Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH1636

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-01-2009
Datum publicatie
03-02-2009
Zaaknummer
298841 / HA ZA 08-92
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop auto's. Mondelinge annulering niet geaccepteerd. Niet voldaan aan vereisten ontbinding. Geen aanspraak op annuleringskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 298841 / HA ZA 08-92

Uitspraak: 7 januari 2009

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiseres],

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. D.L.A. van Voskuilen,

- tegen -

de besloten vennootschap

ATLANTIC STEIGERBOUWBEDRIJF B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A. Hendriks.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiseres]" respectievelijk "Atlantic".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

dagvaarding d.d. 14 december 2007 en de door [eiseres] overgelegde producties;

conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, met productie;

conclusie van dupliek in reconventie.

2 De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 In oktober 2006 heeft [eiseres] aan Atlantic een tweetal auto’s van het merk Chevrolet, type Captiva, 2 liter diesel, verkocht voor een totaalbedrag van € 92.693,90.

2.2 In de door partijen ondertekende - ongedateerde - koopovereenkomst (productie 2, conclusie van antwoord in conventie) is - voor zover relevant - het volgende vermeld:

“2x merk Chevrolet type nr. Captiva 2.0 D

(…)

Mits Financial niet accoord wordt bevonden

dan worden de auto’s tegen eigen betaling geleverd.

1 in 2006 en 1 begin 2007

(…)

Pioneer Navigatie € 2950,-”.

(…)

DOOR U TE BETALEN € 46346,95 x2= 92693,90”.

2.3 Op de overeenkomst zijn de Algemene voorwaarden BOVAG-Afdeling NDA (“BOVAG-voorwaarden”) van toepassing (productie 5, conclusie van antwoord in conventie). Artikel 7 van deze voorwaarden luidt - voor zover relevant - als volgt:

“Artikel 7- Annulering

1. De koper heeft de bevoegdheid de koopovereenkomst te annuleren, ongeacht of de verkoper in zijn verplichtingen tekort is geschoten. Deze annulering kan alleen schriftelijk plaatsvinden. De koper is gehouden om binnen één week na deze annulering de verkoper alle schade die hij ten gevolge van de annulering lijdt te vergoeden. Deze schade is vastgesteld op 15 % van de koopprijs van de geannuleerde auto. Indien de koper binnen 10 dagen deze schadevergoeding niet heeft betaald, heeft de verkoper het recht de koper schriftelijk mee te delen dat hij nakoming van de gesloten overeenkomst verlangt. In dat geval kan de koper geen beroep meer doen op de annulering. De verplichting van de koper tot betaling van deze schadevergoeding is een schuld in de zin van artikel 17 van deze Algemene Voorwaarden waarvoor uitdrukkelijk een moment van betaling is overeengekomen.”

2.4 Bij brief van 19 oktober 2006 (productie 2, dagvaarding) heeft [eiseres] aan Atlantic - onder meer - het volgende meegedeeld:

“Naar aanleiding van ons telefoongesprek van 18 oktober jl. waarin u aangaf de door u bestelde 2 stuks Chevrolet Captiva (zie bijlage) te willen annuleren, verwijs ik u naar Artikel 7.1 van de algemene voorwaarden van de BOVAG-Afdeling NDA:

(…)

Ingevolge het voorgaande verwachten wij van u, indien u persisteert, een aangetekende brief waarin u aangeeft de betreffende auto’s te annuleren.”

2.5 Bij brief van 20 oktober 2006 (productie 3, dagvaarding) heeft [eiseres] aan Atlantic - onder meer - het volgende bericht:

“Naar aanleiding van uw bezoek van heden en gezien het feit dat u mondeling blijft persisteren in uw annulering (zie ook onze brief d.d. 19/10 jl.), verwijzen wij u nogmaals naar Artikel 7.1 van de Algemene Voorwaarden van de BOVAG-Afdeling NDA, waarin in geval van annulering zowel uw rechten als plichten als koper omschreven staan:

(…)

Ingevolge het voorgaande verwachten wij van u een aangetekende brief waarin u aangeeft de betreffende auto’s te annuleren. (…)

In geval wij geen annuleringsbrief van u ontvangen zullen wij nakoming van de gesloten overeenkomst verlangen.”

