Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH5454

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-02-2009
Datum publicatie
11-03-2009
Zaaknummer
297354 / HA ZA 07-3059
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is of er tussen Aces en RNN een koopovereenkomst terzake van computeronderdelen is tot stand gekomen en of een voormalig werknemer RNN daarbij bevoegd heeft vertegenwoordigd danwel dat RNN de schijn heeft gewekt dat deze werknemer een toereikende volmacht had.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 297354 / HA ZA 07-3059

Uitspraak: 4 februari 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap ACES DIRECT B.V.,

gevestigd te Goirle,

eiseres,

advocaat mr. J.B.A.M.E. Leushuis te Nieuwegein,

- tegen -

de besloten vennootschap RNN EXPLOITATIE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. P.H.Ch.M. van Swaaij te Capelle aan den IJssel.

Partijen blijven hierna aangeduid als "Aces" respectievelijk "RNN".

1 Het verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- vonnis in het incident van de rechtbank Breda d.d. 7 november 2007, waarbij de rechtbank Breda zich onbevoegd heeft verklaard kennis te nemen van de vordering in de hoofdzaak en de zaak heeft verwezen naar de rechtbank Rotterdam, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

- oproepingsexploit d.d. 4 december 2007 waarbij Aces RNN heeft opgeroepen te

verschijnen ter terechtzitting van de voorzieningenrechter te Rotterdam van 12 december 2007;

- conclusie van repliek aan de zijde van Aces;

- conclusie van dupliek aan de zijde van RNN.

1.2 Voorts begrijpt de rechtbank het oproepingsexploit van Aces aldus dat Aces RNN heeft opgeroepen te verschijnen ter civiele terechtzitting van de rechtbank Rotterdam, aangezien zij aldaar de zaak heeft aangebracht.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 Aces houdt zich bezig met verkoop van computers, notebooks, computeronderdelen en bijbehorende software.

2.2 RNN exploiteert een televisiezender en tracht de daarvoor benodigde goederen te verwerven via bartering, dat wil zeggen het door RNN ruilen van advertentieruimte tegen de benodigde goederen die de betreffende contractpartij in haar bedrijfsvoering levert.

2.3 Op 2 februari 2007 is tussen Aces en RNN een barterovereenkomst gesloten waarbij RNN zich verbonden heeft om 100 commercials van 20 seconden te maken in ruil voor de levering door Aces van een plasmascherm.

2.4 Aces heeft RNN in verband met in februari 2007 bij Aces gekochte notebooks en computeronderdelen op 5,6,7, 13 en 28 februari 2007 voor een totaalbedrag van € 7.282,80 (inclusief BTW) gefactureerd.

2.5 RNN heeft de facturen van Aces, na daartoe in gebreke te zijn gesteld, niet betaald.

3 De vordering

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad RNN te veroordelen om aan Aces te betalen een bedrag van € 8.159,98 te vermeerderen met bijkomende kosten, waaronder de wettelijke rente over een bedrag van € 7.282,98 vanaf 17 juli 2007 tot de dag der algehele voldoening met veroordeling van RNN in de proceskosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Aces aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Aces heeft in de periode februari tot en met maart 2007 in opdracht en voor rekening van RNN notebooks en computeronderdelen aan RNN verkocht en geleverd en haar daarvoor een totaalbedrag van € 7.282,80 gefactureerd.

3.2 Aces heeft ter incassering van haar vordering buitenrechtelijke kosten gemaakt ad

€ 700,00. Daarnaast maakt Aces aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente, tot 17 juli 2007 begroot op € 177,18.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Aces in de kosten van het geding.

RNN heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Primair betwist RNN dat er ten aanzien van de onder 2.4 bedoelde facturen overeenkomsten tussen Aces en RNN zijn gesloten. [persoon 1] heeft de notebooks en computeronderdelen op eigen titel gekocht. Bovendien heeft RNN de notebooks en computeronderdelen nooit ontvangen.

4.2 Subsidiair stelt RNN dat, voorzover er al sprake zou zijn van een overeenkomst tussen Aces en RNN, [persoon 1] niet bevoegd was namens RNN overeenkomsten tot levering van notebooks en computeronderdelen te sluiten anders dan in het kader van bartering.

