Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH6456

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-02-2009
Datum publicatie
18-03-2009
Zaaknummer
267244 / HA ZA 06-2306
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationaal bevoegdheidsincident tussen in Duitsland gevestigde verzekeraars en een in Zwitserland gevestigde verzekeringnemer. Zowel in conventie als in reconventie wordt een bevoegdheidsincident opgeworpen. Forumkeuzebeding in polisvoorwaarden (rechtbank Amsterdam of Rotterdam).

In het incident tot onbevoegdheid in conventie: EVEX toepasselijk; Artikel 6 lid 3 EVEX heeft uitsluitend betrekking op het instellen van een reconventionele vordering en bepaalt dat ten aanzien van een tegeneis die voortspruit uit de overeenkomst of uit het rechtsfeit waarop de oorspronkelijke eis is gegrond, de verweerder kan worden opgeroepen voor het gerecht waar deze oorspronkelijke eis aanhangig is; aan artikel 6 lid 3 EVEX kan geen rechtsmacht worden ontleend ten aanzien van de conventionele vordering. Beroep op stilzwijgende forumkeuze verworpen. Het in de polisvoorwaarden vervatte forumkeuzebeding kan de verzekeringnemer niet worden tegengeworpen, geen van de uitzonderingen van art. 12 EVEX doet zich voor, rechtbank is op grond van artikel 11 EVEX onbevoegd tot kennisneming van de vordering in conventie.

In het (voorwaardelijk) incident tot onbevoegdheid in reconventie: EVEX toepasselijk; forumkeuzebeding in polisvoorwaarden; artikel 12 lid 2 EVEX staat wel aan de verzekeringnemer toe om de reconventionele vordering bij rechtbank Rotterdam in te stellen, nu het beding de verzekeringnemer een additioneel forum biedt. Artikel 12 lid 2 EVEX heeft niet uitsluitend betrekking op een conventionele vordering; noch uit de tekst van artikel 12 lid 2 EVEX noch uit andere bepalingen in het EVEX blijkt dat deze bevoegdheidsgrond en de gebezigde term "aanhangig maken" in het artikel beperkt moeten worden opgevat in die zin dat deze alleen zien op het als eerste instellen van een vordering (in conventie) en niet tevens op het instellen van een vordering in reconventie. Dat de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van de vordering in conventie staat evenmin aan de bevoegdheid ten aanzien van de vordering in reconventie in de weg; volgt bevoegdverklaring in reconventie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2011/20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 267244 / HA ZA 06-2306

Uitspraak: 4 februari 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de vennootschap naar vreemd recht

ZURICH VERSICHERUNG AKTIENGESELLSCHAFT (DEUTSCHLAND),

gevestigd te Frankfurt, Duitsland,

2. de vennootschap naar vreemd recht

AXA CORPORATE SOLUTIONS,

gevestigd te Keulen, Duitsland,

3. de vennootschap naar vreemd recht

ACE INSURANCE S.A.-N.V.,

gevestigd te Frankfurt/Main, Duitsland,

4. de vennootschap naar vreemd recht

THURINGIA GENERALI VERSICHERUNG AG,

gevestigd te Munchen, Duitsland,

5. de vennootschap naar vreemd recht

WURTTEMBERGISCHE UND BADISCHE VERSICHERUNGS-AKTIENGESELLSCHAFT,

gevestigd te Heilbronn, Duitsland,

6. de vennootschap naar vreemd recht

KRAVAG-LOGISTIC VERSICHERUNGS-AKTIENGESELLSCHAFT,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

7. de vennootschap naar vreemd recht

BASLER SECURITAS VERSICHERUNGS-AKTIENGESELLSCHAFT,

gevestigd te Bad Homburg, Duitsland,

8. de vennootschap naar vreemd recht

ANCORA VERSICHERUNGS-AKTIENGESELLSCHAFT,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

9. de vennootschap naar vreemd recht

SCHWEIZER-NATIONAL VERSICHERUNGS-AKTIENGESELLSCHAFT IN DEUTSCHLAND,

gevestigd te Frankfurt/Main, Duitsland,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

