Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH6202

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-02-2009
Datum publicatie
17-03-2009
Zaaknummer
907720
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert van gedaagde betaling van achterstallige abonnementskosten terzake van een tussen partijen gesloten overeenkomst ter zake het leveren van internet- en/of (mobiele) telecommunicatiediensten en/of (digitale) kabeltelevisiesignaal. Gedaagde stelt o.a. dat zij de overeenkomst heeft opgezegd en dat de wijze waarop de overeenkomst kon worden opgezegd vormvrij was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Tele2 Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam Zuidoost,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 11 juli 2008,

gemachtigde: Blume Stolker & Roel te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.C. Hardam te Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- exploot van dagvaarding van 11 juli 2008;

- conclusie van antwoord met producties;

- conclusie van repliek met producties;

- conclusie van dupliek.

De uitspraak van het vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De stellingen van partijen

2.1 Aan de eis is -zakelijk weergegeven- ten grondslag gelegd dat eiseres uit hoofde van een tussen partijen gesloten overeenkomst ter zake het leveren van internet- en/of (mobiele) telecommunicatiediensten en/of (digitale) kabeltelevisiesignaal te vorderen heeft gekregen een bedrag van € 1.347,21 alsmede rente van € 46,29.

Na herhaalde betalingsverzoeken heeft eiseres de vordering ter incasso uit handen gegeven, waarvoor eiseres aan haar incassogemachtigde buitengerechtelijke kosten verschuldigd is.

Eiseres betwist dat gedaagde de overeenkomst in juni of juli 2007 heeft opgezegd. Dit was niet mogelijk omdat eiseres conform artikel 11.2 sub a van de toepasselijke algemene voorwaarden haar diensten (tijdelijk) had opgeschort wegens het niet voldoen aan haar betalingsverplichtingen door gedaagde. In het geval gedaagde wel had kunnen opzeggen had zij dit, op grond van artikel 15.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden, schriftelijk moeten doen met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden.

Omdat gedaagde verzuimde de openstaande facturen te voldoen, heeft eiseres, conform artikel 11.4 sub a, de overeenkomst per 28 maart 2008 eenzijdig ontbonden. Hierna zijn aan gedaagde de kosten over het na de ontbinding resterende gedeelte van de tussen partijen overeengekomen looptijd van de overeenkomst in rekening gebracht.

2.2 Gedaagde heeft bij conclusie van antwoord aangevoerd dat de uitgebrachte dagvaarding niet voldoet aan de geldende bewijsaandraag- en substantiëringsplicht. Gedaagde heeft in het voorstadium van de gerechtelijke procedure wel inhoudelijk verweer gevoerd. Daarnaast heeft eiseres artikel 85 lid 1 Rv niet nageleefd. Er ontbreekt essentiële informatie omtrent het genoemde contract en er ontbreken diverse onderliggende schriftelijke bewijsstukken. Eiseres voert de van belang zijnde feiten niet aan en negeert daarmee de strekking van artikel 21 Rv.

Gedaagde betwist de verschuldigdheid van de gevorderde hoofdsom en heeft daartoe primair aangevoerd dat zij de op afstand tot stand gekomen overeenkomst tussentijds vormvrij kon opzeggen met inachtneming van een redelijke opzegtermijn van één maand. Zij heeft in juni of juli 2007 zowel het contract Tele2 Mobiel als het contract Tele2 Compleet opgezegd. Hierdoor kan eiseres geen aanspraak maken op de na 1 augustus 2007 verschenen abonnementskosten en/of een bij haar in rekening gebrachte hoge afkoopsom.

Subsidiair meent gedaagde dat eiseres zich niet heeft gehouden aan de geldende informatieverplichtingen als leverancier van diensten krachtens de overeenkomst-op-afstand-regeling. Met inachtneming van de artikelen 7:46a tot en met 7:46j BW heeft gedaagde de overeenkomst tijdig kosteloos opgezegd dan wel ontbonden waardoor er geen verdere betalingsverplichting meer is.

Meer subsidiair is gedaagde van mening dat het vorderen van abonnementskosten en/of een afkoopsom door eiseres in casu naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Voor zover uit de ontbrekende algemene voorwaarden van eiseres een verdergaande contractuele verplichting voor gedaagde kan worden afgeleid, stelt gedaagde zich op het standpunt dat een dergelijk voorkomend beding jegens haar als onredelijk bezwarend dient te worden aangemerkt op grond van de artikelen 6:236 en 6:237 jo. 6:233 BW. Gedaagde beroept zich hierbij op de vernietigbaarheid van een eventueel voor haar als consument nadelige bepaling in de algemene voorwaarden van eiseres, nu deze gedaagde geen redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.

Gedaagde betwist eveneens de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente. Zij heeft daartoe aangevoerd dat onduidelijk is of er daadwerkelijk een combinatie van werkzaamheden is verricht die op grond van Rapport Voorwerk II voor een vergoeding van € 300,00 in aanmerking zou kunnen komen. Schriftelijke bewijsstukken van bijvoorbeeld de pogingen om de zaak in der minne te regelen ontbreken. Eiseres heeft gedaagde nodeloos en ten onrechte in rechte betrokken waardoor er geen aanspraak bestaat op een bedrag aan buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente over de hoofdsom.

