Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH3176

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
274710 / HA ZA 06-3446
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease; huurkoop. De Hoge Raad kan naar verwachting in februari of maart 2009 uitspraak doen in een in cassatie aanhangig gemaakte effectenleasezaak. De zaak wordt verwezen voor akte uitlating over aanhouding in afwachting van dit arrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 274710 / HA ZA 06-3446

Uitspraak: 14 januari 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de naamloze vennootschap DSB BANK N.V.,

gevestigd te Wognum,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.L.J. van Wersch,

- tegen -

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. J.W. Bitter.

Partijen worden hierna aangeduid als "DSB" respectievelijk "[gedaagde 1] en [gedaagde 2]".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:

de dagvaarding van 8 december 2006, met bijlagen (4 pagina’s);

de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 6;

de conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie, met producties 1 tot en met 14;

de conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie;

de conclusie van dupliek in reconventie, met producties 1 tot en met 17;

de akte uitlating producties.

2. Het geschil

2.1 DSB vordert in conventie van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op grond van een in 2000 gesloten overeenkomst "Hollands Welvaren Select" betaling van een bedrag van € 6.451,36 en op grond van een in 2000 gesloten overeenkomst van doorlopend krediet betaling van een bedrag van € 16.552,81, in beide gevallen te vermeerderen met rente.

2.2 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren hiertegen verweer en vorderen in reconventie -kort gezegd- (primair) een verklaring dat de overeenkomsten nietig of buitengerechtelijk vernietigd zijn, althans de overeenkomsten te vernietigen, met veroordeling van DSB tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen met betrekking tot voormelde overeenkomsten alsmede tot vergoeding van de (gevolg)schade, steeds te vermeerderen met wettelijke rente, (subsidiair) een verklaring dat de overeenkomsten buitengerechtelijk vernietigd zijn, althans de overeenkomsten te vernietigen, met veroordeling van DSB tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen met betrekking tot voormelde overeenkomsten alsmede tot vergoeding van de (gevolg)schade, steeds te vermeerderen met wettelijke rente,

(meer subsidiair) een verklaring dat (i) de overeenkomsten buitengerechtelijk ontbonden zijn, althans de overeenkomsten te ontbinden, (ii) DSB aansprakelijk is voor de schade en gevolgschade daarvan en (iii) de schade onder meer bestaat uit de inleg, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, met veroordeling van DSB tot betaling van voormelde schade, en

(nog meer subsidiair) een verklaring dat (i) DSB onrechtmatig heeft gehandeld, (ii) DSB aansprakelijk is voor de schade en gevolgschade daarvan en (iii) de schade onder meer bestaat uit de inleg, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, met veroordeling van DSB tot betaling van voormelde schade.

Voorts vorderen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de ongedaanmaking van de BKR-registratie.

DSB voert op haar beurt verweer tegen deze reconventionele vorderingen.

3. De beoordeling

3.1 Vaststaat dat partijen in september 2000 voor fl. 21.750,= een overeenkomst van effectenkrediet hebben gesloten, waarbij een effectenportefeuille is aangekocht. Deze overeenkomst is genaamd "Hollands Welvaren Select". Ook hebben partijen in augustus 2000 een overeenkomst van doorlopend krediet ten belope van fl. 34.484,= gesloten. Voormelde overeenkomsten vormen de grondslag voor de in deze procedure over en weer ingestelde vorderingen.

3.2 Vastgesteld moet worden dat over de onderhavige materie inmiddels veel jurisprudentie is verschenen, met name van de rechtbank en van het gerechtshof in Amsterdam in de zogenoemde Dexia-zaken. In deze jurisprudentie komt een belangrijk deel van de ook in de onderhavige procedure spelende geschilpunten aan de orde, onder meer over de bijzondere zorgplicht van banken en over rol van tussenpersonen en de vraag of deze als hulppersonen kunnen worden aangemerkt.

Van belang is dat de Hoge Raad naar verwachting in februari of maart 2009 uitspraak kan doen in een in cassatie aanhangig gemaakte effectenleasezaak (zie: rechtspraak.nl onder rechtbank Amsterdam: persbericht van 25 november 2008).

3.3 Het opgetreden tijdverlies ten spijt, bestaat op grond van een goede en efficiënte procesorde aanleiding deze procedure aan te houden totdat de Hoge Raad vorenbedoelde uitspraak heeft gedaan. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich hierover bij akte uit te laten.

Verwacht mag worden dat partijen dan in staat zullen zijn hun geschil onderling door middel van een schikking te regelen. Indien dat niet het geval mocht zijn, mag van partijen worden verlangd in deze procedure aan te geven welke geschilpunten nog resteren gelet op de dan bekende jurisprudentie.

3.4 Voorts dient de vraag onder ogen te worden gezien of het onderhavige geschil een zaak betreffende een huurkoopovereenkomst is, in welk geval op grond van artikel 93 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) de zaak niet door de sector civiel recht maar door de kantonrechter (van de sector kanton van de rechtbank Rotterdam) dient te worden behandeld.

Op grond van artikel 71 lid 2 Rv kan ambtshalve verwijzing plaatsvinden naar de kantonrechter. De rechtbank dient op grond van artikel 71 lid 3 Rv de vraag of de zaak dient te worden verwezen naar de kantonrechter te beantwoorden aan de hand van haar voorlopige oordeel over het onderwerp van het geschil. Alvorens omtrent verwijzing te beslissen dienen partijen in de gelegenheid te zijn geweest zich hierover uit te laten. Partijen hebben reeds gedebatteerd over de kwalificatie van de tussen hen gesloten overeenkomsten, doch kunnen zich bij akte desgewenst nader uitlaten met het oog op de vraag of verwijzing naar de kantonrechter dient plaats te vinden.

3.5 De zaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van een akte respectievelijk antwoordakte, waarin partijen zich (uitsluitend) kunnen uitlaten over voormelde aanhouding in afwachting van het arrest van de Hoge Raad en over de vraag of de zaak naar de kantonrechter dient te worden verwezen.

4. De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 28 januari 2009 om partijen, DSB als eerste, in de gelegenheid te stellen zich bij akte respectievelijk antwoordakte uit te laten als hiervoor aangegeven;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels.

Uitgesproken in het openbaar.

[1954/1694]