verweersters in het incident tot onbevoegdheid in conventie,

eiseressen in het voorwaardelijk bevoegdheidsincident in reconventie,

advocaat mr. F.J.H. Krumpelman,

- tegen -

de vennootschap naar vreemd recht

ADIMPO INTERNATIONAL P.R.O. SA,

gevestigd te Nyon, Zwitserland,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

eiseres in het incident tot onbevoegdheid in conventie,

verweerster in het voorwaardelijk bevoegdheidsincident in reconventie,

advocaat mr. J.A. Biermasz.

Partijen worden hierna aangeduid als "Zurich c.s." respectievelijk "Adimpo".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 19 juni 2006 en de door Zurich overgelegde producties;

- conclusie van antwoord in conventie tevens houdende exceptie van onbevoegdheid in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

- conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident, tevens houdende een

voorwaardelijke incidentele conclusie tot onbevoegdheid in reconventie;

- conclusie van antwoord in het voorwaardelijke bevoegdheidsincident in reconventie, met

productie.

2. Het geschil in conventie en in reconventie

in de hoofdzaak in conventie

2.1 De vordering luidt om, bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Adimpo te veroordelen om aan Zurich c.s. te voldoen een bedrag van € 42.335,65, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119a lid 1 BW vanaf de dag van de relevante factuur tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede een bedrag van € 1.788,- aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Adimpo in de kosten van deze procedure.

2.2 Zurich c.s. heeft aan de vordering, verkort weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd.

Adimpo heeft via Nacora Assurantiekantoor B.V. (hierna: Nacora) met ingang van 1 juli 2003 een ‘Marine Cargo and Storage’verzekering met polisnummer TR 4301005 bij Zurich c.s. afgesloten. Adimpo heeft vanaf mei tot en met december 2004 de maandelijks verschuldigde premie van € 6.050,- onbetaald gelaten en bij brief van 12 oktober 2004 de overeenkomst tegen het einde van de looptijd (1 januari 2005) opgezegd. De betalings-termijnen zijn inmiddels verstreken en Adimpo is in totaal een bedrag van € 42.335,65 aan premies verschuldigd.

Voorts maakt Nacora (kennelijk: Zurich c.s.) aanspraak op de wettelijke rente ex artikel 6:119a lid 1 BW over de verschuldigde bedragen vanaf de dag der verschuldigdheid van de maandelijkse premies tot de dag der voldoening en op vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad € 1.788,-.

in het incident tot onbevoegdheid in conventie

2.3 Adimpo stelt, verkort weergegeven, dat de rechtbank Rotterdam onbevoegd is om van de vordering van Zurich c.s. kennis te nemen en vordert dat de rechtbank zich, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op grond van artikel 11 EVEX onbevoegd zal verklaren, met veroordeling van Zurich c.s. uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding.

2.4 Adimpo heeft daartoe, verkort en zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De in artikel 27 van de polisvoorwaarden opgenomen jurisdictieclausule, die bepaalt dat alle geschillen voortvloeiende uit of verband houdende met de verzekeringsovereenkomst zijn onderworpen aan het oordeel van de bevoegde rechter te Amsterdam of Rotterdam, is niet geldig als het gaat om een door Zurich c.s. tegen een uit Zwitserland afkomstige verzekerde ingestelde vordering.

Ingevolge artikel 11 EVEX kan de verzekeraar zijn vordering jegens de verzekerde slechts instellen voor de gerechten van de verdragsluitende staat op het grondgebied waarvan deze woonplaats heeft. Van deze regel mag slechts bij overeenkomst (jurisdictieclausule) worden afgeweken met inachtneming van artikel 12 EVEX of als het gaat om verzekeringen, die dekking bieden tegen de in artikel 12bis EVEX genoemde risico’s, maar deze uitzonderingen doen zich hier niet voor.

