Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH4673

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-02-2009
Datum publicatie
04-03-2009
Zaaknummer
300132 / HA ZA 08-289
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontbinding; opschortende voorwaarden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 300132 / HA ZA 08-289

Uitspraak: 11 februari 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap ZOBEKO ALUMINIUM B.V.,

gevestigd te Zoeterwoude,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie;

advocaat mr. M.A.D. Bol,

- tegen -

de besloten vennootschap AERTSGEERTS BOUW B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.Th.B. van de Graaff.

Partijen worden hierna aangeduid als "Zobeko" respectievelijk "Aertsgeerts".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

de dagvaarding van 16 januari 2008, met producties;

de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties;

de conclusie van repliek in conventie tevens van antwoord in reconventie;

de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie;

de conclusie van dupliek in reconventie.

2 Het geschil

In conventie vordert Zobeko om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Aertsgeerts te veroordelen om aan Zobeko te betalen een bedrag van € 63.245,00, met veroordeling van Aertsgeerts in de kosten van het geding.

In reconventie vordert Aertsgeerts - naar de rechtbank begrijpt - Zobeko te veroordelen om aan Aertsgeerts te betalen een bedrag van € 68.218,20, met rente en kosten.

Partijen hebben elkaars vordering gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling van de wederpartij in de kosten van het geding.

3 De beoordeling

in conventie en in reconventie

Tussen partijen staan - onder meer - de volgende feiten vast:

Amvest Management B.V. heeft op 29 september 2006 aan Aertsgeerts werkzaamheden opgedragen in het kader van het renovatieproject "De Staten" te Den Haag (hierna: "het werk"). De opdracht betrof schilderwerk aan houten kozijnen, het aanpassen van entrees en het vernieuwen van delen van gevelpuien van woningen aan de Cornelis de Wittlaan 12-276 en 470-694, alles uit te voeren voor een bedrag van € 849.000.

Op 5 oktober 2006 heeft Zobeko een offerte aan Aertsgeerts uitgebracht voor het verrichten van een deel van het werk in onderaanneming. Nadat deze offerte was uitgebracht, zijn partijen met elkaar in overleg getreden omtrent de wijze waarop de werkzaamheden zouden dienen te worden verricht en omtrent het bedrag waarvoor Zobeko bereid zou zijn die werkzaamheden te verrichten.

Bij offerte van 22 januari 2007 heeft Zobeko aan Aertsgeerts aangeboden de in die offerte omschreven werkzaamheden te verrichten voor een totaalprijs inclusief montage, exclusief BTW van € 304.000. Deze offerte vermeldt onder meer dat op alle offertes van Zobeko en alle met haar gesloten overeenkomsten toepasselijk zijn de Algemene Voorwaarden VMRG 2003 (hierna: "de Algemene Voorwaarden").

Artikel 19 van de Algemene Voorwaarden vermeldt het volgende:

"Artikel 19: Ontbinding

Als opdrachtgever de overeenkomst wil ontbinden zonder dat er sprake is van een tekortkoming van opdrachtnemer en opdrachtnemer hiermee instemt, wordt de overeenkomst met wederzijds goedvinden ontbonden. Opdrachtnemer heeft in dat geval recht op vergoeding van alle vermogensschade zoals geleden verlies, gederfde winst en de gemaakte kosten."

Bij brief van 25 januari 2007 heeft Aertsgeerts aan Zobeko opdracht verleend met betrekking tot de in de offerte van 22 januari 2007 genoemde werkzaamheden voor een prijs van € 297.000, exclusief BTW. Deze brief vermeldt onder meer het volgende:

"Hiermede verlenen wij u op basis van onderstaande gegevens en voorwaarden opdracht voor het leveren, demonteren en monteren van aluminium puien en luifels volgens offerte nr. A06146 na goedkeuring architect.

(…)

Voorbehoud: Deze opdracht is onder voorbehoud van doorgang werk en goedkeuring bouwdirectie.

(…)"

Op 5 februari 2007 heeft de Zobeko de brief van 25 januari 2007 van Aertsgeerts voor akkoord ondertekend.

Door Zobeko zijn tekeningen vervaardigd die door de architect van het werk werden beoordeeld. Bij e-mail van 27 februari 2007 met het onderwerp: "Ter beoordeling details aluminium vliesgevels De Staten in Den Haag" heeft de architect Zobeko onder meer als volgt bericht:

"Na het bekijken van uw voorsteltekening B070104 V003 Aertsgeerts 20070222, gaan wij, op nog enkele kleine aandachtspuntjes na, akkoord met uw voorstel. De tekening zal in papieren vorm met hierop de aandachtspuntjes aan ieder geretourneerd worden."

Na 27 februari 2007 heeft nader overleg tussen de bij het werk betrokken partijen plaatsgevonden.