2.6 Bij brief van 9 november 2006 (productie 11, conclusie van antwoord in conventie) heeft [eiseres] Atlantic, onder meer, het volgende bericht:

“Naar aanleiding van ons telefoongesprek van 8/11 jl. waarin u wederom mondeling aangaf de door u bestelde auto’s niet af te willen nemen, wijzen wij u voor de derde maal op uw rechten en plichten als koper bij annulering, zoals verwoord in Artikel 7.1 van de Algemene Voorwaarden van de BOVAG-Afdeling NDA:

(…)

Ingevolge het voorgaande verwachten wij van u een aangetekende brief waarin u aangeeft de betreffende auto’s te annuleren.(…)

Indien wij binnen 10 dagen geen aangetekende brief van u hebben ontvangen, zullen wij gerechtelijke stappen tegen u ondernemen.”

2.7 Een brief van 4 december 2006 (productie 8, conclusie van antwoord in conventie) van [eiseres] gericht aan Atlantic, vermeldt - onder meer - het volgende:

“Hierbij geven wij u nogmaals aan dat de financiering voor de twee door u bestelde Chevrolet’s Captiva is goedgekeurd onder de navolgende voorwaarden:

1. Aanbetaling ter grootte van € 7.346,95 per auto. Dit is inclusief het door u terug te vorderen BTW-bedrag van ca € 5.300,- per auto.

2. Borgstelling voor de resterende bedragen (€ 39.000,00 per auto) van Atlantic Holding BV

3. Alsmede borgstelling voor de resterende bedragen (€ 39.000,00 per auto) van Atlantic Uitzendbureau BV”.

2.8 Bij brief van 2 februari 2007 (productie 8, dagvaarding) heeft de raadsman van Atlantic de gemachtigde van [eiseres] onder meer het volgende bericht:

“Ik stel vast dat uw cliënte thans in verzuim is met het tijdig leveren van de bestelde auto’s. Voor zover hier vereist stel ik uw cliënte langs deze weg ook formeel in gebreke, en verzoek ik haar - en voor zover nodig sommeer ik haar- om alsnog en wel uiterlijk binnen 1 week na heden tot levering over te gaan. Graag verneem ik in dat kader op welke wijze de levering en betaling zullen worden afgewikkeld. Ik geef daarbij nog wel in overweging dat nog altijd geen oplossing is aangedragen voor het probleem met de navigatie. Indien uw cliënte niet conform het getoonde/bestelde (een inbouwset) kan leveren ontbindt ik namens cliënte

bij deze reeds nu partieel (voor dat gedeelte) de overeenkomst tussen partijen (dit laat de levering van de auto’s zelf uiteraard onverlet). Voorts geef ik hier tevens aan dat cliënte, in afwachting van de levering, inmiddels twee vervangende auto’s heeft moeten huren en terzake dus kosten heeft moeten maken (en dus schade lijdt, voor welke schade uw cliënt aansprakelijk is). Graag zie ik ook terzake een passend voorstel tegemoet.”

3 De vordering in conventie

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Atlantic te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 16.289,11 aan [eiseres] met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiseres] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Atlantic heeft de overeenkomst geannuleerd. [eiseres] maakt primair aanspraak op de annuleringskosten als genoemd in artikel 7.1 van de BOVAG voorwaarden. Deze annuleringskosten bedragen 15 % van de koopprijs van de auto’s, te weten een bedrag van

€ 13.904,00.

3.2 Subsidiair is sprake van crediteursverzuim. Atlantic weigerde immers de auto’s af te nemen en de aangeboden financiering te accepteren. Op grond van dat verzuim was [eiseres] gerechtigd de overeenkomst met Atlantic te ontbinden en de betreffende auto’s aan derden te verkopen om aan haar wettelijke verplichting om schadebeperkende maatregelen te nemen te voldoen. [eiseres] heeft aanspraak op vergoeding van de feitelijk geleden schade. Naar analogie van artikel 7.1 van de Bovag-voorwaarden is de gevorderde schadevergoeding eveneens vastgesteld op 15 % van de koopprijs van de auto’s. Doordat Atlantic de auto’s niet afnam, is de winstmarge op de twee auto’s niet behaald. Deze winstmarge bedroeg meer dan 15 %, zodat het gevorderde bedrag redelijk is.

3.3 [eiseres] heeft aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van

€ 2.085,60 en op de wettelijke handelsrente welke tot en met 12 januari 2007 € 299,51 bedraagt.

4 Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [eiseres] in de kosten van het geding.

Atlantic heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Artikel 7.1 van de BOVAG-voorwaarden, waarop [eiseres] primair haar vordering baseert, bepaalt dat de overeenkomst enkel schriftelijk kan worden geannuleerd.

