Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH3191

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-01-2009
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
303869 / HA ZA 08-794
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit woning 7:17 BW, aanvullende bepaling in NVM koopakte, schade, klachttermijn 7:23 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 303869 / HA ZA 08-794

Uitspraak: 28 januari 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. A.D. Leuftink,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde],

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. G.J. Houweling.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiser]" respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 10 maart 2008 en de door eiser overgelegde producties;

conclusie van antwoord, met producties;

- conclusie van repliek;

- conclusie van dupliek.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [gedaagde] heeft aan [eiser] verkocht en op 17 oktober 2007 geleverd een woning aan [adres] (hierna: de woning). De woning is rond 1928 gebouwd.

2.2 De koopovereenkomst voor de woning is opgesteld conform het NVM-model en vermeldt -voor zover van belang-:

"(…)

artikel 5 Staat van de onroerende zaak, gebruik 5.1 De onroerende zaak zal aan koper in eigendom worden overgedragen in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van deze overeenkomst bevindt met alle daarbij behorende rechten en aanspraken, zichtbare en onzichtbare gebreken, heersende erfdienstbaarheden en kwalitatieve rechten, en vrij van hypotheken, beslagen en inschrijvingen daarvan. (…) 5.3 De onroerende zaak zal bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik als: woning. (…)

Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn.

(…) ARTIKEL 19 AANVULLENDE BEPALING Verkoper heeft koper uitdrukkelijk geattendeerd op het feit dat hij het verkochte nooit feitelijk heeft gebruikt en dat hij derhalve koper niet heeft kunnen informeren over eigenschappen van c.q. gebreken aan het verkochte waarvan hij op de hoogte zou zijn geweest indien hij het verkochte zelf feitelijk had gebruikt. In dit kader zijn partijen uitdrukkelijk overeengekomen dat dergelijke eigenschappen c.q. gebreken voor rekening en risico van koper komen. Een en ander is niet van toepassing indien verkoper bewust gebreken heeft verzwegen, wat koper dan dient aan te tonen.

(…)"

2.3 Een onderzoeksrapport, tevens offerte van de firma Van Lierop d.d. 13 november 2007 ter attentie van [eiser] betreffende de woning vermeldt onder meer:

“ (…)

Onderzoeksdatum: 01-11-2007

(…)

Geïnspecteerd werd de onderzijde van de begane grondvloer en balklaag alsmede de fundering en bodemafsluiting.

(…)

Tijdens onze inspectie constateerden wij het volgende:

- aantasting door de gewone houtwormkever (…) in diverse balken en vloerhout.

- ernstige aantasting door bruinrot-veroorzakende schimmels in diverse balken en vloerhout; waardoor het houtwerk constructief ernstig verzwakt is (…).

(…)

Wij adviseren u het volgende:

- zorgvuldig verwijderen van het door zwam/bruinrot aangetaste houtwerk en opschonen van de kruipruimte.

- curatieve behandeling van het nieuw in te brengen houtwerk en een preventieve behandeling van het overige houtwerk, om verdere aantasting te voorkomen.

- preventieve behandeling van het nieuw in te brengen houtwerk om aantasting door houtaantastende insecten en houtrotverwekkende schimmels te voorkomen.

- behandelen van de funderingen, poeren en bodemafsluiting d.m.v. besproeien.

(…)

Voor behandeling opgenomen onderdelen

A. Zwamsanering/ Houtconservering

Besproeien van het van binnenuit bereikbare, onbewerkte houtwerk (…) de fundering, poeren en bodemafsluiting.

B. Bouwkundige werkzaamheden

- totale vloerhout en balklaag vervangen.

- schoonblazen van bestaande roosters.

- opschonen van de kruipruimte.

C. Bodemisolatie

- het aanbrengen van een laag isolerende schelpen (ca. 25 cm) op de kruipruimte bodem.

(…).”

