Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH3770

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-01-2009
Datum publicatie
23-02-2009
Zaaknummer
10/661265-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank legt de gedragsbeïnvloedende maatregel op. In deze eerste zaak waarin deze maatregel door de officier van justitie te Rotterdam werd geeïst, waren daartoe strekkende adviezen van een psycholoog en een psychiater voorhanden, doch een schriftelijk advies van de Raad voor de Kinderbescherming, zoals voorgeschreven in artikel 77w, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, ontbrak. De rechtbank heeft in plaats van dit advies genoegen genomen met de onder ede afgelegde verklaring van een gedragsdeskundige bij Bureau Jeugdzorg inhoudende dat de Raad voor de Kinderbescherming een gedragsbeïnvloedende maatregel had geadviseerd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77w
Wetboek van Strafrecht 77wc
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummers: [parketnummer 1] & [parketnummer 2] (ttz gevoegd)

Datum uitspraak: 29 januari 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de [detentieadres],

raadsvrouw mr. E. de Geus, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 januari 2009.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Rebel heeft gerekwireerd tot:

- vrij¬spraak van het onder parketnummer [parketnummer 2] onder 2 ten laste gelegde;

- bewezenverklaring van het onder parketnummer [parketnummer 1] en van het onder parketnummer [parketnummer 2] onder 1, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 195 dagen met aftrek van voorarrest, alsmede oplegging van de gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van 1 jaar, zoals deze is geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming met subsidiair vervangende jeugddetentie voor de duur van 1 jaar;

- toewijzing van de door de benadeelde partij [naam benadeelde partij] gevorderde materiële schade van € 10,-.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Het onder parketnummer [parketnummer 2] onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewe¬zen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder parketnummer [parketnummer 1] ten laste gelegde en de onder parketnummer [parketnummer 2] onder 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Parketnummer [parketnummer 1].

hij

op tijdstippen gelegen

in de periode van 11 juli 2008 tot en met 13 augustus 2008

te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hierna

te noemen goederen en geld,

toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, , en wel:

- in een woning gelegen aan de [straatnaam] een portemonnee

(inhoudende 50 euro of daaromtrent en een giropas), toebehorende aan [aangever 1] en

- uit een (hand)tas geld ( 30 euro toebehorende aan [aangever 2] en

- uit een woning gelegen aan de [straatnaam] een portemonnee

(inhoudende 40 euro of daaromtrent), toebehorende aan [aangever 3] en

- in een woning gelegen aan de [straatnaam] geld (40 euro of daaromtrent)

en twee, bankpassen, toebehorende aan [aangever 4].

Parketnummer: [parketnummer 2]

Feit 4.

hij

op 24 december 2007

te Rotterdam

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van van een valse hoedanigheid endoor een of meer listige kunstgrepen [aangever 5] heeft bewogen tot de afgifte van geld (5 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -

valselijk en bedrieglijk en in

strijd met de waarheid bij de woning van die [aangever 5] aangebeld en zich

voorgedaan als bezorger van een (wijk)krant, door die [aangever 5]

een kaartje met als opdruk de naam van die krant te overhandigen en die

[aangever 5] toe te voegen de woorden "Ik wens u een gelukkig nieuwjaar", althans

woorden van gelijke aard waardoor die [aangever 5] werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte.

Feit 5.

hij

op 24 december 2007

te Rotterdam,

in een woning aan de [straatnaam], met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee, (onder meer)

inhoudende een identiteitskaart en geld, toebehorende aan W. [aangever 5], .

Feit 6.

hij

in de periode van

20 oktober 2007 tot en met 30 november 2007 te Rotterdam,

meermalen, telkens met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen

en geld, toebehorende aan de

hierna te noemen rechthebbenden, en wel:

- uit een woning, gelegen aan het [straatnaam],

een portemonnee (inhoudende 40 euro of daaromtrent en een giropas), toebehorende aan [aangever 6]

en

- in een woning, gelegen aan de [straatnaam],

een portemonnee (inhoudende pasjes), toebehorende aan [aangever 7] en

- uit een woning, gelegen aan de [straatnaam],

een portemonnee (inhoudende onder meer 75 euro of daaromtrent en een

sleutel), toebehorende aan [aangever 8].

Feit 7.

hij

in de periode van 1 december 2007 tot en met 5 december 2007

te Rotterdam

meermalen, met het oogmerk om zich

wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid endoor een of meer listige kunstgrepen [aangever 9] en L. [aangever 10]

heeft bewogen tot de afgifte van geld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven

oogmerk valselijk en bedrieglijk

en in strijd met de waarheid bij de woningen van die[aangever 9] en

[aangever 10] aangebeld en zich daar toen

voorgedaan als een collectant van het aidsfonds waardoor die[aangever 9] en [aangever 10] telkens werden bewogen

tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaar¬de heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer [parketnummer 1]

Diefstal, meermalen gepleegd.