2.3 Voor de verdere stellingen van partijen wordt verwezen naar de uitgewisselde processtukken, die als hier herhaald en ingelast worden beschouwd en voor zover nodig zullen die stellingen worden besproken in het kader van de beoordeling van de vordering.

3. De beoordeling van het geschil

3.1 Kernpunt van het geschil is de vraag of de overeenkomst tussen partijen beëindigd is door opzegging door gedaagde of door eenzijdige ontbinding door eiseres.

3.2 De kantonrechter is van oordeel dat de overeenkomst is beëindigd door opzegging door gedaagde. Bij de bij conclusie van antwoord (productie 3) overgelegde ongedateerde brief heeft gedaagde de twee lopende overeenkomsten, Tele2 Mobiel en Tele2 Compleet, opgezegd. Van de opzegging van de onderhavige overeenkomst, Tele2 Compleet, is geen bevestiging overgelegd. Van de opzegging van de overeenkomst Tele2 Mobiel is echter wel een bevestiging, gedateerd 13 september 2007, overgelegd. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat eiseres de opzegging van onderhavige overeenkomst uiterlijk op 13 september 2007 heeft ontvangen.

3.3 Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat het voor gedaagde in juni of juli 2007 niet mogelijk was de overeenkomst op te zeggen omdat zij op dat moment haar diensten (tijdelijk) had opgeschort wegens het niet voldoen aan de betalingsverplichtingen. Dit verweer houdt geen stand. De kantonrechter is van oordeel dat het opschorten van haar diensten in beginsel geen geldige reden voor eiseres oplevert om de opzegmogelijkheden van haar klanten weg te nemen.

Zelfs indien het standpunt van eiseres uit de algemene voorwaarden valt af te leiden overweegt de kantonrechter als volgt. Gedaagde heeft terecht een beroep gedaan op de informatieplicht van de gebruiker van de algemene voorwaarden ex artikel 6:234 BW en de vernietigbaarheid van de door eiseres bij conclusie van repliek overgelegde algemene voorwaarden ingeroepen. Het is immers niet gebleken dat eiseres gedaagde een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van deze algemene voorwaarden kennis te nemen.

Eiseres heeft evenmin aangetoond dat zij de onmogelijkheid van opzegging door de buitengebruikstelling op andere wijze aan gedaagde heeft meegedeeld.

3.4 Nu vast is komen te staan dat de overeenkomst door gedaagde is opgezegd, moet de vraag beantwoord worden welke opzegtermijn gedaagde in acht had moeten nemen.

Eiseres heeft aangevoerd, dat als er wel sprake zou zijn van een opzegging door gedaagde, deze een opzegtermijn van drie maanden, zoals opgenomen in haar algemene voorwaarden, in acht had moeten nemen. Deze stelling van eiseres gaat echter niet op. Zoals hiervoor onder 3.3 overwogen, kunnen de bij conclusie van repliek overgelegde algemene voorwaarden niet dienen als richtsnoer omdat gedaagde geen redelijke mogelijkheid is geboden om van deze voorwaarden kennis te nemen. De kantonrechter is van oordeel dat een opzegtermijn van één maand in het onderhavige geval redelijk is.

3.5 Gedaagde heeft de overeenkomst op 13 september 2007 rechtsgeldig opgezegd en diende daarbij een opzegtermijn van één -volle- maand in acht te nemen. De overeenkomst is daarom per 1 november 2007 geëindigd. Gedaagde dient daarom alsnog haar achterstallige betalingsverplichtingen tot 1 november 2007 na te komen. De kantonrechter stelt vast dat de achterstallige abonnementsgelden € 632,24 bedragen. De hoofdsom wordt daarom tot een bedrag van € 632,24 toegewezen.

3.6 De kantonrechter gaat voorbij aan de verweren van gedaagde met betrekking tot schending van de substantiëringsplicht en schending van de artikelen 85 lid 1 en 21 Rv. Gedaagde is immers niet in haar belangen geschaad door deze eventuele schendingen.

3.7 Nu niet de gehele gevorderde hoofdsom wordt toegewezen is het in de dagvaarding gevorderde bedrag aan rente onjuist. De rente zal worden toegewezen op de wijze als hierna vermeld.

3.8 Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten is de kantonrechter van oordeel dat eiseres niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de werkzaamheden, die door haar gemachtigde zijn verricht méér omvatten dan verrichtingen ter voorbereiding van deze procedure. De door eiseres bij conclusie van repliek overgelegde uitdraai van het activiteitenscherm volstaat niet. De buitengerechtelijke kosten worden daarom geacht deel uit te maken van de proceskosten en komen niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking.

3.9 Nu beide partijen gedeeltelijk in het gelijk zijn gesteld compenseert de kantonrechter hun proceskosten.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 632,24 vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de vervaldata van de verschillende facturen tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander een bedrag van € 5.000,00 niet te boven gaand;

compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R.A. Verwoerd en uitgesproken ter openbare terechtzitting.