Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH4438

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-02-2009
Datum publicatie
03-03-2009
Zaaknummer
301957 / HA ZA 08-529
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

afwijzing van de vordering van eiser die betaling aan rekeninghouder terugvordert van de bank ogv onverschuldigde betaling/verrijking/od

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 301957 / HA ZA 08-529

Uitspraak: 4 februari 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROPROTECTOR B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. R.W.F. Heijmeriks,

- tegen -

1. [gedaagde sub 1],

wonende te Brielle,

gedaagde in de hoofdzaak,

niet verschenen,

2. de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. T.A. Vermeulen.

Partijen worden hierna aangeduid als: Europrotector, [gedaagde sub 1] en ABN AMRO.

1 Het verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding d.d. 12 februari 2008 en de door Europrotector overgelegde producties;

- de conclusie van antwoord, van de zijde van ABN AMRO;

- de conclusie van repliek, houdende vermeerdering van de grondslag van de vordering;

- de conclusie van dupliek, van de zijde van ABN AMRO.

1.2 Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het vonnis van deze rechtbank d.d. 18 juni 2008, waarin ABN AMRO is toegestaan [gedaagde sub 1] en/of [X] in vrijwaring op te roepen, met reservering van de kosten van het incident, en de onderliggende processtukken.

1.3 Tegen [gedaagde sub 1] is verstek verleend.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voorzover van belang – het volgende vast:

2.1 Europrotector heeft op 16 augustus 2007 een bedrag van € 15.000,-- laten overmaken op de bankrekening met nummer 61.95.69.867 van [gedaagde sub 1] bij ABN AMRO (hierna: de bankrekening). Dit bedrag is op 17 augustus 2007 op de bankrekening bijgeboekt. Ten tijde van de ontvangst van dit bedrag bedroeg het debetsaldo van deze rekening € 3.677,86.

2.2 Europrotector heeft [gedaagde sub 1] gesommeerd om het bedrag van € 15.000,-- aan haar terug te betalen. [gedaagde sub 1] heeft aan deze oproep geen gehoor gegeven.

2.3 Namens Europrotector is bij brief d.d. 30 augustus 2007 aan het incassobureau van ABN AMRO meegedeeld dat de betaling van € 15.000,-- op een vergissing berustte en is ABN AMRO verzocht dit bedrag aan haar terug te betalen.

2.4 De betaling van € 15.000,-- is na ontvangst op 17 augustus 2007 voor een bedrag van € 3.677,86 verrekend met het destijds openstaande negatieve saldo van de bankrekening. Op 29 en 31 augustus 2007 heeft ABN AMRO op het saldo van de bankrekening € 482,80 respectievelijk € 489,41 in mindering gebracht. [gedaagde sub 1] heeft vanaf 6 september 2007 grote bedragen opgenomen van de bankrekening.

2.5 Artikel 19 van de algemene bankvoorwaarden bepaalt kort gezegd dat ABN AMRO gerechtigd is tot verrekening van al hetgeen zij aan haar cliënt verschuldigd is met al hetgeen zij van hem/haar te vorderen heeft.

3 Het geschil

3.1 De gewijzigde vordering van Europrotector luidt – zakelijk weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde sub 1] en ABN AMRO te veroordelen tot betaling van € 15.000,--, danwel [gedaagde sub 1] tot betaling van dit bedrag en ABN AMRO tot betaling van een bedrag nader op te maken bij staat, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten ad € 904,00 en proceskosten.

3.2 Het verweer van ABN AMRO strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Europrotector in de kosten van het geding.

3.3 Op de stellingen van partijen zal, waar nodig, bij de beoordeling worden ingegaan.

4 De beoordeling

Ten aanzien van [gedaagde sub 1]

4.1 Nu tegen [gedaagde sub 1] verstek is verleend en de primaire vordering tegen hem de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, is deze voor toewijzing vatbaar.

4.2 De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu onvoldoende is gesteld en evenmin is gebleken dat het gaat om verrichtingen die meerom¬vattend zijn dan de verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237-240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.