4.3 RNN heeft niet het vertrouwen of de indruk gewekt dat [persoon 1] bevoegd zou zijn namens RNN overeenkomsten tot levering van notebooks en computeronderdelen te sluiten.

4.4 RNN is de buitengerechtelijke kosten niet verschuldigd. Voorzover zij deze al verschuldigd zou zijn, zijn deze buitenproportioneel hoog en niet onderbouwd.

4.5 RNN betwist voorts wettelijke rente verschuldigd te zijn.

5 De beoordeling

5.1 Aces grondt haar vordering tot betaling van in hoofdsom € 7.282,80 op overeenkomsten van verkoop en levering van notebooks en computeronderdelen aan RNN. RNN heeft gemotiveerd betwist dat aan de door Aces ingestelde vordering een of meer tussen Aces en RNN gesloten overeenkomsten ten grondslag liggen.

5.2 Vaststaat dat Aces en RNN op 2 februari 2007 een barterovereenkomst hebben gesloten. Vast staat voorts dat Aces RNN op 5, 6, 7, 13 en 28 februari 2007 voor een totaalbedrag van € 7.282,80 (inclusief BTW) heeft gefactureerd middels aan RNN gerichte en op haar naam gestelde facturen. Door [persoon 1] dan wel anderen van de zijde van RNN is nimmer gevraagd de tenaamstelling van de facturen aan te passen, zodat dit kennelijk akkoord is bevonden. Er was dan ook geen aanleiding voor Aces om aan te nemen dat [persoon 1] niet op naam van RNN maar op eigen naam wenste te contracteren. RNN voert onder punt 12 van haar conclusie van antwoord bovendien zelf aan dat [persoon 1] de goederen op naam van RNN bij Aces heeft gekocht. In rechte dient er dan ook vanuit te worden gegaan dat tussen Aces en RNN met betrekking tot eerder genoemde zaken een koopovereenkomst is tot stand gekomen.

5.3 RNN heeft zich subsidiair verweerd met een beroep op het ontbreken van de bevoegdheid van [persoon 1] om RNN te vertegenwoordigen bij inkoop van zaken. Aces heeft daartegenover gesteld dat RNN zich jegens haar niet op onbevoegdheid van [persoon 1] kan beroepen, aangezien [persoon 1] op 2 februari 2007 op naam en voor rekening van RNN een overeenkomst met haar heeft gesloten die RNN geheel is nagekomen, zodat in ieder geval door RNN de schijn is gewekt dat [persoon 1] wel bevoegd zou zijn. Bovendien heeft RNN alle facturen die nadien door Aces aan RNN zijn gestuurd zonder commentaar behouden, aldus Aces.

5.4 Vooropgesteld wordt dat uit hoofde van artikel 3:61 lid 2 Burgerlijk Wetboek (verder:

”BW”) heeft te gelden dat, wanneer een rechtshandeling in naam van een ander is verricht, tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep kan worden gedaan. Daarbij is van belang dat de schijn van bevoegdheid ook kan worden gewekt door het laten voortbestaan van een bepaalde situatie en andersoortig niet doen, hetgeen zich ook gedeeltelijk na de totstandkoming van de overeenkomst kan hebben voorgedaan.