De rechtbank Rotterdam is derhalve op grond van artikel 11 EVEX onbevoegd om van de vordering van Zurich c.s. kennis te nemen.

2.5 Zurich c.s. concludeert dat de rechtbank zich in conventie bevoegd dient te verklaren indien zij zich bevoegd acht in reconventie.

Zurich c.s. heeft daartoe, verkort en zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De rechtbank te Rotterdam is in dat geval ten eerste bevoegd om van de vordering van Zurich c.s. in conventie kennis te nemen, nu sprake is van een stilzwijgende forumkeuze zijdens Adimpo als bedoeld in artikel 18 EVEX. Immers artikel 18 EVEX bepaalt dat de rechter voor wie de verweerder verschijnt bevoegd is, tenzij de verweerder uitsluitend is verschenen met het doel de bevoegdheid van de rechtbank te betwisten. Adimpo heeft echter niet uitsluitend de bevoegdheid van deze rechtbank betwist (en - hetgeen niet aan toepassing van artikel 18 EVEX in de weg staat - verweer ten gronde gevoerd), maar tevens een reconventionele vordering ingesteld.

Ten tweede is de rechtbank te Rotterdam in dat geval bevoegd tot kennisneming van de vordering in conventie, nu de vordering in conventie en de vordering in reconventie verknocht zijn, en ingevolge artikel 6 lid 3 EVEX de rechter waar de oorspronkelijke eis dient ook bevoegd is ten aanzien van de tegeneis.

in de hoofdzaak in reconventie

2.6 De vordering luidt, verkort weergegeven, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- primair Zurich c.s. te veroordelen om aan Adimpo te betalen een bedrag van € 82.965,15 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van verschuldigdheid, althans vanaf 4 oktober 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

- subsidiair Zurich c.s. te veroordelen om Adimpo tot het totaalbedrag van de ten processe bedoelde transportschades een renteloze lening te verschaffen ingevolge artikel 22 lid 1 van de polisvoorwaarden;

- uiterst subsidiair - voor het geval de rechtbank zich in conventie bevoegd mocht achten en Zurich c.s.’ conventionele vordering geheel, althans gedeeltelijk, toewijsbaar mocht achten, terwijl Adimpo deze vordering door verrekening heeft betaald - Zurich c.s. te veroordelen tot betaling aan Adimpo van een bedrag van € 40.629,50, althans tot betaling van het bedrag dat van Adimpo’s vordering overblijft na aftrek van de met deze vordering verrekende schuld van Adimpo aan Zurich c.s., vermeerderd met wettelijke rente;

- Zurich c.s. te veroordelen in de kosten van het geding.

2.7 Adimpo heeft aan de vordering, zeer verkort weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd.

Adimpo heeft via Nacora met ingang van 1 juli 2003 een ‘Marine Cargo and Storage’-verzekering met polisnummer TR 4301005 bij Zurich c.s. afgesloten. Zurich c.s. is ingevolge deze verzekering gehouden om aan Adimpo dekking onder de polis te verlenen met betrekking tot drie door Adimpo aangemelde schadegevallen, maar is ten onrechte niet tot verzekeringsuitkering overgegaan.

in het voorwaardelijk incident tot onbevoegdheid in reconventie

2.8 Zurich c.s. vordert dat, indien de rechtbank zich onbevoegd acht ten aanzien van het geschil in conventie, zij zich in reconventie ook onbevoegd verklaart om van de vordering van Adimpo kennis te nemen.

2.9 Zurich c.s. heeft daartoe, verkort en zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De door Adimpo betrokken stelling dat zij ingevolge de jurisdictieclausule in de op de verzekeringsovereenkomst van toepassing zijnde polisvoorwaarden en krachtens artikel 12 lid 2 EVEX een extra mogelijkheid heeft om haar reconventionele vordering bij deze rechtbank aanhangig te maken, is onjuist. Artikel 12 lid 2 EVEX heeft uitsluitend betrekking op het aanhangig maken van zaken door een verzekerde en niet op het instellen van een reconventionele vordering. Niet Adimpo maar Zurich c.s. heeft de zaak aanhangig gemaakt middels het uitbrengen van de dagvaarding, zodat het beroep op artikel 12 lid 2 EVEX niet op gaat.