Een aan Aertsgeerts gerichte brief van 10 maart 2008 vermeldt het volgende:

"Zoals door u verzocht op d.d. 28-2-2008 verklaren wij, [X.], Amvest zijnde opdrachtgever en [Y.], Bouwkundig Bureau Caltek b.v. zijnde directievoerder, van het project "Renovatie De Staten" aan de Cornelis de Wittlaan te Den Haag als bouwdirectie, dat:

Aan Aertsgeerts is gemeld dat voor het leveren en aanbrengen van de gevelpuien op basis van de overeenkomst alternatieve voorstellen mogelijk zijn echter dat prijsverhogingen hiervoor niet worden gehonoreerd. Tevens zullen de alternatieve voorstellen voor akkoord moeten worden bevonden door de architect, [Z.] Architectuurcentrale, de constructeur, Pieters Bouwbureau, en de directievoerder.

Bovenstaande is nogmaals ten kantore van [Z.] Architectuurcentrale in Haarlem d.d. 8 februari 2007 aangegeven, waarbij tevens aanwezig was de heer [A.] van de firma Zobeko.

Bij brief van 5 april 2007 heeft Aertsgeerts het volgende aan Zobeko bericht:

"Na het laatste onderhoud met u op 20 februari 2007 bij u op kantoor en de hieruit voortvloeiende aanmerkelijke door u aangegeven meerkosten is uitdrukkelijk komen vast te staan dat ten aanzien van onze opdracht MjS/13254j, dit werk nimmer doorgang kon en heeft kunnen vinden, noch op enig moment goedkeuring van de bouwdirectie heeft mogen dragen.

Daarmee is aan de in onze opdracht expliciet aan u gestelde voorwaarde voor inwerking treding ervan tot op heden feitelijk nimmer toegekomen. Uitvoering is derhalve terecht uitgebleven.

Hierbij verzoeken wij u dan ook ons crediteren voor de door u naderhand op 23-02-07 verzonden factuur 207051 en voor de door u op 26-02-07 verzonden factuur 207052 en beschouwen daarmee de zaak gesloten. Deze facturen zenden wij u retour.

Wij vertrouwen erop u hiermee correct te hebben verzocht en zien uit naar een moment in de toekomst om samen met u wel uitvoering van een andere opdracht te mogen beleven."

Bij brief van 27 april 2007 heeft Zobeko Aertsgeerts als volgt geantwoord:

"Uw (aangetekende) brief van 5 april jl. hebben wij in goede orde ontvangen.

Daarover het volgende.

Allereerst betwisten wij, dat u onder gegeven de omstandigheden nog het voorbehoud uit de overeenkomst van 25 januari jl. kunt inroepen.

Immers, na het sluiten van de overeenkomst hebben wij als uitvoering van de gemaakte afspraken tot en met eind maart van dit jaar op uw verzoek veel (teken)werk voor u verricht.

Daarnaast hebben wij zeer regelmatig met Architectuurcentrale [Z.] en u overleg gepleegd.

Het bestaat dus niet meer. Dit wordt ook nog eens bevestigd door de e-mail van de heer Koster van de Architectuurcentrale [Z.] van 27 januari jl., waarin is aangegeven dat zij op enkele ondergeschikte punten na akkoord is.

Gelet op het vooraanstaande kunt u de overeenkomst dan ook niet meer beëindigen met een beroep op het voorbehoud.

Wij zijn dan ook gerechtigd om nakoming van deze overeenkomst te vorderen.

Nu u kennelijk geen prijs meer stelt op onze diensten in dit project ligt dit ons inziens echter niet meer in de rede.

Dit betekent echter wel, dat u in ieder geval aan ons dient te vergoeden de door ons gemaakte kosten en gederfde winst.

(…)"

Zobeko grondt haar vordering op artikel 19 van de Algemene Voorwaarden. Zij stelt daartoe - verkort weergegeven - het volgende. Aertsgeerts heeft ten onrechte een beroep gedaan op de in de overeenkomst van 5 februari 2007 opgenomen ontbindende voorwaarde van "goedkeuring bouwdirectie". Dientengevolge heeft Zobeko krachtens artikel 19 van de Algemene Voorwaarden recht op vergoeding van alle door haar als gevolg van de ontbinding geleden schade. Deze schade beloopt het door Zobeko gevorderde bedrag.

Aertsgeerts voert - verkort weergegeven - daartegen aan dat de door haar verstrekte opdracht onder enkele voorbehouden is gegeven, te weten onder het voorbehoud "na goedkeuring architect" en onder de voorbehouden "van doorgang werk en goedkeuring bouwdirectie". In de visie van Aertsgeerts hebben de architect en de bouwdirectie nimmer goedkeuring verleend. Aertsgeerts concludeert daaruit dat Zobeko geen beroep op (artikel 19 van) de Algemene Voorwaarden toekomt.