2.4 Een brief d.d. 15 november 2007 van PWS Projectmanagement B.V. aan [eiser] vermeldt onder meer:

“(…)

Zoals u weet is de Gemeente Schiedam al een geruime tijd bezig met het saneren van zwamproblematiek in Schiedam West. In het kader van deze aanpak zijn een groot aantal woningen in Schiedam West in opdracht van de Gemeente Schiedam geïnspecteerd, waaronder uw pand. Bij de inspectie van de firma Van Lierop is gebleken dat in uw kruipkelder bruinrot veroorzakende schimmels zijn aangetroffen. Bruinrot veroorzakende schimmels kunnen binnen korte tijd veel schade veroorzaken aan de houtconstructie waardoor de draagconstructie van de begane grondvloer sterk kan verzwakken. In het uiterste geval kunt u door uw begane grondvloer zakken.

(…).”

2.5 [eiser] heeft [gedaagde] bij brief d.d. 11 januari 2008 aansprakelijk gesteld voor de kosten die zijn gemoeid met de herstelwerkzaamheden aan de woning en hem gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 13.577,90.

3 De vordering

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in het nakomen van de koopakte waardoor [eiser] schade heeft geleden, lijdt en in de toekomst nog zal lijden, subsidiair de handelwijze van [gedaagde] aan te merken als een onrechtmatige daad op grond waarvan [eiser] schadevergoeding toekomt ex artikel 6:162 BW;

- [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 13.577,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2008 tot de dag der algehele voldoening;

- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Er is sprake van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. De woning vertoont namelijk een gebrek, te weten een ernstige aantasting van de houtconstructie van de vloer door bruinrotveroorzakende schimmels, waardoor de vloer ernstig is verzwakt.

Artikel 5.3 van de NVM-koopovereenkomst bevat een garantiebepaling op grond waarvan de toerekenbaarheid aan [gedaagde] van de non-conformiteit vaststaat.

3.2 [gedaagde] was, gelet op de informatie van de gemeente dat men al geruime tijd tracht de zwamproblematiek in de [straat] op te lossen, op de hoogte van de zwamproblematiek. [gedaagde] heeft echter verzuimd [eiser] hiervan op de hoogte te stellen en heeft derhalve haar mededelingsplicht geschonden.

3.3 Indien [gedaagde] niet op de hoogte was van de aanwezige zwamproblematiek in de woning, dan dient de tekortkoming aan haar te worden toegerekend op grond van verkeersopvattingen.

3.4 Het voorgaande komt er eveneens op neer dat [gedaagde] jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld.

3.5 [eiser] moet herstelwerkzaamheden laten verrichten om de zwamproblematiek te verhelpen. De kosten hiervoor bedragen, gelet op het onderzoeksrapport, tevens offerte van de firma Van Lierop, € 13.577,90 inclusief BTW.

3.6 [eiser] maakt aanspraak op een vergoeding van de wettelijke rente vanaf 18 januari 2008, aangezien [gedaagde] niet heeft gereageerd op de ingebrekestelling d.d. 11 januari 2008 waarin zij werd gesommeerd de kosten gemoeid met de herstelwerkzaamheden binnen 7 dagen te betalen.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot niet-ontvankelijkheidverklaring dan wel afwijzing van de vordering, met veroordeling in de kosten van het geding.

[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Artikel 19 van de koopovereenkomst sluit een beroep op non-conformiteit contractueel uit ten aanzien van eigenschappen van c.q. gebreken aan het verkochte waarvan [gedaagde] op de hoogte zou zijn geweest indien zij het verkochte feitelijk had gebruikt. Artikel 19 bevat een uitzondering op de standaardgarantie van artikel 5.3 van de koopovereenkomst.

4.2 [eiser] kan geen beroep meer doen op non-conformiteit, nu de klachttermijn van artikel 7:23 BW is overschreden.