4.3 [gedaagde sub 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Europrotector.

ten aanzien van ABN AMRO

4.4 Vooropgesteld wordt dat de overboeking van Europrotector aan [gedaagde sub 1] een betaling vormt van Europrotector aan [gedaagde sub 1] en niet aan ABN AMRO. Voor zover Europrotector beoogd heeft haar primaire vordering op ABN AMRO te gronden op een onverschuldigde betaling aan ABN AMRO, slaagt dit dan ook niet. Evenmin is ABN AMRO ongerecht¬vaardigd verrijkt, zoals Europrotector betoogt. Degene die verrijkt is, is [gedaagde sub 1] als ontvan¬ger van de betaling. Wel heeft ABN AMRO als gevolg van de overboeking door Euro¬protector haar vorderingen op [gedaagde sub 1] door verrekening kunnen incasseren, maar dit brengt geen wijziging met zich mee in de vermogenspositie van ABN AMRO. Immers, tegenover de opbrengst voor ABN AMRO – de inning van het aan haar verschuldigde – staat dat de vorderingen van ABN AMRO op [gedaagde sub 1] tenietgegaan zijn. Er zou wel sprake zijn van een wijziging in de vermogenspositie van ABN AMRO als de vorderingen van ABN AMRO op [gedaagde sub 1] feitelijk oninbaar waren, maar dat is gesteld noch gebleken.

4.5 De vervolgvraag is of ABN AMRO onrechtmatig heeft gehandeld jegens Europrotector door het door [gedaagde sub 1] ontvangen bedrag niet terug te betalen aan Europrotector, door de rekening van [gedaagde sub 1] niet te blokkeren en/of door het ontvangen bedrag (deels) aan te wenden voor verrekeningen met vorderingen van ABN AMRO op [gedaagde sub 1]. Als ABN AMRO onrechtmatig heeft gehandeld, dan is zij op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) aansprakelijk voor de schade die Europrotector door dat onrechtmatig handelen heeft geleden.

4.6 Om tot onrechtmatigheid te kunnen concluderen is in een geval als dit vereist dat het handelen van ABN AMRO in strijd is met de zorgvuldigheid die ABN AMRO in het maatschappelijk verkeer heeft te betrachten jegens Europrotector. Daarbij geldt op grond van vaste jurisprudentie dat de maatschappelijke functie van de bank een bijzondere zorgplicht meebrengt ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. De reikwijdte van deze zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval.

4.7 Ten aanzien van het terugbetalen van het door [gedaagde sub 1] ontvangen bedrag dan wel het blokkeren van de bankrekening vanwege een – door Europrotector gestelde – vergissing, geldt dat in het algemeen niet kan worden aanvaard dat ABN AMRO hiertoe gehouden zou zijn. De vraag of er sprake is van een vergissing, is een kwestie tussen Europrotector als betaler en [gedaagde sub 1] als ontvanger van het betaalde bedrag. Behoudens bijkomen¬de omstandig¬heden, die gesteld noch gebleken zijn, handelt ABN AMRO niet onzorgvuldig door geen uitvoering te geven aan het verzoek om terugbetaling of door de bankrekening van haar klant niet te blokkeren. Daarbij is meegewogen dat als ABN AMRO dit wel zou doen, zij het risico loopt aansprakelijk gesteld te worden door haar rekeninghouder.

4.8 Over de hiervoor onder 2.4 bedoelde verrekeningen wordt als volgt overwogen. Voorop¬gesteld wordt dat ABN AMRO in haar verhouding tot [gedaagde sub 1] tot verrekening gerechtigd is. De verrekening van 17 augustus 2007 betreft een verrekening van rechtswege op grond van artikel 6:140 BW, de verrekeningen van 29 en 31 augustus 2007 zijn, naar de rechtbank begrijpt, verrekeningen op grond van artikel 19 van de algemene bankvoorwaarden met de saldi van andere bankrekeningen van [gedaagde sub 1]. Dat de algemene bankvoorwaarden tussen ABN AMRO en [gedaagde sub 1] van toepassing zijn, is niet gemotiveerd betwist door Europrotector. De vraag is evenwel of ABN AMRO met de verrekeningen onrechtmatig jegens Europrotec¬tor heeft gehandeld. Dit is in ieder geval niet het geval voor de verrekeningen die plaatsvon¬den vóór 30 augustus 2007, alleen al omdat Europrotector ABN AMRO toen nog niet had meegedeeld dat de betaling op een vergissing berustte. ABN AMRO hoefde voor 30 augus¬tus 2007 dan ook nog geen rekening te houden met de belangen van Europrotector.