Parketnummer [parketnummer 2]

Feit 4.

Oplichting.

Feit 5.

Diefstal.

Feit 6.

Diefstal, meermalen gepleegd.

Feit 7.

Oplichting, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf en de maatregel die aan de verdachte worden opge¬legd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstan¬digheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van diefstal door middel van babbeltrucs. De verdachte belde bij de bewoners aan en bracht de bewoners in de veronderstelling dat hij geld kwam inzamelen, zoals bijvoorbeeld voor een kindervakantie, voor hongerige kinderen in Afrika of voor een vereniging. De bewoners werden vervolgens afgeleid met de vraag of de verdachte gebruik mocht maken van het toilet en/of hij vroeg hen om een glaasje water. Nadat de verdachte de woning was binnengelopen, nam hij hun portemonnee en/of geld weg. De verdachte was vrijwilliger bij een revalidatiecentrum en is met een bewoonster in een rolstoel gaan wandelen waarna hij haar geld stal. Tevens is de verdachte met de smoes dat hij de hele nacht buiten was geweest, het koud en honger had bij een slchtoffer naar binnengegaan; vervolgens heeft hij geld en bankpassen uit haar portemonnee weggenomen. Voorts heeft de verdachte bij een slachtoffer, van wie hij regelmatig de auto waste, een portemonnee weggenomen.

De verdachte heeft zich ook voorgedaan als collectant van het aidsfonds en als bezorger van een krant en hij bracht in die laatste hoedanigheid dan de beste wensen voor het nieuwe jaar over. De bewoners werden op deze manier bewogen tot afgifte van geld. De verdachte heeft zich hiermee tevens schuldig gemaakt aan oplichting.

Het geld dat de verdachte gestolen heeft en het geld dat hij kreeg voor de collecte heeft hij opgemaakt aan het kopen van eten en sigaretten.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige feiten. De verdachte heeft bewust een kwetsbare groep in de samenleving uitgezocht. Met uitzondering van één persoon betrof het mensen in de leeftijd van 79 jaar tot 94 jaar oud. Sommigen van hen waren slecht ter been en slecht ziend. De verdachte heeft op grove wijze misbruik gemaakt van het door hen in hem gestelde vertrouwen. Daarnaast heeft de verdachte goede doelen zoals het Aidsfonds imagoschade berokkend. Door dergelijke feiten te plegen wordt niet alleen materiele schade toegebracht aan de benadeelden, maar wordt ook ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers, hetgeen bij hen gevoelens van onveiligheid veroorzaakt. Voorts brengen dergelijke feiten ook maatschappelijke onrust teweeg.

Omtrent de persoon en omstandigheden van de verdachte is op 8 januari 2009 gerapporteerd door drs. B.Y. van Toorn, GZ-psycholoog. Deze deskundige concludeert dat door de weigering van de verdachte om mee te werken, alsmede de schofferende wijze waarop hij dat doet, duidelijk is geworden dat hij twee gezichten heeft, ontoegankelijk is en grensover¬schrijdend kan zijn. Er is bij de verdachte sprake van zowel een ziekelijke stoornis als van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een pervasieve ontwikkelingsstoornis NAO, een gedragsstoornis, ernstig van aard, beginnend in de adolescentie in combinatie met het misbruik van cannabis. Daarnaast is er sprake van een zwakbegaafd niveau van (intellectueel) functioneren. Dit was ook zo ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. Het is zorgwekkend dat de verdachte, ondanks meerdere sancties, detenties en een ITB traject, gewoon doorgaat met zijn delictgedrag. Ongetwijfeld wordt dit gedeeltelijk veroorzaakt door zijn koppigheid, zijn halsstarrigheid en zijn neiging om het eigen plan te trekken. An¬derzijds onderstreept dit ook dat er sprake moet zijn van een stevige bekrachtigingscirkel met betrekking tot het plegen van diefstallen op deze wijze.

De ontwikkeling van de verdachte over het afgelopen jaar is zeer zorgwekkend. Al met al, maakt hij de indruk verschrikkelijk met zichzelf in de knoop te zitten. Hij is eenzaam, kan zijn frustraties niet verwoorden, komt keer op keer in de problemen en heeft op alle levensgebieden problemen. Hij is steeds meer aan het ontsporen.