4.3 [gedaagde] betwist dat zij wetenschap had van het gebrek. [gedaagde] heeft de woning nimmer bewoond of laten bewonen. Zij heeft de woning op een executieveiling aangekocht om door te verkopen. [gedaagde] heeft de kelder niet geïnspecteerd na aankoop van de woning, nu hij daartoe fysiek niet in staat was. [gedaagde] was dan ook niet bekend met de aanwezigheid van bruinrot veroorzakende schimmels in de kelder. Ook is [gedaagde] nimmer door de gemeente Schiedam of door anderen geïnformeerd over de zwamproblematiek in de [straat]. Nu [gedaagde] niet bekend was met het gebrek had zij dienaangaande geen mededelingsplicht.

4.4 Bovendien heeft [eiser] zijn onderzoeksplicht verzaakt. Op grond van artikel 19 van de koopovereenkomst was het duidelijk dat er mogelijke gebreken waren. Daarnaast ging het om een oud huis dat in een gebied van woningverbetering lag. Door deze omstandigheden rustte er een extra zware onderzoeksplicht op [eiser]. De garantie van artikel 5.3 van de koopovereenkomst strekt zich niet uit tot bij de koper kenbare gebreken, waaronder tevens moet worden begrepen gebreken die de koper ten tijde van de koop had behoren te kennen.

4.5 [gedaagde] betwist dat de schimmel ten tijde van de verkoop reeds aanwezig was, reeds herkenbaar aanwezig was of reeds zichtbare schade had veroorzaakt. Bovendien staat aanwezige schimmel een normaal gebruik van het pand als woning niet in de weg, nu op voorhand bekend was dat [eiser] onderhoud aan de woning zou moeten plegen.

4.6 Het voorgaande komt er eveneens op neer dat [gedaagde] jegens [eiser] niet onrechtmatig heeft gehandeld, waardoor artikel 6:162 BW niet van toepassing is.

4.7 Er is geen schade, nu niet is gebleken dat [eiser] de vloer heeft hersteld of vervangen. Om die reden kan de vordering ook niet vermeerderd worden met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2008. [gedaagde] bestrijdt dat het geheel vervangen van de vloer noodzakelijk is. Het genoemde schadebedrag is bovendien bovenmatig, nu het vervangen van een vloer niet meer mag kosten dan € 3.000,00.

5 De beoordeling

5.1 Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat [eiser] gelet op de klachttermijn van artikel 7:23 BW geen beroep meer toekomt op non-conformiteit. [gedaagde] stelt hiertoe dat [eiser] haar niet “binnen bekwame tijd”, dat wil zeggen niet binnen twee maanden, in kennis heeft gesteld van de aanwezigheid van bruinrotveroorzakende schimmels in de kruipkelder, nu [eiser] hiermee op 1 november 2007 bekend was geraakt en hij pas bij brief van 11 januari 2008 heeft geklaagd. [gedaagde] verwijst hierbij naar het arrest van het Hof Den Bosch van 20 maart 2001 (NJ 2002,67). [eiser] betwist dat hij niet tijdig heeft geklaagd bij [gedaagde].

5.2 De vraag of [gedaagde] door [eiser] binnen bekwame tijd van het gebrek op de hoogte is gesteld moet, nu geen sprake is van een consumentenkoop, worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder het antwoord op de vraag of de [gedaagde] nadeel lijdt door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. Een vaste termijn kan daarbij niet worden gehanteerd, ook niet als uitgangspunt (Hoge Raad 29 juni 2007, NJ 2008,606).

5.3 Vastgesteld wordt dat [eiser] om en nabij 15 november 2007, middels de brief van de gemeente Schiedam d.d. 15 november 2007, bekend is geraakt met de aanwezigheid van bruinrotveroorzakende schimmels in de kruipkelder van zijn woning en niet, zoals [gedaagde] stelt, op 1 november 2007. Die datum betreft immers de onderzoeksdatum van de firma Van Lierop. Het rapport zelf dateert van 13 november 2007.