4.9 Voor de verrekening van € 489,41 die op 31 augustus 2007 door ABN AMRO is doorgevoerd, ligt dit in zoverre anders dat ABN AMRO – naar Europrotector onbetwist stelt – toen wist van de mededeling van Europrotector dat er sprake was van een vergissing. Vanaf dat moment kon ABN AMRO dus wel rekening houden met de mogelijkheid dat er sprake was van een vergissing en van een mogelijke terugbetalings¬verplichting van [gedaagde sub 1]. Met de verrekening verminderde ABN AMRO het saldo van de bankrekening, waarmee – nu [gedaagde sub 1] niet bereid bleek om op vrijwillige basis het bedrag van € 15.000,-- terug te betalen – de verhaalsmogelijkheden voor Europrotector afnamen met een bedrag van € 489,41. Hoewel ABN AMRO hiermee onmiskenbaar voordeel genoot van haar positie in het betalingsverkeer, is de rechtbank van oordeel dat ABN AMRO hiermee niet onrechtmatig handelde jegens Europrotector. Europrotector stelde in de brief van 30 augustus 2007 wel dat er sprake was van een vergissing, maar daarmee stond dit nog niet vast. Gesteld noch gebleken is bovendien dat ABN AMRO er op 31 augustus 2007 rekening mee moest houden dat [gedaagde sub 1] elders geen verhaal bood voor het verrekende bedrag van € 489,41. Tegen deze achtergrond mocht ABN AMRO haar eigen belangen bij verrekening laten prevaleren en hoefde zij - mede gelet op de beperkte omvang van het verrekende bedrag - geen nader onderzoek te plegen.

4.10 Het betoog van Europrotector dat verrekening juridisch niet mogelijk is omdat het geld op de bankrekening niet aan [gedaagde sub 1] toekwam, leidt niet tot een andere conclusie. Tussen ABN AMRO en [gedaagde sub 1] bestond een rekening-courantverhouding waarin geldvorderingen en geldschulden in een rekening werden opgenomen. In die relatie vond van rechtswege verrekening plaats, terwijl ABN AMRO daarnaast de mogelijkheid had om het saldo van de bankrekening te verrekenen met de saldi van andere bankrekeningen van [gedaagde sub 1] (zie hiervoor onder 4.8). De vraag wat ABN AMRO en [gedaagde sub 1] over en weer te vorderen hebben, hangt niet af van het antwoord op de vraag of hetgeen [gedaagde sub 1] ontvangt van een derde in zijn relatie tot die derde wel of niet aan [gedaagde sub 1] verschuldigd was; daar staat ABN AMRO buiten. Voorzover het betoog van Europrotector gebaseerd zou zijn op de gedachte dat het geld op de bankrekening in goederenrechtelijke zin toebehoorde aan Europrotector, slaagt dit niet omdat een bankrekening een verbintenisrechtelijke verhouding weergeeft tussen de bank en haar rekeninghouder (vergelijk NJ 2007, 79).

4.11 De slotsom is dat de vorderingen van Europrotector op ABN AMRO afgewezen moeten worden.

4.12 Europrotector zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van ABN AMRO, inclusief de kosten van het incident.

5 De beslissing

De rechtbank,

- veroordeelt [gedaagde sub 1] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Europrotector te betalen het bedrag van € 15.000,-- (zegge: vijftienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 BW over dit bedrag vanaf 1 september 2007 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Europrotector bepaald op € 350,-- aan vast recht, op € 71,80 aan overige verschotten en aan € 452,-- salaris voor de advocaat;

- wijst af de vordering van Europrotector tegen ABN AMRO;

- veroordeelt Europrotector in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO bepaald op € 350,-- aan vast recht en aan € 1.356,-- salaris voor de advocaat;

- verklaart dit vonnis voorzover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn.

Uitgesproken in het openbaar.

1411/1876/196