Zijn problematiek behoeft zeker behandeling. Behandeling dient zich in eerste instantie te rich¬ten op stabilisatie, het creëren van duidelijkheid, voorspelbaarheid en veiligheid. Belangrijk is dat de verdachte de kans krijgt zich te hechten aan een belangrijke ander, hij lijkt hier veel behoefte aan te hebben. Pas hierna kan er voldoende ruimte ontstaan voor verandering, voor het verkrij¬gen van ziektebesef en ziekte-inzicht, het in kaart brengen van zijn motivaties en drijfveren, al¬ternatieven van gedrag te ontwikkelen en leren om het gedrag af te stemmen op anderen. Gaande het behandeltraject dient er aandacht te komen voor uitputtende diagnostiek, met name met be¬trekking tot de mate waarin zijn gedrag bepaald wordt door zijn autistische trekken en de mate van veranderbaarheid van zijn persoonlijkheidsconfiguratie. Tevens dient er veel aandacht te zijn voor het voorkomen van het misbruik van middelen.

De behandeling dient plaats te vinden als dagklinische behandeling. Een ITB tra¬ject (harde kern) is aangewezen zodat er veel controle komt voor de gang naar en van een be¬handelsetting. Het is belangrijk dat de behandeling plaatsvindt in een setting waar men gespecialiseerd is in jongens met cognitieve beperkingen.

De deskundige adviseert hier de behandelsetting Het Palmhuis in Den Haag, afdeling De Jutters. Men beschikt daar over een gespecialiseerde groep (L YB) voor jongeren met lichte cognitieve beperkingen. De verdachte zou dagelijks kunnen reizen naar Het Palmhuis met behulp van speciaal vervoer. Een dagbehandelingtraject bij De Jutters duurt minimaal 1 à 2 jaar. De deskundige adviseert de verdachte een soortgelijk behandeltraject op te leggen binnen het juridisch kader van een gedragsbeïnvloedende maatregel, voor de periode van minimaal 1 jaar.

In het rapport van 8 januari 2009 komt M.J.M. Reusens, kinder- en jeugdpsychiater tot de conclusie dat de verdachte lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van PDDNOS en daarop gesuperponeerd een gedragsstoornis, ernstig van aard, met begin in de adolescentie. Er worden reeds aanwijzingen gevonden voor de ontwikkeling van persoonlijkheidsproblematiek met antisociale en narcistische kenmerken. Verder functioneert de verdachte op een cognitief zwakbegaafd niveau en is er sprake van cannabismisbruik. Dit was ook aan de orde ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde en beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes, c.q. gedragingen. Er is bij de verdachte sprake van innerlijke leegte en van een daaraan gekoppelde spanningsbehoefte wat mogelijk mede het delictgedrag in de hand heeft gewerkt. De verdachte is sterk gericht op onmiddellijke driftbevrediging, deels ook vanuit de innerlijke leegte. Het denken doet ook nog vrij egocentrisch aan. Hij kan het eigen handelen nog volstrekt onvoldoende tot onderwerp van reflectie maken. Slechts het hier en nu lijkt te tellen en hij neigt er verder toe om geen eigen verantwoordelijkheid voor zijn daden te nemen, legt de schuld buiten zichzelf, bagatelliseert en ontkent. De manier waarop de verdachte de diefstallen pleegt lijkt erop te wijzen dat hij vanuit een zekere prikkelzucht en spanningsbehoefte de delicten pleegt. Dit zou kunnen wijzen op zich ontwikkelende kleptomanie.

De hem ten laste gelegde delicten dienen aan de verdachte, indien bewezen, in verminderde mate toegerekend te worden.

Het cognitieve functioneren op licht verstandelijk beperkt niveau, de lacunaire gewetensfuncties, het beperkte vermogen om meer ingewikkelde situaties te overzien, het lage zelfgevoel, de innerlijke leegte met daaraan gekoppeld de grote spanningsbehoefte, het beperkte sociale inzicht, de beperkte mogelijkheden tot sociaal contact, het beperkte inzicht in zichzelf, zijn van belang voor de kans op recidive. De verdachte vertoont verder vrij behoeftebevredigende objectrelaties die emotioneel wat vlak en leeg overkomen. Er is moeilijk tot hem door te dringen. De verdachte loopt de aansluiting met leeftijdgenoten mis, imponeert als een vrij eenzame jongen. Hij staat ook wat gebruikmakend in de contacten met anderen, is wat manipulatief in zijn gedrag. Er zijn bij de verdachte, naast de gedragsproblematiek, lichte autistische trekken. Daarnaast is er sprake van cannabismisbruik. Behandeling zal dus op meerdere terreinen dienen ingezet te worden. Met name wordt gedacht aan een dagklinische setting. Concreet wordt geadviseerd om de behandeling te laten plaatsvinden op de dagbehandeling van het Palmhuis in Den Haag, forensisch psychiatrische afdeling van de Jutters, alwaar een groep is voor jongeren met licht verstandelijke beperking (zogenaamde LVB-groep).