5.4 Van [eiser] kon in alle redelijkheid niet worden verwacht dat hij [gedaagde] direct na het bekendraken met het gebrek hiervan in kennis stelde. Een niet-professionele koper moet enige tijd worden gegund zich te bezinnen op te nemen stappen, bijvoorbeeld voor het inwinnen van nader advies omtrent de aansprakelijkheid. Hiermee zijn [eiser]’s redelijke belangen gediend. Van [eiser] wordt wel voortvarendheid verwacht, nu [gedaagde] er belang bij heeft dat hij na aflevering van het verkochte binnen een niet al te lange termijn de zekerheid heeft dat hij geen vorderingen van [eiser] hoeft te verwachten wegens non-conformiteit. [eiser] heeft [gedaagde] op 11 januari 2008, derhalve binnen 2 maanden, kennisgegeven van het gebrek en aansprakelijk gesteld voor de herstelkosten. Dit is naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de in die periode vallende feestdagen, voldoende voortvarend. Niet is gebleken dat [gedaagde] door de lengte van deze door [eiser] in acht genomen termijn is geschaad in haar belangen als (professioneel) verkoper.

5.5 Gelet hierop was de inkennisstelling van [gedaagde] door [eiser] tijdig en komt [eiser] een beroep toe op non-conformiteit.

5.6 Vervolgens is aan de orde de vraag of sprake is van non-conformiteit en of dit een tekortkoming in de nakoming van de koopakte oplevert. [gedaagde] heeft betwist dat de schimmels ten tijde van de verkoop reeds aanwezig waren. [gedaagde] heeft deze betwisting echter niet voldoende onderbouwd, nu zij slechts heeft gesteld dat de schimmels snel van de ene op de andere woning overslaan en in zeer korte tijd schade kunnen veroorzaken. Het had, gelet op de zeer korte periode tussen de levering van de woning op 17 oktober 2007 en de datum waarop de firma Van Lierop de schade constateerde (1 november 2007), op haar weg gelegen de rechtbank meer concrete informatie te verschaffen over de snelheid waarmee bruinrotveroorzakende schimmels schade kunnen veroorzaken aan de houtconstructie van een woning en ter ondersteuning bescheiden over te leggen. Dit heeft [gedaagde] echter nagelaten, waardoor de rechtbank aan haar betwisting voorbij gaat. De rechtbank neemt mitsdien als vaststaand aan dat de schimmel ten tijde van de verkoop reeds aanwezig was.

5.7 De vraag of in casu sprake is van non-conformiteit is afhankelijk van de eigenschappen van de woning die [eiser], mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die [gedaagde] over de zaak heeft gedaan, op grond van de koopakte mocht verwachten.

5.8 Partijen hebben met name in artikel 5.3 en 19 van de koopakte nadere afspraken gemaakt over de eigenschappen van de woning die [eiser] mocht verwachten. Ingevolge artikel 5.3 van de koopakte, waarop [eiser] zich beroept, staat [gedaagde] in voor de feitelijke eigenschappen van de woning die nodig zijn voor een normaal gebruik als woning. Het is volgens de rechtbank evident dat aanwezigheid van bruinrotveroorzakende schimmels in de kruipkelder in zijn algemeenheid tot de conclusie leidt dat dit een normaal gebruik van een woning in de weg staat en hiermee in beginsel sprake is van non-conformiteit.

5.9 De rechtbank is het echter met [gedaagde] eens dat artikel 19 van de koopakte, op grond waarvan [gedaagde] niet instaat voor eigenschappen van c.q. gebreken aan de woning waarvan zij op de hoogte zou zijn geweest indien zij de woning zelf feitelijk had gebruikt, een beroep op artikel 5.3 van de koopakte verhindert, tenzij [gedaagde] gebreken bewust heeft verzwegen. Van belang is immers de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan de bovengenoemde bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Artikel 19 dient in redelijkheid te worden opgevat als strekkende tot inperking van het bepaalde in artikel 5.3. [gedaagde] wil kennelijk niet instaan voor eigenschappen van c.q. gebreken aan het verkochte waarvan zij niet op de hoogte is omdat zij het verkochte zelf niet feitelijk heeft gebruikt. De woning beantwoordt op grond van artikel 19 dan ook aan de overeenkomst, tenzij [gedaagde] het gebrek bewust heeft verzwegen. Cruciaal hierbij is de vraag of [gedaagde] het gebrek kende.