Atlantic heeft de overeenkomst niet schriftelijk, en overigens ook niet mondeling, geannuleerd.

4.2 [eiseres] heeft de overeenkomst evenmin ontbonden, zodat ook de subsidiaire grondslag faalt.

4.3 Zo er al ontbonden is, kan zij geen aanspraak maken op de gefixeerde annuleringskosten, maar op de daadwerkelijk geleden schade. Atlantic betwist, bij gebrek aan wetenschap, dat [eiseres] schade heeft geleden. Subsidiair betwist Atlantic de hoogte van de schade.

5 De vordering in reconventie

De vordering luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiseres] te veroordelen:

Primair:

1. tot volledige nakoming jegens Atlantic van en levering aan Atlantic conform de koop-verkoopovereenkomst van oktober 2006, zulks op straffe van een dwangsom door de rechtbank in goede justitie te bepalen voor elke dag dat zij daarmee na het verstrijken van een redelijke leveringstermijn in gebreke blijft;

2. tot het tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Atlantic betalen van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

Subsidiair:

1. de koop-verkoopovereenkomst van oktober 2006 te ontbinden wegens toerekenbaar tekortschieten door [eiseres];

2. [eiseres] te veroordelen tot het tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Atlantic betalen van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

Primair en subsidiair:

met veroordeling van [eiseres], uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding, te voldoen binnen 14 dagen na het in deze procedure(s) te wijzen vonnis.

Aan deze vordering heeft Atlantic naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

5.1 [eiseres] dient haar verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst alsnog na te komen, door de auto’s te leveren.

5.2 [eiseres] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst doordat de overeengekomen levertijden al geruime tijd zijn overschreden. Nu [eiseres] bovendien heeft aangegeven niet meer te zullen leveren, verkeert zij van rechtswege in verzuim.

Voor zover [eiseres] niet van rechtswege in verzuim verkeert, verkeert zij in verzuim omdat Atlantic in februari 2007 - tevergeefs - nakoming van de overeenkomst heeft gevorderd, waarbij zij [eiseres] in gebreke heeft gesteld.

5.3 [eiseres] dient de schade die Atlantic door de tekortkoming lijdt en nog zal lijden, te vergoeden. Deze schade, die dient te worden opgemaakt bij staat, bestaat uit de huurkosten van twee vervangende auto’s voor een bedrag van € 570,-- exclusief BTW per maand per auto. Bovendien lijdt Atlantic schade, omdat zij als zij nu dezelfde, of soortgelijke, auto’s moet kopen, zij een hogere prijs zal moeten betalen omdat Chevrolets, onder meer vanwege milieubelasting, per 1 februari 2008 in prijs zijn gestegen.

5.4 Atlantic heeft daarnaast aanspraak op rente en op kosten van rechtsbijstand.

6 Het verweer in reconventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Atlantic in de kosten van het geding.

Naast hetgeen [eiseres] in conventie heeft betoogd, heeft [eiseres] daartoe het volgende aangevoerd:

6.1 Nakoming van de overeenkomst is niet mogelijk aangezien [eiseres] de auto’s heeft verkocht en doorgeleverd aan derden.

6.2 Atlantic kan geen aanspraak maken op schadevergoeding omdat de overeenkomst al was ontbonden. Daarnaast heeft Atlantic [eiseres] niet in gebreke gesteld alvorens zij de auto’s heeft gehuurd.

6.3 Zo Atlantic wel aanspraak heeft op schadevergoeding, bestaat er geen aanleiding tot verwijzing naar de schadestaatprocedure. De schade kan immers reeds worden vastgesteld.

Nu het Atlantic al vanaf januari 2007 duidelijk was dat [eiseres] de overeenkomst niet meer kon nakomen, had zij haar schade moeten beperken.

6.4 De besparingen die Atlantic heeft gemaakt wegens het niet afnemen van de auto’s dienen in mindering te strekken op de huurkosten van de vervangende auto’s.

7 De beoordeling

in conventie

7.1 Partijen hebben in oktober 2006 een overeenkomst gesloten aangaande de koop/verkoop van twee Chevrolets, type Captiva 2.0 D, met een Pioneer-navigatiesysteem voor een totaalbedrag van € 92.693,90. Uit hoofde van de overeenkomst diende [eiseres] de auto’s te leveren, één eind 2006 en één begin 2007. De rechtbank gaat er vanuit, nu partijen daarover niets hebben aangevoerd, dat betaling op grond van 7:26 lid 2 BW bij aflevering zou plaatsvinden. De verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst zijn niet nagekomen.