Haar reconventionele vordering grondt Aertsgeerts - bij conclusie van eis in reconventie - op de stelling dat zij door het niet tot stand komen van de overeenkomst met Zobeko voor een bedrag van € 68.218,20 schade heeft geleden. Bij conclusie van repliek in reconventie heeft Aertsgeerts daaraan toegevoegd dat zij voor zover de rechtbank mocht overwegen dat er een overeenkomst zou bestaan, voor een bedrag van € 68.218,20 aan schade heeft geleden vanwege verwijtbare niet-nakoming door Zobeko.

in conventie

Partijen verschillen van mening over de betekenis die toekomt aan de in de brief van 25 januari 2007 van Aertsgeerts aan Zobeko opgenomen "voorbehouden", met name het voorbehoud van "goedkeuring bouwdirectie". De bewoordingen van dat voorbehoud zullen derhalve dienen te worden uitgelegd. Daarbij komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mochten toekennen aan de gebruikte bewoordingen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-maatstaf).

Het op pagina 2 van de opdrachtbevestiging opgenomen "voorbehoud" luidt als volgt:

"Voorbehoud: Deze opdracht is onder voorbehoud van doorgang werk en goedkeuring bouwdirectie."

Zobeko kwalificeert het voorbehoud als (een tweetal) ontbindende voorwaarde(n). Aertsgeerts voert echter aan dat het voorbehoud van "goedkeuring bouwdirectie" een voorbehoud is "om tot een overeenkomst te komen" (conclusie van antwoord/eis onder 3.10).

De rechtbank begrijpt uit de stellingen van Aertsgeerts dat zij zich op het standpunt stelt dat er geen sprake is van een ontbindende, maar van een opschortende voorwaarde. Dat wil zeggen een voorwaarde die de werking van de verbintenissen eerst met het plaatsvinden van de genoemde gebeurtenis - het verlenen van goedkeuring door de bouwdirectie - doet aanvangen.

De rechtbank is van oordeel dat de tekst en strekking van het voorbehoud in de context van de overeenkomst erop duiden dat sprake is van een (tweetal cumulatief) overeengekomen opschortende voorwaarde(n). Evident is dat "doorgang werk" en "goedkeuring bouwdirectie" negatief geformuleerd zouden moeten zijn om als ontbindende voorwaarden te kunnen dienen. Zobeko heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die, mits bewezen, meebrengen dat zij de voorwaarden als ontbindende voorwaarden mocht beschouwen. In rechte dient derhalve als vaststaand te worden aangenomen dat sprake is van opschortende voorwaarden.

Krachtens de hoofdregel van het bewijsrecht rust op Zobeko de last te stellen - en bij gemotiveerde betwisting te bewijzen - dat de opschortende voorwaarden zijn vervuld. Zobeko beroept zich immers op in haar visie voor Aertsgeerts uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen.

De stelling van Zobeko dat het werk uiteindelijk doorgang heeft gevonden, heeft Aertsgeerts niet gemotiveerd betwist. In rechte moet derhalve worden aangenomen dat die opschortende voorwaarde is vervuld. Het geschil spitst zich daarmee - afgezien van het antwoord op de eveneens nog in geschil zijnde vraag of de architect de vereiste goedkeuring heeft verleend - toe op de vraag of ook de opschortende voorwaarde "goedkeuring bouwdirectie" is vervuld. In dit kader dient de vraag te worden beantwoord wat "goedkeuring bouwdirectie" precies inhield. Ook dit is een kwestie van uitleg.

Uit de bewoordingen van de geformuleerde voorwaarde in de context van de tussen partijen gemaakte afspraken heeft Zobeko naar het oordeel van de rechtbank in de gegeven omstandigheden niet anders mogen afleiden dan dat goedkeuring door de bouwdirectie was vereist ten aanzien van uitvoering van de aan Zobeko op te dragen werkzaamheden op de door Zobeko voorgestelde wijze. Dat betreffende bewoordingen door Zobeko anders werden, en mochten worden, begrepen, is gesteld noch gebleken.

Zobeko stelt echter dat nu het begrip "bouwdirectie" niet is gedefinieerd in de overeenkomst tussen partijen, niet duidelijk is wie als bouwdirectie dient te worden beschouwd. Zobeko concludeert daaruit dat door Aertsgeerts geen beroep op dit voorbehoud kon worden gedaan.

Aertsgeerts wijst erop dat Zobeko ten tijde van het sluiten van de overeenkomst reeds bekend was met de namen van zowel de architect als de bouwdirectie. Aertsgeerts voert in dit verband aan dat het bestek - dat reeds voor het uitbrengen van de eerste offerte bij Zobeko bekend was - die namen duidelijk vermeldt.