5.10 Bovendien is voor de vraag of sprake is van non-conformiteit van belang of [gedaagde] een mededelingsplicht had dienaangaande. Cruciaal hierbij is de vraag of [gedaagde] het gebrek kende dan wel had behoren te kennen.

5.11 [eiser] heeft gesteld dat [gedaagde], gelet op de informatie van de gemeente dat men al geruime tijd tracht de zwamproblematiek in de [straat] op te lossen, op de hoogte was van de zwamproblematiek. Bij repliek heeft [eiser] bovendien gesteld dat [gedaagde] op de hoogte had moeten zijn van de zwamproblematiek, nu [gedaagde] verbouwingswerkzaamheden heeft verricht in het pand om deze verkoopklaar te maken. Nu [gedaagde] heeft verzuimd [eiser] hiervan op de hoogte te stellen heeft zij haar mededelingsplicht geschonden. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat zij wetenschap had of had moeten hebben van de zwamproblematiek. Bovendien heeft [eiser] volgens [gedaagde] zijn onderzoeksplicht verzaakt.

5.12 Indien, zoals [eiser] stelt, [gedaagde] op de hoogte was van de zwamproblematiek, wordt aangenomen dat [gedaagde] het gebrek bewust heeft verzwegen. Bovendien mocht van [gedaagde], indien zij op de hoogte was of had moeten zijn van de zwamproblematiek, worden verlangd dat zij [eiser] hierover zou hebben geïnformeerd. [gedaagde] heeft dit nagelaten. De opmerking in de verkoopfolder van de woning dat het gebied waarin de woning is gelegen is aangewezen voor Particuliere Woningverbetering en dat het bouwjaar van de woning circa 1928 is, is hiervoor onvoldoende. Aangenomen wordt in dat geval dan ook dat [gedaagde] haar mededelingsplicht heeft geschonden.

5.13 [gedaagde] kan [eiser] in dit geval een eventuele (verzwaarde) onderzoeksplicht niet tegenwerpen, nu hieraan in de weg staat dat [gedaagde] zelf meer mededelingen had moeten doen over hetgeen zij wist althans geacht mocht worden te hebben geweten. Met deze regel wordt ook juist de onvoorzichtige koper wordt beschermd, hetgeen mede wordt beoogd door de regeling van artikel 7:17 BW. Mededelingen van de verkoper over (mogelijke) gebreken hadden [eiser] aanleiding en houvast kunnen geven voor verder onderzoek.

5.14 Aangezien de stelling van [eiser] dat [gedaagde] ten tijde van de levering van de woning op de hoogte was dan wel had moeten zijn van de zwamproblematiek door [gedaagde] wordt betwist, zal [eiser] zulks hebben te bewijzen. Indien [eiser] er niet in slaagt zijn stelling te bewijzen is er geen sprake van non-conformiteit en zal de vordering van [eiser] worden afgewezen.

5.15 Indien [eiser] slaagt in het bewijs is er sprake van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. [gedaagde] is in dat geval tekortgeschoten in haar verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst en op die grond gehouden de door [eiser] als gevolg daarvan geleden schade te vergoeden. Voor dat geval wordt omtrent de hoogte van de schade reeds thans het volgende overwogen.

5.16 De stelling van [gedaagde] dat er geen sprake is van schade nu niet is gebleken dat [eiser] de vloer heeft hersteld of vervangen, wordt verworpen. [eiser] heeft immers als eigenaar van de woning die als gevolg van de aanwezigheid van bruinrotveroorzakende schimmels is beschadigd, door die beschadiging reeds voor en onafhankelijk van herstel daarvan in zijn vermogen een nadeel geleden, gelijk aan de waardevermindering welke de woning heeft ondergaan (HR 7 mei 2004, NJ 2005, 76, HR 16 juni 1961, NJ 1961, 444). [eiser] lijdt derhalve schade onafhankelijk van de vraag of (reeds) herstel of vervanging heeft plaatsgevonden.