7.2 [eiseres] stelt zich primair op het standpunt dat de overeenkomst door middel van een mondelinge annulering van de zijde van Atlantic is beëindigd. Atlantic heeft dit gemotiveerd betwist.

7.3 Zoals hiervoor weergegeven bepaalt artikel 7.1 van de Bovag-voorwaarden dat annulering door de koper slechts schriftelijk kan geschieden. Vast staat dat dit niet is gebeurd. [eiseres] heeft bij brieven van respectievelijk 19 oktober 2006, 20 oktober 2006 en 9 november 2006 Atlantic gesommeerd in geval van annulering dit schriftelijk te doen en een mondelinge annulering niet te accepteren. Vervolgens heeft [eiseres], bij brief van 4 december 2006, met Atlantic gecorrespondeerd over de financiering van de twee auto’s. Het standpunt van [eiseres] dat zij in afwijking op de Bovag-voorwaarden akkoord is gegaan met een mondelinge annulering door Atlantic - die deze annulering betwist - vindt aldus geen steun in de overige door [eiseres] gepresenteerde feiten.

Er is derhalve geen grondslag voor toewijzing van de vordering tot vergoeding van annuleringskosten als bepaald in artikel 7.1 van de Bovag-voorwaarden.

7.4 Subsidiair voert [eiseres] aan dat zij de overeenkomst heeft ontbonden omdat zij er gerechtvaardigd vanuit mocht gaan dat Atlantic de overeenkomst niet wenste na te komen.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. Ingevolge artikel 6:267 lid 1 BW vindt een ontbinding, naast de ontbinding zoals genoemd in lid 2 (ontbinding door de rechter), plaats door een schriftelijke verklaring van de daartoe gerechtigde. In onderhavige zaak is gesteld noch gebleken dat [eiseres] een dergelijke schriftelijke verklaring heeft uitgebracht. Nu de overeenkomst niet buitengerechtelijk is ontbonden en [eiseres] ook thans geen ontbinding van de overeenkomst vordert - in het midden latend of daar grond voor is -, volgt daaruit dat de overeenkomst nog in stand is. Ook de subsidiaire grondslag van de vordering faalt derhalve.

7.5 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van [eiseres] voor afwijzing gereed ligt.

in reconventie

7.6 Atlantic vordert in reconventie primair nakoming van de overeenkomst en schadevergoeding op te maken bij staat. [eiseres] heeft daartegen aangevoerd dat de betreffende auto’s reeds aan derden zijn verkocht, zodat nakoming niet mogelijk is. Voorts zou sprake zijn van schuldeisersverzuim omdat Atlantic de auto’s niet af wilde nemen, nu zij er ten onrechte vanuit zou zijn gegaan dat deze niet met het overeengekomen navigatiesysteem geleverd konden worden.

Wat er van de discussie over het navigatiesysteem ook zij, vast staat dat Atlantic op 2 februari 2007 onverkort nakoming van de koopovereenkomst heeft gevorderd, zodat van een beletsel tot nakoming geen sprake (meer) was. Het verweer van [eiseres] faalt derhalve.

7.7 Op grond van hetgeen hiervoor onder r.o 7.3 en 7.4 is overwogen, is [eiseres] gehouden tot nakoming van de overeenkomst. Dat de oorspronkelijk bestelde auto’s reeds aan derden zijn verkocht, doet daaraan niet af. Atlantic heeft immers, zoals blijkt uit de overeenkomst, twee Chevrolets, type Captiva, 2.0 D besteld. Nu zoals door Atlantic is gesteld en door [eiseres] niet is betwist, dit type Chevrolet nog steeds wordt geleverd, kan [eiseres] nog steeds nakomen. Aldus komt de vordering tot nakoming van de koopovereenkomst tegen de oorspronkelijk overeengekomen prijs voor toewijzing in aanmerking. Gelet op het bepaalde in 7:26 lid 2 BW dient Atlantic de koopsom te voldoen bij aflevering van de auto’s. Partijen dienen zich, mede gelet op de gevorderde dwangsom, uit te laten over een als redelijk te beschouwen leveringstermijn. Blijkens de koopovereenkomst van oktober 2006 zou levering van de auto’s eind 2006 respectievelijk begin 2007 plaatsvinden. Door partijen werd uitgegaan van levering in december 2006 respectievelijk januari 2007. Gelet daarop acht de rechtbank op voorhand een leveringstermijn van drie maanden in beginsel redelijk. Partijen dienen zich voorts uit te laten over de vraag of levering van het Pioneer-navigatiesysteem nog steeds gewenst en mogelijk is. Indien dit laatste niet het geval is, zal de prijs van de navigatiesystemen in mindering strekken op de koopsom. De zaak zal naar de rol worden verwezen zodat partijen, eerst Atlantic, zich hierover bij nadere conclusie kunnen uitlaten.

