Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH5992

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
13-03-2009
Zaaknummer
295938 / HA ZA 07-2880
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

proceskostenzekerheid; overschrijding termijn zekerheidstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer : 295938 / HA ZA 07-2880

Uitspraak: 18 februari 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats] (Australië),

eiser in de hoofdzaak,

gedaagde in het incident,

advocaat mr. R.J. Michielsen,

- tegen -

[gedaagde]

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. Y.H. van Ballegooijen

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiser]" respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het procesverloop

De rechtbank handhaaft hetgeen zij heeft overwogen in het vonnis van 11 juni 2008.

De rechtbank heeft naast de aan dit vonnis ten grondslag liggende processtukken kennisgenomen van:

- verzoekschrift termijnverlenging ex artikel 616, vierde lid, Rv gedateerd 22 juli 2008;

- akte in het incident aan de zijde van [gedaagde] van 23 juli 2008;

- akte met betrekking tot zekerheidsstelling tevens verzoek tot termijnverlenging 616, vierde lid, Rv van 23 juli 2008;

- nadere akte in het incident aan de zijde van [gedaagde] van 6 augustus 2008;

- akte uitlating zekerheidsstelling aan de zijde van [eiser] van 6 augustus 2008.

2 De verdere beoordeling in het incident

2.1 Bij vonnis van 11 juni 2008 heeft de rechtbank bepaald dat [eiser] tot een bedrag van € 6.120,- zekerheid diende te stellen door middel van een bankgarantie als nader in het vonnis omschreven. De rechtbank heeft daarbij tevens bepaald dat deze zekerheid diende te worden gesteld binnen vier weken na de uitspraak op straffe van verval van de bevoegdheid om de procedure voor de rechtbank voort te zetten.

De hiervoor genoemde termijn van vier weken eindigde op 9 juli 2008. Binnen deze termijn is geen zekerheid in de vorm van een bankgarantie gesteld noch is binnen deze termijn verzocht om verlenging van de termijn ex artikel 616, vierde lid, Rv.

2.2 Zonder enig overleg met de wederpartij heeft [eiser] ervoor gekozen om in plaats van zekerheid te stellen in de vorm van een bankgarantie een bedrag van € 6.120,- te storten op de rekening van de stichting beheer derdengelden [bedrijf 1]. Bij brief van 17 juli 2008 heeft de advocaat van [eiser] deze storting aan de advocaat van [gedaagde] medegedeeld. [gedaagde] heeft deze storting niet aanvaard als genoegzame zekerheid.

2.3 Op 1 augustus 2008 heeft [eiser] alsnog een bankgarantie als bepaald in het vonnis van 11 juni 2008 gesteld. [gedaagde] heeft geconcludeerd tot onbevoegdheid van [eiser] om in de hoofdzaak voort te procederen en dientengevolge tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in de hoofdzaak.

2.4 [eiser] heeft ter rechtvaardiging van het feit dat hij niet tijdig zekerheid in de vorm van een bankgarantie heeft gesteld, aangevoerd dat hij in het buitenland verbleef en voor de bankgarantie zijn persoonlijke aanwezigheid noodzakelijk was hetgeen niet voor de afloop van de termijn kon worden gerealiseerd. [gedaagde] betwist deze noodzakelijkheid. Hoe dit ook zij, dit verklaart niet waarom niet tijdig om termijnverlenging is verzocht doch in plaats daarvan eenzijdig is volstaan met storting van € 6.120,- op de bankrekening van genoemde stichting derdengelden. De rechtbank acht deze handelwijze van [eiser] weliswaar uiterst ongelukkig, doch zij zal niet zover gaan om [eiser] zijn bevoegdheid om in deze zaak verder te procederen te ontnemen. De rechtbank overweegt daarbij dat uit de storting op de rekening van de stichting derdengelden in ieder geval blijkt dat [eiser] niet erop uit was om onder zekerheidstelling uit te komen, terwijl bovendien de uiteindelijke termijnoverschrijding slechts gering is geweest (ca. 3 weken). Niet blijkt dat [gedaagde] door deze overschrijding en door deze beslissing in zijn belang is of wordt geschaad. Het enkele feit dat hij als gedaagde in deze procedure betrokken blijft, is daarvoor onvoldoende.

2.5 Gelet op de aard van het geschil zullen de proceskosten in het incident worden gecompenseerd.

3 De beslissing

De rechtbank,

in het incident

compenseert de proceskosten,

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 1 april 2009 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde].

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.L. Holierhoek.

405