De rechtbank is met Aertsgeerts van oordeel dat voor Zobeko ten tijde van het sluiten van de overeenkomst duidelijk was, althans duidelijk had kunnen en moeten zijn, dat met "bouwdirectie" werd bedoeld de op het bestek vermelde bouwdirectie. De stelling van Zobeko dat in de offerte en in de opdracht¬bevestiging het bestek niet wordt genoemd zodat dit tussen partijen geen contractstuk is, acht de rechtbank irrelevant. Het gaat er slechts om of voor Zobeko duidelijk was wie in de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst werd bedoeld met "bouwdirectie". Indien daar bij Zobeko al enige onduidelijkheid over bestond, hetgeen is gesteld noch gebleken, had Zobeko daar na ontvangst van de brief van 25 januari 2007 bij Aertsgeerts naar behoren te informeren voordat zij met de inhoud van die brief akkoord ging. Het verweer van Zobeko dat het begrip "bouwdirectie" niet is gedefinieerd, is derhalve ongegrond.

Zobeko stelt zich subsidiair op het standpunt dat de voorwaarde "goedkeuring bouwdirectie" is komen te vervallen doordat de architect de door Zobeko vervaardigde tekeningen, "behoudens ondergeschikte aandachtspunten", op of omstreeks 27 februari 2007 heeft goedgekeurd. De rechtbank acht ook dat verweer ongegrond. Zobeko heeft immers geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit voortvloeit dat zij er op mocht vertrouwen dat met die geclausuleerde goedkeuring door de architect van betreffende tekeningen de volgens de overeenkomst vereiste goedkeuring door de bouwdirectie was verleend, dan wel dat de opschortende voorwaarde van "goedkeuring bouwdirectie" daarmee was vervallen/vervuld. Dergelijke feiten of omstandigheden zijn ook niet gebleken.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat Zobeko niet voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat de opschortende voorwaarde van "goedkeuring bouwdirectie" is vervuld. Nu voorts niet is gesteld of gebleken dat Aertsgeerts de vervulling van die opschortende voorwaarde heeft belet, bestaat er evenmin reden om die opschortende voorwaarde als vervuld te beschouwen.

Een en ander brengt mee dat aan Zobeko geen beroep toekomt op artikel 19 van de Algemene Voorwaarden. Immers, Aertsgeerts heeft bij brief van 5 april 2007 "slechts" medegedeeld dat de overeengekomen opschortende voorwaarde van "goedkeuring directie" niet was vervuld. Derhalve heeft zich niet voorgedaan de in artikel 19 van de Algemene Voorwaarden voorziene situatie dat de opdrachtgever (te kennen geeft) de overeenkomst (te) wil(len) ontbinden zonder dat er sprake is van een tekortkoming van opdrachtnemer. Zobeko kwam derhalve niet het recht toe om in te stemmen met ontbinding en vervolgens de in artikel 19 van de Algemene Voorwaarden voorziene contractuele sanctie - "opdrachtnemer heeft in dat geval recht op vergoeding van alle vermogensschade zoals geleden verlies, gederfde winst en de gemaakte kosten" - tegen Aertsgeerts in te roepen.

in reconventie

Bij conclusie van eis heeft Aertsgeerts geen grondslag voor haar reconventionele vordering gesteld. Immers, uit de enkele stelling dat men schade heeft geleden doordat een overeenkomst niet tot stand is gekomen, kan rechtens niet worden afgeleid dat de beoogde contractuele wederpartij aansprakelijk is voor die schade.

Bij conclusie van repliek in reconventie heeft Aertsgeerts gesteld dat voor zover de rechtbank mocht overwegen dat er een overeenkomst zou bestaan, Aertsgeerts voor een bedrag van € 68.218,20 schade heeft geleden vanwege verwijtbare niet-nakoming door Zobeko. Aertsgeerts heeft echter niet gesteld in de nakoming van welke verbintenis Zobeko is tekortgekomen.

Uit een en ander concludeert de rechtbank met Zobeko dat er kennelijk geen grondslag bestaat voor de in reconventie door Aertsgeerts ingestelde vordering, althans dat voor zover er een grondslag bestaat Aertsgeerts daaromtrent onvoldoende heeft gesteld.

in conventie en in reconventie

De slotsom is dat de vorderingen - van Zobeko in conventie en van Aertsgeerts in reconventie - dienen te worden afgewezen. Zobeko zal als de in conventie in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie. Aertsgeerts zal als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in reconventie.

4 De beslissing

De rechtbank,

in conventie

wijst af de vordering van Zobeko;

veroordeelt Zobeko in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Aertsgeerts bepaald op € 1.390,00 aan vast recht en op € 1.788,00 aan salaris voor de advocaat;

in reconventie

wijst af de vordering van Aertsgeerts;

veroordeelt Aertsgeerts in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zobeko bepaald op € 894,00 aan salaris voor de advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman.

Uitgesproken in het openbaar.

1729