5.17 [eiser] vordert herstelkosten ad € 13.577,90 (inclusief BTW) en baseert zich hierbij op het onderzoeksrapport, tevens offerte van de firma Van Lierop. Het bedrag van € 13.577,90 is als volgt opgebouwd:

A. Zwamsanering/houtconservering € 660,00 (exclusief BTW);

B. Bouwkundige werkzaamheden (totale vloervervanging) € 9.760,00 (exclusief BTW);

C. Bodemisolatie € 990,00 (exclusief BTW).

5.18 [gedaagde] heeft ten aanzien van post (B) bouwkundige werkzaamheden (totale vloervervanging) tegengeworpen dat het geheel vervangen van de vloer niet noodzakelijk is en dat bovendien het door [eiser] genoemde schadebedrag bovenmatig is, nu het vervangen van een vloer niet meer mag kosten dan € 3.000,00. [gedaagde] heeft deze tegenwerpingen echter niet nader onderbouwd. Het had op haar weg gelegen hiervan bescheiden -waaronder een berekening- over te leggen, temeer nu [eiser] een uitvoerig rapport inclusief berekening van de firma van Lierop ten grondslag heeft gelegd aan de door hem gevorderde herstelkosten. [gedaagde] heeft echter nagelaten dergelijke bescheiden te overleggen, waardoor de rechtbank aan haar stellingen voorbij gaat. De overige posten worden door [gedaagde] niet betwist.

5.19 Ten aanzien van de hoogte van de schade geldt, dat nu tussen partijen niet in geschil is dat herstel van de woning mogelijk en verantwoord is, het geldsbedrag waarin de waardevermindering van de woning en daarmee de schade kan worden uitgedrukt gelijk is aan de - naar objectieve maatstaven berekende - kosten, welke met het herstel zullen zijn gemoeid (HR 7 mei 2004, NJ 2005, 76, HR 16 juni 1961, NJ 1961, 444).

5.20 De door [eiser] gevorderde herstelkosten worden gelet op het voorgaande alsmede gelet op het rapport van de firma Van Lierop voor wat betreft de posten (A) zwamsanering/ houtconservering en (B) bouwkundige werkzaamheden (totale vloervervanging) aangemerkt als -naar objectieve maatstaven berekende- kosten welke met het herstel van de woning zullen zijn gemoeid.

5.21 Het is de rechtbank vooralsnog onduidelijk of de kosten die samenhangen met post (C) bodemisolatie kosten zijn die met het herstel van de woning zullen zijn gemoeid. Partijen worden dan ook in de gelegenheid gesteld zich hierover in hun conclusie na enquête uit te laten.

5.22 De schade wordt in afwachting hiervan (voorlopig) vastgesteld op € 12.399,80 (posten (A) en (B) inclusief BTW).

5.23 Ten aanzien van door [eiser] gevorderde wettelijke rente geldt het volgende. Nu [gedaagde] door [eiser] per fax d.d. 11 januari 2008 aansprakelijk is gesteld voor de herstelkosten ad € 13.577,90 en is gesommeerd dit bedrag binnen 7 dagen te betalen, is [gedaagde] -nu zij dit heeft nagelaten- vanaf 18 januari 2008 in verzuim. Dientengevolge wordt, indien de vordering van [eiser] wordt toegewezen, deze vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2008 tot aan de dag der voldoening.

5.24 Elke verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van de bewijslevering.

6 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt [eiser] op het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] ten tijde van de levering van de woning op de hoogte was althans had moeten zijn van de zwamproblematiek;

bepaalt dat indien [eiser] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. Fiege;

bepaalt dat de advocaat van [eiser] binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in de maanden maart, april en mei 2009 en dat de advocaat van [gedaagde] binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Fiege.

Uitgesproken in het openbaar.

2052/204