daarop heeft mr. Van Elswijk op 3 maart 2009 namens zijn cli-ente geschreven dat gedaagde wel alle negatieve informatie met betrekking tot eiser van het internet heeft laten verwijderen en dat hij inmiddels een deskundige heeft gevonden die zich verder daarmee kan gaan bezighouden. Hij verzoekt de zitting nog enige tijd aan te houden. Bij faxbericht van 3 maart 2009 heeft mr. Kaiser zijn verzoek om vonnis gehandhaafd.

1.4

Thans wordt vonnis gewezen. Daarbij zal de voorzieningenrechter geen acht slaan op de nader door mr. Kaiser in het geding gebrachte producties, noch aan hetgeen partijen verder inhoudelijk nog over de zaak hebben geschreven, aangezien hij daarvoor geen toestemming heeft gegeven.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weer-sproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte pro-ducties, staat tussen partijen vast dat op diverse internetsites, waaronder de site www.stopkindersex.com, eiser onder andere wordt genoemd als iemand die interesse toont aan pedoseksuelen, dat hij een “pedolover” is, dat hij strafbaar handelt, dat hij innig contact heeft met een veroordeelde pedoseksueel, dat hij mede verantwoordelijk is voor het seksueel misbruik van vijf kinderen, dat hij een politieonderzoek naar een voor pedofilie veroordeel-de heeft gesaboteerd, dat hij de praktijken van deze veroordeelde steunt en dat hij zich graag inlaat met jonge prostituees. Ook zijn persoonsgegevens en een foto van eiser op internet geplaatst.

3. Het geschil

3.1

De vordering luidt om bij vonnis:

i. Vanaf heden gedaagde te gelasten alle informatie op het internet over eiser, althans in relatie tot kinderseks of anderszins negatieve uitlatingen over zijn persoon, onmiddellijk van het internet te doen verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag;

ii. Vanaf heden rectificatie door gedaagde te gelasten van de onjuist gedane publica-ties door gedaagde middels het plaatsen van een rectificatie op de website(s) van gedaagde, althans de sites waarop de publicaties over eiser hebben gestaan, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag;

iii. Vanaf heden een rectificatie door gedaagde te gelasten van de onjuist gedane pu-blicaties door gedaagde middels het schrijven van een brief aan eiser door ge-daagde waarin zij haar excuses aan eiser aanbiedt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag;

iv. Vanaf heden gedaagde te verbieden om zich op internet, hetzij zelf, hetzij via ande-ren, negatief, althans onrechtmatig, over eiser uit te laten, op straffe van ver-beurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag;

v. Gedaagde te veroordelen tot vergoeding van de schade die eiser lijdt, nader in goe-de justitie te bepalen;

vi. Te bepalen dat gedaagde, indien zij aangeeft verbeurde dwangsommen niet te kun-nen of niet te willen voldoen, lijfsdwang wordt opgelegd voor de duur van tel-kens 14 dagen tot de schade volledig is vergoed en de verbeurde dwangsommen volledig zijn betaald, voor de maximale duur van een jaar;

vii. Gedaagde te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding;

viii. Een en ander, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft eiser aan de vordering ten grondslag gelegd dat gedaagde persoonlijke, zakelijke en gevoelige informatie over hem op internet heeft geopenbaard, waaronder lichtvaardige verdachtmakingen, met de bedoeling dat ande-ren van deze informatie kennis konden nemen en wetende dat deze informatie onjuist was. Gedaagde heeft daarmee niet alleen zijn recht op privacy geschonden, maar ook is eiser daardoor in zijn eer en goede naam aangetast. Dit levert een onrechtmatige daad op van ge-daagde jegens eiser, waardoor eiser schade heeft geleden, welke schade voor vergoeding door gedaagde in aanmerking komt.

3.2

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van eiser in de kosten van het geding. Gedaagde heeft daartoe aangevoerd dat zij al vanaf 16 maart 2008 geen ei-genares meer is van de website www.stopkindersex.com. Zij heeft dan ook niets te maken met hetgeen na die datum door wie dan ook aan beweringen aan het adres van eiser op die website is gezet. Ook de andere websites, die volgens gedaagde overigens al langer dan een half jaar off-line zijn, zijn niet van gedaagde. Gedaagde heeft tenslotte betwist dat zij de in-formatie in de door eiser overgelegde producties op het internet heeft geplaatst.

4. De beoordeling

4.1

De voorzieningenrechter stelt bij zijn beoordeling voorop dat op grond van het bepaalde in de Wbp het publiceren op internet door burgers van persoonlijke gegevens (al dan niet met foto) en het lichtvaardig verdacht maken van medeburgers, onrechtmatig is jegens degene zonder wiens toestemming dit gebeurt of wanneer er geen aantoonbare noodzaak is voor publicatie. Daarmee wordt immers inbreuk gemaakt op het - in vele vormen in het Neder-landse rechtssysteem verankerde - recht op een persoonlijke levenssfeer en het is in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Eerbiedi-ging van de persoonlijke levenssfeer wordt beschouwd als een essentiële voorwaarde voor een menswaardig bestaan en als een van de grondslagen van onze rechtsorde. Eenieder heeft recht op bescherming tegen de ongebreidelde vergaring, bewerking en verspreiding van zijn persoonsgegevens. (In deze zin: CBP Richtsnoeren Publicatie van persoonsgegevens op in-ternet, in werking getreden op 11 december 2007).