Uit artikelen 8 tot en met 10 EVEX volgt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is tot kennisneming van de vordering van Adimpo jegens Zurich c.s. Adimpo grondt haar reconventionele vordering derhalve op een conventionele vordering ten aanzien waarvan zij meent dat de Nederlandse rechter onbevoegd is.

2.10 Adimpo concludeert, verkort weergegeven, dat de rechtbank zich bevoegd zal verklaren ten aanzien van de vordering in reconventie, ook indien zij zou besluiten zich in conventie onbevoegd te verklaren, met veroordeling van Zurich c.s., bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het voorwaardelijke incident.

2.11 Adimpo voert hiertoe, verkort en zakelijk weergegeven, het volgende aan.

De bevoegdheid in reconventie is gebaseerd op de jurisdictieclausule in de polisvoorwaarden en artikel 12 lid 2 EVEX. Dit artikel bepaalt dat een forumkeuze geldig is ten aanzien van een vordering van de verzekerde op de verzekeraar als deze de verzekerde in aanvulling op de in artikel 8 tot en met 10 EVEX aangewezen gerechten een extra forum biedt.

Artikel 12 lid 2 EVEX heeft niet slechts betrekking op conventionele vorderingen die door een dagvaarding aanhangig worden gemaakt: het artikel heeft het over het ‘aanhangig maken van een zaak’ en laat in het midden op welke wijze dit dient te gebeuren. Een reconventionele vordering wordt aanhangig gemaakt door het indienen van een tegeneis bij conclusie van antwoord. Mitsdien kan rechtsmacht worden ontleend aan artikel 12 lid 2 EVEX.

Onbevoegdheid in conventie staat bovendien niet aan bevoegdheid in reconventie in de weg, nu de reconventionele vordering moet worden beschouwd als een zelfstandige hoofdprocedure.

3. De beoordeling

in het incident tot onbevoegdheid in conventie

3.1 Het beroep op onbevoegdheid van de rechtbank is bij het eerste processtuk vanwege Adimpo en derhalve tijdig gedaan.

3.2 De vraag of deze rechtbank bevoegd is tot kennisneming van de vordering van Zurich c.s. dient te worden beantwoord aan de hand van het EVEX.

3.3 Ingevolge artikel 11 EVEX kan de vordering van de verzekeraar in beginsel slechts worden gebracht voor de gerechten van de verdragsluitende staat op het grondgebied waarvan de verweerder woonplaats heeft, ongeacht of de verweerder verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde is. Van deze bepaling kan ingevolge artikel 12 EVEX slechts worden afgeweken door overeenkomsten die voldoen aan de daarin omschreven vereisten.

3.4 Vaststaat dat in artikel 27 van de op de overeenkomst tussen partijen van toepassing zijnde polisvoorwaarden (‘Algemene voorwaarden Nederlandse Beurs-Goederenpolis 1991’) een forumkeuzebeding is opgenomen dat bepaalt dat alle geschillen voortvloeiende uit of verband houdende met de verzekeringsovereenkomst in eerste aanleg zijn onderworpen aan het oordeel van de bevoegde rechter te Amsterdam of Rotterdam.

Als door Adimpo gesteld en door Zurich c.s. niet bestreden, staat (ten aanzien van de bevoegdheidsvraag in conventie) eveneens tussen partijen vast dat geen sprake is van een van de gevallen als bedoeld in artikel 12 EVEX. Hieruit volgt dat het forumkeuzebeding Adimpo niet kan worden tegengeworpen en dat in beginsel ingevolge artikel 11 EVEX deze rechtbank onbevoegd is om van de ingestelde vordering van Zurich c.s. kennis te nemen.