Ook wordt er na de opname gezorgd voor een nazorgtraject, onder andere door begeleiding van de sociale herinstroom. Eis is wel dat er speciaal vervoer is van huis naar Scheveningen, waartoe de mogelijkheden door de jeugdreclassering dienen onderzocht te worden. Daarnaast wordt geadviseerd om een ITB-traject Harde Kern op te leggen. Geadviseerd wordt om dergelijke behandeling en begeleiding op te leggen in het juridische kader van een gedragsbeïnvloedende maatregel. Geadviseerd wordt om, na afronding van de behandeling in het kader van de gedragsbeïnvloedende maatregel, deze te laten volgen door een begeleidingstraject door de Raad voor de Kinderbescherming/Bureau Jeugdzorg.

Gelet op de conclusies en bevindingen van de genoemde deskundige M.J.M. Reusens, kinder- en jeugdpsychiater, wordt de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar voor de bewezen verklaarde feiten geacht.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van het rapport van Bureau Jeugdzorg, opgemaakt door M. Beckers, jeugdreclasseerder en A.H. Zuijdwijk, teammanager jeugdreclassering, d.d. 2 juli 2008. Daarin wordt – kort samengevat – eveneens geadviseerd de verdachte een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen met als invulling een dagbehandeling gericht op delictgedrag en middelengebruik bij het Palmhuis, afdeling De Jutters te Den Haag. Daarnaast adviseren de deskundigen een ITB-Harde Kern traject vanuit de jeugdreclassering.

Ter terechtzitting heeft mevrouw S. Slotboom, gedragsdeskundige bij Bureau Jeugdzorg, verklaard dat de Raad voor de Kinderbescherming betrokken is geweest bij het onderzoek naar de persoon van de verdachte en tevens geadviseerd heeft tot oplegging van een gedragsbeïnvloedende maatregel. Onder deze omstandigheid is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 77w, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

De rechtbank is van oordeel dat op bovenstaande feiten niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie van beperkte duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 september 2008 niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank merkt op dat de onder parketnummer [parketnummer 2] bewezenverklaarde feiten voor de inwerkingtreding van artikel 77w Sr zijn gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat dit het opleggen van de gedragsbeïnvloedende maatregel niet in de weg staat nu de feiten onder parketnummer [parketnummer 2] bij parketnummer [parketnummer 1] zijn gevoegd en de onder parketnummer [parketnummer 1] bewezenverklaarde feiten ná de inwerkingtreding van artikel 77w Sr zijn gepleegd.

Onder de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden acht de rechtbank het opleggen van een gedragsbeïnvloedende maatregel aangewezen. Aan de formele voorwaarden voor het opleggen van de maatregel is voldaan, nu:

-de ernst van de begane misdrijven en de veelvuldigheid van de begane misdrijven hiertoe aanleiding geven en;

-de maatregel in het belang is van een zo gunstige mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

Alles afwegend worden na te noemen straf en maatregel passend en geboden geacht.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ/SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Parketnummer [parketnummer 2] feit 7.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [aangever 9], wonende te Rotterdam, ter zake van het onder parketnummer [parketnummer 2] onder 7 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 10,-.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij als gevolg van het onder parketnummer [parketnummer 2] onder 7 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht en de verdachte de gevorderde schadevergoeding niet heeft betwist, zal de vordering worden toegewezen.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewe¬zen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoer¬legging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Behalve op het reeds genoemde artikel, is gelet op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i, 77w, 77wc, 77gg, 310 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

-verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder parketnummer [parketnummer 2] onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

-verklaart bewezen, dat de verdachte het onder parketnummer [parketnummer 1] ten laste gelegde feit en de onder parketnummer [parketnummer 2] onder 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

-verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

-stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hier¬voor vermelde strafbare feiten;

-verklaart de verdachte strafbaar;

-veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de tijd van 196 (honderdzesennegentig) dagen;

-beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuit¬voerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheids¬straf in mindering is gebracht;

-legt de verdachte op de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 1 (één) jaar bestaande uit:

- behandeling bij het Educatief Centrum en De Waag;

- behandeling gericht op delictgedrag en middelengebruik bij het Palmhuis, afdeling de Jutters te Den Haag;

- ITB-Harde Kern traject vanuit de jeugdreclassering;

