Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH2361

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-02-2009
Datum publicatie
09-02-2009
Zaaknummer
10/766105-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het bezit van kinderporno nu de houdingen van het meisje, op de bij de verdachte aangetroffen afbeeldingen, niet als seksuele gedragingen in de zin van art. 240b van het Wetboek van Strafrecht kunnen worden aangemerkt aangezien de geslachtsdelen en borsten van dit meisje niet nadrukkelijk op een seksueel prikkelende wijze in beeld zijn gebracht en nu niet uit de afbeeldingen is af te leiden dat het meisjes door de wijze van afbeelden enige schade heeft ondervonden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 240b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/766105-07

Datum uitspraak: 9 februari 2009

Tegenspraak

VONNIS

van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres],

raadsvrouw mr. Van der Meer, advocaat te Amsterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2009.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Het ten laste gelegde komt er op neer dat de verdachte kinderporno in zijn bezit heeft gehad.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Bonnes heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen, hem te geven door of namens Reclassering Nederland.

STANDPUNT RAADSVROUW

De raadsvrouw heeft primair aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het te laste gelegde omdat – samengevat weergegeven – dat niet bewijsbaar is wegens de te summiere wijze van te laste leggen.

Dit verweer houdt mede het standpunt in dat de dagvaarding te weinig feitelijk en duidelijk is, hetgeen als een beroep op nietigheid van de dagvaarding moet worden begrepen.

Het beroep op nietigheid van de dagvaarding wordt verworpen. De omschrijving van de afbeeldingen geven voldoende duidelijk weer op welke seksueel getinte gedragingen danwel houdingen het verwijt zich richt. Bij de behandeling ter terechtzitting maakte de verdachte daarenboven kenbaar dat het hem volstrekt duidelijk was tegen welke beschuldigingen hij zich verweerde. De dagvaarding zal geldig worden verklaard.

Op het punt van het bewijs heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er sprake is van gebrek aan bewijs, subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de afbeeldingen niet kunnen worden aangemerkt als kinderporno en meer subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte opzet noch voorwaardelijk opzet heeft gehad op het bezitten van kinderporno.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Uit de inhoud van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, alsmede uit het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.

De verdachte heeft in het kader van het politie-onderzoek naar bestanden op zijn computer vrijwillig cd-rom’s aan de politie overhandigd. De afbeeldingen op de cd-roms had hij eerder op die cd-roms gebrand. Eén van die cd-rom’s bevat een serie afbeeldingen van een geheel of gedeeltelijk ontbloot, jong meisje.

De verdachte heeft ter terechtzitting erkend de betreffende afbeeldingen in zijn bezit te hebben gehad maar geen opzet te hebben gehad op het bezitten van kinderporno nu hij zich niet heeft gerealiseerd dat de betreffende afbeeldingen als kinderporno aangemerkt zouden kunnen worden.

De rechtbank heeft ter terechtzitting de betreffende afbeeldingen bekeken en aldus uit eigen waarneming de afbeeldingen kunnen beoordelen op hun vermeende kinderpornografische karakter. De rechtbank stelt vast dat op de afbeeldingen een jong meisje is te zien, vermoedelijk in de leeftijd van 11 tot 15 jaar, van welk meisje het lichaam geheel of gedeeltelijk ontbloot is. De houdingen waarin het meisje is gefotografeerd kunnen wellicht als licht erotisch bestempeld worden, maar kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet aangemerkt worden als seksuele gedragingen als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht nu de geslachtsdelen en de borsten van het meisje niet nadrukkelijk op een seksueel prikkelende wijze in beeld zijn gebracht. Ook is uit deze afbeeldingen niet af te leiden dat het meisje door de wijze van afbeelden enige schade heeft ondervonden. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Koning, voorzitter,

en mrs. Van Dijke en Hamaker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Commandeur, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 februari 2009.

Bijlage bij vonnis van 9 februari 2009:

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2004 tot en met 25 mei 2007 te

Rotterdam en/of elders in Nederland,

één of meermalen een (groot) aantal (in ieder geval 23 of daaromtrent)

afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) te weten één of meer computer(s)

en/of (een) cd-rom(s) en/of (een) DVD('s) in bezit heeft gehad,

terwijl die afbeeldinge(n) en/of gegevensdrager(s) één of meer afbeeldingen

van seksuele gedragingen bevatte(n), waarbij (telkens) een persoon/personen

die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt,

was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele

gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt (meisje in de

leeftijd van 11- tot 15 jaar), waarbij door het camerastandpunt en/of de

(onnatuurlijke) pose van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de ontblote

geslachtsdelen en/of borsten in beeld gebracht worden (onder

meer [bestandsnaam 1], [bestandsnaam 2] en [bestandsnaam 3]);

(art. 240b Wetboek van Strafrecht)