7.8 Atlantic maakt aanspraak op vergoeding van schade. [eiseres] betwist gemotiveerd dat Atlantic aanspraak heeft op schadevergoeding omdat zij niet in verzuim was.

Zoals hiervoor reeds overwogen is tussen partijen in confesso dat de levering van de auto's in beginsel zou plaatsvinden in respectievelijk december 2006 en januari 2007. Voorts staat vast dat [eiseres] deze verplichting niet is nagekomen. Nu de nakoming niet blijvend onmogelijk was is voor de aanspraak op schadevergoeding vereist dat [eiseres] in verzuim was (6:74 lid 2 BW).

Atlantic stelt dat [eiseres] een fatale termijn heeft overschreden zodat het verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden. De bewoordingen van de koopovereenkomst, te weten levering eind 2006 en begin 2007 zijn dermate onbepaald dat niet van een fatale termijn kan worden gesproken. Ook de invulling die partijen daaraan hebben gegeven, te weten in beginsel levering in december 2006 en in januari 2007 zijn onvoldoende bepaald om daaraan ingebrekestellende kracht toe te kennen. Dit geldt temeer nu partijen in december 2006 nog in onderhandeling waren over de financiering van de auto's. Vast staat echter dat [eiseres] bij deurwaardersexploot van 15 januari 2007 aan Atlantic heeft medegedeeld aanspraak te maken op annuleringskosten. Hieruit mocht Atlantic afleiden dat [eiseres] niet meer voornemens was om haar verplichtingen tot levering van de auto's na te komen. Dit betekent dat [eiseres] per 15 januari 2007 in verzuim is (artikel 6:83 aanhef en sub c BW).

Overigens geldt ten aanzien van de aanspraak op schadevergoeding bestaande uit gemaakte kosten van vervangende auto's dat deze pas een aanvang neemt vanaf het moment dat de auto's in geval van deugdelijke nakoming geleverd zouden zijn. Dit betekent dat ten aanzien van de 2e auto geldt dat deze kosten pas voor vergoeding in aanmerking komen na januari 2007, derhalve per 1 februari 2007.

7.9 Atlantic vordert in dit geding verwijzing naar de schadestaatprocedure. De door Atlantic aangevoerde feiten en omstandigheden wettigen echter niet de conclusie dat de door haar geleden schade nog niet (voldoende) kan worden vastgesteld. De rechtbank ziet daarom geen reden om voor de vaststelling van de schade te verwijzen naar een schadestaatprocedure. Atlantic wordt daarom verzocht zich in deze procedure bij nadere conclusie uit te laten over de omvang van haar schade, onderbouwd met specificaties en bewijsstukken. De zaak zal hiertoe naar de rol worden verwezen.

7.10 Vooruitlopend op de door Atlantic te geven specificatie van haar schade merkt de rechtbank reeds het volgende op. Nu [eiseres] de auto’s alsnog moet leveren tegen de in de koopovereenkomst vermelde prijs, is de prijsstijging van de auto’s niet als schadepost voor Atlantic aan te merken. Atlantic heeft reeds aangegeven dat haar schade in elk geval bestaat uit kosten van de huur van twee vervangende auto’s. Deze kosten komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking. [eiseres] voert evenwel terecht aan dat Atlantic, in geval de auto’s wel waren geleverd, ook kosten (de leasetermijnen althans de kosten van financiering, verzekeringspremies, belastingen, afschrijvingen en dergelijke) zou moeten maken, hetgeen Atlantic onderschrijft. Atlantic zal met inachtneming van dit uitgangspunt haar schade dienen te specificeren. [eiseres] kunnen hierop vervolgens bij antwoordconclusie reageren.

7.11 In afwachting van de conclusiewisseling houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

8 De beslissing

De rechtbank,

in reconventie

alvorens verder te beslissen,

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 25 februari 2009 voor het nemen van een conclusie zoals hiervoor bedoeld onder r.o. 7.7, 7.9 en 7.10, eerst aan de zijde van Atlantic;

in conventie en in reconventie

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Mentink.

Uitgesproken in het openbaar.

1995/1581