4.2

Gezien de betwisting van gedaagde is echter de vraag aan de orde óf gedaagde persoonlijke informatie over eiser zonder diens toestemming op internet heeft geplaatst of hem lichtvaar-dig verdacht heeft gemaakt, en, wanneer zij dat niet persoonlijk heeft gedaan, of zij daar-voor wel verantwoordelijk kan worden gehouden. Bij de beoordeling van het begrip “ver-antwoordelijke” in de zin van de Wbp is niet alleen de formele juridische bevoegdheid van belang. Vooral waar onduidelijkheid bestaat over wie formeel juridisch bevoegd is ten aan-zien van een internetsite, is ook een functionele benadering op zijn plaats. Aan de hand van de algemeen geldende normen moet worden bezien aan wie de plaatsing moet worden toe-gerekend.

4.3

Hoewel gedaagde over de website www.stopkindersex.com heeft verklaard dat zij deze op 16 maart 2008 voor een symbolisch bedrag van € 1,- heeft verkocht en de website sindsdien niet meer van haar is, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aan-nemelijk dat het nog steeds in de macht van gedaagde ligt gegevens op deze site te plaatsen en/of te verwijderen. Op basis van talrijke factoren is immers zodanig overheersend aanne-melijk geworden dat gedaagde, ondanks de mogelijke verkoop van de internetsite, daarvan nog steeds de touwtjes in handen heeft, dat de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat zij al dan niet tezamen met anderen, met betrekking tot deze website het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt. Uit de overgelegde producties blijkt niet wie anders over de inhoud van de site gaat. Gedaagde is ook woordvoerster van de site waarop haar telefoonnummer prominent wordt vermeld. Voorts blijkt haar rol uit haar uitla-tingen in de media en haar verklaringen ter zitting. Bovendien is er het feit dat zij de ver-koop van de internetsite onvoldoende heeft onderbouwd, zodat schimmig blijft wie juridisch eigenaar is van de website waarvan gedaagde in ieder geval de grondlegger is.

4.4

Thans is aan de orde de vraag of het onrechtmatige karakter aan de publicaties kan worden ontnomen omdat het recht op vrijheid van meningsuiting mogelijk zwaarder weegt dan het recht op een persoonlijke levenssfeer. Deze afweging vindt in de regel plaats bij de beoorde-ling van zaken waarin de persvrijheid aan de orde is, maar dient in dit geval ook te worden gemaakt. Gedaagde verschijnt immers vaak in de media en heeft daarmee een maatschappe-lijk debat in gang gezet met als onderwerp - onder meer - de in haar ogen onvoldoende aan-dacht van de politiek voor recidive door een pedoseksueel die zijn straf wegens seksueel misbruik van kinderen heeft uitgezeten, dan wel voor preventie van seksueel misbruik van kinderen door pedoseksuelen.

4.5

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter weegt het recht op vrijheid van me-ningsuiting in casu niet zwaarder dan het recht op een persoonlijke levenssfeer. In beginsel geldt dat wanneer gedaagde van mening is dat de politiek onvoldoende aandacht heeft voor het voorkomen van seksueel misbruik van kinderen, of dat het rechtsysteem in dat kader onvoldoende de belangen van kinderen waarborgt, zij deze mening vrijelijk moet kunnen uiten. In een rechtsorde is het echter de kunst om hiervoor de middelen aan te wenden die volgens de wet ter beschikking staan en daarmee binnen de grenzen van het toelaatbare te blijven, met eerbiediging van een aantal grondbeginselen. Zo wordt eenieder geacht on-schuldig te zijn, tot zijn schuld wordt bewezen en is iemand die zijn straf heeft uitgezeten weer een vrij man met alle (grond)rechten van dien. Gedaagde gaat daaraan voorbij. Geble-ken is dat het op internet vermelden van persoonsgegevens van personen die verdacht wor-den gemaakt van strafrechtelijk handelen, eigenrichting in de hand werkt en dat dit ernstige gevolgen heeft respectievelijk kan hebben voor deze personen. Het bevorderen van eigen-richting verdient in rechte geen steun. Die omstandigheden maken dat het recht op vrijheid van meningsuiting in casu niet prevaleert boven het recht op een persoonlijke levenssfeer.

4.6

Niet aannemelijk is evenwel geworden dat het in de macht ligt van gedaagde om álle nega-tieve uitlatingen over eiser op internet te (doen) verwijderen. Wel kan dit van haar gevergd te worden ten aanzien van persoonsgegevens van eiser in de zin van de Wbp die op de web-site www.stopkindersex.com staan, waartoe zij dan ook zal worden veroordeeld als hierna te noemen, op straffe van een gematigde dwangsom. In zoverre is het gevorderde onder i. in het petitum materieel in beperkte zin toewijsbaar. Voor het overige is de vordering echter niet toewijsbaar, omdat deze onvoldoende is bepaald. Eiser heeft niet aangegeven welke informatie verwijderd moet worden, waar de rectificatie uit dient te bestaan die op de websi-te geplaatst moet worden en wat er precies in de excuusbrief moet staan. Voorts is de vorde-ring om gedaagde te verbieden zich vanaf heden negatief uit te laten over gedaagde niet toewijsbaar, aangezien het zich enkel negatief uitlaten niet per definitie onrechtmatig hoeft te zijn. Wat betreft de vordering tot schadevergoeding geldt dat deze zal worden afgewezen omdat deze niet is onderbouwd en ten aanzien daarvan geen spoedeisendheid is gesteld.

4.7

Aangezien partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd als hierna te noemen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

beveelt gedaagde om binnen 4 dagen na betekening van dit vonnis de persoonsgegevens van eiser in de zin van de Wbp van de website www.stopkindersex.com te (doen) verwijderen en verwijderd te houden;

bepaalt dat gedaagde een dwangsom verbeurt van € 100,- per dag dat zij nalaat aan het bevel gehoor te geven, met een maximum van € 50.000,-;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. van Veen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. Bouchla, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

615/160