In dit kader is het volgende van belang. Niet in geschil is dat [persoon 1] eerder de tussen RNN en Aces gesloten barterovereenkomst in naam van RNN heeft ondertekend en dat hij daartoe ook bevoegd was. RNN is deze overeenkomst in zijn geheel nagekomen. Gesteld noch gebleken is dat RNN Aces heeft geïnformeerd dat de volmacht van [persoon 1] beperkt is tot het sluiten van barterovereenkomsten. Evenmin is gebleken dat RNN bij het sluiten van voornoemde overeenkomst met Aces zou hebben meegedeeld dat RNN geen geld heeft en derhalve alleen maar barterovereenkomsten sluit. Hetgeen RNN hierover in punt 8 tot en met 11 van de conclusie van antwoord heeft gesteld, is daartoe onvoldoende. Voorts is onvoldoende gebleken dat Aces de beperkte bevoegdheid van [persoon 1] af heeft kunnen leiden uit het Handelsregister, nu RNN haar verweer op dit punt niet nader feitelijk heeft onderbouwd. Tenslotte is van belang dat RNN de facturen die Aces haar stuurde op 5, 6, 7, 13 en 28 februari 2007 zonder protest heeft behouden. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank, dat RNN de schijn heeft gewekt dat [persoon 1] een toereikende volmacht had om in haar naam overeenkomsten te sluiten en dat Aces daarop redelijkerwijs heeft mogen afgaan. RNN komt derhalve geen beroep toe op de onbevoegdheid van [persoon 1], met als gevolg dat tussen Aces en RNN rechtsgeldige koopovereenkomst(en) tot stand is/zijn gekomen.

5.5 RNN heeft voorts nog tot haar verweer aangevoerd dat zij de goederen niet heeft ontvangen. Echter uit het door RNN bij conclusie van antwoord als productie 1 overgelegde proces-verbaal blijkt dat RNN heeft verklaard dat 4 van de 5 orders zijn afgeleverd bij RNN en een op het huisadres van [persoon 1]. Nu niet is gesteld en gebleken dat RNN deze verklaring later heeft ingetrokken, gaat de rechtbank uit van de juistheid van deze verklaring, zodat er van moet worden uitgegaan dat 4 van de 5 orders bij RNN zijn afgeleverd. Overigens leidt aflevering aan het huisadres van [persoon 1] op zichzelf niet tot het oordeel dat Aces de zaken niet heeft geleverd.

5.6 Het voorgaande leidt er toe dat RNN de nog verschuldigde factuurbedragen aan Aces dient te voldoen, zodat de vordering in beginsel voor toewijzing gereed ligt.

5.7 Ten aanzien van de door Aces gevorderde rentevergoeding overweegt de rechtbank het volgende. Blijkens het petitum van de dagvaarding vordert Aces betaling van de wettelijke rente. De rechtbank zal, nu de verschuldigdheid van de hoofdsom vaststaat, de wettelijke rente toewijzen telkens vanaf de vervaldatum als genoemd op de desbetreffende verschuldigde factuur.

5.8 Aces heeft gesteld buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt en terzake daarvan onder verwijzing naar artikel 14 van de door haar gehanteerde Algemene Voorwaarden EUR 700,00 gevorderd. De rechtbank is met de rechtbank Breda van oordeel dat de Algemene Voorwaarden van Aces geen deel uitmaken van de met RNN gesloten overeenkomst, zodat aan Aces hierop geen beroep toekomt. Aces heeft de verrichte werkzaamheden niet door middel van aard van de werkzaamheden, aantal tijdseenheden en uurtarief gespecificeerd. Zij heeft slechts twee sommatiebrieven overgelegd als producties 4 en 5 bij dagvaarding. Uit deze correspondentie valt niet af te leiden dat de gestelde verrichtingen meer hebben omvat dan een enkele (eventueel) herhaalde sommatie of het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten met betrekking tot eerder genoemde correspondentie moeten worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de in artikel 241 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. De rechtbank zal de betreffende vordering dan ook afwijzen.

5.9 RNN wordt als grotendeels in het ongelijk te stellen partij veroordeeld in de proceskosten, waarbij de kosten van het exploot van 4 december 2007 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid voor rekening van Aces dienen te blijven.

6 De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt RNN om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Aces te betalen het bedrag van € 7.282,80 (zegge: zevenduizendtweehonderdtweeëntachtig euro en tachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 291,55 vanaf 7 maart 2007, over € 815,15 vanaf 8 maart 2007, over € 559,30 vanaf 9 maart 2007, over

€ 2.808,40 vanaf 15 maart 2007 en over € 2.808,40 vanaf 30 maart 2007, telkens tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt RNN in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Aces bepaald op € 300,00 aan vastrecht, op € 70,85 aan verschotten en op € 768,00 aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog.

Uitgesproken in het openbaar.

1860/548