3.5 Zurich c.s. heeft ten verwere aangevoerd dat Adimpo een stilzwijgende forumkeuze heeft gemaakt voor deze rechtbank door naast het inroepen van de onbevoegdheid van de rechtbank (en verweer ten gronde voeren), tevens een reconventionele vordering in te stellen.

Dit verweer faalt. Het systeem van het EVEX is aldus dat met betrekking tot bevoegdheid de procedure in reconventie onderscheiden moet worden van de procedure in conventie. Dat Adimpo een vordering in reconventie heeft ingesteld, betekent derhalve niet dat Adimpo daardoor geacht moet worden stilzwijgend te hebben ingestemd met bevoegdheid in conventie. Dit verdraagt zich ook niet met de door Adimpo in conventie opgeworpen exceptie van onbevoegdheid.

3.6 Ook het door Zurich c.s. opgeworpen verweer dat de rechtbank te Rotterdam ingevolge artikel 6 lid 3 EVEX bevoegd is tot kennisneming van de vordering van Zurich c.s. faalt.

Artikel 6 lid 3 EVEX heeft uitsluitend betrekking op het instellen van een reconventionele vordering en bepaalt dat ten aanzien van een tegeneis die voortspruit uit de overeenkomst of uit het rechtsfeit waarop de oorspronkelijke eis is gegrond, de verweerder kan worden opgeroepen voor het gerecht waar deze oorspronkelijke eis aanhangig is. Hieraan kan geen rechtsmacht worden ontleend ten aanzien van de conventionele vordering.

3.7 De slotsom luidt dat de rechtbank onbevoegd is om van de vordering van Zurich c.s. kennis te nemen.

3.8 Zurich c.s. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

in het voorwaardelijk incident tot onbevoegdheid in reconventie

3.9 Nu de rechtbank zich onbevoegd acht om van de conventionele vordering kennis te nemen, is de voorwaarde waaronder de incidentele vordering in reconventie is ingesteld vervuld en zal de rechtbank beoordelen of zij bevoegd is tot kennisneming van de reconventionele vordering van Adimpo.

Deze vraag zal eveneens worden beantwoord aan de hand van de in het EVEX neergelegde bevoegdheidsregels.

3.10 Ingeval sprake is van een geschil tussen een verzekeraar en een verzekeringnemer dient aan de hand van de bijzondere bevoegdheidsregels van titel II, afdeling 3 van het EVEX te worden bepaald of deze rechtbank rechtsmacht heeft.

Van de bepalingen van deze afdeling kan ingevolge artikel 12 EVEX slechts worden afgeweken door overeenkomsten die voldoen aan de vereisten als vermeld onder artikel 12 lid 1 tot en met 5 EVEX.

3.11 Adimpo heeft in reconventie gesteld dat het forumkeuzebeding in de polisvoorwaarden weliswaar de verzekeraar niet de mogelijkheid geeft om zijn vordering jegens Adimpo als verzekeringnemer voor deze rechtbank in te stellen, maar dat artikel 12 lid 2 EVEX wel aan Adimpo toestaat om haar reconventionele vordering hier in te stellen, nu het beding haar als verzekeringnemer een additioneel forum biedt.

Deze stelling is juist. Anders dan in het geval van artikel 6 lid 3 EVEX waarin sprake is van een accessoire bevoegdheidsgrond, geeft artikel 12 lid 2 EVEX een zelfstandige bevoegdheidsgrond voor het instellen van een vordering door een verzekeringnemer tegen een verzekeraar. Niet valt in te zien dat deze bepaling uitsluitend betrekking heeft op het instellen van een conventionele vordering: noch uit de tekst van artikel 12 lid 2 EVEX, noch uit andere bepalingen in het EVEX blijkt dat deze bevoegdheidsgrond en de gebezigde term “aanhangig maken” in het artikel beperkt moeten worden opgevat in die zin dat deze alleen zien op het als eerste instellen van een vordering (in conventie) en niet tevens op het instellen van een vordering in reconventie.