- verplicht jeugdreclasseringscontact;

-verstrekt aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de maatregel;

-beveelt dat indien de verdachte niet of niet naar behoren aan de maatregel meewerkt, vervangende jeugddetentie voor de duur van één jaar zal worden toegepast;

-heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdach¬te met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van de opgelegde jeugddetentie;

-wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 9] toe tot een bedrag van € 10,- (zegge tien EURO) en veroor¬deelt de verdachte dit bedrag tegen kwij¬ting aan [aangever 9], wonende te Rotterdam te betalen;

-veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

-legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 9], voornoemd te betalen € 10,- (zegge: tien EURO), bij gebreke van volledige betaling en volle¬dig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. De PauwGerlings-Döhrn, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. Franken en Wurzer-Leenhouts, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Gijsen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze recht¬bank op 29 januari 2009.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van: 29 januari 2009

TEKST TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer: [parketnummer 1]

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen

in of omstreeks de periode van 11 juli 2008 tot en met 13 augustus 2008

te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hierna

te noemen goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, en wel:

- in/uit een woning gelegen op/aan de [straatnaam] een portemonnee

(inhoudende 50 euro of daaromtrent en/of een giropas), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of

- in/uit een (hand)tas geld (inhoudende 30 euro of daaromtrent), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] en/of

- in/uit een woning gelegen op/aan de [straatnaam] een portemonnee

(inhoudende 40 euro of daaromtrent), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [aangever 3] en/of

- in/uit een woning gelegen op/aan de [straatnaam] geld (40 euro of daaromtrent)

en/of twee, althans één bankpas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [aangever 4];

[art. 310 jo 57 Wetboek van Strafrecht]

Parketnummer: [parketnummer 2]

1.

hij

in of omstreeks de periode van 25 januari 2008 tot en met 2 februari 2008

te Rotterdam,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of uit een woning,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

(SR 310 mm gepleegd)

2.

Hij

op of omstreeks 23 februari 2008

te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

portemonnee inhoudende geld en/of waardepapieren, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 12], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

(SR 310)

3.

hij

in of omstreeks de periode van 16 februari 2008 tot en met 23 februari 2008

te Rotterdam,

op de openbare weg, te weten de [straatnaam],

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [aangever 13] te dwingen tot de afgifte van een portemonnee,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 13],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, die [aangever 13] een mes

heeft voorgehouden en/of die [aangever 13] (daarbij) de woorden heeft toegevoegd:"Mag

ik uw portemonnee", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

(SR 317/45)

4.

(parketnummer)

hij

op of omstreeks 24 december 2007

te Rotterdam

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [aangever 5] heeft bewogen tot de afgifte van geld (5 euro), in

elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid bij de woning van die [aangever 5] aangebeld en/of zich

(vervolgens) voorgedaan als bezorger van een (wijk)krant, door die [aangever 5]

een kaartje met als opdruk de naam van die krant te overhandigen en die

[aangever 5] toe te voegen de woorden "Ik wens u een gelukkig nieuwjaar", althans

woorden van gelijke aard of strekking, waardoor die [aangever 5] werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij

op of omstreeks 24 december 2007

te Rotterdam,

in/uit een woning aan de [straatnaam], met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee, (onder meer)

inhoudende een identiteitskaart en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [aangever 5], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte;

(artikel 310 Wetboek van Strafrecht)

6.

(parketnummer)

hij

in of omstreeks de periode van

20 oktober 2007 tot en met 30 november 2007 te Rotterdam,

meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen

en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander dan aan

verdachte, en wel:

- in/uit een woning, gelegen aan het [straatnaam],

een portemonnee (inhoudende 40 euro of daaromtrent en/of een giropas), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6]

en/of

- in/uit een woning, gelegen aan de [straatnaam],

een portemonnee (inhoudende pasjes), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [aangever 7] en/of

- in/uit een woning, gelegen aan de [straatnaam],

een portemonnee (inhoudende onder meer 75 euro of daaromtrent en/of een

sleutel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan {aangever 8];

(SR 310, meermalen gepleegd)

7.

hij

in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 5 december 2007

te Rotterdam

meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 9] en/of L. [aangever 10]

en één of meer ander(e) perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van geld,

in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid bij de woningen van die[aangever 9] en/of

[aangever 10] en één of meer ander(e) perso(o)n(en) aangebeld en/of zich daar toen

voorgedaan als een collectant van het aidsfonds Afrika en/of World Vision

Zipyourlip, waardoor die[aangever 9] en/of [aangever 10] (telkens) werd(en) bewogen

tot bovenomschreven afgifte;

(SR 326 meermalen gepleegd)