Evenmin staat aan de bevoegdheid ten aanzien van deze vordering in reconventie in de weg dat de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van de vordering in conventie.

De slotsom luidt dat de rechtbank bevoegd is ten aanzien van de vordering in reconventie.

3.12 Zurich c.s. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit incident.

4. De beslissing

De rechtbank,

in conventie

verklaart zich onbevoegd om van de vordering van Zurich c.s. kennis te nemen;

veroordeelt Zurich c.s. in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Adimpo bepaald op € 970,- aan verschotten en op € 894,- aan salaris voor de advocaat;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

in het voorwaardelijk bevoegdheidsincident

verklaart zich bevoegd om van de vordering van Adimpo kennis te nemen;

veroordeelt Zurich c.s. in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Adimpo bepaald op nihil aan verschotten en op € 894,- aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis, voorzover het de veroordelingen betreft, uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 18 maart 2009 voor het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie door Zurich c.s.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

1182/10

…………………………………………………………………………….

Voorshands m.b.t. incident in conventie: 1e verweer faalt: van art. 11 kun je alleen op de gronden vermeld in artt. 12 en 12 bis afwijken, hiervan is geen sprake, afwijken kan niet op de voet van art. 18 EVEX (wat er ook zij van de vraag of hier wel sprake is van een stilzwijgende forumkeuze, m.a.w. ongeacht of hier wel voldaan is aan de eisen voor een 18 EVEXsituatie geldt reeds dat art. 18 EVEX ontoereikend is om van het bepaalde in art. 11 EVEX af te kunnen wijken). Het 2e verweer faalt m.i. ook, uitgangspunt is dagvaarding waarbij niet van belang is wat de werkelijke rechtsverhouding van partijen is noch wat het verweer van gedaagde inhoudt, het kan dan ook niet zijn dat de bevoegdheid afhankelijk is van het bestaan van c.q. het instellen van een reconventionele vordering./vreemd om later bevoegd te worden wegens een reconv. eis, dat kan m.i. niet de bedoeling zijn. + art. 6lid 3 heeft betrekking op het instellen van een reconventionele vordering daar waar al een vord. aanhangig is gemaakt en niet andersom.

in het voorwaardelijk incident tot onbevoegdheid in reconventie

t.a.v. voorw. inc. in reconv.: voorwaarde vervuld dus beoordelen. M.i. onbevoegd nu 12 EVEX betrekking heeft op een forumkeuzeclausule die uitsluitend aan de verzekerde een extra forum biedt: i.c. is daar geen sprake van

beroep op 12 lid 2 EVEX faalt, het moet dan gaan om het indien van een tegenvordering voor het gerecht dat ingevolge afdeling 3 bevoegd is. Conclusie was nu juist dat dit gerecht niet bevoegd is o.g.v. afdeling 3

Ten aanzien van de uitleg van het EVEX stelt de rechtbank in navolging van de Hoge Raad (21 juni 2002, NJ 2002, 563 Spray Network/Telenor Venture e.a.) voorop (a) dat de Vertegenwoordigers van de Regeringen van de Staten die het EVEX hebben ondertekend en lid waren van de Europese Vrijhandelsassociatie op het tijdstip van ondertekening van het EVEX , hebben verklaard dat zij het juist achten dat hun gerechten bij de uitleg van het EVEX naar behoren rekening houden met de jurisprudentie van het HvJEG en van de gerechten van de Lid-Staten van de EG inzake de bepalingen van het EEX die in hoofdzaak in het EVEX zijn overgenomen en (b) dat uit een oogpunt van wenselijkheid van eenvormige uitlegging van het EVEX moet worden aangenomen dat ook de gerechten van de EG-lidstaten bij de uitlegging van het EVEX dienovereenkomstig dienen te handelen.